Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Het partijblad (deel I)

Onderstaande tekst is de neerslag van een toespraak van Dirk Liefooghe, die hij op 11 april 2007 hield in de Coffee Lounge ter gelegenheid van het verschijnen van ‘Solo’, het nieuwste boek van Bavo Dhooge.

 

Alvorens te beginnen dit:

Bavo vertelde ons dat zijn nieuwste roman ietwat te maken had met muziek, met jazz.

Met de “ontembare kracht van jazz”, zo zegde hij.

 

Jazz?!

Dat onderontwikkeld kabaal, dat getsjangel van illegale katoenplukkers, dat multicultureel negerlawijt. En noemt men dat nu ook al muziek.

Bij ons?!

Emile Hullebroek zal zich ook al wel een paar keren in zijn graf hebben omgedraaid.

 

Zo hoorden we het meermaals.

 

En zo dachten we aan een artikeltje over muziek dat we, enige tijd geleden, lazen in het partijblad van een politieke partij waarvan we de naam nu toch wel vergeten zijn.

 

We hadden het gekopieerd dat artikeltje. Zo zijn we nu eenmaal.

De politieke partij waarvan we de naam zijn vergeten, zijzelf noemt haar krantje INFORMATIEBLAD.

 

“Eindelijk een blad dat zegt wat u denkt” staat bovenaan de voorpagina. Wij dachten na lezing: “een blad van, aan hysterische blikvernauwing lijdende trollen die de meest ezelachtige gorigheid rammen in de hersenen van mensen die nooit denken.”

 

Op de voorpagina van dit informatieblad prijkt ook de fotografie van een soortement aangeklede mongoloïde testikel die een pijnlijke inspanning levert om iets te produceren dat op een mensvriendelijke glimlach poogt te lijken.

Achter hem staat het doorgaans zo fiere Gentse Belfort een beetje beschaamd te wezen.

 

U ziet het zelf, dit is dan het uitgelezen krantje voor diegene die geïnformeerd wenst te worden omtrent dingen zoals daar bijvoorbeeld zijn de muziek en aangelanden.

 

Het artikel dat we ons herinnerden had dus iets met muziek te maken. Niet direct met jazz, dan toch wel met niet-van-bij-ons muziek.

 

Het is getiteld: ONZINNIGE CULTUURSUBSIDIE. GELD VOOR RAPPERS EN SAZ MUZIEK. VOOR MUZIEK VAN BACH, BEETHOVEN EN MOZART GEEFT HET STADSBESTUUR GEEN SUBSIDIES.

 

Wij citeren:

 

“Dat de multiculturele dogma’s bij het toekennen van deze subsidies een grote rol spelen, staat vanzelfsprekend buiten kijf. Er ging dus ook geld naar een project om “jongeren”...

 

(om een voor ons mysterieuze reden zet dit informatieblad jongeren tussen aanhalingstekens. Misschien bedoelde onze informatieleverancier dat het eigenlijk geen jongeren waren. Misschien had hij bespeurd dat het in wezen een zooi overjarige, in jongeren vermomde, hooligans uit Oezbekistan was. We zullen het nooit weten.)

 

We citeren verder:

 

dus: om jongeren (tussen aanhalingstekens) een initiatie Saz te geven. Saz is een Turks volksinstrument. Maar voor gewone westerse muziekinstrumenten heeft het stadsbestuur veel minder belangstelling...

 

(kijk, dat vinden we dan ook weer volstrekt mooi, die “gewone” westerse muziekinstrumenten. En wat moeten we ons daarbij voorstellen: gewone instrumenten en niet-gewone instrumenten?

 

“Holala, mijnheer, welk niet-gewoon instrument heeft u daar, dat lijkt me toch ook niet direct westers te wezen!”)

 

We citeren verder:

 

dus: voor gewone westerse muziekinstrumenten heeft het stadsbestuur veel minder belangstelling: een groepje jongeren ([1]) dat klassieke muziek speelde, wilde ook een optreden op touw zetten. Maar zij kregen geen subsidie. Martine De Regge vond dat niet innoverend genoeg. Mozart, Bach, Beethoven, Sibelius… allemaal oude koek. Saz is veel multicultureler.”

 

Tot daar het citaat.([2])

 

Zodoende geeft de Stad Gent, althans volgens dit informatieblad, geen subsidies voor “oude koek” muziek.

