



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Gentse standbeelden … en hun vervelende koloniale verleden
Reportage
Standbeelden vertellen bij voorkeur de geschiedenis zoals de plaatselijke machthebbers die graag zien. Die geschiedenis is soms wat gezwollen en ouderwets, maar niemand heeft er echt last van. Als de opinie over het verleden verandert, kan dat evenwel tot vervelende situaties leiden. Want wat gebeurt er als zo’n vervelend artefact uit het verleden leidt tot politieke manifestaties en beloftes van het stadsbestuur?
Wie door Gent wandelt, ontmoet tientallen standbeelden en gedenkplaten. De meeste van die creaties vertellen het verhaal dat Gent graag over zichzelf hoort: het verhaal van een rebelse, kunstminnende en sociaalvoelende stad. Maar sommige monumenten vertellen gewoon hun eigen verhaal, en daar zit de stad mee verveeld. Doorn in het oog zijn de koloniale gedenktekens die herinneren aan de periode dat Kongo de privé-speeltuin was van Leopold II.
Gent heeft drie zulke gedenktekens. Twee ervan zijn te vinden in het ‘Kongoparkje’ achter het Zuidpark. Het eerste gedenkteken is een grote, op de grond liggende ster. Op de ster staan de namen van de 65 Gentenaars die vóór 1908 in Kongo omkwamen. In een nis tegenover de ster staat het tweede gedenkteken, een borstbeeld van koning Leopold II.
Het opvallendste Kongomonument staat in het Citadelpark, vlakbij het Smak. Het is een kunstmatige rots, met bovenop een zwart beeldje, ‘het Moorke’. Onder het beeldje staat een medaillon met de gezichten van de gebroeders Van de Velde, beide pioniers in Kongo. Het ‘Moorke’ in kwestie heette eigenlijk Sakala en was de zoon van een lokale chef en soldaat in het Kongolese leger. Lieven Van de Velde bracht hem in 1884 mee naar België. Sakala was waarschijnlijk de eerste Kongolees die ons land bezocht, al had hij ongetwijfeld niet verwacht dat hij daardoor halfnaakt op een rotspartij zou belanden.
Het ‘Moorke’ stamt al uit 1888, de andere monumenten uit 1936 en 1955. Ondertussen is ons beeld van het koloniale Kongo sterk veranderd. Weinigen geloven nog dat Leopold II in Kongo bezig was met het bestrijden van slavernij en het verspreiden van de beschaving. Integendeel: het is inmiddels alom bekend dat zijn ongebreidelde winstbejag aanleiding gaf tot uitbuiting en beestachtige wreedheid. Het systematisch afhakken van de handen van weerspannige Kongolezen groeide uit tot het symbool van Leopolds Kongobeleid. Internationale verontwaardiging hierover dwong Leopold in 1908 Kongo aan België te ‘schenken’.
In België is de algemene verontwaardiging over Leopolds gedrag van recentere datum. Boeken en televisieprogramma’s over de koloniale exploten van Leopold II hebben dit de laatste jaren erg versterkt.
Ook Spirit-Gent kijkt blijkbaar televisie. Naar aanleiding van een tv-documentaire organiseerde die partij op 21 juli 2004 een protestactie in het Kongoparkje. Spirit vond dat er historische duiding bij de monumenten moest. Het stadsbestuur had oren naar die klachten.
In november 2004 kondigde schepen van groen Lieven Decaluwé (toevallig ook Spirit) aan dat bij de Gentse koloniale monumenten infopanelen zouden komen. De schepen verklaarde in de Morgen: “Ons Kongo-verleden is niet zo genereus als die monumenten doen vermoeden. Vroeger stelde men de geschiedenis altijd beter voor dan ze werkelijk was, zonder oog te hebben voor de sociale ellende die figuren als Leopold II hebben veroorzaakt. Daarom leek het ons passend om daar een kanttekening bij te plaatsen.” Soortgelijke verklaringen verschenen in de VUM-kranten. Het project werd door de stad zelfs gezien als een proefproject. Na evaluatie zou ze misschien ook bij andere monumenten infopanelen plaatsen.
