



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Reclaim the streets!
De stRaten-generaal voor de opwaardering van de straat
Weinig burgerinitiatieven maken tegenwoordig zoveel ophef als de stRaten-generaal in Antwerpen. Wat begon als een actiegroep tegen het vellen van kerselaars is uitgegroeid tot een burgerbeweging die door enkele bedrijfsreuzen als volwaardige discussiepartner aanvaard wordt. Onlangs stichtte de stRaten-generaal, samen met onder meer Ricardo Petrella, de Universiteit voor het Algemeen Belang (UAB). TiensTiens ging op zoek naar de bezieling van deze groep en praatte met Noortje Wiesbauer over stedelijkheid, de plicht tot burgerschap en de drang om de wereld te veranderen.
De verfoeiing van de straat
> Waar komt de naam stRaten-generaal vandaan?
Wiesbauer: “De naam verwijst naar de Staten-Generaal uit het verleden. Die vergadering kon zowel door de vorst als door de hoofden van elke staat bijeengeroepen worden. Zo’n structuur toont aan dat autonomie en samenhang te verzoenen zijn. De stRaten-generaal wil de mogelijkheid scheppen om mensen en groepen samen te brengen zonder te centraliseren of elkaar op te slokken. StRaten-generaal verwijst uiteraard ook naar de straat, de ruimte voor het publieke leven. Uitdrukkingen over de straat bevatten meestal iets kwetsbaars, denk maar aan straatmadelief, straatkinderen, van straat geraken, op straat staan, enzovoort. De straat wordt vaak gezien als een te vermijden ruimte: een oord van criminaliteit, een plaats die gevaarlijk is voor vrouwen,... Wij proberen de straat te herwaarderen en verzetten ons tegen de tendens om zich terug te trekken in de privésfeer. De straat of het park zijn van oudsher erg belangrijk voor mensen die binnenshuis niet over voldoende ruimte beschikken.Daartegenover staan ‘verburgerlijkte’ mensen die niet betrokken zijn bij de publieke ruimte: ze bewegen zich zelden op straat en openen hun garage met afstandsbediening. Sommige mensen halen meer en meer hun neus op voor de openbare ruimte en willen dat ze ‘versjiekt’. Bij stadsontwikkeling wordt vaak resoluut voor zo’n ‘versjieking’ gekozen, dat merk je bijvoorbeeld aan de beleidsterm ‘opwaardering’, waaruit duidelijk een minachting voor bepaalde wijken spreekt. Op die manier wordt een échte herwaardering van de wijk, waarin de visies van verschillende belangengroepen worden samengebracht, verwaarloosd. Wij willen tegelijk de ‘versjieking’ ontmaskeren en de ‘verfoeiing’ van de straat tegenwerken. Enkele jaren geleden is de StRaten-Generaal ontstaan door de dreigende – en intussen gerealiseerde - ‘versjieking’ van het Zuid in Antwerpen. Ondanks het protest zijn daar bomen gekapt om ze door stenen te vervangen. Dat gebeurde ‘s nachts om protestacties te vermijden. Daarna bleef de actiegroep samenkomen. We beperkten ons niet langer tot de wijk en gingen structureler te werk, onder andere met de publicatie van de Gazet van Babel. Die krant ging zowel over protest en verzet als over de passieve houding van intellectuelen. De rebellen van vroeger conformeren zich nu aan de beleidsopvattingen. De huidige verzuring heeft deels te maken met de afwezigheid van die voormalige critici. In de jaren zestig bezetten ze nog pleinen en straten, vandaag minachten de vroegere rebellen actievoerende burgers en verwijten hen het not in my backyard -syndroom. We wilden met de krant een kritiek geven op het verwaarlozen en belachelijk maken van groene thema’s en op de toenemende uitverkoop van stukken stad als toeristische plaatjes.”
Burgerparticipatie en stedelijkheid
> Wat betekent ‘stedelijkheid’ voor jullie?
Wiesbauer: “Voor ons staat burgerparticipatie centraal. Je bent geen burger als je niet participeert. Participatie is dus niet alleen een recht, het is ook een plicht. Een burger die niet participeert is een interne tegenspraak. Dan ben je een individu, een werknemer, een consument, ... maar geen burger. Wie deel uitmaakt van een samenleving moet er ook aan deelnemen, dat hoort zo. Stad en stedelijkheid zijn onlosmakelijk verbonden met burgerschap. We pleiten voor een letterlijke invulling van het concept ‘stadsrepubliek’.