Nochtans, de Stad Gent geeft elk jaar:

211.850 € subsidie aan het Festival van Vlaanderen.

1.794.750 € aan de Opera

688.957 € aan de Stedelijke Concertzaal de Bijloke.

67.860 € aan de Bijlokeconcerten

12.395 € aan, bijvoorbeeld, de Rode Pomp

enz. enz. enz.

 

En aangezien wij dat kunnen weten zou de eigen-volk-oplichter die dit schrijfsel pleegde het ook kunnen weten.

Elkeen weet ook dat Martine De Regge geen schepen van cultuur is (t.t.z. geen Schepen van Cultuur was.) dan wel van, onder andere, integratie. En dat weet die eigen-volk-verneuker ook.

Maar dat is niet het probleem.

Deze, aan hersenatrofie lijdende halve zool doet alsof hij het over muziek heeft. Hij citeert Bach, Beethoven, Mozart, Sibelius — alle vier, stuk voor stuk gegarandeerd “gewone” componisten — en dat zou dan het bewijs moeten zijn dat hij iets van muziek kent.

Het is evenwel overduidelijk dat schrijvelaartje van dit opstel geen kloten van “oude koek” muziek gegeten heeft, laat staan van “nieuwe koek” muziek en dat het er voor hem enkel en alleen om gaat uiting te geven aan zijn viscerale afkeer voor alles wat niet op hemzelf lijkt.

En wij zweren u dat dat (gelukkig) heel, heel veel is.

Onze ééncellige zombie, hijzelf heeft “ontdekt” dat er in Gent tussen aanhalingstekens geparkeerde jongeren op een TURKS instrument leren spelen en dat Martine De Regge daar geld voor geeft.

Met name, ons belastingsgeld.

Het gebruik van instrumenten volslagen vreemd aan onze hoogsteigen culturele identiteit wordt niet alleen getolereerd maar aangemoedigd en zelfs gefinancierd.

En we zullen toch niet met lede ogen toezien zeker hoe onze schone Vlaamse jeugd volksvreemde, multiculturele, niet-gewone instrumenten beslaat, bepotelt of in de mond steekt.([3])

 

Dus eigen instrumenten eerst!

 

Een keer de vlaams-nationalistische, monocultureuse fundamentalisten aan de macht, zullen zonder uitstel alle uitheemse, niet-gewone instrumenten verboden worden in de Vlaamse Eigen-Instrumenten-Eerst-Orkesten.

 

Verboden! En waarom niet, teneinde een oud gebruik terug in ere te herstellen, van den eerste keer verbrand?

 

En over welke niet-gewone multiculturele instrumenten zou het dan gaan?

 

Bijvoorbeeld een dwarsfluit. De dwarsfluit is een instrument dat uit Azië via Byzantium naar Europa kwam. Dus zeker niet gewoon westers.

Of bijvoorbeeld de blokfluit die uit het oude Egypte komt.

Het Vlaams blok-fluitensemble mag dus al naar een ander instrument beginnen uitkijken.

Of bijvoorbeeld de luit dat een instrument is dat uit Mesopotamië (nu Iran en Irak) komt en langs Egypte en Noord-Afrika naar Europa is gekomen.

Of bijvoorbeeld de harp die uit Egypte, Soemerië en Perzië (nu Iran) komt.

Of bijvoorbeeld de pauk die afstamt van de Arabische, Turkse keteldrums en pas in de 15° eeuw via Hongarije in Europa werd ingevoerd.

Of bijvoorbeeld een harmonium dat uit Azië komt.

Of bijvoorbeeld de gong die uit Hsi-Yu, ergens in de buurt van Tibet komt.

Of bijvoorbeeld de gitaar die uit Arabië komt.

Of bijvoorbeeld de bekkens die uit Assyrië, Egypte en Israël kwamen en pas in de 18° eeuw uit Turkije bij ons werden ingevoerd. Waarschijnlijk gefinancierd door de toenmalige Martine De Regge.

Of bijvoorbeeld de xylofoon die uit Afrika en Azië komt.

Of bijvoorbeeld de timbalen die uit Cuba komen. En trouwens bijna alle slaginstrumenten komen uit Mesopotamië en / of Egypte.

Of bijvoorbeeld het orgel dat uit Griekenland zou komen en ontwikkeld geweest is in het Midden-Oosten.

