Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Veel beloven, weinig geven

Of hoe “meer sociale woningen” de prijs voor meest gedane en meest genegeerde verkiezingsbelofte verdient.

Anke Hintjens gaat eens met de grove borstel door het sociaal woonbeleid in Vlaanderen. De budgetten voor het bouwen van nieuwe sociale woningen zijn te klein en de vraag is groot. Ze lanceert een dringende oproep om ook de druk van onderuit te vergroten.

 

Het is geweten en Tiens Tiens schreef er ook al over: de toenemende prijzen voor huisvesting doen de armoede in België toenemen. Het gedeelte van het loon dat mensen aan wonen besteden verdubbelde tussen 1976 en 1997. De grootste prijsstijgingen deden zich voor in het goedkopere segment van de huizenmarkt. Een beleid dat geen invloed tracht te krijgen op de prijzen van huurwoningen zal het aantal armen en daklozen zien toenemen.

Het (quasi onbestaande) huisvestingsbeleid in België richt zijn grootste inspanningen op het stimuleren van het verwerven van een eigen woonst door de fiscale aftrek. Dit kostte in 1999 voor Vlaanderen 1,97 miljard euro. Terwijl de Vlaamse huisvestingsbegroting toen 322 miljoen euro bedroeg waarmee dus het sociaal wonen, huursubsidie etc. betaald moet worden.

Het verwerven van een eigen huis is, ondanks de steun van de overheid, financieel onmogelijk voor bijna de helft van de Vlaamse huishoudens.

Als een beleid, gericht op verwerving van eigendom, niet voorziet in het bouwen van nieuwe woningen, leidt het tot een nog grotere schaarste op de huurmarkt en dus tot nog duurdere huurwoningen. Tussen 1981 en 2001 daalde het aandeel privé-huurwoningen van 29,3 procent tot 20,6 procent.

Dringend nood aan plan voor meer sociale woningen

Er moeten dringend maatregelen genomen worden die de prijsstijgingen van de huurwoningen stoppen. Het is schokkend vast te stellen dat de PS moederziel alleen stond toen ze in de federale regering opkwam voor een blokkering of regulering van de huurprijzen.

Maar daarnaast moet er dringend meer geld en middelen vrijgemaakt worden voor meer sociale woningen.

Vandaag staan er 70.000 mensen in Vlaanderen op een wachtlijst voor een sociale woning. Als we echter de doelgroep bekijken die de overheid zelf definieerde voor het sociale wonen, hebben 320.000 mensen recht op een sociale woning. Aan het huidige ritme van 1225 woningen die er per jaar bij komen moeten die mensen dus nog 155 jaar wachten…

Vandaag zijn slechts 6 procent van de woningen sociaal verhuurd. Nochtans zijn het enkel de sociale woningen die de meest behoeftigen op een betaalbare manier van een degelijke woning kunnen voorzien. Een alleenstaande die van een leefloon moet leven moet op de privé-markt 61 % van zijn inkomen aan huur besteden. Die persoon houdt dan 241 euro in de maand over voor alle andere kosten. Om een lening af te betalen op 30 jaar heeft hij 214 euro tekort. Voor een sociale huurwoning zou hij 33 % van zijn inkomen moeten besteden.

Budget

Sinds de jaren ’90 zijn er pogingen gedaan om een woonbeleid te ontwikkelen en werden er ook meer financiële inspanningen geleverd. Het extra geld werd echter in de eerste plaats gebruikt voor het renoveren van bestaande sociale woningen. Dat is natuurlijk ook erg belangrijk maar lost het gebrek aan sociale woningen niet op. Zo komt het dat de bevoegde minister wel kan stellen dat er meer geld werd vrijgemaakt voor sociale woningen maar dat iedereen op het terrein kan vaststellen dat er amper woningen bijkwamen.

En ondanks de stijgingen in het budget blijft het bedrag besteed aan sociale woningen historisch laag, en lager dan het niveau van voor de jaren ’80.

Het wordt dus hoog tijd voor een grote inhaalbeweging. Een beleid waarbij ook mensen met een hoger inkomen sociale woningen kunnen huren of zelfs kopen, waar mensen uitgesloten worden op basis van talenkennis, zal de armoede en het aantal daklozen enkel doen toenemen.

