Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Bruggen naar het Rabot: stadsvernieuwing op zijn kop!

Rabot 1
(foto: Nathalie Decoene)
Danny Timmermans (m. b.), Muntasir Errieh Mukhtar (l. b.), Jan De Spiegelaere (r.o.), Claire Cauwels (l.o.), Kristof Vander Cruyssen (r.b.), Evelyne Deceur (m.o.)

In TiensTiens Nr. 6 schreven we over ‘Bruggen naar het Rabot’, toen het stadsvernieuwingsproject nog in haar ‘stenen’-tijdperk zat. Sindsdien kwam de aandacht voor sociaal-culturele en sociaal-economische dimensies gestaag opgang waardoor het een ‘integraal project’ werd. Want stadsvernieuwing gaat niet alleen om stenen opstapelen op selectieve plaatsen, maar vooral om het ontwikkelen van hefbomen voor de algemene ontwikkeling voor de mensen in de wijk. Zo bekeken betekent ontwikkeling op een geïntegreerde manier tegemoet komen aan behoeftes van de lokale bewoners die in een sociaaleconomisch kwetsbare situatie zitten.

 

Kort:

Het stadsvernieuwingsproject 'Bruggen naar Rabot' werd op 8 mei 2002 goedgekeurd. Omdat de stedelijke overheid in 2004 naast een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap greep, werd er een subsidie van 50.000 euro toegekend aan het ontwerpteam van Johan Van Reeth om het project verder te onderzoeken. Op die manier kwam ‘Bruggen naar het Rabot +’ tot stand.

Meteen valt op dat dit project maar een klein onderdeel is van het grotere stadsontwerp Noord voor het gebied Ham, Rabot, Blaisantvest, uitgevoerd door het bureau Technum. Hierin werden maar liefst twaalf projecten voorgesteld. Volgens dit ambitieuze ontwerp zouden 509 woningen worden gesloopt en 774 nieuwe (sociale) woningen worden gebouwd. Het project stelde voor om “midden in de wijken in te grijpen, en niet aan de rand” met als doel meer open ruimte te creëren en met minimale ingrepen de woonkwaliteit in de buurt maximaal te verbeteren. Het huidige “Bruggen naar Rabot” beperkt zich tot een gedeeltelijke invulling van één van de twaalf projecten uit het ambitieuze stadsontwerp en concentreert de ingrepen vooral aan de rand van de wijk: (1) een nieuwe gerechtsgebouw ontworpen door de architecten Achtergael-Beel. Dit gerechtsgebouw moest een economische impuls aan de Wondelgemstraat als winkelstraat geven. Rondom het gerechtsgebouw werd een vijf hectaren groot park naar een ontwerp van de Parijse landschapsarchitect Desvigne uitgebouwd, met ondergrondse jeugdlokalen voor Özburun, Kadanz en de scoutsgroep Klauwaards, alsook een fuifzaal. Aan de rand van het park is een nieuwe tram/fiets/voetgangersbrug in aanbouw. Er komt een (kleinschalig)winkelcomplex met aansluitend sociale woningen, waarvoor 80 woningen onteigend werden. (2)Op de Brownfield Stadsgassite aan de Gasmeterlaan komen 400 à 500 woonunits. De gashouders krijgen een culturele of recreatieve invulling. Het historische gebouw ernaast zal een commerciële invulling krijgen. Er worden een aantal 'sociale' lofts gebouwd. Volgens een beleidslijn van de Stad Gent moet twintig procent van de nieuwe woningen op de site echter bestemd zijn voor sociale huisvesting. Een ander deel woningen zijn passief woningen en budgetwoningen in functie van een toekomstig middenklassenpubliek. Aan de  tramstelplaats Wissehage zal een nieuw winkelcomplex worden uitgebouwd met een ondergrondse of dakparking.

De woningen in slechte staat aan de Blaisantvest zullen aangepakt worden via renovatie, omdat dit goedkoper is dan nieuwbouw. Dat de huisvestingsproblematiek wordt aangepakt is broodnodig: zeventig procent van de woningen vertonen immers gebreken zoals vochtproblemen, schimmel, onveilig aangelegde elektriciteit- en gasleidingen, gebrekkig sanitair en slecht werkende boilers. Bovendien moet ingegrepen worden in het stedelijke weefsel: Rabot-Blaisantvest heeft een oppervlakte van 0,9 km2 en telt 7383 bewoners(8584 inwoners/km2). Daardoor valt Rabot-Blaisantvest de twijfelachtige eer van dichtstbevolkte wijk in Gent (Gents gemiddelde: 1465 inwoners/km2) te beurt. Ondertussen steeg in de periode tussen 1997 en 2003 het bevolkingsaantal met 3,2% (tegenover 1,7% gemiddeld). Het percentage niet-Belgen is 16,6% (tegenover 6,8% gemiddeld). De meerderheid is Turks en er is een grote toename van Oost-Europeanen in de buurt.