Of bijvoorbeeld de vedel die vanuit China via Perzië en Arabië naar Europa is gekomen.

En het woord vedel komt van het Frans VIELLE dat afgeleid is van VIOLE en is de voorloper van de viool. En dus ook van de contrabas bijvoorbeeld.

 

Et cetera! Et cetera! Et cetera!

 

En zelfs niet eens een triangeltje zullen we nog mogen slaan want dat triangeltje komt uit het oude Egypte.

En bij nader toezien lijkt de trompet ook niet meteen zijn origine te zullen vinden in Wannegem-Lede, in Zichen-Zussen-Bolder of in Elverdinge.([4])

 

Dus, we zien het al gebeuren in een nabije toekomst: de Matheus Passie uitgevoerd op, wat men in Gent noemt een muziketje, t.t.z. een blaasinstrumentje dat bestaat uit een kam met een daar over gevouwen sigarettenvloeitje, en twee soeplepels, tegen elkaar geslagen gelijk castagnetten.

Probleem blijft dan nog dat een kam waarschijnlijk afkomstig is uit het oude Egypte en / of China. We zullen het onderzoeken.

 

En zo kan u ook reeds merken dat er voor de jazz ook al niet veel rest om op te slaan of te blazen.

 

Ha, ja, en wat met de saxofoon, de saxofoon die dan toch het bevoorrechte instrument in de jazz is?

En we dachten subiet dat we nog een hoerechance hadden: de saxofoon is een instrument 100% van bij ons.

Uitgevonden door iemand 100% van bij ons, Antoine Joseph Sax, Adolphe Sax genaamd.

 

En even een kanttekening.

Veel vroeger vonden wij, als we dan hoorden dat de naam van de uitvinder van de saxofoon Sax was, dat de Almachtige God met zijn Bovennatuurlijke zin voor planning zijn Schepping dan toch wel goed geprogrammeerd had: een man vindt een saxofoon uit en wat blijkt er: de naam van de uitvinder is Sax.

Zoiets kan niet zomaar een toeval wezen.

En we vonden nog zo’n voorbeelden.

Browning, guillotine, praline, pasteuriseren, ampère, onanie, bic enz.

Zo had je dan bijvoorbeeld ook, in de 19° eeuw een Frans prefect die aan de mensen het gebruik van de vuilnisbakken oplegde.

Eigenlijk zouden we kunnen zeggen: de uitvinder van de vuilnisbak.

En hoe heet een vuilnisbak in het Frans?

Poubelle!

En hoe heette de man die de vuilnisbak uitvond?

Die man heette Poubelle.

 

Kan men dan nog van toeval spreken? Is zoiets niet een uitdrukkelijk teken van de goddelijke voorzienigheid, dachten wij?

 

Maar dan later heeft iemand ons uitgelegd dat dit niets te maken heeft met een soortement goddelijke bestiering van de schepping. En dat het zo zit: een saxofoon noemt een saxofoon omdat de uitvinder van dat instrument, met name Adolphe Sax, aan het instrument zijn naam heeft gegeven. Zoiets noemt een eponiem, zegde hij.

En op dezelfde manier noemt een franse vuilnisbak poubelle omdat men de vuilnisbak genoemd heeft naar de man die hem uitgevonden heeft, met name dus Poubelle.

Zo’n explicatie klinkt dan wel redelijk maar voor ons blijft er toch een schep voorzienigheid mee gemoeid.

Stel nu eens, om een voorbeeld te geven, dat de uitvinder van de bak waarin men het huisvuil deponeert Sax zou geheten hebben en dat de uitvinder van het metalen blaasinstrument dat met een mondstuk met een enkelriet aangeblazen wordt Poubelle zou geheten hebben.

Horen en zien jullie al Lester Young, Charlie Parker, Albert Ayler, Gerry Mulligan, Dexter Gordon, Archie Shepp, Charlie Rouss, Coleman Hawkins, John Coltrane, Steve Lacy... een chorus blazen op hun poubelle?

En Ornette Coleman met zijn plastieken poubelleke.

 

En we stellen ons al voor dat de donderdagmorgen onze echtgenote er ons aan herinnert dat we niet mogen vergeten de sax buiten te zetten.

 

Tot daar deze kanttekening.