 

Elk deftig sociaal beleid begint met een goed budget.

Er moet dringend werk gemaakt worden van meer financiële middelen voor sociale woningen.

 

In aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen zagen we dat alle democratische partijen het betaalbaar wonen hoog in het vaandel voerden. Allen pleitten ze voor meer sociale woningen. In Gent beloofde het vorige gemeentecollege werk te maken van 2000 nieuwe sociale woningen. Na 6 jaar waren er netto 200 bijgekomen! Een dosis goede wil in het gemeentebestuur was dus blijkbaar niet voldoende.

 

Om sociale woningen bij te krijgen moeten er delen van kavels kunnen voorbehouden worden ten voordele van sociale woningen.

Ondanks een engagement in het Vlaamse regeerakkoord, verzet van provincies, gemeentebesturen en sociale organisaties, verhindert minister van Ruimtelijke Ordening Van Mechelen gemeentes om dit af te dwingen.

Zo blijven enkel mastodontprojecten mogelijk op te duur betaalde gronden.

 

Verder moeten sociale huisvestingsmaatschappijen ook echt woningen gaan bouwen. Zij die dat de laatste jaren deden zitten in slechte financiële papieren. Enkel die sociale huisvestingsmaatschappijen die de laatste jaren niet meer investeerden in nieuwe woningen, kunnen makkelijk het hoofd boven water houden. Hier geldt: hoe socialer de huisvestingmaatschappij, hoe faillieter.

 

Door ingewikkelde onefficiënte vergunningstelsels duurt een bouwproject voor sociale woningen gemiddeld 7 jaar. Voor een privé-bouwproject is dit 3 jaar…..

 

Een gemeente kan inspanningen leveren voor een sociaal woonbeleid. Het vergroten van het eigen patrimonium, een actief beleid tegen huisjesmelkers,…

Lokale politici maken ook deel uit van partijen die deel uitmaken van de Vlaamse en de federale regering. Kaarten zij het probleem bij hun partijgenoten aan? Waarom steunde er geen enkele sociaal bevlogen politicus Onkelinx in haar strijd tegen De Gucht over de blokkering van de huurprijzen? Waarom daagde niemand publiekelijk de politieke tegenstanders van huurregulering uit om dan toch minstens het aanbod aan sociale woningen drastisch te verhogen?

 

Het is duidelijk dat de druk op het beleid van onderuit moet opgevoerd worden om tot een echt sociaal woonbeleid te komen.

Daarom werd er een verzoekschrift gelanceerd voor een gedurfd plan voor betaalbare woningen. Hopelijk kan het verzoekschrift mensen, sociale bewegingen, de sociale sector, vakbonden, bijeenbrengen om de politici onder druk te zetten om hun beloftes uit te voeren.

Als er 15.000 handtekeningen verzameld worden is het Vlaams Parlement verplicht hierover een hoorzitting te organiseren.

 

Het verzoekschrift is gelanceerd en werd ondertussen al ondersteund door het Vlaams Overleg Bewonersbelangen, de huurdersbonden, lokale bewonersgroepen, artiesten, politici, syndicalisten, ….

 

ANKE HINTJENS (MET VEEL DANK AAN PASCAL DE DECKER).

 

Het Initiatief Betaalbaar Wonen, Tiens Tiens en Victoria Deluxe organiseren op woensdag 31 januari bij Victoria Deluxe (Warandestraat 13, 9000 Gent) een vorming met Pascal De Decker, docent Huisvesting aan Hogeschool Gent en Hogeschool Wenk Sint-Lucas Gent/Brussel.
Iedereen die een kritische kijk wil krijgen op het Belgische en Vlaamse huisvestingsbeleid is welkom. Gratis inkom.

 

Het verzoekschrift en de lijst van de bekende ondertekenaars is te vinden op www.ankehintjens.be

 

Anke Hintjens is voormalig woordvoerster van de holebifederatie, huidig persverantwoordelijke voor oxfam-wereldwinkels en stond als onafhankelijke op de Gentse SP.A-lijst bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.


