Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Op de barricaden

De boodschap van Frans Wuytack

TT09_p25_wuytack_1
(foto: Francisco Wuytack)

“Kunst is datgene wat doet leven. Kunst is de waarheid op gang brengen”, vertelt Frans Wuytack (72). De voormalige priester-arbeider kent als geen ander de kunst om mensen te begeesteren. Hij was venezolaan onder de Venezolanen toen de sloppenwijken van Caracas revolteerden, dokwerker in Antwerpen toen de legendarische wilde staking uitbrak in 1973 en oproerkraaier in Catalonië tijdens de acties van publieke ongehoorzaamheid tegen het fascistische nep-syndicaat van generaal Franco. Eenzelfde drang om “ruimte te creëren zodat de vrijheid kan verschijnen” karakteriseerde later zijn beeldhouwkunst en gezinsleven. Een boek en documentaire over Frans Wuytack komen nog dit jaar uit. Wij zochten hem alvast op om naar enkele van zijn verhalen te luisteren

 

Frans Wuytack werd geboren in een arbeiderswijk van Sint-Niklaas in 1934. Op zijn veertiende ging hij aan de slag op de Boelwerf voor scheepsbouw, en later bij de plaatslagerij Engels Temse. Toen hij achttien was, koos hij voor een opleiding aan het instituut voor de late roepingen in Kortrijk. Hij wilde de wereld in als priester-arbeider. Over het instituut: “De sfeer was er ontspannen. Je kwam eens proberen en voelen of het je beviel. Veel van die gasten hadden ineens de heilige geest op hun kop gekregen of zo (lacht), maar hadden nog een liefke. De laatste zondag van de maand stonden die meisjes aan de kloosterpoort. Mijn maat is er daardoor mee gekapt. Hij zei: ‘Mijn lief zegt dat ze van de brug van Temse gaat springen, ik ga terug jong!’” Maar Wuytack bleef en kwam tot een heel eigen invulling van geloven: “Als ze aan mij vragen: geloof je? Dan zeg ik: nee, ik geloof niet. Ik geloof niet in het geld, in de bank of in een jobke doen. Ik geloof niet in veel van die zaken, maar ik geloof wel in de mens, in de spirituele kracht van de mens, in zijn verzet.”

Na de opleiding van vier jaar werd hij onderpastoor in de parochie Sint-Vincentius, in het noorden van Gent. Een aantal jaren later besloot hij naar het buitenland te trekken. Hij volgde lessen aan het Latijns Amerikacollege in Leuven. De plaats waar sociaal geëngageerde priesters als Bisschop Romero en Camillo Torres ook passeerden. De bevrijdingstheologie die in die jaren opgang maakte, was hem op het lijf geschreven. Hij werd naar Venezuela gezonden.

 

TT09_p26_wuytack_5
(foto: Francisco Wuytack)

 

Er broeit wat in de sloppenwijken

Na enkele omzwervingen vond Wuytack er zijn stek in de sloppenwijk La Vega in de hoofdstad Caracas. Hij leefde er tussen de honderdduizenden gemarginaliseerde Venezolanen. Hoewel het land baadt in bodemrijkdommen, was een barak uit hout en golfplaten voor velen het enige onderkomen.

 

“Tijdens mijn jaren in de sloppenwijk La Vega, in het westen van Caracas, heb ik niet stilgezeten. We begonnen met wat we vaststelden: er was geen stromend water, geen elektriciteit, geen riolering. Dus organiseerden we ons, trokken naar de slechtste straat, en legden daar riolen aan. Anderen speelden tijdens het werk gitaar, dat hoorde erbij. Het was niet van: ‘Ach jongens, ‘t is hier zo erg gesteld, we zullen eens wat riolen leggen’. Nee, het was plezierig. De groep breidde alsmaar uit, niet met lidkaarten maar spontaan. Het proces stond centraal.

We speelden ook toneel. Dat sloeg aan. Er kwam een massa volk op af, toch gemakkelijk twee à drieduizend mensen. Het opzet leek op het getuigenissentheater van Boal. Echte mensen stonden op de planken, en vertolkten hun eigen leven. Zo was er Gregoria. Die vrouw had 15 kinderen maar was nog maar net in de dertig. Echt een felle madam. Op eigen kracht had ze leren lezen en schrijven. Om op de planken te staan moest die geen rolleke inoefenen. Ze speelde gewoon situaties uit haar leven na. Dat bracht ze zo overtuigend dat de mensen geboeid toekeken. Dat was echt… allez, ik vond dat goed.

We gingen altijd een stapje verder. Dus gingen we onderhandelen met de overheid om te vragen waar we recht op hadden: water, buizen, … van alles. En als we werden genegeerd, dan keerden we drie, vier keer terug. Als er dan nog geen antwoord kwam, fwiet (doet een fluitsignaal na), dan trokken we met enkele duizenden de straat op.

