Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Verhalen en gedachten

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe webartikels? Ontvang webartikels per e-mail. Lees ook de artikels uit de papieren krant.

 


Monumenten

Monumenten bekijken is als wandelen door een stad waar je ooit een tijd hebt gewoond. De nostalgie ligt altijd op de loer. Voor je het weet, loop je rond in het decor van je herinnering. Je tast alles nauwkeurig met de ogen af en wil weten in hoeverre je herinneringen fysiek zijn weggesleten.

Huelva - Gent: pleidooi voor imperfectie

Elke Van Royen vertelt waarom een vuile, achtergestelde stad in Spanje een 'moderne' stad als Gent toch het nakijken geeft.

 

Pleidooi voor imperfectie 1
(foto: Elke Van Royen)

 

"Ik heb nu meer dan een half jaar verbleven in Huelva, een stad in de regio Andalusië op een tiental kilometer van de Middelandse Zee en dichtbij Portugal. Huelva heeft een 148.000-tal inwoners en baadt in een totaal andere sfeer dan het nabije Sevilla. Sevillanen hebben een hoge pet op van hun stad en zichzelf, zo vertelt men mij, terwijl de Onubensers (bewoners van Huelva) nederiger zijn over hun afkomst. Een beetje het Antwerpen-fenomeen...

Oude verhalen, jonge dromen

Oude verhalen, jonge dromen

De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging verzamelde de afgelopen twee jaar getuigenissen van Katholieke en Vrijzinnige senioren over het dagelijkse leven in het Gentse uit de tijd van voor de ontkerkelijking en de culturele omwentelingen van de jaren zestig. Deze verhalen uit het van onwankelbare zekerheden vergeven Vlaanderen van de jaren veertig en vijftig werden aangevuld met levensbeschouwelijke bedenkingen en commentaren van hedendaagse jongeren en samengebracht in een bundel “Oude verhalen en jonge dromen”.

Spiders on the wall

Er staat een klein Indisch meisje in het West-Vlaams tegen mij te roepen dat ze wc-papier nodig heeft. Dat kan wel zijn, maar ik ben alleen maar de dj, zeg ik tegen haar. 'Ken je mij dan niet meer?', tiert ze. 'Ik ben Ingeborg en we hebben hier vorig jaar gespeeld met de Pikdersers.'

Het partijblad (deel II)

Een heel mooi, stichtend en leerrijk artikel in het INFORMATIEBLAD van de partij waarvan we ons de naam nog steeds niet kunnen herinneren (maar ’t heeft in feite weinig belang) gaat over de adoptie van een lesbische pinguïn door Casa Rosa. Casa Rosa is een Gentse homotent. Kwestie voor de schrijvelaar van deze primeur is eigenlijk dat Casa Rosa subsidies krijgt van de stad Gent en de provincie Oost-Vlaanderen. Dit betekent dus, zo weet detective Van Zwambiet, na een diepgravende enquête omtrent de feitelijkheden, te concluderen dat die lesbische pinguïn eigenlijk dus logischerwijze geadopteerd wordt met gemeenschapsgelden.

Het partijblad (deel I)

Onderstaande tekst is de neerslag van een toespraak van Dirk Liefooghe, die hij op 11 april 2007 hield in de Coffee Lounge ter gelegenheid van het verschijnen van ‘Solo’, het nieuwste boek van Bavo Dhooge.

Gent in de regen

Bus 17: Van Eyckzwembad - Zuid – Korenmarkt - Phoenixstraat

door WOUTER BRAUNS

gent_in_de_regen_(wouter_brauns)_11
gent_in_de_regen_(wouter_brauns)_10

 

gent_in_de_regen_(wouter_brauns)_13
gent_in_de_regen_(wouter_brauns)_12

De stad spreekt in een wartaal van logo's

Mocht je een hedendaagse stad laten spreken, wat krijg je dan te lezen. De Nederlandse Studio Smack maakte er een boeiend animatiefilmpje van, in opdracht van museum De Beyerd. De publieke ruimte in zwart-wit.

Zie de animatiefilm "kapitaal" op de website van Studio Smack

Overgenomen van flexmens

Ciao Pluto

Pluto ruikt stront aan de knikker

Soms kan ik het allemaal niet meer zo goed volgen. Soms heb ik de indruk dat wat ik dagelijks lees, hoor en zie in de media niet strookt met mijn eigen perceptie. Soms heb ik het gevoel dat ze er ferm mee aan het rammelen zijn.


