Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De onderdrukking van de liberale staat… en de schepen zijn sluier van onwetendheid

Hoofddoek

“Het liberalisme is een fascinerende ideologie. Het houdt een levensmentaliteit in, uitgaande van het respect voor elke mens, het geloof in de kracht en de creativiteit van het individu en het onbevooroordeeld benaderen van elk een. Het liberalisme koestert de vrijheid, wat inherent inhoudt dat voortdurend moet gestreden worden naar het wegwerken van onvrijheid. Het liberalisme is een vernieuwingsgezinde beweging, dat het gevestigde steeds in vraag stelt en zich verzet tegen verstarring, status-quo, bekrompenheid en conservatisme. Vrijheid staat voor openheid, wat leidt tot confrontatie, wat op zijn beurt uitmondt in bewustzijn. Vrijheid als vertrekpunt biedt het breedst mogelijk spectrum aan om tot ontwikkeling en vooruitgang te komen.” Dit zijn de woorden van Mathias De Clercq, Schepen van jeugd en economie in Gent, maar hier sprekend in eigen naam.

 

Niettegenstaande het ogenschijnlijk progressief liberalisme met het oog op vrijheid en Verlichting, is de verleiding groot om zich op het hoofddoekdebat te storten als belangrijk beleidsthema dat voorzien is op de Gentse gemeenteraad van 5 november. De Clercq pleit voor een hoofddoekenverbod in publieke en openbare functies in Gent. De vreemde ombuiging van zijn oorspronkelijke vrijheidsdefinitie, zo claim ik toch, en het ontkennen van een realiteit waarin er grote machtsongelijkheden bestaan, leidt rechtstreeks tot een vrijheidsdefinitie die functioneert als keurslijf. Dat Mathias De Clercq alleen als persoon spreekt en niet als schepen is in deze mediacontext waarin hij als Gentse Schepen van een magneeteffect kan genieten, nogal kort door de bocht.

Het liberalisme beroept zich sinds jaar en dag op vrijheid. De vrijheid van het individu staat centraal. Een breed spectrum van politiek liberalisme dat de mensenrechtenconventies en een rechtenliberalisme voorstaat, tot een economisch liberalisme dat de vrije markt ziet functioneren als onzichtbare hand om vrijheid te realiseren, tekent de hedendaagse liberale ideologie. In Vlaanderen kan men dit spectrum terugbrengen op de verschillende denktanks zoals Liberales en Nova Civitas en de respectievelijk sympathiserende partijen als VLD en Lijst De Decker. Schepen van economie in Gent Mathias De Clercq behoort tot de eerste meer politiek liberalen. met een voorliefde voor een vrije, maar wel gecorrigeerde vrije markt die minimale garanties kan bieden op een leven in vrijheid. Verwijzend naar de filosoof-econoom Amartya Sen, stelt De Clercq dat vrijheid ontwikkeling brengt op basis van het vergroten van zogenaamde ‘capabilities’, een concrete uitbreiding van de concrete capaciteit van het individuele handelen. Aansluitend kunnen we stellen met de politiek filosoof John Rawls, waarmee Mathias De Clercq tevens dweept, dat vrijheid alleen vorm krijgt wanneer een overlappende consensus bestaat over de basisvoorwaarden voor die vrijheid. Als we met zijn allen rationeel nadenken, zo gaat het speltheoretische idee van Rawls in de zoektocht naar minimale voorwaarden die moeten vervuld worden om te kunnen samenleven, komen we vanuit onze ‘onwetende’ positie in de zoektocht naar die consensus. De verwezenlijking van die overlappende consensus is gegarandeerd omdat we vertrekken vanuit een soort ‘neutrale’ sluier van onwetendheid, waardoor we loskomen van individuele winstscenario’s, vanuit een onzekerheid over de toekomst. Diezelfde ‘neutrale’ sluier van onwetendheid die ons via een sociale ‘overlappende consensus’ dichterbij de vrijheid moet brengen, is in realiteit echter een speelveld vol machten en krachten. De praktijk waarin we leven is niet neutraal. Onze maatschappij is bezet door asymmetrische machtsverhoudingen. De meest dominante machten vandaag zijn die ‘rechtse’ machten die de institutionele macht van de overheid gebruiken, vanuit een geperverteerde ‘neutrale’ vrijheidsdefinitie om vrijheden van minderheden te beknotten. Het zijn zij die bepalen wat ‘neutraal’ is en dus toelaatbaar, alsook wat ‘vreemd’ is en dus uit den boze.

