Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Het belang van mededogen

TT10_p6 groot_onderhoud_ineke_nijssen_hendrik_braet
(foto: Hendrik Braet)
Ineke Nijsen

Actrice Ineke Nijssen over theater op de bühne en daarbuiten

Ineke Nijssen begon haar carrière bij het Gents Speeltheater en vertolkt nu al geruime tijd met grotesk geschminkt gezicht en een hart vol empathie gekwetste vogels bij Ceremonia, de theatergroep van Erik De Volder. U kent haar misschien nog beter van televisie, waar ze doorbrak in het improvisatieprogramma Onvoorziene Omstandigheden en onder meer Daar is de Deur maakte, het veelgeprezen jongerenprogramma op Ketnet. In het najaar neemt ze die draad weer op met portretten van dezelfde tieners, tien jaar later.

We vroegen haar naar haar belevenissen in het theater en daarbuiten en kwamen tot deze conclusie. Als de wereld een schouwtoneel is, dan zou het een mooie zaak zijn mochten mensen in werkelijkheid evenveel mededogen voor elkaar hebben als theateracteurs voor hun personages.

 

> Je hebt al erg uiteenlopende dingen gedaan. Voor welke prestatie zou je het liefst herinnerd willen worden?

Nijssen: “Da’s een moeilijke vraag. In principe ben ik altijd het meest trots op het laatste stuk. Dat is nu Lachstuk, bij Ceremonia. Daar ben ik momenteel heel fier op. Er is niet echt één iets dat eruit springt… het vormt allemaal één geheel. Maar als ik moet kiezen tussen televisie of theater kies ik wel voor theater. Het cliché van het contact met het publiek gaat voor mij zeker op. Het hier en nu van zo’n stuk, dat alles fout kan lopen, dat het bestaat bij gratie van het publiek dat ernaar zit te kijken, dat is een heel écht gevoel. Ik zou het niet graag missen.”

 

> Waarom heb je voor het theater gekozen?

“Op de lagere school speelde ik al wat, en dat beviel me. Maar ik dacht, ‘actrice worden, dat doe je niet.’ Na mijn humaniora wou ik ofwel naar het buitenland, ofwel tolk worden, ofwel mijn toegangsexamen doen aan de Maastrichtse toneelacademie (Ineke in Nederlandse, nvdr). Mijn leraar Nederlands raadde me aan gewoon mee te doen voor de ervaring, en tot mijn verbazing werd ik aangenomen. Ik ben begonnen aan de docentenopleiding Agogische Toneelkunst. Dat maakte de overgang, ook voor mijn ouders, wat lichter. Want actrice worden, dat was in hun ogen toch iets anders. Altijd onderweg zijn, naakt op een podium staan… Dus begon ik met kinderen te werken, les te geven. En de rest is langzaam zo gegroeid. Ik begon hier in het Gents Speeltheater als theaterdocent en als speler. De goesting om te spelen werd steeds groter, en uiteindelijk moest ik kiezen. In mijn opleiding had ik te veel theaterscholing gekregen om niet als speler te eindigen.”

 

> Al is het agogische aspect, het werken met jongeren, je nadien nog goed van pas gekomen in je televisiewerk voor Ketnet?

“Ja, en het heeft zeker ook geholpen voor mijn theaterspel zelf. Omdat je leert kijken naar elkaar, omdat je leert van wat de ander denkt en doet. Dat is allerminst een nadeel.”

 

> Heb je het gevoel dat je als actrice anders naar de wereld kijkt, dat je mensen beschouwt als personages, dat je naar reële situaties kijkt als naar een toneelstuk?

“Nee, niet echt. Hoewel… Misschien toch. Soms merk ik op straat iemand op waarvan ik denk: ‘wat een personage’. En onbewust sla ik dingen op die later op het toneel terug boven komen. Ik verbaas me daar soms over. Wij spelen bij Ceremonia vaak groteske, uitvergrote personages. Maar soms zie ik op straat mensen reageren op elkaar, of zich uiten op zo’n manier dat ik denk: eigenlijk is wat wij doen helemaal niet grotesker dan wat zich in de werkelijkheid afspeelt.”

 

> Bij de creatie van een stuk is er veel ruimte voor eigen inbreng en improvisatie. In hoeverre is de wereld rondom jullie een inspiratiebron, in welke mate sijpelt hij jullie theaterwereld binnen?