 

Dat de huisvestingsproblematiek wordt aangepakt is broodnodig: zeventig procent van de woningen vertonen immers gebreken  

 

De duurzame Site?

De ontwikkeling van de stadsgassite staat binnen ‘Bruggen naar Rabot’ op het voorplan. Omdat de implementatie van het hele plan tijd zal nemen zetten een aantal organisaties zoals Samenlevingsopbouw Gent en ROCSA, de Gebiedsgerichte Werking en Buurtwerk hun beste lobbywerk in om van ‘de Site’ een (tijdelijk) evenementenplein en “gebruiksruimte” te maken. Terwijl het project aanvankelijk gevangen zat in negatieve discours over overlast, vervuiling en een mogelijk gebrek aan sociale controle, vloeide hieruit later een positiever verhaal over “tijdelijk ruimtegebruik” voort vanuit de potenties in de wijk, naar het voorbeeld van het Gentse project ‘volkstuinen’ op de site van de Hollainkazerne (Barba Belge) en een aantal voorbeelden uit het buitenland. Er kwam een gigantisch open terrein vrij: een betonnen ondergrond van 120m op 100m, en dat midden in één van de dichtstbevolkte en armste buurten van Gent en Vlaanderen. De Site is een uniek project die culturele uitwisseling en de sociale relaties tussen groepen in de wijk van de grond hielp komen, in een wijk waar de verhoudingen tussen de verschillende gemeenschappen soms moeilijk liggen. Sinds 9 juni 2007 heeft Gent er daarom een nieuwe creatieve plek bij: “De Site” (Voorstellingsfiche “De Site”).

Ondertussen kwam er een voetbalpleintje en diverse culturele en sociale activiteiten zoals een openluchtcinema, een verkeerspark en buurtbarbecue werden uitgebouwd. Er is ook plaats voor een kleine kinderboerderij en zelfs een Rabot Beach, ruimte voor een bouwspeelplaats en voor het bouwen van kampen, alsook “de Artcube”, twee aan twee op elkaar gestapelde witte bureelcontainers,; een plek voor het sociaal-artistiek kunstenaarscollectief Transart en een wisselbibliotheek. Het meest bekende project zijn echter de stadstuintjes.

“De Site” lijkt daarmee hét deelproject dat werkelijk voor de buurt zélf bestemd is. Het project staat momenteel onder de noemer “tijdelijk ruimtegebruik” gecategoriseerd. Plannen wijzen nu in de richting van herintegratie van de stadstuintjes en activiteiten in het plan voor de recreatieve structuur die ‘de Gebiedsgerichte Werking’ opmaakte. Het vreemde is dat  hier nogal vlug wordt overgegaan tot “verplaatsing”. Dit staat haaks op de manier waarop er altijd een sterke verstrengeling is tussen de uitkomst van een dergelijk project (de versterking van de sociale relaties en uitwisseling tussen groepen) en de ruimte waarop het zich geënt heeft. Het is dus niet zeker dat het project zijn sterkte zal behouden als het verplaatst wordt. Meer zelfs, het staat haaks op de essentiële inzichten van de recreatieve structuur zelf.

De tuintjes en de publieke voorzieningen zullen dus in de toekomst verplaatst worden; tenminste als de middenveldorganisaties zich hier bij neerleggen.. Momenteel wordt gezocht naar een projectontwikkelaar die zowel de site kan saneren als de woningen bouwen.

Mede onder druk van de buurtbewoners die vragende partij waren voor meer groen zal 2 hectare van de 7 hectare ruimte voorzien worden voor groen en speelruimte..Door de hoge saneringskost -10 tot 40 miljoen euro- werd het aantal woningen trouwens al verminderd van 800 naar 500. De Stad bepaalde ook dat zo’n 40% van de toekomstige woningen passiefwoningen moeten zijn. Daarmee werd de keuze gemaakt voor de bouw van 185 duurzame woningen en krijgt Gent de grootste duurzame woonwijk van Vlaanderen.

