Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Rijden op slaolie

TT10_p8 aha_gent_bio-energie_freddy
(foto: Freddy Willems)

‘Ghent Bio-Energy Valley’ komt op gang

In juni 2005 zag ‘Ghent Bio-Energy Valley’ het levenslicht: een privaat-publiek samenwerkingsverband waarin de stedelijke en pro­vinciale overheid, de haven, de universiteit en een tiental privé-bedrijven de handen in elkaar slaan om samen projecten rond bio-energie te realiseren. De ambitie was alvast niet min: van Gent een topregio maken op het vlak van bio-energie, en ons land van een achterblijver inzake hernieuwbare energie omvormen in een voorloper.

 

Juiste plaats, juiste tijd

De tijd leek er ook rijp voor: op een moment dat de kwalijke gevolgen van onze aardolieverslaving steeds duidelijker werden en de laatste klimaatsceptici stilaan met uitsterven bedreigd raakten, begon het al te gênant te worden dat ons land inzake duurzame energie aan de staart van het Europese peloton bleef bengelen. De Gentse haven promoot zichzelf al een tijd als groene haven en zag een kans om zijn historische maar tanende rol als draaischijf in agrarische bulkproducten opnieuw in te nemen. Voor de landbouw konden biobrandstoffen misschien de redder in nood zijn en de universiteit staat traditioneel sterk in bio-technologisch onderzoek, maar de onderzoekers hadden geen contact met de bedrijven. Bovendien had de Europese Unie niet lang voordien besloten dat tegen 2010 het aandeel biobrandstoffen voor transportdoeleinden 5,75% moet bedragen. En tenslotte zorgden de hoge olieprijzen ervoor dat veel bedrijven die voorheen nooit belangstelling getoond hadden voor bio-energie nu plotseling wél geïnteresseerd waren. Een project dat aan al deze verzuchtingen tegemoet kon komen en bovendien honderden nieuwe jobs beloofde, was dan ook meer dan welkom. En nog goed voor klimaat en milieu ook!

 

Beter laat dan nooit?

Twee jaar later is er echter nog altijd nauwelijks biobrandstof te verkrijgen in ons land. Dat komt vooral omdat de overheid zeer lang getalmd heeft met de accijnsvrijstelling op biobrandstof en er nadien naar aloude Vaderlandse gewoonte nog een stevig rondje communautair getouwtrek is gevolgd bij de toekenning van de productiequota. Die quota zijn eind vorig jaar dan toch toegekend en nu lijkt GBEV met enige vertraging ook écht van start te kunnen gaan. Bioro wil voor het einde van het jaar op de markt komen met biodiesel gemaakt van koolzaadolie en Alco Bio Fuel plant iets later hetzelfde te doen met bioethanol op basis van (inheemse) tarwe. Beide brandstoffen zijn geschikt om te mengen met traditionele brandstoffen zonder dat daarvoor aanpassingen aan de motor vereist zijn. Biodiesel kan probleemloos tot 20 à 30% bijgemengd worden bij gewone diesel en bioethanol tot 10% met benzine. Dergelijke gemengde brandstoffen zijn in landen als Frankrijk en Duitsland al jaren volop verkrijgbaar. Om te rijden op pure plantenolie of pure biobrandstof is wel een aangepaste motor vereist. De bedoeling is om op termijn standaard bij alle klassieke brandstof zo’n vijf procent biobrandstof te mengen. ?Bioro en Alco Bio Fuel zijn allebei gevestigd aan het Rodenhuizedok en de al aanwezige bedrijven aan het dok, waaronder Euro-Silo en Oil-Tanking, worden in het project geïntegreerd. Het gebied tussen het Rodenhuizedok en de moervaart moet het hart worden van de groene energie-vallei. Er zijn plannen om ook groene stroom te produceren op basis van biomassa. Ook Organic Waste Systems is aanwezig, een wereldwijd actief bedrijf met geavanceerde toepassingen op het vlak van biogas. Verder zijn er nog een aantal bedrijven die technologie leveren.

 