 

Dus de saxofoon: een instrument helemaal van bij ons!

En we verheugden ons al voor Jeroen Van Herzele, Michel Mast, Ben Sluys, Bruno Grollet, Steven Delannoye... en nog enkele vrienden dat zij in het vaderland ongestoord verder hun geliefkoosd instrument zouden kunnen beblazen

 

Maar we hadden buiten de waard gerekend.

Adolphe Sax is geboren in Dinant. In Wallonië.

 

Un Wallon!

Een Waal!

 

Bij Bergelmir, Alfadur, Thor, Wodan en Frigga... een WAAL.

 

Stelt u voor dat Martine De Regge (en nu Tom Balthazar) ons belastingsgeld zou bezigen om jongeren te initiëren in de beblazing van een door een Waal uitgevonden instrument.

 

Had het dan nog een Inuit, of een Witrus, of een ingezetene van Tongatapu geweest! Maar een Waal!

 

Jeroen, Michel, Ben, Bruno, Steven... beginnen jullie al maar te oefenen met een kam en een sigarettenvloeitje.

 

Het is vijf voor twaalf.

 

Bavo, aan jou zouden we aanraden nu al te beginnen nadenken over andere, meer eigen-volksgebonden thema’s voor je volgende boeken.

Bijvoorbeeld “de ontembare kracht van het vlaggenzwaaien”.

En de voorstelling van je nieuwe boek, Bavo, zal dan hoogstwaarschijnlijk opgeluisterd worden met stichtende, ethnisch-zuivere liederen op tekst van Wies Moens en Cyriel Verschaeve gekweeld door het Heteroseksueel Vlaams Mannenkoor van Bachten de Kuupe en begeleid op de landsknechttrom door een coterie nostalgische steenpuisten fraai uitgedost in lederhose en dubbel gebreide geitenwollen sokken.

 

 

 

Jij, Kadir, zal het hoogstwaarschijnlijk allemaal niet meer mogen meemaken.

Je zal zelf wel begrijpen waarom, vermoeden we althans.([5])

 

Nu kunnen we beginnen.

 

Maar alvorens te beginnen, nog even dit:

We hadden het daar net over Albert Ayler.

Albert Ayler was in de zestiger jaren een prominent jazzsaxofonist.

Een van de allergrootsten uit de free-jazz.

In 1970, op 25 november (s’anderendaags was het onze verjaardag) heeft men het lijk van Albert Ayler gevonden in de East River in New York.

Verdronken.

Hij was 34 jaar oud.

Rond zijn hals was een touw met daaraan een zware steen geknoopt.

Zijn beide handen waren stevig geboeid op zijn rug.

De conclusie van de New Yorkse politie, na een nauwgezet onderzoek, was: “zelfmoord”.

 

 

Nu kunnen we beginnen.

 

Dames en Heren Grootdignitarissen, Gewone Dames en Heren, Vriendinnen, Vrienden,

 

Bavo had mij gevraagd kort te zijn.

Ik zal dan ook kort zijn.

Eigenlijk had ik U enkel wil zeggen dat ik vanavond een gelukkig man ben.

Dat ik in feite zes keer gelukkig ben.

 

Een eerste keer omdat mijn vriend Bavo er nog maar een keer in geslaagd is om een heel boek vol te schrijven.

 

Een tweede maal ben ik gelukkig omdat Bavo mij gevraagd heeft om ter gelegenheid van deze feestelijke doening iets te komen zeggen. Niet te lang, had hij gezegd.

 

Een derde maal omdat dit alles hier gebeurt. Ik bedoel in de Coffee Lounge bij mijn vriend Kadir. Kadir met wie ik sedert lang veel gedeeld heb en onder andere een fascinatie voor Istanboel.

 

Een vierde maal omdat, zo zegde Bavo mij, zijn roman ietwat met jazz te maken heeft.

Met de “ontembare kracht van jazz”, zo zegde hij.

En dat ik nog altijd vind dat de jazz de mooiste muziek is van de 20ste en de 21ste eeuw.

De jazz en de tango.

En dat het geen toeval kan zijn dat de jazz en de tango en de cinematografie zo ongeveer op hetzelfde moment het levenslicht zagen.

 

En even een kanttekening.

 

In de jaren twintig van vorige eeuw werd de tango door de Rooms Katholieke Kerk verboden wegens zondigheid.