Tegenwoordig zijn we ons te weinig bewust van ons burger-zijn. De ondernemer is vergeten dat hij ook burger is. De politicus is vergeten dat hij burger is. Dat is een heel ander perspecief dan dat van de kloof tussen de burger en de politiek. Wie denkt in termen van ‘gaan we HEN inspraak geven?’, is verkeerd bezig. Het onderscheid tussen ‘wij’, de politici en ‘zij’, de burgers wijst immers op segregatie. De sleutel is dat ‘iedereen’ burger is. Daarom pleiten we voor een publiek-privaat-politieke samenwerking (PPPS), in plaats van de privaat-publieke samenwerking (PPS). Bij dat laatste staat het publieke, verengd tot het beleid, tegenover het private, de ondernemingen met hun eigenbelang. De realiteit vertoont meer schakeringen.”
> Jullie bekritiseren dus geïnstitutionaliseerde vormen van politiek. Is jullie alternatief dan ‘het recht op politiek spreken en handelen’, waarbij het publiek debat centraal staat?
Wiesbauer: “Door te spreken in termen van ‘wij’ en ‘de burgers’ verloochenen politici de eigenlijke missie van de politiek. Ze ontkennen dat politiek net de opbouw van de samenleving en van gedeeld burgerschap tot taak heeft. Wij kiezen er bewust voor om ook met ondernemers te praten zodat ‘burgers’ niet tegenover ‘ondernemers’ komen te staan. Burgerschap is wat we allen met elkaar gemeen hebben. In de stad zijn we onvermijdelijk op elkaar betrokken, denk maar aan het openbaar vervoer of aan de heraanleg van wegen. De stad is niet zomaar een verzameling van gebouwen, straten en kabels. De bedrijvigheid en de dynamiek van de stad maken de kern uit van onze dagelijkse stedelijke ervaring. Maar ‘stedelijkheid’ is voor mij een ‘manier van zijn’, meer nog dan een ‘manier van handelen’.”
> “Stedelijkheid” betekent voor jullie dus echt een actieve deelname aan het publieke leven?
Wiesbauer: “Stedelijkheid houdt op wanneer je niet langer moet spreken en handelen. Er wordt voortdurend onderhandeld tussen politici, ondernemers, pers,... De stad is gelaagd. Die verschillende lagen geven vorm aan stedelijkheid en bepalen bovendien het onderscheid tussen stad en niet-stad. Het stedelijke is de betrokkenheid op de straat en op de publieke ruimte. De stRaten-generaal is dus eveneens een stedelijk fenomeen. Dat wij begaan zijn met stedelijkheid betekent echter niet dat we de niet-stad niet willen vrijwaren. De stad en stedelijkheid bestaan slechts dankzij de niet-stad. Ze versterken elkaars eigenheid. Dit perspectief laat toe om fenomenen als stadsvlucht in een complexer daglicht te stellen.Vlaanderen boet in aan stedelijkheid door de vervaging van de grens tussen stad en niet-stad.
Stadsontwikkeling
> De sociaal-geograaf Chris Kesteloot beweert dat het stedelijk beleid steeds meer wordt afgestemd op mensen die net níet in de stad leven. Het zijn namelijk de mensen van buiten de stad die over de koopkracht beschikken om de stad als ‘consumptiestad’ te benaderen. Mensen uit Sint-Martens-Latem bijvoorbeeld komen ‘s zaterdags shoppen in Gent. Ze verwachten daarbij een nette en veilige stad. Het stadsbestuur speelt daarop in en gaat enorm investeren in het proper houden van het centrum en in meer blauw op straat. Maar daarbij maakt de stad gebruik van het belastinggeld van de eigenlijke stadsbewoners, ten voordele van de stadsgebruikers.