De Clercq verwijst naar het republicanistische Franse model dat zeker een basis zoekt voor een politieke gemeenschap. Ik sluit me aan bij Mathias De Clercq dat een politieke gemeenschap gebaseerd moet zijn op een zekere basis van gelijkheid. We hebben een soort gedeelde grammatica nodig om elkaar te begrijpen. De filosofen Chantal Mouffe en Ernesto Laclau noemen dit een “grammar of conduct” waarin we allen het uitgangspunt van vrijheid en gelijkheid met elkaar delen. Een politieke gemeenschap is dus niet alleen getekend door gelijkheid of door een ‘rationele’ consensus. Een gezonde democratie beperkt zich niet alleen tot wat we met elkaar delen, maar is ook steeds getekend door differentie of verschil. Het aandringen vanuit de staat, wat nogal een vreemd idee is voor een liberaal denker, voor een hoofddoekenverbod ten voordele van een liberale consensus lijkt me dan ook de ontkenning van die complexiteit van gelijkheid én vrijheid. De Clercq verwijst naar de Stasi-Commissie in Frankrijk die een brede bevraging en debat over uiterlijke tekenen van differentie in de publieke ruimte teweegbracht. Dát er debat is over die differentie en verschillen in onze maatschappij lijkt me helemaal niet problematisch, allerminst. Dat dit debat en de brede bevraging in Frankrijk a priori neutraal waren, is echter te betwijfelen. Uit de bevindingen van deze Stasi-commissie zijn vooral beleidsaanbevelingen die goed in de (rechtse) electorale markt lagen, geïmplementeerd. Dat De Clercq daarenboven verwijst naar een institutioneel model als het republikeins model in Frankrijk toont zijn a-historische reflectie. België heeft weinig gemeen met dit specifieke staatsmodel. Bij ons is het principe “vrijheid en verschil waar het kan” en “gelijkheid waar het moet” steeds verbonden met een sociaal-politiek model van onderhandeling. Als een maatschappij vanuit een perverse omkering van het politiek liberalisme verschil niet meer kan denken, is ze haar processuele vrijheidsidee kwijt.

Vanuit de Frankfurter Schüle is er steeds gesproken over de dialectiek van de Verlichting. Aan de ene kant brengt de Verlichting ons vrijheid en de mogelijkheid tot kritiek, rationaliteit en vrije meningsuiting, vanuit een oneindige ‘proces van vrijheid’. Aan de andere kant is er ook de ‘donkere’ verlichting, met haar nadruk op rationaliteit en het eindpunt van vrijheid. In tegenstelling tot vrijheid als proces, geven liberale denkers rationaliteit en vrijheid hier terug een rigide invulling. Politiek liberalisme wordt hier niet meer de onophoudelijk ‘emancipatorische’ strijd voor vrijheid, maar vooral de plicht zich te conformeren aan een vooraf bepaalde vrijheid. Van hieruit kunnen we De Clercq bevragen… Hier houdt vrijheid als proces op om zich om te vormen tot een dwangmatige overheid, die dit eindpunt van de vrijheid aanneemt en minderheden zo verplicht zich te conformeren aan de voor hen uitgestippelde vrijheid. Dit soort vrijheid als eindpunt is een dwangbuis dat een kloof slaat met het emanciperende Verlichtingsidee. In plaats van de sociale en individuele strijd voor vrijheid en emancipatie voor minderheden, gaat De Clercq hier onbewust mee in een dominante rechtse liberale retoriek rond een islamréveil, de ondrukkende functie van zo’n hoofddoek voor de gemiddelde Islamitische vrouw en de mogelijke onverzoenbaarheid tussen kerk en staat bij specifieke minderheden. Om naar de beweging van vrouwen uit de Parijse banlieus te spreken voelen veel vrouwen zich “ni putes, ni soumises”. Als de boodschap van Verlichting ergens zit, is dat hier waar vrouwen zelf hun lot bepalen, los van wat politieke actoren daarover denken, welke dominante discours daarover worden geproduceerd door partijen en los van wat patriarchale tradities, die ongetwijfeld bestaan, hen opleggen. Uit onderzoek van Nathalie Peene en Cindy Spruyt uit 2005 blijkt dat de redenen van meisjes en vrouwen voor het wél of niet dragen van een hoofddoek heel divers zijn. Deze complexiteit ontkennen van onze hedendaagse context waarin we leven en het dominante discours dat wordt geproduceerd over de Islam en moslims, is toegeven aan deze dominante rechtse krachten. Als de overheid, hier de stad Gent, niet langer de realiteit van diversiteit durft laten zien, dan is de ruimte die we nog hebben voor vrijheid als proces van emancipatie (vooral voor mensen die behoren tot minderheden) nog heel erg dunnetjes…

