Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Flikken: “Etnisch-culturele minderheden zijn geen wasproducten”

Flikken
(foto: freddy Willems)
Frank Vandewalle (l.) en Herman Huvenne (r.)

Al sinds jaar en dag zetten politie-inspecteurs Frank Vandewalle en Herman Huvenne zich in voor het goed 'geleiden' van het samenleven tussen autochtonen en allochtonen in Gent. Beiden werken ze voor de integratiecel, onderdeel van de maatschappelijke cel van de Politie Gent. Frank en Herman; In het allochtone verenigingsleven is dit duo ondertussen een begrip geworden. Om meer te leren over hun ervaringen met  'diversiteit' zocht TiensTiens hen op.

We zitten nog niet helemaal neer of we worden al verzocht om het lokaaltje waar slachtoffers worden opgevangen terug te verlaten. Een crisisgeval: een gezin met kleine kinderen is net bij de politie aangekomen. Terwijl we onze spullen pakken wordt een kinderbedje de kamer binnengebracht en de verwarming een paar graden hoger gezet. Even later zitten we enkele gangen verder rond de tafel.

Het is nog even wachten op de laatste cijfers, maar in 2007 klopte de integratiecel af op 330 interventies,vooral bij familiale problemen. In totaal voerden Herman, Frank en hun collega 1614 gesprekken. We staan even paf van de aantallen. En dat betreft louter de individuele hulpverlening van 2007. Want dat komt bovenop het collectief werk: toezien op het verloop van de religieuze gebeurtenissen, collectieve bemiddelingsgesprekken voeren in gevallen van klachten met betrekking tot 'overlast' en bij internationale spanningen die ook hier voor beroering zorgen onder etnisch culturele minderheden.

 

"Je kan de problemen van de vierde generatie niet uitleggen op basis van de afkomst van de ouders"

Nieuwe buren; oude klachten

De groepen waar Frank en Herman mee werken zijn in de eerste plaats etnisch-culturele minderheden, mensen zonder papieren en nieuwkomers. “Maar pas op, ik heb een hekel aan hoe de pers altijd schrijft over 'allochtone jongeren', waarschuwt Frank ons. “Je kan de problemen van de vierde generatie niet uitleggen op basis van de afkomst van de ouders. Kijk naar de buurten waar die jongeren leven: nauwe besloten straten, weinig open ruimte. Kijk naar de invloed die scholing en leeftijdsgenoten hebben op een jongere, kijk naar het gebrek aan kansen op het vinden van werk, het behoren tot de vierde wereld, ...” Veel van de spanningen tussen mensen in de stad zijn ook niet specifiek problemen met 'allochtone jongeren'. Frank: “Wanneer er spanningen zijn in de zomervakantie, als autochtone bewoners bijvoorbeeld klagen over jongeren die 's avonds laat nog op straten of pleintjes rondhangen en lawaai maken. Is dat een probleem van autochtonen en allochtonen? Misschien is het eerder een conflict tussen jong en oud, tussen generaties.”

Onze vragenlijstjes blijken overbodig. Frank en Herman praten honderduit over het werk waar ze dag in dag uit mee bezig zijn, tot in de weekends toe. “We zijn 24u bereikbaar en beschikbaar. We ondersteunen de lokale diensten, bijvoorbeeld bij dringende gevallen, zoals het opvangen van slachtoffers van een verkeersongeval of bij ernstige familiale moeilijkheden. Wij zijn er vooral daar waar de culturele achtergrond van mensen verschillend is. We trachten te luisteren en te bemiddelen”, zo vertelt Herman. “60% van de problemen houden verband met de spanningsvelden in relaties tussen mensen”, zo onderbreekt Frank. “Er zijn buurten waar de straat deel uitmaakt van het huis, want mensen hebben er immers geen tuin. De meeste misverstanden op straat, tussen buren bijvoorbeeld, zijn echter te wijten aan misverstanden door taalverschillen. Mensen begrijpen elkaar niet en wanneer je dan iets uitlegt zegt diegene die zich ergerde “Maar had ze dat dan niet kunnen zeggen!?.” De politie-inspecteurs prijzen de grote investeringen die de Stad Gent gedaan heeft in buurten zoals het Rabot en de Brugse Poort. Die ingrepen waren broodnodig, omdat mensen er zo dicht op elkaar moeten leven. Bovendien steeg het aantal inwoners in de stad Gent op een paar jaar tijd met meer dan 10.000. Dit brengt bijvoorbeeld met zich mee dat mensen soms intolerant zijn over kleine zaken die nieuwkomers, bijvoorbeeld uit Oost-Europa, nog niet onder de knie hebben. Frank en Herman verwijzen naar de klachten van mensen van Turkse origine over hun nieuwe buren die hun huisvuil langs de straten dumpen . Het punt is dan om deze mensen uit te leggen hoe onze reglementen in elkaar zitten. Dat komen mensen niet altijd van zelf te weten..