Wiesbauer: “Het stadscentrum wordt inderdaad afgestemd op kopen, recreatie en uitgaan. Het lokale bestuur besteedt te weinig aandacht aan de noden van diegenen die in de stad wonen. Wie alleen naar de stad komt om mosselen met friet te eten, is eigenlijk een delinquent in de stad. Maar de stad gaat door de knieën voor mensen die geen wezenlijke band hebben met de stad. Beleidswerkers moeten aan die mensen, maar ook aan ondernemingen, respect bijbrengen voor de stad en haar bewoners. Wij pleiten bij stadsontwikkeling voor het opstellen van sociaal-effectenrapporten. Zo’n rapport wil bij de inplanting van een project ook rekening houden met de impact op de wijk. En daarbij moet het lokaal beleid ook de concepten ‘burger’ en ‘participatie’ verfijnen en stimuleren. De stad wordt gepromoot als place to be, maar ondertussen voelen de bewoners aan dat er iets niet klopt. Zij zien de stad helemaal anders dan ze wordt afgebeeld in grote projecten en op TV. Een mooi voorbeeld was het project ‘Antwerpen, wereldboekenstad’. Toen was, ironisch genoeg, de Antwerpse bibliotheek een heel jaar gesloten. Politici hebben er alles voor over om bedrijven aan te trekken en hen van voordelen te voorzien, terwijl de bevolking hoort dat opofferingen onvermijdelijk zijn. Door aan tafel te zitten met ondernemers ervaren we nochtans dat zij wél bereid zijn om rekening te houden met het algemeen belang. We laten hen zien dat burgers niet alleen een bedreiging vormen. Vanuit ondernemingen ontstaan dan ook vaak initiatieven naar de bewoners toe. We hebben de indruk dat politici in die zin te weinig ‘ondernemers’ zijn. Met politiek moet je meer dienen dan partijbelang of eigenbelang. Ondernemers handelen ook wel vanuit eigenbelang maar zijn veelal gedrevener terwijl ze bezig zijn met een bepaald project. In sommige gevallen hebben wij dus meer affiniteit met de ondernemers dan met de politici.”
> Jullie illustreren de eenzijdigheid van stadsontwikkeling met de verwikkelingen rond het Kievitplein. Alcatel en Robelco, twee belangrijke firma’s, wilden samen met de stedelijke overheid de stadsontwikkelingsplannen voor het Kievitplein volledig aanpassen aan de behoeften van het bedrijf, zonder rekening te houden met de impact op de wijk. Hoe zijn jullie erin geslaagd om met hen een akkoord te bereiken? Hoe koppel je de privébelangen aan de publieke belangen?
Wiesbauer: “Je moet ondernemers doen inzien dat het algemeen belang niet per definitie haaks staat op bedrijfsbelangen. Zo’n ommekeer in het denken is wel afhankelijk van een aantal personen die erin geloven. Het mag geen liefdadigheid zijn vanuit de bedrijfswereld, als een aanvulling op het eigenbelang. Het gaat erom eigenbelang te contextualiseren in het algemeen belang. Rekening houden met het algemeen belang creëert een meerwaarde voor alle actoren, ook voor de ondernemers.”
> Is dat niet confronterend voor overheden, dat jullie doen wat zij onmogelijk achten? Jullie verzoenen privébelangen met publieke belangen, terwijl het stadsbestuur blokkeert uit angst dat Alcatel de stad zou verlaten, met massale werkloosheid tot gevolg.
Wiesbauer: “Daar kan je nu echt boeken over schrijven! De overheid weigerde in dit dossier om de rol van bemiddelaar te spelen tussen Alcatel en de wijk. Het doembeeld van het mogelijke vertrek van Alcatel werd opgehangen om ons aan te manen te zwijgen. Maar als overheid kun je niet zomaar één kant kiezen. Je moet zowel het bedrijf in de stad zien te houden als rekening houden met het sociale weefsel. Toen we inzagen dat de overheid niet wilde luisteren naar de burgers, zijn we zelf naar de bedrijven gestapt. Ze konden ons als stRaten-generaal niet verwijten dat we uit eigenbelang handelden, want we hadden helemaal geen belangen in die zaak. Op dat moment waren wij een spiegel voor het stadsbeleid, en het was geen fraai beeld. We contacteerden personen die zowel in de bedrijfswereld als in het middenveld een hoge betrouwbaarheid en geloofwaardigheid hadden en brachten hen samen rond de tafel. De stad reageerde daar zeer negatief op. Ze begreep niet hoe wij ons als gelijken durfden op te stellen. Vanuit Alcatel/Robelco daarentegen was de samenwerking heel constructief. Absolute opposanten zaten door onze bemiddeling opeens samen. De grote afwezige was en bleef de stedelijke overheid!”