Als Amartya Sen ons iets leerde, dan is het wel dat we niet zomaar moeten uitgaan van “holle principes” en “a-priori’s”, maar vanuit de concrete handelingspraktijk van ‘capabilities’; what people are able to do! Als een politiek liberaal als De Clercq niet meer het onderscheid kan maken tussen geëmancipeerde werkende vrouwen die vrij hun hoofddoek dragen en de zogezegde noodzaak aan een neutrale lekenstaat waar zit zijn persoonlijk emancipatorische liberalisme met de nadruk op handelen dan nog? Is zichzelf bevrijden uit de onmondigheid niet net een publieke functie vervullen? Is deze arbeidscontext waarin moslimvrouwen of mensen van andere minderheden die uiterlijke kenmerken tentoonspreiden niet een teken van trots en ontvoogding? Amartya Sen leerde ons dat vrijheid en capabilities vergroot worden door het debat aan te gaan. Capabilities worden verruimd in een intersubjectieve dialoog in de publieke sfeer, waarin mensen elkaar respecteren en als gelijke beschouwen. Een hoofddoek aan het loket kan die intermenselijke dialoog alleen maar versterken, zonder dat één dominante groep die zich achter een valse neutraliteit kan wegsteken, om de diversiteit van de ander als ‘Ander’ te loochenen. Deze kritiek naar De Clercq is niet gratuit. Vanuit zijn politiek liberalisme en terechte nadruk op Verlichting, is het ongetwijfeld zo dat er ruimte is voor debat, voor verschil en voor verschillende paden naar Verlichting en emancipatie. Ik weet dat dit Mathias heel nauw aan het hart ligt. Misschien is het tijd voor Mathias om zijn “sluier van onwetendheid” van zich af te werpen!

 

PASCAL DEBRUYNE


Gent verbiedt hoofddoek (De

Gent verbiedt hoofddoek
(De Standaard, dinsdag 27 november 2007)

GENT - Tijdens een emotionele raadsvergadering stemde de Gentse gemeenteraad gisteren voor een hoofddoekenverbod voor stadspersoneel. Daarvoor was wel een wisselmeerderheid nodig.
Met 26 stemmen voor, 23 stemmen tegen en één onthouding keurde de Gentse gemeenteraad gisteravond het voorstel van Open VLD goed om het dragen van religieuze, ideologische en levensbeschouwelijke symbolen door stadspersoneel te verbieden. Daarvoor was wel een wisselmeerderheid nodig van Open VLD met CD&V en Vlaams Belang. SP.A, Spirit en Groen! stemden tegen het verbod. Alleen het CD&V-raadslid Monica Van Kerrebroeck onthield zich.