“Tot nu toe gaan onze stukken vooral over mensen, niet over grote thema’s. Vooral de gekwetstheid van mensen komt bij ons altijd terug. Soms, als we repeteren, schrik ik. ‘Waar komt al die ellende die ik dit personage geef nu weer vandaan?’ Blijkbaar is het interessanter om conflict en verdriet op de bühne te brengen, die roepen een veel groter scala aan emoties op dan vreugde, helaas (lacht). Soms neem ik mezelf echt voor: bij het volgende stuk ga ik eens een vrolijk, onbekommerd personage neerzetten. Maar dat lukt me maar ten dele, er zit altijd weer een stuk gekwetstheid achter. Soms, bij kwaadheid of pijn, zie ik plots duidelijk een situatie of persoon uit het verleden voor me. Maar ik wil niet zo in het leven staan dat ik, als ik mijn hand bezeer, direct denk: ‘ha, pijn, goed onthouden hoe dit voelt want het zal me nog van pas komen’. Ik had een collega wiens grootmoeder stierf, en die reageerde onmiddellijk: ‘dat is goeie bagage voor mij als acteur’. En daar heeft hij gelijk in, hé, maar ik vind het wel afschuwelijk. Zo wil ik niet zijn.”

 

> Met het stuk Diep in het bos brachten jullie het Dutroux-trauma op de planken. Gebeurt het nog dat jullie reële gebeurtenissen naar theater vertalen?

“Zwarte vogels in de bomen ging over de boerenproblematiek, maar dat is het wat thema-stukken betreft. (Denkt na) Soms zijn stukken ongewild actueel omdat ze nu eenmaal gebaseerd zijn op de inspiratie en ervaringen uit de repetitieperiode die eraan vooraf ging. Tijdens de repetities voor Diep in het Bos was Erik (De Volder, regiseur, nvdr.) enorm geboeid door de redactionele stukken van Yves De Smet die toen verschenen. Die heeft in die periode heel goeie dingen geschreven, heel emotioneel ook, en Erik knipte die allemaal uit. We hebben toen ook grote discussies gevoerd over hoe concreet het personage en de naam Dutroux aanwezig mochten zijn in het stuk. Want zoiets kan snel fout worden. Daarom hebben we een soort poëtisering van de feiten nagestreefd, we hebben er een draai aan gegeven. Enkel in de monoloog op het einde wordt, bijna als in een verwrongen sprookje, het verhaal verteld van ‘dutrouken marksken’. Alleen zo kan je een dergelijk onderwerp in theater krijgen, denk ik.”

 

> Vind je dat je een geëngageerd kunstenaar bent? Druk je je idealen en bekommernissen door in wat je doet?

“Geen concreet politiek engagement, maar… (wikt en weegt) Als je stukken maakt op basis van improvisatie steek je daar sowieso wel iets in, ook door de keuze van je stukken. Ik denk dat je daar niet omheen kunt. En ik merk dat ik het belang… oei, ‘belang’ (lacht), ik merk dat ik het belang van mededogen meer en meer omhels. Dat klinkt vast heel boeddhistisch, maar dat is niet erg. Ik denk dat alleen liefde en mededogen ons nog kunnen redden — ja, zo slecht staan we ervoor, vind ik. Ik zie zoveel lelijkheid om me heen… Dat zou ik willen meegeven aan de mensen, het belang van… de belangrijkheid van mededogen. Op het toneel hebben we altijd mededogen met onze personages, dat geloof ik echt. Daarbij vergeleken vind ik de discussies over fietspaden en de positie van de vrouw van secundair… belang. Lap. (lacht).”

 

> In de voorbije verkiezingen zette de tendens zich door dat kunstenaars en BV’s op een politieke lijst gingen staan om stemmen te ronselen. Iets voor jou?

“(Beslist) Dat is geen optie voor mij. Nee. Ik weet niet of ik daar genoeg voor zou doen. Ik heb het zo al druk, en dan vind ik het niet juist om me daarvoor te engageren. Ik wil wel hard roepen waar ik voor ben en op wie ik stem, maar om echt op een lijst te gaan staan… Ten eerste vind ik mezelf daar niet representatief genoeg voor…”

 

> Niet bekend genoeg, bedoel je?