Al die eensgezindheid en verontwaardiging over het onrecht in de wereld, het is bijna ontroerend. Bijna. Alleen: de panelen zouden in de loop van 2005 geplaatst worden, maar ze staan ze er nog altijd niet. Wat is er met de panelen gebeurd? Het kabinet van de nieuwe schepen van groen, Tom Balthazar (SP.a), moest het antwoord schuldig blijven. Het plan was op het kabinet schijnbaar onbekend. Er zou evenwel navraag gedaan worden bij ‘de diensten’ en men hoopte snel antwoord te kunnen geven. Dat bleek niet echt het geval. Ook nadat de door het kabinet opgelegde deadline verstreken was, bleef het lot van de panelen onbekend. Op het kabinet blijft men intussen hopen. Wij ook natuurlijk, maar tot op heden hebben we nog geen antwoord mogen ontvangen.
Het protest tegen de ‘politiek foute’ koloniale monumenten beperkte zich in Gent tot nu toe tot politiek protest. In Oostende ging het er anders aan toe. Daar hakte de actiegroep ‘de Stoete Ostendenoare’ de hand af van een van de Kongolezen die op de zeedijk in dankbaarheid naar Leopold II opkijken. De stouterikken eisten in ruil voor de hand… een bordje met historische duiding. Ook dat is er niet gekomen, maar de stad heeft - ietwat lafhartig - besloten de hand niet te herstellen, omdat het beeld zo ‘beter beantwoordt aan de historische realiteit’.
De Oostendse beeldenstormers lieten het daar niet bij. In januari 2005 bekladden ze het standbeeld van Boudewijn met rode verf, uit protest tegen zijn rol in de zaak Lumumba. In Gent is het standbeeld van Boudewijn in het Zuidpark vooralsnog van vandalisme gevrijwaard gebleven, behalve dan in een aflevering van Flikken. Daarin werd het met verf besmeuren van het standbeeld al meteen tot een jaarlijkse traditie verheven.
Men kan zich afvragen of historisch correcte duiding bij monumenten wel nodig is. Die dingen zijn geplaatst in een ander tijdperk en zijn daarvan een blijvende getuigenis. Het wordt echter anders als je kijkt naar monumenten die verband houden met aan de Gentenaars aangedaan onrecht.
In 1966 kreeg Gent van de stad Toledo een geschenk: een standbeeld van Karel V. Het werd uiteindelijk geplaatst op de site van het vroegere Prinsenhof, de plaats waar Karel geboren werd. In datzelfde Prinsenhof hadden de Gentenaars na een opstand in 1540, blootsvoets en met een strop om de hals, voor Karel moeten knielen en vergiffenis moeten vragen. Gent aanvaardde het standbeeld, maar was de vernedering niet vergeten. In 2000 - het Keizer Kareljaar - plaatste de stad net buiten het Prinsenhof het standbeeld van ‘de Stroppendrager’. Dat standbeeld staat trots rechtop en kijkt uitdagend in de richting van Keizer Karel. Onder de Donkere Poort, het enige deel van het Prinsenhof dat nog overeind staat, plaatste de stad ook gedenkplaten die weinig aan de verbeelding over laten. Alle 56 Gentse politieke en religieuze slachtoffers van het bewind van Karel V staan vermeld, met de manier waarop ze aan hun eind gekomen zijn: onthoofd, verbrand of zelfs levend begraven.
Het is niet de enige slachtofferherdenking in Gent. Verspreid over de stad zijn er meer dan honderd monumenten en gedenkplaten met namenlijsten voor de zowat 1 600 Gentenaars die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog werden die monumenten uitgebreid met de namen van nieuwe slachtoffers.
Uiteraard is er niets mis met het nadrukkelijk herdenken van slachtoffers. Het brengt het verleden terug tot zijn rauwe werkelijkheid. Wanneer men de ‘eigen’ slachtoffers van ‘vreemd’ onrecht met zoveel overtuiging herdenkt, mag men dat echter ook doen voor ‘vreemde’ slachtoffers van ‘ons’ onrecht. Verklarende infopanelen bij de Kongomonumenten zouden in dat opzicht meer dan welkom zijn.
Wanneer de stad alsnog ontdekt wat er met de panelen is gebeurd en meedeelt of ze al dan niet geplaatst zullen worden, leest u het op www.tienstiens.org.
WOUTER BRAUNS
