Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Ledeberg

toegangspoort van de toekomst

TT10_p11 stadsontwikkeling_ledeberg_3_hans_dekeyser
(foto: Hans Dekeyser)

Waar de Brugse Poort al zuurstof kreeg en het Rabot zijn bruggen, krijgt Ledeberg onder de vorm van ‘stadpoorten’ nu ook zijn eigen stadsvernieuwingsproject. Er worden vooral stedenbouwkundige ingrepen en nieuwe woningen gepland. Het ontwerpvoorstel ligt nog maar net op tafel, of wij gingen het al even voor u inkijken.

 

Een industriële voorstad

Eerst wat geschiedenis. Tijdens de middeleeuwen waren grote delen van het Ledebergse grondgebied afhankelijk van de Sint-Pietersabdij. Tijdens de Franse bezetting in 1801 werd Ledeberg een zelfstandige gemeente. Wat voorheen vooral een landbouwgebied was, kwam vanaf dan heel snel tot ontwikkeling. Van alle Gentse voorsteden kende Ledeberg de snelste industrialisering en bevolkingstoename. Er ontstond een bloeiende industriële nijverheid met katoenfabrieken, vlasspinnerijen, een steenbakkerij en een scheepsbouwwerf. Rond 1900 woonden er 14.396 inwoners op een totale oppervlakte van 109 ha, wat de vraag naar goedkope huizen deed stijgen. De vele beluiken met typische arbeiderswoningen, zoals de ‘Cité Anglaise’ aan de Hundelgemsesteenweg en de beluikenbouw in de Bellevue-wijk, waren daar het resultaat van. De Bellevue-wijk ontstond op de plaats van een vroeger overstromingsgebied van de Schelde. Rond 1970 werd de wijk afgesloten van de rest van Ledeberg door de aanleg van bredere doorgangswegen en de op- en afritten van de autowegen E17 en E40.

 

Ledeberg vandaag

Vandaag blijft Ledeberg sterk gekenmerkt door een hoge bevolkingsdichtheid, een gebrek aan open ruimte, verkeerschaos, rafelige bouwstructuren en fysiek afgesneden delen zoals de Bellevuewijk en Eindeke. Ledeberg ligt geklemd tussen spoorwegen, autostrades en viaducten, de Schelde en de Brusselsesteenweg en is daarom op zichzelf gericht.

Toch is er in Ledeberg geen gebrek aan groenzones. Ledeberg telde in 2002 158.603 m2 publiek groen. Ter vergelijking: de naburige wijk Oud-Gentbrugge, die even groot is, telde in datzelfde jaar 82.041 m2, en de nog grotere Dampoortwijk slechts de helft daarvan. Ledeberg heeft vijf ingerichte speelruimtes: het Centrumplein, het stadsdeelpark De Vijvers, de De Naeyerdreef, het Adolf Papeleupark en het E3-plein in de Bellevue-wijk. De groenzones en open ruimtes liggen echter vooral aan de rand van Ledeberg en de toegankelijkheid en de zichtbaarheid ervan laat nogal te wensen over. Zo heeft het park De Vijvers zijn naam niet gestolen: in regenachtige periodes wordt het onbruikbaar door de drassige bodem.

 

TT10_p11 stadsontwikkeling_ledeberg_4
(foto: Hans Dekeyser)

Met de woon en-huisvestingssituatie is het minder goed gesteld. Ten noorden van de as Hovenierstraat — Eggermontstraat treffen we nog grote (heren)huizen en comfortabele woningen aan, maar ten zuiden van die as zijn er veel woningen met nauwelijks comfort en buitenruimte. Vooral veel hoekwoningen zijn er slecht aan toe. Het te dicht op elkaar leven en het gebrek aan eigen of publieke buitenruimte bemoeilijkt het samenleven. Tot slot is er het probleem van de huisjesmelkers dat de Stad de laatste tijd kordaat aanpakt, onder meer met de strengere regelgeving die sinds kort van kracht is. Toch schrikt deze strenge aanpak eigenaars nog niet af om eengezinswoningen verder op te delen in meerdere wooneenheden. Dat opdelen in kleinere eenheden gebeurt in Ledeberg makkelijker omdat de meeste huizen een kleine of helemaal geen tuin hebben. Daardoor vallen ze niet onder de regel die stelt dat een huis met een tuin vanaf een bepaalde grootte niet opgedeeld mag worden. Door deze praktijken neemt het aanbod van gewone huurwoningen af.

