



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Het zondagavondgevoel
Schoolverhalen van schipperskinderen
In Evergem, vlakbij de eindhalte van tramlijn één, ligt de school voor schipperskinderen. Daar zitten de zonen en de dochters van de lui die dagelijks het roer in handen hebben stevig verankerd in de schoolbanken. Leren aan wal, leven op zee. Of is het andersom?
Eiland
Het Molenschip is een internaat voor schippers- en foorreizigerskinderen met een basisschool en een middelbare school. Op het totale aantal leerlingen zijn er slechts een aantal externen, die meestal in de buurt wonen. De internen, waar de schipperskinderen het grootste deel van vormen, zijn nog altijd in de absolute meerderheid.
Wanneer we het uitgestrekte en groene terrein van de school betreden, wordt fotografe Juanita, zelf schippersdochter en ex-leerlinge van Het Molenschip, even stil. “Het zondagavondgevoel”, legt ze later uit. “Het beklijvende gevoel dat ik vroeger steeds had aan het eind van het weekend dook weer op. Het was altijd heel dubbel: aan de ene kant wilde ik wel graag naar school, aan de andere kant was ik toch liever nog wat langer bij mama en papa gebleven…”
Ze zeggen het niet met zoveel woorden, maar het zondagavondgevoel is de schipperskinderen waar we mee praten niet vreemd. “Op vrijdag neem ik de trein naar het schip”, vertelt Marijke (13). “Aan het eind van de week bellen ze me op zodat ik weet waar ik naartoe moet, want het schip ligt niet altijd op dezelfde plaats. Vaak is het zo ver weg dat ik op zondag kort na de middag alweer moet vertrekken om op tijd terug op school te zijn. Zoveel onderweg zijn vind ik niet leuk.” Toch zijn de kinderen tijdens de week liever op school dan dat ze mee zouden moeten varen. “Al onze vrienden zijn op school”, verklaart Tsetan (11). “Ja, en soms is het niet tof op het schip”, vult Elroy (11) aan. “Als je aan boord bent kan je niet zomaar aan wal en als je zin hebt in snoep maar die is op kan je geen nieuwe krijgen.” Het gebrek aan sociaal contact met leeftijdsgenoten en het gevoel vast te zitten zijn de lastigste aspecten van varen, daar zijn de kinderen het roerend over eens. In tegenstelling tot vroeger hebben de meeste schippers naast hun vaartuig ook nog een huis, wat meer in de smaak valt bij hun kroost. Een schip mag dan wel een huis zijn dat je altijd en overal meeneemt, vanzelfsprekend is het niet. “Eerst voel je je thuis op de ene plek en dan moet je alweer naar een andere en begint alles van voren af aan”, zegt Tsetan.
Huizers
Toch zijn er voordelen aan zo’n huis op het water waar andere kinderen alleen maar van kunnen dromen. “Zwemmen wanneer je wilt!”, klinkt het in koor. “Ik spring van de stuurhut als we leeg zijn”, vertelt Dylan (13) enthousiast. “Dan ligt het schip het hoogst en spring je echt diep. Je moet wel opletten dat je niet té diep gaat en onder het schip terecht komt, want dan kan je tegen de onderkant blijven plakken door de druk.” Marijke komt met een ander pluspunt aanzetten. “Doordat je op veel verschillende plaatsen komt, kan je het lekkerste eten van overal kopen”. Voor de rest stoeien de schipperskinderen soms in het ruim als er zand geladen wordt. En net als hun leeftijdsgenoten aan wal houden ze van gezelschaps- of videospelletjes en tv kijken. Dat laatste gebeurde vroeger minder vaak omdat het beeld zo slecht was. Toen was er alleen TV1 en Ketnet. Nu is er dankzij een satelliet aan boord betere ontvangst en kunnen ze bijna alle zenders bekijken.
“Eigenlijk is een schip net zoals een huis. Dat begrijpen andere kinderen soms niet goed”, legt Shanice (11) uit. Dan komen er gekke vragen. Of er wel een toilet is aan boord. En of het schip niet heftig heen en weer schommelt als je van de ene kant naar de andere stapt. “Heb jij een schip van honderd meter lang?”, vroeg een vriendin ooit. “Amai, jij hebt een grote kamer!” Tsetan beslist een spreekbeurt over zijn schip De Frimout te geven voor de klas. “Dat is wel interessant voor de huizers”, becommentarieert hij droog. Ik blijk zelf amper beter op de hoogte te zijn dan de doorsnee huizer. Links is bakboord, rechts is stuurboord, dat weet ik nog net. Het roer dat ik voor ogen heb blijkt echter eigenlijk ‘rad’ te heten. (Het echte roer zit onder water en zorgt ervoor dat het schip vooruit gaat.) De meeste schepen hebben nog wel een rad, maar worden intussen hydraulisch bestuurd via twee hendeltjes die de schroef al dan niet in werking zetten en zo de snelheid van het schip regelen.
Duizend bommen en granaten
Blijft dan tenminste het beeld van de stoere schipper overeind? Amper, zo blijkt. Enkel Dylan vindt dat zijn vader, met zijn vele piercings en tatoeages, aan het clichébeeld voldoet. Maar het zijn wel de mannen die het schip het grootste deel van de tijd besturen. Niet dat de moeders niet weten hoe ze moeten varen. “Ze doen het gewoon niet zoveel”, zegt Kirsten. “Alleen als papa vierentwintig op vierentwintig vaart en in de stuurhut ligt te slapen. Dan stuurt mama.”
De kinderen hebben zelf ook allemaal al eens gevaren. “Ik ben schipper”, zeggen ze stuk voor stuk. Toch wil geen van hen later in de voetsporen van zijn ouders treden. Op weg van de slaapzaal naar de refter verklappen de meisjes me dat het in de eerste plaats hun ouders zelf zijn die hen het schippersberoep afraden. Ze willen liever dat hun kinderen een job aan land zoeken waarbij ze minder financieel risico lopen. De jongelui zelf blijken met andere dingen in te zitten. “Een schip is wel avontuurlijk, maar het kan ook zinken zoals bij ons is gebeurd”, legt Dylan uit. “Een ander schip is tegen ons gevaren en er zat zo’n dik gat (hij toont een gat ter grootte van een sinaasappel) in de romp.” Allemaal kennen ze wel iemand die gezonken of verdronken is en voelen ze zich soms niet helemaal op hun gemak als ze varen. De meisjes zijn ook wat bang voor dieven. Kirsten zal haar eerste dag op school niet snel vergeten: toen werd het hele schip leeggeroofd.
Wat ze dan wel willen worden later, vraag ik nog voor we de speelplaats opstappen. “Ik ga komieker worden”, antwoordt Tsetan onmiddellijk. Hij laat een dramatische stilte vallen. “Zie, je begint al te lachen hè!”
LIEN DE COSTER
Met dank aan Marijke, Kimberley, Kirsten, Shanice, Wendy & Dylan, Elroy en Tsetan.