20% van de woningen moeten sociale woningen zijn, waarvan een groot deel sociale koopwoningen zullen zijn. ‘Een eigen huis is de beste bescherming voor later!’, zo klinkt het uit politieke hoek (vooral wanneer de sociale voorzieningen en sociale zekerheid worden afgebouwd en geprivatiseerd, vergeet men er bij te vertellen). Verder zou er voor het eerst geëxperimenteerd worden met het concept ‘sociale return’, waarbij de projectontwikkelaars zo’n 0,2% van de winst (die zo’n 10 à 13% bedraagt) herinvesteren in sociale- of buurtprojecten. Eerst zou dit onderdeel vormen van het bestek via de oprichting van “een buurtbeheerfonds” waarbij 50.000 EURO voor de buurt zou voorzien worden. Later is dit door de Stad Gent uit het bestek gehaald, terwijl dit eigenlijk over “peanuts” gaat in vergelijking met alle andere investeringen.

Rabot 2
(foto: Nathalie Decoene)

 

Recreatieve structuur en buurtinrichting.

De zogenaamde “recreatieve structuurnota” werd opgemaakt onder leiding van de Jeugddienst. Dit plan raakt de kern van wat sociaal-innovatieve stadsontwikkeling is. De reële gebruiksruimte en dagelijkse formele en informele sociaal-ruimtelijke praktijken en trajecten van buurtbewoners en wijkgebruikers worden hier in kaart gebracht, ten einde een toekomstige wijkinrichting mogelijk te maken.

“Textiel” vormt  de rode draad om de buurtgebondenheid en de wijkidentiteit te versterken. Deze thematische rode draad refereert naar het textielverleden van de wijk en naar de sociaaleconomische dimensies die daaraan kunnen gekoppeld worden. Hiertoe werden reeds enkele projecten op touw gezet, zoals “Memory On-Off” in samenwerking met Bart De Wilde van het Masereelfonds. Het project maakte ruimte voor het belang van lokale wijk- en stadsgeschiedenis. Er werd ondermeer gekeken naar de verhouding tussen deze historische “hardware” van de wijk en de integratie van nieuwe bevolkingsgroepen. Ook andere projecten staan op til zoals het aanbrengen van wijkornamenten, om de symbolische geladenheid van specifieke plaatsen in het Rabot te benadrukken. Ook het project “catwalks” gaat op zoek naar deze feitelijke gebruiksruimte en geleefde wijkpraktijken en trajecten van kinderen om van daaruit een recreatief parcours uit te bouwen. Het credo is te vertrekken vanuit de publieke ruimte als geleefde ruimte om een antwoord te krijgen op de vraag naar mogelijke invulling ervan. Een eerste mooi voorbeeld is de uitbouw van de speelinfrastructuur via het speelweefselbeleid. Allerlei nieuwe plekken worden uitgetekend in de wijk, waarvoor eventueel ook “buurtbeheer” zou mogelijk zijn.

 

Die ‘ideologie van de sociale mix’ is veeleer een schaamlapje dan een daadwerkelijke aanpak van de armoede- en huisvestingsproblematiek in de armste wijk van Gent 

 

Gebiedsgerichte sociaal-economische regeneratie.

De sociaal-economische problemen van de Rabot-Blaisantvestwijk zijn ernstig. De wijk staat op nummer één in Gent wat betreft vergrijzingsdruk, bevolkingsdichtheid, het aantal OCMW-gerechtigden en niet-werkende werkzoekenden. Op de Rabot-Blaisantvest vinden we de hoogste percentages van mensen met de laagste inkomens en het grootste aantal allochtonen en vluchtelingen. De problemen kunnen hier dus niet worden opgelost door het aantrekken van de middenklasse. Dit zou immers enkel leiden tot wijzigingen van de armoedestatistieken, maar niet noodzakelijk iets verhelpen aan de reële armoede op het terrein. Vandaar het belang van de plannen voor de sociaaleconomische regeneratie van de Rabotwijk, ook al staat het creëren van emancipatorische hefbomen voor kwetsbare groepen nog in zijn kinderschoenen.