Het verbod werd goedgekeurd na een door pers en publiek druk bijgewoonde en bij tijden emotionele raadsvergadering. Zo zei het SP.A-raadslid Freya Van den Bossche dat het verbod haar deed denken aan haar dochter van twee. 'Als zij ergens bang voor is, slaat ze haar handjes voor haar ogen en dan denkt ze dat het er niet meer is. Maar ze heeft ongelijk, dat zal ik haar nog moeten leren. Zo is het ook met dit verbod: je kunt de hoofddoek bannen, maar dan is de vrouw die er onderzit er nog steeds.'

Filip Watteeuw, fractieleider van Groen!, haalde scherp uit naar de socialistische burgemeester Daniël Termont die 'met zijn bewonderenswaardige zelfbeheersing' te weinig kordaat was opgetreden en nu zijn allochtone personeelsschepen en partijgenote Fatma Pehlivan dwong 'om dit onmenselijke voorstel uit te voeren'.

Annelies Storms (Spirit) verweet de aanhangers van het verbod Vlaams Belang achterna te hollen en 'de Gentse bevolking grijs en blauw van de kou achter te laten'. Vlaams Belang had een eigen voorstel ingediend dat alleen religieuze symbolen verbood, maar dat werd gisteren unaniem door de andere partijen weggestemd.

Open VLD-fractieleider Sami Souguir herhaalde het liberale standpunt dat een scheiding van kerk en staat de beste garantie biedt voor diversiteit. 'Alleen strikte spelregels maken een pluralistische samenleving mogelijk', zei hij.

Voor Filip Van Laecke, fractieleider van CD&V, is het verbod 'een afspraak tussen werkgever en werknemer, zoals er in ziekenhuizen afspraken worden gemaakt over hygiëne en in fabrieken over veiligheid'. Van Laecke gaf aan dat binnen zijn fractie Anne Martens, Paul Goossens en Monica Van Kerrebroeck tegen het verbod waren, maar toch loyaal aan het partijstandpunt zouden stemmen.

Burgemeester Termont sloot de debatten voorafgaand aan de stemming opgemerkt af: 'Ik troost me met de gedachte dat als iedereen vrij en naar eer en geweten zou kunnen stemmen, dit voorstel nooit zou worden goedgekeurd. Want als je het puur menselijk bekijkt, dan kan je niet anders dan tegen dit verbod zijn.'

Na de goedkeuring van het verbod weerklonk luid protest op de publiekstribune. Het verbod treft alle 'personeelsleden die rechtstreeks in contact staan met het publiek, klanten en externe partners'. Momenteel werken drie vrouwen met hoofddoek voor de stad Gent op een personeelsbestand van vijfduizend mensen.

De stemming in de gemeenteraad krijgt nog een vervolg in de Gentse OCMW- raad, waar Groen! op 11 december een voorstel indient om de hoofddoek wél toe te laten voor OCMW-personeel. In de OCMW-raad hebben Groen! en SP.A samen een meerderheid. De kans is dus groot dat de hoofddoek verboden wordt voor stadspersoneel maar niet voor personeelsleden van het OCMW.

Ilse Degryse

REACTIE VAN EVA BREMS op

REACTIE VAN EVA BREMS op HOOFDDOEKENVERBOD (BELGA)

Professor Eva Brems (UGent), voorzitter van Amnesty Vlaanderen, gespecialiseerd in mensenrechten, en nu ook bekend als finaliste van de populaire quiz De Slimste Mens is gekant tegen een verbod op opvallende religieuze symbolen voor Gents stadspersoneel. Dat bleek woensdag tijdens een persconferentie georganiseerd door het platform ‘Hoofddoek Of Niet - De Vrouw Beslist’. De Vlaams Belang-fractie diende over de zaak in mei een motie in.

Brems benadrukte als academicus te spreken - haar aanwezigheid lag al voor haar tv-optreden in ‘De Slimste Mens ter Wereld’ vast. Volgens de Gentse professor draait het recht op het dragen van een hoofddoek om twee mensenrechten: godsdienstvrijheid en vrouwenrechten.

