Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

U stinkt! Ja, u!

TT8geur 9 freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)

Nu ik toch uw aandacht heb, wat vindt ú de meest typische stadsgeur? U mag even nadenken. Lang genoeg? Hier hebt u zelfs wat plaats om uw antwoord te schrijven voor u verder leest: ………………………………. Alles om het onze lezers makkelijker te maken! Een volstrekt niet representatieve rondvraag leert me dat het antwoord op bovenstaande vraag in de meeste gevallen niet echt bemoedigend is. De twee populairste antwoorden zijn uitlaatgassen en urine. Stinkt de stad dan zo erg?

 

Echt verwonderlijk zijn die antwoorden niet en het is ook niet helemaal de schuld van de stad. Het is de schuld van onze hersenen. Veel geuren ruiken we wel (onze neus kan zo’n 400 000 verschillende geuren onderscheiden), maar merken we niet bewust op. Penetrante geuren vallen wel op, vandaar dat we bij de stad in eerste instantie aan stank denken. Hoop ik.

Vroeger was het in ieder geval erger. Volgens sommige tijdgenoten stonk het in de achttiende eeuw zo erg dat mensen er dood van vielen. Dat is misschien wat overdreven, maar het was in ieder geval afzien. In die tijd was de stank wel nog democratisch. Ook in de opera werden mensen misselijk van de walmen van hun medemensen. Daaraan kwam een einde toen medici ervan overtuigd raakten dat stank op zich slecht was en de gezond schaadde. Hoe harder iets stonk, hoe ongezonder het was. Dat klopt natuurlijk niet, maar het zorgde er wel voor dat de riolen overdekt raakten, en dat was al heel wat.

Ondanks die angst voor vieze geurtjes moet het industriële Gent uit de negentiende eeuw een indrukwekkende stank hebben voortgebracht. De fabrieken bevonden zich midden in de stad. Binnenin de vlasspinnerijen moet het nog erger geweest zijn: de geur van vlas en op elkaar gepakte mensen, versterkt door de verzengende hitte (tussen 40 en 50°), het opwaaiende stof en de voortdurende stoomwolken. De strijd tegen de stank werd echter onvermoeid voortgezet. Eerst was zuivere lucht nog een voorrecht van de rijken, maar de stank werd steeds meer uit de stad geweerd. Historicus Alain Corbin noemt dit de ‘ontgeuring’ van het dagelijkse leven. ‘Geur’ werd steeds meer gelijkgesteld met ‘stank’, dus werd de strijd tegen alle natuurlijke geuren ingezet.

 

TT8geur 5 freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)
"Mensen die daadwerkelijk hun geur verliezen vertellen dat het is alsof de achtergrond bij de werkelijkheid wegvalt. Je leven wordt Virtual Reality. Het lijkt echt, maar niet helemaal. Het is als een film. "

 

Dat we stadsgeuren in eerste instantie verbinden met stank is dus niet zo vreemd. We leven in een wereld waar in vele gevallen geurloosheid het ideaal is. Zeker in een stad worden veel geuren die niet expliciet aangenaam zijn, als irritant ervaren. De geur van natte mensen op de tram bijvoorbeeld. De geur van verschaald bier en volle asbakken. Lichaamsgeuren allerhande. Al moeten we niet overdrijven. We ruiken veel zonder dat we het beseffen. Die geuren hebben wel invloed op ons gemoed, maar kunnen ons moeilijk bewust irriteren. En onze neus past zich heel snel aan, wat betekent dat we een constante en niet al te penetrante geur na een tijdje simpelweg niet meer ruiken.

Als je verder kijkt dan je neus lang is, zijn er in een stad natuurlijk ontelbare geuren. De geur van de wafelkraam in het station, de geur van hamburger- en frietkramen, de geur van groentewinkels, de geur van een café, de geur van de bibliotheek, de geur van vers brood, van koffie, …

De meeste geuren zouden we pas echt opmerken als alle geur zou verdwijnen. Het eerste wat zou opvallen is dat je eten niet meer smaakt. Wat we proeven is sterk bepaald door wat we ruiken. In die mate dat men mensen aan de hand van geurstoffen kan doen geloven dat ze sinaasappelsap drinken, terwijl het eigenlijk kersensap is. Maar we zouden veel meer verliezen dan onze smaak. Er zijn veel geuren waarvan je niet eens weet dat je ze kent. Je merkt ze pas op als je ze ergens anders ruikt. De geur van bepaalde plaatsen, huizen, winkels, mensen, auto’s, verse was, …

Mensen die daadwerkelijk hun geur verliezen vertellen dat het is alsof de achtergrond bij de werkelijkheid wegvalt. Je leven wordt Virtual Reality. Het lijkt echt, maar niet helemaal. Het is als een film. (Men heeft wel geëxperimenteerd met het gebruik van geuren in film, maar dat bleek erg moeilijk. Er bestaat immers geen geurenspectrum waaruit alle geuren zijn samengesteld, zoals er wel een geluids- en kleurenspectrum is. De overweldigende stank moet u er voorlopig dus zelf bij denken in een film over de zeventiende eeuw.)

Zelfs ons geheugen zou slechter worden als we niet meer konden ruiken. Gebeurtenissen die gepaard gaan met sterke reukervaringen worden beter herinnerd. Het is zelfs zo dat ruiken aan de substantie die je de avond tevoren gedronken hebt, je helpt bij het reconstrueren van de oorzaken van je kater.

We kunnen dus maar beter een beetje voorzichtig zijn met die ontgeuring. Het is onze enige garantie dat ons leven geen droom is (in dromen heb je normaal gezien geen reuk). En geuren zijn het laatste wat we vergeten als we oud worden. Zeg niet dat we u niet gewaarschuwd hebben! Wees voorbereid op een oude dag gevuld met de geur van ……………………………….

 

WOUTER BRAUNS