“Nee, gewoon, ik heb in het dagelijkse leven ook niet de ambitie om in de politiek te gaan, om op een lijst te staan en te tonen, kijk, dit gezicht stemt óók groen of paars. Ik heb daar geen zin in. Dan steek ik liever mijn energie in concrete dingen die ik nu kan doen. Als een organisatie waar ik achter sta me vraagt om iets te presenteren of aan een benefiet mee te werken, dan doe ik dat. Daarvoor engageer ik me. Maar op een lijst staan, daarvoor ben ik te labiel (lacht). Nee, ik ben niet labiel, maar in de politiek moet je zo zwart-wit je gedacht kunnen zeggen… Ik wil daar vrij in kunnen blijven, want voor je het weet sta je mee ‘voor’ iets waar je eigenlijk niet achter kan staan.”

 

> En ten tweede?

“Ten tweede kan ik helemaal niet op een lijst gaan staan, ik mag zelfs niet stemmen, want ik heb nog steeds de Nederlandse nationaliteit. Ik zou dat dringend eens in orde moeten brengen, want ik vind het wel belangrijk dat ik hier mijn stem kan uitbrengen. Twee verkiezingen geleden werd ik eens opgebeld door iemand van het Vlaams Blok, toen nog, om te vragen op wie ik ging stemmen. “Ik mag helemaal niet stemmen”, zei ik. “En het is door jullie toedoen dat ik dat niet mag. Ik ben namelijk een immigrant.” Ze hebben niet meer teruggebeld.”

 

> Is er een bepaalde reden waarom je je verbonden voelt met Gent?

“Als ik mij met één stad verbonden voel, dan is het deze wel. De plaats waar ik geboren ben, de plaatsen waar ik gewoond heb, daar heb ik niets mee. Ik woon hier dit jaar precies de helft van mijn leven. Ik blijf Gent een heel aangename combinatie vinden van stad en dorp. Er is veel te doen, maar het is ook zo bevattelijk. En het wordt hier altijd maar beter. Nieuwe fietspaden, hondentoiletten, het water stinkt minder… ik vind dat er veel gedaan wordt. Ik voel me hier helemaal thuis. Ik zou niet weten waar ik liever… een boerderijtje op de buiten is natuurlijk altijd een optie. Maar nu nog niet.”

 

> Elke stadsbewoner gebruikt de stad op een andere manier. Zo heeft iedereen een eigen ‘imaginaire kaart’ van punten in de stad waartussen hij zich begeeft. Hoe ziet ‘jouw’ Gent eruit?

“Hoe klein Gent eigenlijk ook is, de stukken stad die ik gebruik zijn nog altijd maar een heel beperkt deel daarvan. Daar ben ik me heel erg van bewust. Mijn route, daarop liggen de theaters, de winkels, de school van mijn zoon, en verder ben ik eigenlijk niet zo’n intensieve gebruiker van de stad. Ik doe zeker niet aan alles wat er te doen is mee. De Vieze Gasten zitten al lang in mijn route, en sinds een jaar zit ik ook bij de Propere Fanfare — al schieten de repetities er tijdens premières jammerlijk bij in. Daar sta je ineens bij een hoop mensen die allemaal totaal andere stadskaarten hebben. Die Propere Fanfare, dat is een zootje ongeregeld bijeen (lacht). Je wil niet weten - of juist wel: het is fantastisch, al die mensen uit allerlei hoeken. Vorig jaar hebben we de Gentse Feesten geopend op het Groot Podium, en ik was ik-weet-niet-hoe-fier. Ik dacht: zie ons bezig, zie dat Gent nu eens bezig!”

 

> Heb je een favoriete plek in de stad?

“Goh. Als het gaat om werk, los van onze repetieruimte in Oudburg die echt mijn tweede thuis is, is dat het Nieuwpoorttheater. Ik heb daar al het meest stukken gaan bekijken, ik heb er mijn eerste premières gespeeld (de Kopergieterij bestond toen nog niet). En ook omwille van de cafetaria. Nu is het wel anders, nu ze het verbouwd hebben, en met het rookverbod… Ik rook zelf niet, maar ik vind het wel jammer dat een heleboel leuke mensen nu altijd naar buiten gaan om te roken. (lacht).