An inconvenient truth

Maar net nu men ook bij ons van start kan gaan met de productie, lijkt het aanvankelijke enthousiasme over biobrandstoffen al wat te bekoelen - ook in kringen waar je dat misschien niet zou verwachten. Biobrandstoffen zijn in principe CO2-neutraal; dat wil zeggen dat ze bij verbranding maar evenveel CO2 afgeven als de planten waarvan ze gemaakt zijn er tijdens hun groei hebben opgenomen. Maar als je ook rekening houdt met de CO2 die vrijkomt bij de productie en verwerking van de gewassen ziet het plaatje er al heel anders uit. Er komen immers heel wat extra broeikasgassen vrij door transport, gebruik van kunstmest, bij de eigenlijke productie, ... De productie van bio-ethanol bijvoorbeeld zou bijna evenveel energie vergen als er uitgehaald kan worden; dat is dus bijna een nuloperatie. Bovendien is er voor de productie van al die bio-energie een enorme oppervlakte aan landbouwgrond nodig. De Europese Commissie stelt dat, als de doelstelling van 5,75% biobrandstof tegen 2010 gehaald zou worden, bijna tien procent van het landbouwareaal met energiegewassen beplant moet worden. Want 5,75%, dat betekent zo’n 14 miljard liter biodiesel en 13 miljard liter bio-ethanol. Daarvoor zijn 9,7 miljoen hectare koolzaad, 6,1 miljoen hectare graan en 600.000 hectare suikerbieten nodig. Voor België zou tien procent van het areaal aan suikerbieten en graan volstaan om te voldoen aan het streefcijfer voor bio-ethanol. Maar voor biodiesel zou het areaal aan koolzaad ongeveer 120.000 hectare moeten zijn. En zoveel ruimte is er niet voorhanden.

 

Rijden of eten? De vuile kant van propere energie

Het vervolg hiervan laat zich raden: er zal meer import komen. De vraag is dan: van waar? Want niet alleen in Europa lijkt er een groene goldrush uitgebroken, het gaat om een wereldwijde hype. Als gevolg hiervan schieten de prijzen van gewassen waaruit energie gewonnen kan worden de hoogte in. Zoals de prijs van maïs, dat in de VS hoofdzakelijk gebruikt wordt bij de productie van bio-ethanol. In Mexico, waar maïs het basisvoedsel is, hebben intussen de eerste voedselrellen al plaatsgehad. Het gevaar bestaat dus dat de voedselproductie in het gedrang komt door de vraag naar biomassa voor energieproductie. De meeste gewassen die nu bij energieproductie gebruikt worden zijn immers voedingsgewassen. Maar niet alleen de prijzen van de energiegewassen zelf stijgen; alle landbouwproducten worden duurder doordat de teelt van energiegewassen andere teelten onder druk zet. Dat kan dan misschien een zegen zijn voor de landbouw, het schept ook nieuwe problemen.

 

Stop een oerwoud in je tank!

Groeilanden in Azië en Latijns-Amerika, zoals Brazilië, Indonesië en Maleisië, hebben zich alvast enthousiast op deze nieuwe groeimarkt gestort. Om aan de vraag te kunnen voldoen worden daar nu reusachtige soja- (in Latijns-Amerika ) en palmolieplantages (in Azië) opgezet. Het is op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat een energieproducent als SPE in zijn elektriciteitscentrale in Harelbeke jaarlijks 30.000 ton palmolie uit Azië kan verstoken en de daarmee geproduceerde elektriciteit vervolgens aan de man kan brengen als ‘groene stroom’. En dan is SPE nog maar een kleine speler. De afgelopen jaren hebben miljoenen hectaren regenwoud plaats moeten maken voor oliepalmplantages waarvan de opbrengst hoofdzakelijk dient voor de productie van ‘groene energie’. De vraag is ook wie er eigenlijk beter wordt van dergelijke grootschalige plantagelandbouw. Dat zijn zeker niet de kleine boeren of de lokale bevolking, die dan ook steeds vaker in opstand komen tégen biobrandstofprojecten. Zo werd president Bush afgelopen maart bij het sluiten van een verdrag voor de bevordering van bio-ethanol in Brazilië onthaald op massaal boerenprotest. Tijdens zijn bezoek werden in het hele land de grote agrobusiness-bedrijven bezet, waaronder Cargill.

Nu is Cargill ook lid van ons eigen Ghent Bio-Energy Valley: het bedrijf participeert in zowel Bioro als Alco Bio-fuel. Cargill is de grootste agromultinational ter wereld en heeft op zijn zachtst gezegd niet zo’n goede reputatie. Het bedrijf blijkt het namelijk niet zo nauw te nemen met milieunormen en mensenrechten. Cargill wordt aanzien als een van de hoofdverantwoordelijken voor de vernietiging van het Amazonewoud en zou zich schuldig maken aan illegale landonteigening en houtkap. De betrokkenheid van Cargill bij GBEV wekt hier en daar dan ook wantrouwen. Het Gents MilieuFront heeft er alvast geen goed oog in en heeft in februari dan ook een bezwaarschrift ingediend bij de Stad tegen de milieuvergunning die Cargill heeft ingediend voor “het hernieuwen en veranderen van een vergund extractiebedrijf.” Het GMF vraagt garanties dat voor de productie van biodiesel regionaal geproduceerd koolzaad zou gebruikt worden in plaats van geïmporteerde soja.