 

Ondanks een recente daling kent Ledeberg meer sociale huurders dan het Gentse gemiddelde (13,5 tegenover 11,5% in 2001). Het aantal kandidaat-sociale huurders nam de jongste jaren sterker toe dan het Gentse gemiddelde. Dit heeft te maken met de almaar duurder wordende woningen op de private markt, woningen waarvan de kwaliteit dikwijls geen gelijke tred houdt met de prijs. Ledeberg telt al een groot aantal sociale woningen, in totaal een 580-tal, zoals aan de Blaesstraat, Eindeken, de Meierij en het Papeleupark. Het gaat om erg diverse woontypes. Opvallend is hoe vaak mensen in Ledeberg verhuizen. Dat heeft te maken met de tijdelijke aanwezigheid van asielzoekers, jongeren en jonge gezinnen voor wie Ledeberg slechts een tussenstap is. Toch is er ook een lichte toename van het aantal jonge gezinnen dat hier wil blijven wonen. Ook studenten ontdekken steeds vaker de nog betaalbare woningen in Ledeberg.

Naast de zeer dichtbebouwde ruimte rond het centrum heeft Ledeberg ook een hoogbouwwijk: de Bellevuewijk met appartementen, de UCO-toren en de nieuwe Zuiderpoorttoren. Door de latere ontwikkeling van deze wijk is de woonproblematiek er beperkter.

 

Ook de sociaal-economische situatie van een deel van de Ledebergse bevolking vraagt om aandacht. De werkloosheidsgraad lag er in 2004 op 11,8% (tegenover 9,4% voor heel Gent) en 3,2% van de bevolking is OCMW-steungerechtigd (tegenover 2,1% voor Gent). Ledeberg heeft ook een groter aandeel van huishoudens met een laag inkomen. In de kantoren aan de Zuiderpoort, waar het ministerie van Financiën de belangrijkste huurder is, werken vooral werknemers van buiten Ledeberg. Ledeberg telt heel wat horeca- en handelszaken, maar sommige wijken, zoals de Bellevue, moeten het zonder basiswinkelvoorziening stellen.

 

Het stadsvernieuwings-project Ledeberg

Het planningsproces van de stadsvernieuwing in Ledeberg is nog volop bezig en pas in de komende maanden beslist het stadsbestuur over een actieplan (zie kader planningsproces). Toch worden in het ontwerpend onderzoek al de contouren van het nieuwe Ledeberg zichtbaar. Centraal in de plannen staat de opwaardering van de ‘identiteit’ en de ‘beeldkwaliteit’ van Ledeberg. Veel mensen passeren Ledeberg zonder het te merken en Ledeberg maakt een grijze en in zichzelf gekeerde indruk. De Stad wil dit beeld veranderen en ‘een lichte en luchtige omgeving’ creëren (volgens het Opdracht-document voor de opmaak van een strategisch beeldkwaliteitsplan - Stad Gent). Het stadsbestuur schuift daartoe de volgende doelstellingen naar voor:

De groene randen opwaarderen en beter toegankelijk maken

De toegangspoorten tot de stad visueel aantrekkelijker maken, met respect voor de bestaande bebouwing en woonstructuur

De uitstraling en het ruimtegevoel van het stadsdeel vergroten door ruimtelijke ingrepen, zoals straten verbreden of versmallen, groene verfraaiing aanbrengen en lege ruimtes invullen

De verkeersdoorstroom en -structuur verbeteren

Werken aan de kwaliteit en kwantiteit van de voorzieningen in Ledeberg

 

Het stadsontwikkelingsplan bestaat uit twee onevenredige delen: enerzijds een grootschalige aanpak van de toegangspoorten tot de stad (Keizerspoort en omgeving, Hoveniersstraat en Park De Naeyerdreef en de toeganspoorten Botermarkt, Eggermontstraat en omgeving), anderzijds de kleinschalige aanpak van stedelijke vernieuwing om zuurstof en open ruimte te creëren in het dichtbebouwde en drukbewoonde stadsdeel. Wat dit laatste betreft stelt de Stad voor om in te grijpen in vijf middelgrote bouwblokken. Grote sloopwerken komen er niet, omdat de structuur van de wijk dit niet toelaat en men de identiteit van Ledeberg wil bewaren.

 

Meteen valt het contrast op tussen de grootschalige ruimtelijke planning aan de ‘toegangspoorten’ en de kleinschalige aanpak van het woonweefsel. Daar lijkt de Stad te opteren voor ‘accupuncturele initiatieven’ op diverse plaatsen in de wijk, want die zijn “niet zo complex en duur (minimale ingrepen) en komen de gehele woonomgeving ten goede (maximaal rendement).” De ontwerpen hiervoor moeten wervend zijn, kwestie van projectontwikkelaars en betrokken actoren te enthousiasmeren en vertrouwen in te boezemen. De overheid zet zoveel mogelijk in op het leefklimaat en de openbare ruimtes zodat ook privé-personen “verleid worden tot woningverbetering” (Uit: Opdracht-document voor de opmaak van een strategisch beeldkwaliteitsplan - Stad Gent).