VERSLAG VAN DE VORMINGSAVOND

VERSLAG VAN DE VORMINGSAVOND ROND BETAALBAAR WONEN door
Actiegroep betaalbaar wonen, VZW RADAR/TiensTiens en Victoria Deluxe

"Wonen aan de onderkant: als het pad een tunnel wordt"
(Geertrui Poelaert)

Is wonen betaalbaar? Hoe zit het met het sociaal woningbeleid in Vlaanderen? En welke rol speelt de Vlaamse overheid hierin? Onderzoeker en socioloog Pascal De Decker gaf hierover een lezing. Dit alles ter ondersteuning van de actie betaalbaar wonen (www.actiebetaalbaarwonen.be) Een petitie kan ondertekend worden om zo het onderwerp van het sociaal woonbeleid in het parlement te brengen.

Het pad in de tunnel
Hoe zit het met het woonbeleid voor armen in Vlaanderen? Pascal Decker verwoordt dit in één zin: “Als het pad een tunnel wordt”
“Pad” in de sociologie staat voor ‘pad-afhankelijkheid’. Eenmaal een samenleving, en dus ook bijvoorbeeld de overheid, een bepaald pad is ingeslagen, zal het nog moeilijk afwijken van deze richting. Want veranderingen zorgen nu eenmaal voor risico’s en onzekerheden.
Maar indien dit pad blindeloos gevolgd wordt, dreigt dit pad een tunnel te worden. Structurele veranderingen komen er niet, en men blijft voortborduren op die aloude bestaande regeltjes en methoden. Ook het sociaal woonbeleid lijkt vast te zitten in deze tunnel.

Hieronder is een korte samenvatting van de lezing terug te vinden.

De woningmarkt
Er zijn 2 problemen met de woningmarkt in Vlaanderen. Ten eerste is er de woonkwaliteit. Zo zijn er in België nog altijd 200.000 woningen van slechte kwaliteit die toch nog bewoond worden. Om een abstract getal even te verduidelijken: 200.000... dat is een stad zoals Antwerpen… Deze slechte woonkwaliteit is te wijten aan de snelle woningbouw die gebeurde tijdens de industrialisering in de 19de eeuw. Hierna is er echter nooit een woonvernieuwingsbeleid gevoerd, met alle gevolgen vandien. Woningen komen dan in erbarmelijke staat terecht, deels ook door de lage nieuwbouwproductie en omwille het feit dat “inkomensarmen” niet over de middelen beschikken om te investeren in onderhoud.

Een tweede probleem is de betaalbaarheid van woningen. In 2001 wendt een gemiddeld huishouden 21,5% van het inkomen aan voor de afbetaling van zijn woning. Wat dus nog redelijk is. Een voldoende hoog en stabiel inkomen is wel noodzakelijk. Een polarisering treedt op: langs de ene kant heb je de tweeinkomensgezinnen, die niet zo vlug problemen zullen ondervinden; maar langs de andere kant zijn er de ééninkomensgezinnen, die heel kwetsbaar zijn. Toch is zo’n 75% van de Belgen eigenaar van een woning, en dit aandeel stijgt. Hoe is deze paradox te verklaren?

Koopprijzen stijgen omwille van verschillende factoren. Ten eerste zijn er de stijgende inkomens. Ten tweede heb je ook de lage interest bij leningen. Ten derde zijn er een hele reeks van fiscale maatregelen die de overheden hebben genomen, bv de overdraagbaarheid van registratierechten en de woonbonus. De woonbonus is een geplafonneerd bedrag dat van de belastbare basis afgetrokken kan worden bij leningen aangegaan voor de enige en eigen woning. Eigenlijk zijn dit nepvoordelen, want mensen kunnen dan wel een hoger bedrag lenen, toch wordt er een even groot aandeel besteed aan de afbetaling van de lening.

Die hogere bedragen die uitgeleend worden weerspiegelen zich dan in de prijzen.
De stijging van de woonprijzen is niet verantwoordelijk voor de verlenging van de leentermijn; de relatie ontstaat omgekeerd. Doordat banken leningen over lange termijn aanbieden, hebben leners voor eenzelfde aandeel van het inkomen vandaag een groter bedrag waarmee ze naar de markt kunnen stappen. Deze langetermijnleningen doen de woningprijs verder stijgen. En omdat men vanaf midden ’80 eerder een bestaande woning zal overkopen in plaats van zelf een woning te bouwen (omwille van de stijgende grondprijzen en daling van het aantal gezinnen met kinderen), heeft dit impact op die personen die geen eigenaar kunnen worden. Veel van de gekochte woningen zijn immers huurwoningen. En doordat het aanbod van huurwoningen daalt terwijl de vraag stijgt; stijgt de prijs van de huurwoning.