 

Biobrandstoffen: the next generation

Er blijken dus nogal wat nadelen te zijn aan groene energie. Voor de nabije toekomst wordt dan ook veel verwacht van de zogenaamde tweede generatie biobrandstoffen. Hierbij wordt de gehele plant verwerkt tot brandstof, en het gaat ook om andere gewassen dan deze die nu worden gebruikt. Men experimenteert met korte rotatieteelten van wilg, populier of olifantsgras. Dat zijn snelgroeiende gewassen die meerdere keren per jaar geoogst kunnen worden. Uit de biomassa kunnen vervolgens biogas of bio-ethanol geproduceerd worden. Maar dat is technisch een stuk minder eenvoudig als bij de huidige verwerking van zetmeel- of suikerhoudende gewassen tot bio-ethanol en de procédés staan nog niet op punt. Voor dat probleem rekent men bij de GBEV op de bijdrage van de universiteit. Het voordeel van de tweede generatie biobrandstoffen is dat de energieopbrengst per hectare veel groter zou zijn dan bij de huidige bio-energieteelten. Daarmee verbetert de CO2-balans en zouden er ook minder meststoffen nodig zijn. Bovendien zouden ook afvalproducten als maïskolven, stro of snoeihout verwerkt kunnen worden. Ook zou de afhankelijkheid van geïmporteerde biomassa verminderen en zouden de energieteelten minder concurreren met de voedselproductie.

Er is berekend dat de hoeveelheid fossiele brandstoffen die wij met zijn allen jaarlijks opsouperen het equivalent is van zo’n vierhonderd jaar plantengroei. Dat wil zeggen dat biobrandstoffen hoe dan ook nooit veel meer dan een klein deel van de fossiele brandstoffen zullen kunnen vervangen. En aangezien biobrandstoffen dan toch niet zo’n zegen blijken te zijn voor het milieu, kan men de vraag stellen of de hype eromheen wel meer is dan gewoon groene marketing: “Blijven rijden dus, maar met groene brandstof kan het ook zonder gewetensbezwaren”.

 

KOEN DE STOOP

 


ACTIE IN DE GENTSE HAVEN

ACTIE IN DE GENTSE HAVEN TEGEN CARGILL:

Cargill Gent gesloten wegens schending mensenrechten

By leogargouille

In de haven van Gent blokkeerde een internationale actiegroep de toegang van agrogigant Cargill. De activisten wilden er op wijzen dat de multinational mensenrechten in het Zuiden schendt om het Noorden van veevoer en biobrandstoffen te voorzien. De actie stond in het teken van de werelddag van de boerenstrijd.
carkill.jpg

Nog voor dageraad –klokslag zes uur dertig– sloegen zo’n vijfentwintig activisten toe in de Gentse haven. In geen tijd klommen ze over de ingangspoort van Cargill waaraan ze zich vast ketenden, terwijl anderen spandoeken uitrolden om hun aanklacht kenbaar te maken. De blokkade van de actiegroep Agrocrisis kwam totaal onverwacht.

Agrocrisis is een gelegenheidsgroep van actievoerders uit België, Nederland, Spanje, Duitsland en Finland die Cargill als een van de grootste spelers op de sojamarkt verantwoordelijk stelt voor schendingen van de mensenrechten in het Zuiden. “In landen als Paraguay, Brazilië en Argentinië wordt massaal soja verbouwd vooral voor veevoeders en agrobrandstoffen. Mensen worden door de politie met geweld van hun land verdreven om plaats te maken voor sojaplantages. Soms worden zelfs paramilitairen ingezet tegen de boeren,” zegt An Mayens, de woordvoerster van Agrocrisis.

Milieuschade voor vleesproductie

“Daarnaast wordt de leefsituatie van rurale gemeenschappen in de nabijheid van sojaplantages onmogelijk gemaakt door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Om al die redenen trekken steeds meer boeren naar de grootsteden. In Paraguay alleen ruilen jaarlijks 90.000 mensen het platteland voor de stad. Deze tendens zal in de toekomst alleen maar toenemen als de vraag vanuit Europa blijft stijgen.”

Een deel van die soja wordt door Cargill in Gent verwerkt tot krachtvoer voor onze veestapel. En zo heeft het leed van de kleine boer in Paraguay alles te maken met dat lapje steak op ons bord. “Voor één kilo vlees heb je al gauw zeven kilo graangewassen nodig. Als wij minder vlees zouden consumeren, zou Zuid-Amerika minder onder druk staan om soja te produceren. Wij willen mensen een aanzet geven tot consuminderen.”

Solidariteit met de kleine boer uit het Zuiden

Een tiental silowagens met sojaschroot konden door de blokkade het terrein van Cargill niet op. Maar de vrachtwagenbestuurders hadden begrip voor de argumenten van de activisten van wie ze een kop ‘eerlijke’ koffie aangeboden kregen.