“Het gaat om de autonomie: de vrouw beslist. Het is schandalig als een vrouw verplicht wordt een hoofddoek te dragen, maar het is even schandalig als haar dat verboden wordt. Ik ben tegen zo’n paternalistische visie”.
Brems stelt zich ook de vraag of de uiterlijke neutraliteit van de overheid dan wel zo belangrijk is. “Pas als een ambtenaar zich niet neutraal gedraagt en iemand niet gelijkwaardig behandelt, is er een probleem”. Brems pleit voor inclusieve neutraliteit: die bereikt men door alle strekkingen evenwaardig te behandelen, in plaats van ze allen uit te sluiten.

De professor hekelt de Gentse schepen van Economie, Jeugd, Werk en Middenstand Mathias De Clercq, die verklaarde “voor een verbod voor alle uiterlijke tekenen van religieuze, filosofische of politieke aard bij het overheidspersoneel te zijn”.

“Alsof het toelaten van religieuze symbolen een smet zou zijn op de scheiding tussen kerk en staat”, aldus Brems. “We zijn daar overigens in België zeer dubbel in: openbare scholen organiseren bijvoorbeeld wel godsdienstlessen. Het is misplaatst om zo radicaal te reageren op één zo’n specifiek domein als de religieuze symbolen. Men geeft gewoon toe aan pure onverdraagzaamheid van mensen die allochtonen niet achter het loket willen zien zitten”, aldus Brems.

“Het feit dat deze kwestie zo verschillend geregeld wordt op verschillende beleidsniveau’s, zegt wel iets over het gewicht van de argumenten voor zo’n hoofddoekenverbod.”, besluit Brems.

Tijdens de volgende Gentse gemeenteraad, op 26 en 27 november, wordt gestemd over de motie. Open Vld kondigde aan een aangepaste versie voor te stellen die enkel loketpersoneel van de stad viseert. Doordat ook oppositiepartijen CD&V en N-VA het voorstel genegen zijn, ziet het ernaaruit dat het verbod effectief goedgekeurd zal worden. (belga/dm)

De laatste alinea van Belga

De laatste alinea van Belga klopt helemaal niet (meer)

1) De VLD heeft ondertussen een voorstel voor een totaalverbod ingediend.

2) Het VLD-voorstel voor een hoofddoekenverbod kan maar goedgekeurd worden met de steun van CD&V en N-VA….en Vlaams Belang. Dat vergeet Belga te schrijven. En als dat geen belangrijk nieuwsfeit is : VLD, CD&V en N-VA die mét VB één front vormen.

Het is helemaal niet zeker dat het hoofddoekenverbod wordt goedgekeurd. Iedereen kijkt vol spanning uit naar die gemeenteraadsleden van VLD en CD&V die zich (naar keuze) in eer en geweten, open en vrij en echt liberaal (door)denkend, tegen hun partijtuchtmeesters in, zullen verzetten tegen het officiële VLD-voorstel.

toch even een vraag: heb

toch even een vraag: heb niet veel moeite met een hoofddoek maar wordt op mijn werk geconfronteerd met een moslima die niet meer samen met mannen in een ruimte haar boterhammetjes wil opeten.
Is dit dan de volgende stap? Op termijn zal zij het slachtoffer zijn, want geen enkele man alvast zal nog op een of andere manier contact met haar zoeken. Trouwens wie legt haar dit verbod op?
Dit is toch wel zeer nefast voor de emancipatie van de moslimvrouwen. Ik blijf het zeer treurig vinden dat de 'vrouwenbeweging' die niet aankaart!

Naar aanleiding van de

Naar aanleiding van de discussie is een petitie opgestart: Hoofddoek of niet, de vrouw beslist. Voor het ondertekenen van deze petitie zie: www.blijfvanmijnhoofddoek.be

[Opinie] Standpunt van het

[Opinie] Standpunt van het Gentse Forum Hoofddoek Of Niet - de Vrouw Beslist

By Platform Hoofddoek of Niet - de Vrouw Beslist

Op 5 november 2007 wordt tijdens een uitzonderlijke zitting in het Gentse stadhuis onder de gemeente- en OCMW-raadsleden gedebatteerd over “het dragen van opvallende religieuze, levensbeschouwelijke of ideologische symbolen door stadsambtenaren”. Dit debat is er gekomen naar aanleiding van een in mei door het Vlaams Belang ingediende motie over een hoofddoekverbod.
Vervolgens zal er over dit thema wellicht een stemming zijn tijdens de gemeenteraad van 26 of 27 november 2007.