Voorheen functioneerde de private huurmarkt als quasi-sociale huurmarkt omwille van de lage huurprijzen, maar hiervan is vandaag de dag dus zeker geen sprake meer van.

Er zijn dus weinig betaalproblemen voor wie eigenaar wordt, maar de problemen nemen alsmaar toe voor die mensen het zich niet kunnen veroorloven om eigenaar te worden van een woning. Het huren slorpt immers zo’n 27% op van het gemiddeld huishouden. Men houdt dus aanzienlijk minder over om te overleven.

De sociale huursector
De sociale huursector is in België het enigste woningmarktsegment van enige omvang dat op de armen is gericht. Maar met zijn marktaandeel van 6%, is het naar internationale maatstaven eerder laag. In Nederland heeft de sociale huursector bijvoorbeeld een marktomvang van 36% en het Europees gemiddelde schommelt rond de 11%.
Er zijn dringend veranderingen nodig: wachtlijsten voor sociale verhuurwoningen en woningen van sociale huurkantoren worden steeds langer.

Hoeveel sociale huurwoningen moeten er dan zijn?
In 2005 stonden 76.726 kandidaten op de wachtlijst van de Sociale Huisvesting Maatschappijen. Maar er moet ook rekening gehouden worden met het feit dat niet elke gerechtigde op een sociale woning kandideert. Indien met een rekensommetje zou maken dan zou het nog 155 jaar duren indien de overheid de door zichzelf gedefinieerde doelgroep wil bereiken. Om de wachtlijst weg te werken is er 62 jaar nodig. Of hoe het einde van de tunnel nog lang niet in zicht is…

Gemiddeld moet een kandidaat sociale huurder zo’n 2 jaar wachten. Wachttijden slepen steeds langer aan. Zo moest men bijvoorbeeld in 2004 gemiddeld 110 dagen minder wachten.

Ook moet worden vastgesteld dat de sociale huursector de harde kern onder de armen niet bereikt. Zulke mensen kunnen moeilijk worden opgevangen omdat de huisvestingsmaatschappijen geen woonbegeleiding verzorgen. Het profiel van de sociale huurders is in de loop van de jaren ook veranderd: voorheen huisvestte de sociale huursector een doorsnee van de bevolking, nu zijn het vooral gepensioneerden, laag opgeleiden en uitkeringstrekkers. Positieve noot is de werving van meer sociaal assistenten en opbouwerkers door de Sociale Huisvestingsmaatschappij.

En de politiek?
Vooral in de ’80 en ’90 werd er een intensief feitelijk en politiek huisvestingsbeleid gevoerd. Zo kwam er in 1995 een decreet in de strijd tegen leegstand en verkrotting en in 1997 de Vlaamse Wooncode. Eveneens investeerde men in de sociale woningbouw. Echter, als deze inspanningen in tijdsperspectief geplaatst worden, lijkt relativering op zijn plaats. Figuur 1 toont dat de recent geleverde inspanningen in vergelijking met de gehele naoorlogse periode tot begin ’80 heel wat lager liggen.

De instroom in de sociale huursector wordt steeds moeilijker. De politieke wereld ziet vooral ‘de sociale mix’ als oplossing. Men wil zo het negatief imago van de sociale woningen wegwerken. Mensen met een inkomen en een ‘normale gezinssituatie’ worden aangetrokken voor de sociale huurwoningen. Vandaar volgende maatregelen: verhoging van de inkomensgrenzen, de verkoop van sociale huurwoningen, invoering van een proefcontract invoeren en taalbereidheidsvereiste komen. De instroom in de sociale huursector is al moeilijk omwille van het grote tekort aan sociale huurwoningen en de lange wachtlijsten. Een verruiming van de doelgroep maakt de situatie er niet veel beter op.
Mensen met lage inkomens zullen genoodzaakt zijn uit te wijken naar de private huursector, terwijl de sociale huursector voor hen toch wel het interessantst lijkt