Auto-mobiel
> Heeft onze representatieve democratie nog wel zin? Zijn er niet steeds meer mensen die verdwalen in het stedelijke weefsel? Onze traditionele leefruimtes, zoals de gemeenschap en de buurt, worden steeds sterker opengebroken en de complexiteit van het samenleven stijgt. Velen voelen zich ontworteld. Vreemd genoeg spelen overheden daar niet of nauwelijks op in, bijvoorbeeld door het creeëren van nieuwe vormen van betrokkenheid en burgerschap.
Wiesbauer: “De mens is volgens mij een ‘auto-mobiel’. Hij is én mobiel en doet alles zelf, maar aan de andere kant staat hij daar, helemaal alleen. Hij is enkel op zichzelf aangewezen. Dat zorgt ervoor dat hij wel autonoom is, maar voortdurend dreigt de weg kwijt te raken. Dat is bedreigend voor de democratie – toch als je ervan uitgaat dat de representatieve democratie de best mogelijke vorm van democratie zou moeten zijn – en werkt blijkbaar de ‘niet-democratie’ in de hand. Mensen voelen zich niet betrokken. Alles wordt overgelaten aan de vertegenwoordigers zonder dat er nog verbondenheid is met de stedelijke leefwereld. Het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap en de drang om het politiek dier in jezelf te ontdekken of te ontwikkelen, worden opzij geschoven. Terwijl de stRaten-generaal het vrije politieke spreken en handelen tracht te bevorderen, slingeren sommige politieke driftkikkers ons naar het hoofd dat we de representatieve democratie ondermijnen! Als dit betekent dat wij de representatieve democratie in haar huidige vorm moeten aanvaarden, dan ondermijnen we ze inderdaad. Burger-zijn heeft weinig te maken met de huidige rol van het kiesvee. We zijn aan verbeelding toe over nieuwe vormen van democratie, vormen die wél in staat zijn de participatie te realiseren. Burger-zijn bestaat niet zonder participatie. Het is niet zomaar een recht, maar ook een plicht. Deze nieuwe participatieve democratievormen zullen globale agendapunten moeten koppelen aan lokale agendapunten. Duurzaamheid en dierbaarheid zullen centrale begrippen zijn om het beleid te toetsen aan het algemeen belang.”
Potentie
> Meestal wordt beweerd dat in achtergestelde buurten het cultureel kapitaal veel lager ligt dan in de meer gegoede buurten. Toch is er volgens jullie veel potentieel in die buurten.
Wiesbauer: “De wijken waarvan beweerd wordt dat ze wél potentie hebben, namelijk de meer welgestelde buurten, dat zijn eigenlijk de wijken met weinig potentie! Het is in die wijken dat je straathoekwerkers moet zetten, want dat zijn de buurten die er slecht aan toe zijn. De kansarme wijken zijn misschien net de wijken met het grootste potentieel. Dat betekent niet dat je ze mag veronachtzamen. Je mag je ogen niet sluiten voor achterstelling. Het probleem is dat de diversiteit en eigenheid van kansarme buurten niet erkend wordt. Men beschouwt ze als een ghetto dat neer te maaien is. Het oude ghetto moet plaats ruimen voor een nieuw ghetto van middenklassemensen en nieuwe rijken. Men ontkent daardoor het recht op anderszijn. Men droomt dan van een standaard-stedeling, die een dubbel inkomen heeft en géén kinderen, en dus beter in staat is om te consumeren. Men droomt dan van een stad voor ‘the happy few’, geen stad voor ‘the happy many’. Projectontwikkeling wordt beperkt tot een ‘tabula rasa’, zonder respect voor het potentieel dat in de wijk aanwezig is. Zelfs het discours van klein links maakt fouten omdat het eenzijdig de kwetsbaarheid benadrukt en de potentie negeert. Het veresthetiseert de armoede. Het Yuppie-socialisme is ook al niet beter, omdat het in de val trapt van het bourgeoisideaal. Onder het mom van de ‘sociale mix’, wat een politiek-correcte yuppieterm is, worden projecten neergepoot in een wijk waar ze niet thuis horen. Beide perspectieven miskennen het potentieel dat in een wijk aanwezig is. Het emancipatorische woordgebruik, met begrippen als sociale mix, inspraak en participatie, wordt misbruikt om projecten door te drijven op een politiek correcte manier. Ons pleidooi voor een ‘warme wijkontwikkeling’ en voor ‘duurzaamheid’ staat lijnrecht tegenover het neerpoten van een project als De Permeke-bibliotheek in Antwerpen. Om het cru te zeggen: je importeert bijna een ziekte in zo’n wijk. Je kan echt niet zomaar van bovenaf een project neerpoten in een buurt en de aanwezige diversiteit compleet negeren. Het is niet omdat iets duur en chique is, dat het geen stadskanker kan zijn. De prostituees schreven trouwens een brief over hoe gevaarlijk ze de buurt nu vinden, met al die boekenfreaks die daar rondlopen! (lacht)”
> Jullie pleiten ervoor om in achtergestelde buurten de CAN-DO'ers op te sporen. Wie zijn dat precies?