Het waren massale betogingen maar we bleven vreedzaam. Daardoor wisten ze geen blijf met ons. Anders hadden ze wel een kogel door ons hoofd gejaagd. De organisatie en het verzet in de sloppenwijken nam zo’n uitbreiding dat het establishment het op mij gemunt had. Ik belandde een paar keer in de cel, en moest een document tekenen dat ik nooit meer betogingen zou organiseren. Ik heb zo'n document wel zes keer getekend, maar kreeg daarna telkens gewetensbezwaren. In 1969 ben ik uit Venezuela verbannen omdat ik bleef doorgaan. Eind 1973 ben ik nog eens clandestien teruggekeerd met de hulp van guerrilla. Maar in 1974 werd ik opnieuw gevangen genomen en voorgoed het land uitgezet. Pas onder Chavez kon ik terugkeren, maar dat krijg je te zien in de film.”

 

TT09_p27_wuytack_4
(foto: Francisco Wuytack)
TT09_p27_wuytack_2

 

Spaanse nachten

Nadat hij voor de eerste keer uit Venezuela was verbannen, werd Frans Wuytack dokwerker in de Antwerpse haven. Hij was één van de aanvoerders van de felle dokstaking in 1973. In dezelfde jaren werd hij uit het priesterambt gezet, en bij goddelijk recht ‘opgehangen’ omdat hij té actief was in de beweging Inspraak. Het volgende verhaal is ook uit die jaren, terwijl hij in een Spaanse cel zat, omdat hij met een betoging het verticale syndicaat van Franco had bestormd.

 

“Ik kwam in de isoleercel terecht. Ik zag of hoorde niemand. In het begin was ik opstandig op de deuren aan het bonken. Ik dacht dat ik er wel tegen opgewassen was. Ik zong uit volle borst ‘a las barricadas…’ (‘naar de barricades…’: het lied van de anarchisten die tijdens de Spaanse burgeroorlog tegen generaal Franco vochten, red.). Maar er was niemand die luisterde. Na drie dagen was mijn elastiek op. Ik dacht: ik word hier zot. Er was niets, echt niets. Enkel een bank en een licht aan het plafond. Ik begon mezelf te beschuldigen: ‘Hoe stom ben ik, als ik hieruit kom doe ik het kalmer aan.’ (lacht)

Ik heb me toen op de brik gelegd en mezelf proberen hypnotiseren. Zo van: 'ik lig aan een vijver met prachtige bloemen…' en dan altijd een stem in mij: ‘Maar nee, zot, je ligt hier op een houten plank te verdorsten.’ Op den duur viel ik in slaap.

Op een bepaald moment kwamen ze binnen, gooiden ze een emmer water over mij en brachten me een stuk brood met ketchup. Ik ga dat nooit vergeten.

De vierde dag hoorde ik buiten een massa van misschien tweeduizend arbeiders schreeuwen: ‘Libertad! Vrijheid!’ Dan mocht ik tien jaar in de isoleercel blijven, ik zou het uitgehouden hebben. Men weet dat je er zit, dat je bestaat, en dat geeft kracht.

Dat is ook wat er in de sloppenwijken gebeurde, en waarom ik er zo graag geleefd heb. De geheime ervaring van de solidariteit. Die mensen hangen daar met duizenden als Christus aan hun kruis, en ze willen er af. Dat kunnen ze pas als ze een naam hebben, als anderen hen doen bestaan. Dat is de grootste kracht: betekenis geven aan elkaar, de onverschilligheid doorbreken. Het is niet het geld dat mensen mobiliseert, maar wel het respect. De kracht om mensen te bewegen zit pas in je woorden als je echt in de mens gelooft. Als je zegt ‘jij kunt dat maat’ dan gaat er zelfs iemand die er geen aanleg voor heeft er 100% voor. Niet met een ei in zijn broek, maar met een gevoel van eigenwaarde. Dat is wat we momenteel nodig hebben: er gaan enorm veel mogelijkheden verloren omdat er zo veel naar de postjes wordt gekeken, en niet naar de mens.”

TT09_p27_wuytack_3
(foto: Francisco Wuytack)

 

Geloof in de jeugd

In 1979 ontmoette Frans Leen van Rentergem. Een paar maand later trouwden ze en trokken naar Italië waar Frans marmeren beelden maakte. In 1984 vertrokken ze met hun twee kinderen Fabio en Serena naar Costa Rica. Daar richtte Frans een illegaal syndicaat van koffieplukkers en het kunstenaarscollectief Jade op. Het koppel kreeg er nog twee dochters: Maya en Francesca. Terug in België legde Wuytack zich toe op het beeldhouwen. Hij maakt tijdsportretten. De magische dood van een planeet, Het beledigde heden, Spiraal van het verlangen zijn enkele van de titels. Wuytacks beelden vielen meermaals internationaal in de prijzen. We vroegen hem naar zijn indruk van België, van onze tijd.