De datum van de actie werd niet toevallig op 17 april gekozen. “Het is de internationale actiedag van Via Campesina (een mondiaal netwerk van organisaties van kwetsbare boeren). In 1996 werden op die dag negentien landloze boeren vermoord tijdens een landbezetting in Brazilië.” Simultaan met de blokkade van Cargill in Gent werden er wereldwijd een zestigtal acties gevoerd.

“Dit is een solidariteitsactie met de boeren van Zuid-Amerika,” zegt Steven. Hij draagt een strohoed en een groen sjaaltje, zoals de campesinos in Paraguay waarmee hij sympathiseert. Met een fietsslot rond zijn hals heeft hij zich vastgemaakt aan de ingangspoort van Cargill. “We zijn blij dat onze pers ingegaan is op de oproep, maar het veel belangrijker dat de beelden terecht komen bij de organisaties van boeren in het Zuiden. Zodat ze zien dat ze er niet alleen voor staan.”

De groene schijn ophouden

Actiegroep Agrocrisis waarschuwt ook voor de Ronde Tafel Conferentie over Verantwoorde Soja (RTRS) die op 23 en 24 april plaatsvindt in Buenos Aires. Deze conferentie kwam in 2004 tot stand in samenwerking met het WWF. De bedoeling is de productie van soja te promoten die sociaal rechtvaardig en milieuverantwoord is. Maar volgens An Mayens gaat het om pure greenwash: “Die soja is net zo goed genetisch gemanipuleerde en wordt eveneens met bestrijdingsmiddelen besproeid. En daarna moet ze nog eens de wereld rond getransporteerd worden. Daar is niets duurzaam aan. Dankzij de labeling door WWF wordt het imago van multinationals als Cargill opgesmukt en worden critici de mond gesnoerd.”

Biobrandstoffen: voedsel voor het aandrijven van motoren

Nieuwe groeimogelijkheden in de energiesector laat Cargill niet liggen. De agrogigant opende onlangs een nieuwe biodieselfabriek en investeert momenteel in een raffinaderij voor koolzaad in de Gentse haven. Hiermee speelt de multinational handig in op de Europese richtlijn die bepaalt dat tien procent van alle transportbrandstoffen in Europa tegen 2020 biobrandstoffen moeten zijn. Door dit soort maatregelingen komen voedselgewassen in rechtstreekse concurrentie met energiegewassen te staan, wat meteen een van de oorzaken is voor de stijgende voedselprijzen en de daarmee gepaard gaande voedselrellen die wereldwijd uitbreken.

De druk op de EU om de doelstellingen rond biobrandstoffen te herzien wordt steeds groter. Zelfs premier Leterme sprak er zich onlangs bezorgd over uit tegen EU-commissievoorzitter Barroso. Leterme verklaarde dat hij zich als Vlaams minister van Landbouw reeds ethische vragen stelde bij het gebruik van voedsel voor het aandrijven van motoren.

Ghent Bio-Energy Valley

Toch draait de motor van de bio-energie nu al op volle toeren. Reeds in juni 2005 ging Ghent Bio-Engergy Valley van start. Dat is een ambitieus initiatief dat Gent op de kaart wil zetten als een tophaven voor productie, distributie en opslag van bio-energie. In dat samenwerkingsverband zitten ook de Universiteit van Gent, de Haven van Gent, de stad Gent, naast gespecialiseerde industriële bedrijven, waaronder Cargill.

Voor wie het lijkt alsof Agrocrisis net zo goed een ander doelwit had kunnen kiezen op de werelddag van de boerenstrijd, benadrukt An Mayens toch nog eens het gewicht van Cargill in agroschaal: “Cargill is het grootste niet beursgenoteerde privé-bedrijf. Dat houdt in dat het zich niet moeten verantwoorden tegenover aandeelhouders en geen jaarverslagen publiek moet maken. Zo kunnen ze heel veel verbergen. Binnen de agrosector is het bedrijf zeer machtig en wereldwijd is het de grootste graanhandelaar.”

De directie van Cargill was bereid in gesprek te gaan met twee vertegenwoordigers van Agrocrisis, maar wel weg van de camera’s. Van een onderhoud achter gesloten deuren wilden de activisten echter niets weten. “Wij hebben niks te verbergen,” klonk het. “Iedereen moet kunnen horen wat Cargill te zeggen heeft, anders hoeft het niet.”

Om 17u30 –na exact 11 uur– werd de blokkade uiteindelijk opgeheven. De silowagens waren reeds van de baan en de activisten hadden hun punt gemaakt. Net zoals zovele andere activisten, landloze boeren en kleine boeren op zestig andere plekken verspreid over de hele wereld.

Meer info en andere artikels op;

http://www.indymedia.be/en/node/27064

http://www.gentblogt.be/2008/04/20/blokkade-van-cargill-gent