Meer concreet focust het ontwerp zoals het momenteel voorligt op vier pijnpunten in de wijk.

 

Het beeldkwaliteitsplan voor de bestaande, kleinschalige woonstructuur:

Hiermee wil men het algemene beeld van Ledeberg aantrekkelijker maken. Groezelige uitzichten zullen bestreden worden door bomen aan te planten, stoepen te verbreden, ontmoetingshoeken te creëren, het verkeer te reguleren, publieke plaatsen te verfraaien, de groene rand rond de Schelde op te waarderen en het Spoor uit te werken. Belangrijk in dit onderdeel van het ontwerp is het concept van de ‘zichtlocaties’ of ‘stadspoorten’. De Stad wil de plaatsen waarlangs mensen Ledeberg binnenkomen in de verf zetten met kunst, kleur en ruimtelijke ingrepen: de stadsentree bij het E3-plein, het Park De Vijvers, de Brusselse Poort/Keizerspoort en de spoorweggrens.

 

De Keizerspoort en de Brusselse Steenweg: Men wil de tussenruimte tussen Gent en Ledeberg aanpakken door het niemandsland aan de Keizerspoort een nieuwe invulling te geven. De unieke locatie aan de Franse Vaart kan een natuurzone of stedelijke kade worden. De Brusselse Steenweg moet worden geherstructureerd door meer in te zetten op openbaar vervoer (eventueel met een dubbel tramspoor). Verder wil men het bouwblok aan de Franse vaart en de Van Bockxtaelestraat aanpakken en wordt er nagedacht over de mogelijkheden om economische activiteiten die daar plaatsvinden (vooral groothandel) te herlokaliseren.

 

Hoveniersstraat en Park De Vijvers: Het gehele woonblok tussen De Brusselse Steenweg, de Walstraat, Van Hoorebekestraat en de E17 wordt aangepakt. De structuur ervan is momenteel te chaotisch, alleen de grenzen afgebakend door de snelweg zijn duidelijk. Nieuwe woningen behoren tot de mogelijkheid om terug structuur te brengen in dit woonblok. Ook een grotere toegankelijkheid van het park als groenzone is een must.

 

De Botermarkt, Eggermontstraat en omgeving: De groene plekken en parken zullen zichtbaarder en toegankelijker gemaakt worden. Door de verkeerssituatie te wijzigen en de stoepen te verbreden, een boulevard te creëren, onder de viaduct sportveldjes te maken en groen aan te planten (“groene stapstenen”) kan dit een openbare ruimte worden waar wandelen aangenamer wordt.

 

Bijkomende geplande projecten naast het stadsvernieuwingsproject

Naast het stadsvernieuwingsproject zijn ook nog enkele lange termijnprojecten gepland. Het gaat daarbij vooral om de inplanting van enkele sociale woningen en om private residentiële projecten, waarbij lofting en wonen aan het water centraal staan. Op die manier wil men meer gegoede burgers aantrekken naar Ledeberg.

 

Sociale huisvesting: Er komen er een aantal appartementen en sociale woningen bij (zoals het ‘Hospice’-project ter hoogte van de Hundelgemsesteenweg, goed voor 62 wooneenheden), maar de stad zet vooral in op de renovatie van bestaande huizen en woonblokken (bijvoorbeeld in Eindeken en de Bellevuewijk).

 

Private huisvesting: Verschillende private woonprojecten worden uitgevoerd of staan op stapel. Er is ‘Cotton Island’ op de voormalige bedrijfsterreinen van Metzeler aan de Pynaertkaai, ‘Pogano’ (Porta Ganda Nova — een nieuwe Gentse stadspoort) aan de Fransevaart op de plaats waar voorheen kraakpanden stonden, en de ombouw van de feestzaal Hof ter Rhode in de Driesstraat tot moderne lofts.

 

Nog in het kader van de ontwikkeling van een nieuwe stadspoort werd het E3-plein aan de Gaston Crommenlaan volledig opnieuw aangelegd. De Ledebergse Scheldemeander moet door het aanbrengen van allerlei groenelementen rustiger wandelen en fietsen van de Beneden- naar de Bovenschelde mogelijk maken. Ten slotte wordt het Keizerpark, net over de Brusselsesteenweg, heringericht na de aanleg van een tweede fietsersbrug. Deze brug verbindt het park met de groenas langs de Schelde. De Gentbrugse meersen — één van de vier toekomstige Gentse groenpolen — worden na doortrekking van deze groenas vlot bereikbaar vanuit Ledeberg.