 

Tot daar deze kanttekening.

 

Een vijfde keer voel ik me vanavond gelukkig omdat in het Belfin Jazz Trio dat hier straks zal optreden een paar Finnen zitten.

Of toch minsten één.

En dat allen die mij een beetje kennen weten hoe groot mijn liefde voor Finland is.

En wat weinigen weten is dat Finland niet enkel een sauna land is alwaar men, bij een temperatuur van min 15 tot min 40 graden Celsius een totaal onverstaanbare taal spreekt onderwijl koskenkorva drinkend, maar dat Finland tevens een tangoland is. Dat Finland sedert heel lang, sedert het begin van de 20° eeuw een sterke tangotraditie kent.

En dat men zelfs spreekt over de “Finse” tango, zoals men spreekt over de Argentijnse tango.

En al diegenen voor wie de muziek van Finland zich tot nog toe beperkt heeft tot Jean Sibelius en de Leningrad Cowboys moeten in juli maar eens naar het Tangofestival in Helsinki terten.

 

Een zesde maal voel ik mij gelukkig vanavond omdat hier seffens, ik hoef eigenlijk maar te stoppen, een receptie wordt aangeboden.

 

Geeft toe, zes redenen om gelukkig te zijn op één avond, dat gebeurt toch niet elke woensdag 11 april.

 

Nu kunnen we stoppen.

Maar alvorens te stoppen nog even dit:

 

Ik had het daarnet over Albert Ayler en zijn meer dan raadselachtige zelfmoord.

 

Maar ik was eigenlijk bijna vergeten nog iets te zeggen.

 

Albert Ayler was een neger.([6])

 

DIRK LIEFOOGHE

11 APRIL 2007

 

Lees ook het vervolg op dit artikel: Het partijblad (Deel II)

 

[1] Jongeren die klassieke muziek spelen worden niet tussen aanhalingstekens gezet.

[2] Wij hebben nog zo’n paar van dit soort artikeltjes, van een zelfde niveau van ontstellende debiliteit en flagrante volksmisleiding, uit dit informatieblad gekopieerd, gelezen en van commentaar voorzien. Indien U geïnteresseerd bent...
 
[3] De dag dat de culturanale pierewaaiers van dit “informatieblad” zullen ontdekken dat men in de Gentse Bibliotheek één (1) boek heeft van, bijvoorbeeld, Kateb Yacine en dat ze zullen ontdekken (na een diepgaand onderzoek?) dat Kateb Yacine een Algerijn is, die dag gaan ze alom janken dat het multiculturele dogma weer eens heeft toegeslagen en dat ons belastingsgeld stroomt naar vreemde literatuur en dat er voor de eigen schrijvers geen geld is…
 
[4] Bij een volgende gelegenheid zullen we een lijst maken van niet-gewone, vreemde ingrediënten en specerijen die verbannen zullen worden uit de Vlaams-nationalistische Eigen-Kost-Eerst-Keuken.
 
[5] Moest U soms denken dat we overdrijven:
In de stad Orange (Frankrijk) is de front nationalist Bonpard (Jacques) burgemeester. In de bibliotheek van Orange worden boeken die “strijdig zijn met de waarden en normen van het Front National” (sic) uit de bibliotheek verwijderd.
In Orange werd er sterk gesnoeid in de subsidies voor het festival van de lyrische kunsten “Les Chorégies”. Er werden immers toch maar opera’s van “vreemde” origine (o.a. Verdi) opgevoerd (re-sic). Daartegenover zal Bompard een jaarlijks festival van militaire fanfares financieren (re-re-sic.)
Le Chevalier (Jean-Marie), verzette zich, als front national burgemeester van Toulon (Frankrijk), tegen de toekenning van een literaire prijs aan Marek Halter (Frans schrijver van POOLS-JOODSE origine) (sic) en liet de prijs toekennen aan… de grote front national vriendin Brigitte Bardot (100% Française.) (re-sic). Ze had ook schijnbaar een boek gepleegd.
Simonpieri (Daniel), front national burgemeester van Marignane (Frankrijk), zette de directrice van de bibliotheek aan de deur (sic) en liet de boeken voor de bibliotheek bestellen door het stadhuis zelve in de boekhandel… van het front national (re-sic).
 
[6] En vergeet niet: mijn verjaardag is dus 26 november.