De dienst economie van de Stad Gent experimenteert met het concept ‘gebiedsgerichte sociaaleconomische ontwikkeling’. In samenwerking met de Dekenijen, Samenlevingsopbouw en andere partners (Stramien/ Socioloog & Planoloog Wim Kenis), UNIZO en Gebiedsgerichte werking wordt een sociaaleconomisch actieplan voor de wijk opgesteld en een ‘streefbeeld’ voor de Wondelgemstraat. Daarbij wordt gemikt ‘herkenbaarheid’, waardoor de focus op de bestaande winkels ligt. Bovendien moet de straat “herbergzaam” en “bereikbaar” zijn. De centrale winkelstraat krijgt in samenwerking met alle handelaars en studenten van het beroepsonderwijs een ‘Make Over’. Hiervoor worden subsidies uitgereikt voor de verfraaiing van de winkels en handelshuizen.

Anderzijds wordt er gezocht naar verschillende opportuniteiten bij buurtbewoners. Het werd duidelijk dat er onder de allochtone gemeenschap aan huiseconomie werd gedaan. Tijdens ontmoetingsactiviteiten werd handgemaakt textiel verkocht. Daaruit groeide het project ‘Bind-Weefsel’, een creatief textielatelier waar allochtone vrouwen werken rond een gemeenschappelijke taal: textiel. Het doel is om te onderzoeken hoe dit project kan uitmonden in een sociaal tewerkstellingsproject waarbij de allochtone vrouwen hun creaties op een legale manier aan de man kunnen brengen. Dit project wordt ondersteund door stedelijke integratiedienst en met middelen van Agora. Dergelijke strategieën vertrekken vanuit de bestaande sociale relaties en reële dagelijkse praktijken van mensen, om die vervolgens om te buigen tot emancipatorische sociaaleconomische hefbomen. Echter, naast de ontwikkeling van de economie van ‘binnenuit’, wordt er ook gemikt op trekkers van ‘buitenaf’. Daartoe kunnen (allochtone) ondernemers met nieuwe winkels subsidies krijgen via het Starterscontract, dat erop mikt hun slaagkansen te verhogen. Tenslotte liggen plannen op tafel met betrekking tot de ondersteuning van horeca aan het begin van de Wondelgemstraat, rond de Site en aan de Wiedauwkaai.

 

Uitsmijter

“Bruggen naar Rabot” is een sterk project dat kan staan voor “geïntegreerde planning” vanuit het bestaande buurtweefsel en de buurtgebonden uitdagingen. Het project biedt duurzame en sociaal-ingebedde antwoorden voor de toekomst van de mensen in de wijk. En toch blijft de Heilige Koe van de ‘sociale mix’, de vermenging van verschillende socio-economische klassen, sterk aanwezig. Het stadsbestuur meent dat deze sociale mix kan zorgen voor een ‘sneeuwbaleffect’ voor de gehele buurt. Vooral in de Wondelgemstraat verwacht het stadsbestuur nieuwe welvarende bewoners die zullen investeren in de wijk, waardoor geleidelijk aan de sociale achterstelling van de hele wijk moet verdwijnen. Die middenklasse, zo blijft men altijd beweren, kan “het sociaal kapitaal” van de armere Rabotgroepen verhogen.

Die ‘ideologie van de sociale mix’ is veeleer een schaamlapje dan een daadwerkelijke aanpak van de armoede- en huisvestingsproblematiek in de armste wijk van Gent. Sinds tien à vijftien jaar doet zich immers op bijna onzichtbare wijze een ‘gentrificatieproces’ voor -een proces van sociale verdringing door stijgende huurprijzen- in achtergestelde buurten waar ook betere woningen zijn; al is hier nog steeds geen enkele monitoring of “sociaal-effecten rapport” voor voorzien. Het nieuwe gerechtsgebouw en de voorziene nieuwe “duurzame” woningen voor de middenklasse zouden dit proces ook in deze buurt wel eens kunnen versterken. Het bewijs is de opkoop van een gebouw voor een hippe loungebar door de Polé Polé-cafemagnaat. Het zijn de eerste tekenen dat het type wijkbewoners en de wijk zullen veranderen, wat op zich geen probleem is. De  uitdaging is echter deze oudere en nieuwe groepen te verbinden, de oorspronkelijke bewoners te beschermen tegen verdringing, emancipatorisch hefbomen uitbouwen voor de kwetsbare groepen en de bestaande wijkvoorzieningen een toekomst te geven. Al komt het project hier deels aan tegemoet, het is toch goed nieuws dat de klankbordgroep terug opnieuw in het leven wordt geroepen, en dat de basiswerkingen, de handelaars en het middenveld, samen met de bewonersgroepen en de projectgroepen terug hun stem kunnen laten horen.

 

PASCAL DEBRUYNE