 

Conclusie

Het sterke punt van dit stadsvernieuwingsproject zijn de ruimtelijke ingrepen in een stadsdeel dat dringend aan vernieuwing en renovatie toe is. Ook de verhoging van de toegankelijkheid van de bestaande groenzones en parken, het aanplanten van bomen, de verbreding van de stoepen en de herwaardering van openbare en verloren ruimtes zullen de wijk een frissere uitstraling geven. Enkele creatieve ingrepen, zoals de geplande sportpleintjes onder de bruggen, zorgen op ruimtelijk en stedenbouwkundig vlak voor een meerwaarde.

 

Het stadsvernieuwingsproject voor Ledeberg heeft in de eerste plaats dan ook duidelijk een stedenbouwkundige insteek. Er wordt vooral geopteerd voor ‘ruimtelijke ingrepen’ — logisch als je weet dat de dienst Stedenbouw een belangrijke rol speelde bij de keuze van de aandachtspunten. Het sterke punt is daardoor meteen ook de zwakte van het project. Antwoorden op de sociale en economische problemen van Ledeberg zijn weinig tot niet geïntegreerd in de ontwerpplannen. Nochtans is een geïntegreerde gebiedsbenadering een absolute noodzaak voor een wijk als Ledeberg.

 

TT10_p11 stadsontwikkeling_ledeberg_2_hans_dekeyser
(foto: Hans Dekeyser)

Vooral voor het huisvestingsprobleem biedt de keuze voor een stedenbouwkundige aanpak geen oplossing. De Stad zet alle pijlen in op “accupuncturele ingrepen”, die de aanzet zouden moeten vormen tot zelfregeneratie door particuliere eigenaars. De wijk moet ‘op zichzelf’ vernieuwen en zijn slechte huisvestingssituatie en lage woonkwaliteit gestaag ontgroeien. Er wordt weliswaar nagedacht over een collectieve aanpak van de huisvestingsproblematiek van Ledeberg (bijvoorbeeld met Europese fondsen), maar die plannen houden geen gelijke tred met de reeds geplande ruimtelijke ingrepen, zodat de kans op sociale verdringing reëel is. Natuurlijk kunnen strategische ingrepen in de openbare ruimte, gecombineerd met een discours over de ‘identiteit van de buurt’, regeneratie tot gevolg hebben. De kans blijft echter groot dat een dergelijke eenzijdige aanpak opnieuw zal leiden tot een buurt waarin de zelfregeneratie vooral gebeurt in de betere delen van de wijk, door sociaal-economisch sterkere groepen die dikwijls van buiten Ledeberg zelf komen. In zo’n scenario blijft de kansarme lokale bevolking in de kou staan.

 

Op dit moment lijkt een screening van de woningen zoals de dienst Woonbeleid reeds uitvoerde in de Brugse Poort en het Rabot een noodzaak als men ook een sociaal huisvestingsluik wil koppelen aan het stadsvernieuwingsproject. Ingrijpen in structureel onbewoonbare woonblokken die nooit tot een adequate woonkwaliteit zullen leiden (14 van de 40 structurele onbewoonbare woonblokken in Gent liggen in Ledeberg) kan de toekomstige woonkwaliteit van de wijk alleen ten goede komen. Er moet bovendien nagedacht worden over vormen van lokale economische ontwikkeling, die werkgelegenheid creëren aangepast aan het profiel van de Ledebergse werklozen. De kantoorontwikkeling rond de Zuiderpoort komt daar alvast niet voor in aanmerking. We kijken dan ook vol spanning uit naar het op stapel staande werkgelegenheidsplan van het samenwerkingsplatform Gent, Stad in Werking.

 

PASCAL DEBRUYNE EN STIJN OOSTERLYNCK

 

Bronnen:


www.gent.be
Nota’s van de Stad: Opdracht-document voor de opmaak van een strategisch beeldkwaliteitsplan-Stad Gent
Nota Gebiedsgerichte Werking 2006

 

Planningsproces


Ruimtelijk structuurplan Gent (RSG). Het RSG is van kracht sinds 2003. Ledeberg wordt er aangegeven als een gebied dat in aanmerking komt voor stadsvernieuwing. Ook het concept ‘stadspoorten’, met de Zuiderpoort (kantoorgebouwen) in de Bellevuewijk, staat al vermeld in het RSG.
 