Wiesbauer: “Met de CAN-DO’ers spreek je het sociaal kapitaal aan dat in sociale groepen en wijken aanwezig is. Uit studies blijkt dat vijftien procent van de bevolking bereid is energie te steken in zaken die een ruimer doel dienen dan het eigenbelang. Als we daar een beroep op doen, kan de energie die daarbij vrijkomt de vonk aanwakkeren en doen overslaan. Dat heeft een uitbreidend effect. Een maatschappij kan heel wat meer solidair, duurzaam en dierbaar worden als je dat potentieel aanspreekt. Met dat potentieel kunnen we warme plekken creëren. Wij houden in die zin een pleidooi voor de opwarming van de aarde! (lacht)”
Inspraak
> Inspraak is hét nieuwe toverwoord in het beleidsjargon, maar die inspraak is vaak erg beperkt, zoals dat in Gent voor de plannen met de stationsbuurt het geval is. Wanneer kan er sprake zijn van échte inspraak?
Wiesbauer: “Het is vooral belangrijk om netwerken uit te bouwen en uit te breiden. Het concept ‘burgerschap’ kan verschillen tussen mensen opheffen. ‘Anderszijn’ staat centraal: er is niet één belang dat door iedereen gedragen wordt, verschillende belangen en functies ontmoeten elkaar. Dat leidt tot een ander soort inspraak dan wat daar normaal onder verstaan wordt. De stad Antwerpen bijvoorbeeld gebruikt en misbruikt het wijkoverleg om burgers een vals gevoel van inspraak te geven. Het wijkoverleg moet steeds de standpunten afzwakken en diplomatischer maken: ‘sorry’ zeggen, dus. Het moet de incompetentie opvangen van een overheid die er niet in slaagt om haar burgers aan te spreken. Wijkoverleg zou een goede vorm van inspraak kunnen zijn, maar in de huidige praktijk is het een buffer tégen emancipatie. Voor ons houden participatie en overleg in dat er zowel verschillende visies en belangen als het algemeen belang aanwezig zijn. Die twee uitersten houden elkaar onophoudelijk in stand en stuwen elkaar voort. Zoals de filosoof Sloterdijk zegt: we zullen het met elkaar moeten doen, want we bewonen dezelfde atmosfeer. Daarom zijn we ook steeds bondgenoten en lotgenoten van elkaar.”
Kennis en verbeelding
> Over Sloterdijk gesproken: volgens hem vervaagt ook het vroegere onderscheid tussen ‘binnen’ en ‘buiten’. De sferen van het gezin, de familie, de buurt en de natie, waarmee we ons konden afschermen tegen de buitenwereld, worden steeds meer opengebroken. We moeten volgens Sloterdijk ‘binnenstebuiten’ leren denken. Waar binnen en buiten in elkaar overgaan, staat ons denken voor een nieuw leerproces. Er is een enorme kennis nodig om zo te leren denken, maar helaas wordt de beschikbare informatie almaar ontoereikender. Alles moet kort, flashy en vooral niet te moeilijk zijn. Hoe kunnen we dan ooit de complexiteit van de wereld voldoende leren begrijpen?
Wiesbauer: “De oprichting van de Universiteit voor het Algemeen Belang (UAB) in Antwerpen, samen met De Ploeg en Ricardo Petrella, is een logisch gevolg van die bekommernis. De afname van kennis zorgt voor een reactionaire tendens en herleidt de mens tot consument, tot intellectueel, ... Mensen hebben ook het gevoel dat ze hun woordvoerders kwijt zijn, ze worden met verstomming geslagen. Het immobilisme dat daaruit voortvloeit, is enorm. Wij willen daarentegen kennis vergaren waarmee we weerwerk kunnen bieden. De UAB wil een laboratorium worden dat een rusteloze rustplek wil zijn, een plaats die zowel rust en vertrouwen biedt als een stimulering tot verder denken. We proberen kennis tot leven te wekken en die te gbruiken tegen kennis die tot niets leidt. De stad en stedelijkheid zullen in het project worden betrokken: in de schoot van de UAB willen we de stad als utopie bestuderen, zonder een duidelijk antwoord te geven op de vraag waar we naartoe willen met de stad. Met ‘de faculteit van de verbeelding’ kunnen we een stukje utopia creëren voor de mens die platgeslagen wordt door de complexiteit van de wereld. Op die manier kunnen we weerwerk bieden.”