Er wordt wel vaker gesproken in stereotypen over elkaar. 'De Bulgaren zijn zus, de Turken zo, de Roma...'. Wat doen Frank en Herman wanneer ze geconfronteerd worden met stereotypering en intolerantie, vragen we ons af. “We laten mensen uitspreken en proberen te achterhalen waarom iemand in zo'n termen spreekt. Heeft die persoon iets meegemaakt? 'Die Turken' waar iemand zich aan ergert kunnen ook gewoon de spelende kinderen zijn die hem of haar het middagdutje ontzeggen.”

 

"Wanneer je met repressie begint dan verlies je het vertrouwen van de mensen en dan kan je niet langer aan preventie doen"

‘Basisgerichte politiezorg’

Frank en Herman kennen het 'allochtone' middenveld, en het middenveld kent hen. “De mensen in de gemeenschappen zelf zijn onze ogen en oren”, zo stelt Frank. De inspecteurs overleggen met de leidinggevenden van de gebedshuizen in Gent en de verenigingen: regelingen voor het offerfeest, het in goede banen leiden van zogenaamde 'vreugdecaravanen' van toeterende wagens naar aanleiding van belangrijke voetbalmatches, het begeleiden van protestmanifestaties, ...  “In plaats van zaken zoals caravanen te verbieden proberen we ze te kanaliseren, zodat het verkeer niet te sterk gehinderd wordt”, zo legt Frank uit.  “We werken vooral preventief en zo weinig mogelijk repressief. Wanneer je met repressie begint dan verlies je het vertrouwen van de mensen en dan kan je niet langer aan preventie doen.” Dat klinkt logisch. “Maar we zijn natuurlijk ook meer dan een burgerdienst en hebben ook een politionele bevoegdheid. Zo is er toch altijd nog een stok achter de deur, als dat nodig is.” Basisgerichte politiezorg of  'community policing', zo heet dit.

“Elk gesprek is een sollicitatiegesprek”, zo stelt Frank. Frank en Herman leggen uit dat ze punten winnen met gevoeligheid tonen voor culturele verschillen. Ze ergeren zich aan hulpverleners die etnisch-culturele minderheden omschrijven als 'wasproducten': “met Maghrebijnen doe je zo, met Turken doe je zo...” Wat voor Frank en Herman telt is of je te maken hebt met iemand uit een open of een gesloten gemeenschap. Dat vraagt natuurlijk wat meer uitleg en die krijgen we dan ook. “In een gesloten gemeenschap is er een soort van hiërarchie. Anderen zijn belangrijker dan jezelf, terwijl in een open gemeenschap net jijzelf, als individu op de eerste plaats komt. Bovenaan staat religie, dan komt de overheid, de omgeving, dan het eigen gezin en dan pas het individu. Dat heeft voor- en nadelen. Met kerst hadden we bijvoorbeeld een vrouw van Turkse origine die zwaar gewond geraakt was in een ongeval. Welnu, de ganse straat vangt dat op. De mantelzorg is sterk. Mensen ondersteunen elkaar dagen lang. Je moet dit weten, omdat het dan niet veel zin heeft  om met een hele reeks diensten te komen aanhollen. De diensten gebruik je dan in het verlengde. Moeilijk is het dan weer als iemand echt voor zichzelf wil opkomen in zo'n gemeenschap. In zo'n situaties moeten we bemiddelen en mensen overtuigen om iets te doen.”

Is het dan niet moeilijk wanneer je persoonlijke overtuigingen als politieman botsen met die van de mensen waarmee je werkt, leggen we het duo voor. “Wij oordelen niet. Wij moeten onze neutraliteit bewaren. We moeten niet proberen om mensen van overtuiging te veranderen maar mensen trachten te begrijpen en zoeken naar de oorzaken van problemen” Frank en Herman zijn van mening dat de politie in de toekomst steeds meer geconfronteerd zal worden met waardendiscussies, waardoor de nood aan bemiddelaars zal blijven stijgen. Gelukkig zien ze dit vandaag al gereflecteerd in de politie-opleiding. Herman en Frank staan zelf ook regelmatig voor de klas, maar dan in de inburgeringscursussen. Aan de nieuwkomers wordt uitgelegd wat de politie is en voor de gelegenheid doen Herman en Frank dit in hun uniform, dat in hun dagelijkse werk normaalgezien in de kast blijft hangen. “Het is belangrijk om mensen uit te leggen wat de politie is omdat veel mensen uit landen komen waar de politie slechts een instrument van repressie is.” Voor het werk dat Frank en Herman verrichten krijgen ze veel dankbaarheid terug. “Eigenlijk bouwen we door onze zichtbaarheid en aanspreekbaarheid respect op bij de mensen en dat werkt beter dan puur machtsvertoon.”

 

KOEN DE STOOP EN MARLIES CASIER