Nota ‘Samen werken aan Ledeberg’. Deze nota van de Cel Gebiedsgerichte Werking (CGW) verscheen in augustus 2005. Ze brengt het stadsdeel Ledeberg in kaart en is gebaseerd op allerlei studies zoals het leefbaarheidsonderzoek LENS en een bevraging van lokale sleutelfiguren, verenigingen en de bevolking. De nota moest dienen als basis voor de dialoog tussen het stadsbestuur, CGW en de bevolking. Op dat moment waren er nog geen concrete plannen voor een stadsvernieuwingsproject in Ledeberg.
 
Aankondiging stadsvernieuwingsproject Ledeberg. In juni 2006 kondigt het stadsbestuur een stadsvernieuwingsproject voor Ledeberg aan. De dienst Stedenbouw van Gent stelde op basis van het bestaande materiaal vier aandachtspunten voor (zie artikel), waarvoor de studiebureaus in samenspraak met alle betrokken actoren (zie kader participatie) concrete plannen ontwikkelen. De Stad schrijft verschillende bestekken uit voor de uitbesteding van het studiewerk.
 
Wijkprogramma Ledeberg. In december 2006 verschijnt het wijkprogramma voor Ledeberg, samengesteld door CGW. In het wijkprogramma geeft het stadsbestuur per thema haar visie en aandachtspunten weer en vermeldt ze welke initiatieven er reeds bestaan.
 
Studiefase. Tussen november 2006 en juni 2007 worden concrete plannen voor het stadsvernieuwingsproject Ledeberg uitgewerkt. Op 25 mei komt de stuurgroep samen om de conclusies van klankbordgroepen, die de voorlopige ontwerpen van studiebureaus bediscuteren, te bespreken. Op basis van de politieke beslissingen die door de stuurgroep genomen worden, moeten de studiebureaus dan een definitief ontwerp maken. In juni wordt de studiefase afgesloten met het opstellen van een actieplan. Vanaf 2008 start de uitvoering van dit actieplan.

 

Participatie en besluitvorming


Het Gentse stadsbestuur wil dat er voldoende draagvlak is bij alle betrokken actoren voor het stadsvernieuwingsproject. Het planningsproject wordt daarom gestuurd en getoetst door drie groepen. Er is de stuurgroep die uit verkozen politici (schepenen) bestaat en de uiteindelijke politieke beslissingen neemt. Daarnaast is er de begeleidingsgroep die de plannen inhoudelijk opvolgt en uitwerkt. Deze groep bestaat uit mensen van de verschillende administraties (onder meer de Groendienst, de Diensten Stedenbouw en Ruimtelijke Planning en Mobiliteit, de CGW, Buurtwerking Ledeberg en de Woonwinkel Ledeberg). Tenslotte is er de klankbordgroep waarin vertegenwoordigers van de lokale bevolking feedback en advies geven aan de administratie en politici. De begeleidings- en klankbordgroep hebben een adviserende bevoegdheid.
 
De CGW stelde de klankbordgroep voor Ledeberg, die uit een 40 tot 50-tal mensen bestaat, samen op basis van eerdere contacten (traditionele wijkactoren zoals de deken, bewonerscomités, maar ook individuele burgers die reeds contact opnamen) en nieuwe contacten verzameld tijdens activiteiten in Ledeberg (bv. tijdens een tentoonstelling op de Ledebergse feesten, waarbij bewoners ook de kans kregen vanop een brandweerladder Ledeberg vanuit de lucht te bekijken). Er werd ook samengewerkt met Samenlevingsopbouw en het Wijkplatform. De GGW streefde naar een zo representatief mogelijke groep, maar beseft dat ze niet iedereen kon bereiken, omdat een aantal mensen in Ledeberg te druk bezig is met overleven om belang te hechten aan de discussies in de klankbordgroep.
 
Het planningsproces ving aan met het vastleggen van de vier aandachtspunten voor Ledeberg door de Dienst Stedenbouw. Deze beslissing was deels gebaseerd op de belangrijkste ‘signalen’ die de CGW registreerde in haar bevraging van de lokale bevolking, maar werd verder niet besproken. Op basis van openbare aanbestedingen werd aan studiebureaus de opdracht gegeven binnen de uitgetekende lijnen een ruimtelijk ontwerp en actieplan voor de vier aandachtspunten uit te werken. In deze ontwerpfase werd er regelmatig teruggekoppeld tussen de verschillende groepen en de studiebureaus. Dit proces loopt nu ten einde.

 


Recent hield de vereniging

Recent hield de vereniging voor Ruimte & Planning een studiedag over de planningsmethodiek in Ledeberg. Een verslag vind je op www.vrp.be.

U vindt verschillende