> Hoe breng je solidariteit en algemeen belang opnieuw op de voorgrond? Individueel belang en eigen verdienste (‘je bent waarvoor je gewerkt hebt’) worden vaak gelijkgesteld met vrijheid, terwijl het perspectief van het algemeen belang verbannen wordt.
Wiesbauer: “Kennis is voor ons nooit neutraal. Het is een gemeenschappelijk goed dat je kan delen, stimuleren en samenbrengen. Het is een alternatief voor het huidige universitair onderwijs dat meer en meer marktgericht en polytechnisch is. We beschouwen kennis als het erfgoed van de mensheid. Met de UAB willen we een geheel van principes, instellingen, middelen en sociaal gedrag verdedigen dat iedereen kans biedt op een waardig leven en op alle niveaus mensen doet ‘samen-leven’. Dat is het algemeen belang waar we plaats voor willen maken. Voor ons is dat een tegenwicht voor het heersende discours waarin concurrentie centraal staat. Kennis is een zaak van verbeelding. Zo verbeelden we ‘een andere wereld’. Op die manier zet je het algemeen belang opnieuw op de voorgrond: door het te verbeelden en een plaats te geven. We hoeven ons niet langer te schamen als we roepen dat we een andere wereld willen. Dat is een verschil met vijf jaar geleden. Het cynisme vloeit weg. Je droom delen en dat luidop mogen zeggen kan leiden tot een enorme, exponentiële verandering. De UAB wil daar een plaats voor scheppen. Een school is meestal een vaste plek, een constante in een buurt: kerken lopen leeg, winkels verhuizen, maar de scholen blijven. Scholen hebben een mooie toekomst in het verschiet. Het zijn plekken waar aan vorming gedaan wordt over verschillende rangen en standen heen. Emancipatie, het overbruggen van wat ooit onoverkomelijke scheidingen waren, vindt in grote mate plaats op school. Ook de vorming tot burger zou in die zin via de scholen moeten verlopen. De school is een gemeenplaats, terwijl onze publieke ruimtes ‘lege’ ruimtes zijn geworden.”
> Tot slot: wat brengt de toekomst voor de stRaten-generaal en de Universiteit voor het Algemeen Belang?
Wiesbauer: “(Heel lange stilte....) We willen het als zootje ongeregeld niet langer onder stoelen of banken steken: we willen de wereld veranderen! Zowel op micro- als op macroniveau. Onze motor is eigenlijk de hoop dat het beter gaat. We willen kunnen zeggen: ‘dat hebben we verbeterd’, ‘die grens hebben we verlegd’, ‘die persoon hebben we vooruit geholpen’.”
PASCAL DEBRUYNE EN MIEKE NOLF

_0.jpg)
1 mei 2008 *dag van de
1 mei 2008 *dag van de anarchie* Gent
11u
Reclaim the Streets - Vetrek aan Zuid - Wees ludiek en
breng muziek! Sambaband, soundsystems, live-acts,...
zullen er alvast zijn.
Aansluitend infostands, kokkerellen, muziek, practical
workshops, anarchistisch debat,... - Anseleplein
(vlakbij Vrijdagsmarkt)
19u
Volxkeuken (AC de Noodzaak - Gérard Willemotlaan 69,
Gent)
20.30u
Benefietfeest voor het Anarchistisch Kollektief +
Autonoom Centrum in AC de Noodzaak
Optredens van Jah Generation (reggae), Butcher Boogie
(BXL Finest Rockabilly), Sous-Couche (roots-reggae),
Skambiance (TBC), Los Skatchou Botos (TBC)
Dubbele party met twee zalen tot in de vroege uurtjes
- DJ's (Jahroen, Amok & Massief)
Spread the word...
Contact: anarchistischkollektief@yahoo.com
[img]http://liege.indymedia.org/uploads/2008/05/flyer1me2.jpg[/img]