Kafka

logo De Schuunschgreivers

Het is nacht en je bent alleen. Je loopt door lege straten en bent eenzaam. Je wou dat er iemand bij je was. Je wou dat er iemand bij je was om tegen te praten. Of je wou dat er iemand voorbij kwam waartegen je iets kon zeggen. Je zou er gewoon naar toe gaan en er een praatje mee maken. En dan zou je je wel beter voelen en weer tegen de nacht kunnen.


Er was eens

logo De Schuunschgreivers

Er was eens

maar toen niet meer.

Vandaar dat alles

opnieuw begon.

Vanaf nul.

 

NUL


Toen de sterre bleef stille staan …

logo De Schuunschgreivers

Er zijn geen zekerheden meer. Het is een pijnlijke vaststelling, maar goed, wat te denken van volgend krantenbericht: Jezus kwam niet ter wereld in een stal zoals werd aangenomen, maar wel in het gastenverblijf van een woonhuis.


Staes en het vluchtelingenmeisje

logo De Schuunschgreivers

Het was een zondagmiddag rond half twee. Buiten scheen de zon. Toch was het buiten koud. Binnen was het warm. Staes had zijn gaskachel op stand vier. Besluitloos leunde hij op de schoorsteenmantel. Warme lucht streelde langs zijn gezicht. Hij droeg zijn kaki pyjama en zijn kaki peignoir. Hij had de slaap nog in zijn ogen.


Mi casa es tu casa

logo De Schuunschgreivers

'Gastvrijheid?' 'Ja', zegt iedereen waarschijnlijk onmiddellijk kwestie van dat mens zijn in deze onmenselijkheid. Ook ik zeg daar 'ja' tegen, al is het maar dat een 'ja' positiever klinkt dan een 'nee'. Wel heb ik wat gastvrijheid betreft beperkingen ingelast in mijn niet-zijn. Slechte ervaringen liggen aan de oorsprong daarvan. Soms dienen toegevingen te worden gesnoeid. Daarbij denk ik aan de verhouding hand en arm, en wat je geeft, en wat men je soms afsnoept.


Gastvrijheid

logo De Schuunschgreivers

Een lang woord, eigenlijk twee aan elkaar tegengestelde woorden. Het eerste blijft op zichzelf staand dezelfde betekenis behouden, maar het tweede, vrijheid, ik weet het niet hoor … je geeft een gast geen vrijheid. Je ontvangt hem of haar en naar omstandigheden, in jouw volle vrijheid of als een soort verplichting, met de glimlach of een lang gezicht. In mijn opvoeding leerde ik zeker niet gastvrij te zijn. Vader was joviaal, aan hem lag het zeker niet, maar moeder moest met de inhoud van de geldbeugel toekomen. Gastvrij zijn kan nu wel met een kopje thee of koffie met een koekje, maar in haar opvoeding leerde ze: eten, dat doe je thuis. Mijn ouders waren Nederlanders en dat verklaart veel. Volgens de Belgen gierig, maar zij noemen zich zuinig. Vader fricandeerde al van jongsaf in België en de mentaliteit beviel hem hier reuze, zodat hij zich hier na zijn huwelijk vestigde. Wij, hun vier kinderen, werden hier in Gent geboren en voelden ons mossel noch vis. Thuis Nederlanders maar op school tussen de Belgen waren wij ‘de kaaskoppen’. Erg gastvrij kon je dat ook niet noemen. Na de oorlog vestigden we ons buiten Gent en toen drie schoolvriendinnen me onverwachts kwamen opzoeken, met het mooie weer was dat best fijn, hing er aan moeders gezicht een verre van gastvrije donderwolk. Er kwam later dan ook geen herhaling. In onze vrijersperiode ging het wat beter. De eerste keer dat mijn vriendje binnenkwam was op moeders verjaardag: ik was 16 jaar, hij 18, en mijn oudere zus met haar vriend waren er ook. Mijn vriend echter was reuze zenuwachtig en hield maar niet op met tateren, wat dan wel een spanning teweegbracht bij ons allemaal. Mijn moeder had van mijn zus een klein maar leuk en handig theezeefje gekregen. Het hing boven een 1 cm diep potje en als je de thee erdoor goot draaide je het potje weg, de bladeren werden in het zeefje opgevangen, je draaide het potje er weer onder en de druppels kwamen daarin terecht. Om mijn vriends onstuitbare woordenschat te onderbreken wou ze hem dat laten zien en zei: “Kijk, heb je mijn zemelaartje al gezien?” Bij deze verspreking schoot iedereen in een spanningbrekende lach maar mijn vriend kreeg er wel een rode kop van. Hij begreep gelukkig wel de situatie en kon er dan later ook om lachen. Ik kan je zo nog wel een paar histories vertellen maar vrees dat ons dat te ver gaat brengen en eindig dus maar met het typisch in Nederland gebruikte da-aa-ag!!!