Wat ik ook heel tof vond: een tijdje geleden had ik zin om te wandelen. Ik had geen tijd om naar ‘den buiten’ te trekken, ik had maar een voormiddag. Ik doe altijd mijn boodschappen in de Delhaize in Ledeberg, en ik besloot in een opwelling om eens te voet Ledeberg in te trekken. Niet gewoon naar de winkels die ik ken, maar op het gevoel af de straten in. Ongelooflijk eigenlijk, dat is een kilometer van mijn deur en ik liep door straten waar ik nog nooit geweest was. Dat vond ik tof. Toerist in een wijk die je niet kent. Ik heb veel gezien. Rare dingen ook. (mijmert) Ik ga dat nog doen. Volgende keer neem ik mijn camera mee. Er stond een groot postuurtje op de stoep met de kop eraf. Die lag ernaast. Ik dacht, verdorie, dat was een schone foto geweest. Het is een heel tof stuk Gent. Veel onderkomen gebouwen, maar er zitten ook al wat jonge gezinnen die er een huisje aan het opknappen zijn. Dat is goed voor een wijk.

Hier aan de Visserij hebben ze onlangs een oud gebouw afgebroken waar vroeger het Nieuwpoorttheater nog gezeten heeft. Daar komt nu een appartementsgebouw. Op zich vind ik het best dat er zo meer mensen aan de Visserij kunnen wonen, maar ik vind het toch spijtig. Op dat gebied ben ik echt wel een seut: ‘ooooh, dat gebouw!’ Echt, ik kwam er voorbij net toen er zo’n hakmachine bezig was grote happen baksteen uit het gebouw te nemen. Het puin rook ook zo triestig. Net als toen het Zuid werd afgebroken, het Parkhotel. Maar da’s onnozel, want het Zuid zoals het nu is, is voor tal van mensen en hangjongeren enorm waardevol.”

 

> Om van de hangbejaarden ín het Zuid nog maar te zwijgen…

“Wat doen die dan?”

 

> Die bezetten volgens sommige tegenstanders een hele dag de bankjes en zijn traag, waardoor ze de winkelaars hinderen…

“(Hoofdschuddend) Er wordt teveel gekocht, zeg ik u. Ik koop steeds minder. Ik ben zeker niet altijd bewust genoeg bezig, maar ik kan ongelooflijk moedeloos worden van winkelen. Zeker als het solden zijn. Ik wil dan ook wel iets, maar opeens begint er een soort koorts en loopt iedereen als een gek te ‘shoppen’ — het feit ook dat ze dat tegenwoordig ‘shoppen’ noemen. Een afschuwelijk woord. Niet omdat het Engels is, maar omdat het lelijk is. Kopen, kopen, kopen. Dan denk ik al gauw, ik hoef niets.”

 

> Je werkt met jongeren en je sympathiseert met hangbejaarden. Als je moet kiezen, welke doelgroep geniet dan je voorkeur?

“Oei. Doe dan maar bejaarden. Ze zijn met steeds meer, hé, tegenwoordig. Ik kan ze maar beter te vriend houden (lacht).”

 

> Een Oscar krijgen of de lotto winnen?

“Op het eerste zicht kies ik voor de Lotto, omdat ik daar meer mee kan doen, ook voor andere mensen. Hoewel, als je een Oscar wint, ben je misschien zo beroemd dat je ook veel kan doen. Nee, doe toch maar de Lotto, en dan koop ik me wel een Oscar.”

 

> Tot slot nog dit. Iedereen interviewt altijd mensen die bekend zijn, terwijl ‘anonieme’ stadsbewoners vaak minstens even interessante verhalen en meningen hebben. Wie zou jij graag eens geïnterviewd zien?

“(Denkt na) Mijn buurvrouw Gerd. Ze gaat lachen als ze het leest, maar toch. Omdat ze zo waarachtig is. Omdat ze goed kan luisteren. Onbevooroordeeld. Omdat ze altijd de juiste vragen stelt. Omdat ze grote waarheden formuleert. Goede buren zijn even belangrijk als vrienden. En ze zijn dichterbij.”

 

SARAH KEYMEULEN

 

De Propere Fanfare treedt op tijdens de Gentse Feesten: zie www.deviezegasten.be
De speeldata van Lachstuk vind je op de website van Ceremonia: www.ceremonia.be
Het vervolg op het jongerenprogramma Daar is de deur komt waarschijnlijk in het najaar van 2007 op de buis.