 

“Ons tijdsklimaat is onbewoonbaar geworden. Ik zal eens een simpel voorbeeld geven. Hoe kunnen vernieuwende ideeën zich nog in de levens van jonge, inspirerende mensen nestelen? Ze zijn verdomme dag en nacht dwaze jobkes aan het doen om de feodale huurprijzen van hun woning te kunnen betalen. Als een koppel wil gaan samenwonen, betalen ze al vlug 500 euro voor een klein appartementje. Met wat moet je dat betalen? Voor een hoop stenen jongens! Dat is het wilde kapitalisme, maar niemand protesteert! (opgewonden) De prijzen gaan de hoogte in en iedereen wacht af, maar de armen kunnen niet wachten.

Om de berusting te doorbreken moet je gemeenschappen vormen. Op ieder niveau: van wijk tot wereld. Die actie met de lange tafel bij jullie in Gent, dát was daar een goed voorbeeld van. We hoorden erover tot hier in Wachtebeke.

De bruggen naar de ander liggen er, maar we moeten erover durven. Ik geloof enorm in de jeugd. Vaak doet men er meewarig of pessimistisch over. Maar nee, wij hebben een fantastische jeugd. (luid) Mannen en vrouwen die iets kunnen veranderen, die iets gáán veranderen. Wij hebben een oorlog meegemaakt. Dat is de slechtste verandering die men zich kan voorstellen. Dan leggen ze honderdduizenden mensen onder de grond…waarvoor? En dan heb je niet eens het recht om nee te zeggen tegen je officier. Je moet de ander zomaar doodschieten, iemand die je niet eens kent. De kalmeringstechnieken om de kracht van nieuw leven en frisse ideeën te onderdrukken zijn van alle tijden. Vandaag de dag is het met desinformatie, drugs of racisme. Morgen is het weer wat anders.

Toch moet ik Che telkens gelijk geven als ik een pasgeboren kind in mijn armen draag; de NIEUWE MENS is opnieuw geboren, hoera! Er groeit een nieuw tijdperk in de verlangens van jonge mensen. Hou je maar vast aan je bretellen! (lacht)"

 

MATHIAS BIENSTMAN

 

Boek en documentaire over Frans Wuytack


Nog dit jaar verschijnen er een boek en film over Frans Wuytack, beiden gemaakt door zijn kinderen. De uitgeverij EPO publiceert het boek dat door zijn dochters Serena (danseres-choreografe) en Maya (theateractrice en dichteres) wordt geschreven. Het is een project waarin ze het intense levensverhaal van hun vader herverkennen in een nieuwe mengvorm die balanceert op de golven van biografie, kunstboek, historisch document en filosofisch manifest.
“We proberen het leven van ons vader vanuit een objectief vertelstandpunt te beschrijven, en laten verschillende mensen aan het woord die beslissende situaties in zijn leven meegemaakt hebben. Een geschiedenis draait niet om één persoon. Bewust willen we ook de anderen aan het woord laten, en zo verschillende lagen in zijn levensverhaal aanbrengen”, zegt Serena. Momenteel herschrijft ze samen met haar zus het boek. De lancering is voor het najaar. Op de vraag of het niet moeilijk is om een boek te schrijven over haar eigen vader, antwoordt ze: “Ik vond het ongelooflijk zalig toen m'n vader vroeger verhalen vertelde. Pas later besefte ik dat er een universele boodschap in zit. Namelijk dat je niet moet buigen voor het fatalisme of de gelatenheid, maar dat je zelf het roer in handen kan nemen. Het gaat er niet om een ideaalbeeld van hem te schetsen, maar wel om die optimistische boodschap mee te geven.”
Hoewel Fabio Wuytack nog maar 25 is, vielen zijn films al meermaals in de prijzen. In Made in Italy brengt hij een historisch filmpje van de gebroeders Lumière terug naar de marmergroeves in Toscane, waar het gedraaid is. Het leidt tot intrigerende interviews met de omwonenden. Two Hands is een gevoelig en poëtisch portret van een Palestijnse hartchirurg. Voor de langspeelfilm Persona non grata waar hij nu de laatste hand aan legt, volgde hij zijn vader bij zijn terugkeer naar Venezuela na dertig jaar ballingschap. “Er gaat een mysterieuze aantrekkingskracht uit van Latijns-Amerika. Met de documentaire hoop ik mensen te bereiken die dat mee willen doorvoelen. Opstandigheid en verzet maken deel uit van de state of mind van het continent. Mijn vader is als een brug tussen verleden en heden. Ik volgde hem met een High Defenition camera door de sloppenwijken. Normaal gezien durft niemand daar nog binnen te stappen met zelfs maar een paar mooie schoenen aan. Maar het waren mijn vaders ervaringen die me de kans gaven er nu onvergetelijke mensen te ontmoeten. Hopelijk is de documentaire een echt stukje cinema, dat vertolkt wat dit continent momenteel kan teweegbrengen in iemand die het doorleeft."

De film zal in het najaar te zien zijn op Canvas