In Antwerpen is zo’n kledingrichtlijn er gekomen zonder enig overleg met of inspraak van de burgers en zonder dat een geïnformeerde en goed beargumenteerde discussie heeft plaatsgehad. Omdat wij willen vermijden dat iets dergelijks ook in Gent zou gebeuren, zijn wij alvast met een campagne rond dit verbod begonnen.

In deze campagne roepen wij iedereen op om zich te kanten TEGEN HET VERBOD. Het betreft hier een complexe materie maar wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijk verbod ten aanzien van moslimvrouwen discriminerend en dus onrechtvaardig zou zijn. Fundamentele principes van onze rechtsstaat dreigen met de voeten te worden getreden: het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw en het recht op godsdienstvrijheid. Hieronder zetten we onze argumenten om dit verbod te bestrijden op een rijtje.

 de stad Gent heeft in haar diverse beleidsplannen herhaaldelijk te kennen gegeven van diversiteit werk te willen maken. Als eerste in België richtte Gent zelfs een eigen stedelijk “Meldpunt Discriminatie” op en liet via een affichecampagne iedereen weten dat “Gent van gelijke kansen houdt”. Dit verbod leidt echter tot de feitelijke uitsluiting en dus discriminatie van een groep effectieve of potentiële werkneemsters en maakt aldus een inclusief personeelsbeleid per definitie onmogelijk. Bovendien betreft het hier een reeds zeer kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Door dit hoofddoekenverbod niet te laten doorgaan kan Gent bewijzen dat de diversiteit zoals die in Gent bestaat enkel kan gehonoreerd worden middels een actief pluralisme. Op zo’n manier zou de liefde van Gent voor gelijke kansen meer kunnen zijn dan enkel een slogan.

 Neutraliteit en gelijke behandeling van alle burgers zijn een vereiste voor openbare dienstverlening. Uiterlijke kenmerken van individuele leden van het overheidspersoneel, met inbegrip van kledij en symbolen, kunnen echter niet op zichzelf de neutraliteit in het gedrang brengen. In een warme, actief pluralistische samenleving bereikt men neutraliteit niet door alle religieuze tekenen uit het openbare leven te bannen, maar juist door ze op gelijke voet te toe te laten. De neutraliteit van de overheid wordt gewaarborgd door te waken over het gedrag van haar vertegenwoordigers, niet over hun kledij.

 dit voorstel tot verbod is helemaal niet ontstaan vanuit een problematische praktijk. Veeleer is het ontstaan binnen de sfeer van islamofobie en provocaties naar de allochtone gemeenschap toe die de laatste jaren kenmerken. Het verbod streeft ernaar moslimvrouwen in de stedelijke dienstverlening onzichtbaar te maken. Wij vinden dat vrouwen hiermee in hun bestaan en hun dieppersoonlijke identiteit ontkend en dus gekwetst worden. Wie wint met deze stemmingmakerij op de hals van een groep vrouwen?

 we maken ons ernstige zorgen over de voorbeeldfunctie die de stad als werkgever in kwesties zoals deze vervult. Een door de stad opgelegd verbod zet de deuren wijd open voor andere sectoren om dezelfde discriminerende praktijken te gaan toepassen. Dit zou betekenen dat vrouwen met een hoofddoek nog heel moeilijk aan werk kunnen geraken, binnen of buiten de stad. Zij moeten dan noodgedwongen thuisblijven: is het zo dat men denkt vrouwen met een hoofddoek te ‘emanciperen’? Wij pleiten integendeel voor een stad die zelf positieve signalen en voorbeelden geeft van hoe we kunnen samen-werken en samen-leven rekening houdend met de bestaande verschillen

 het al of niet dragen van een hoofddoek zegt op zich niets over de emancipatie van de vrouw in kwestie. Het is het feit zelf de keuze te kunnen maken die emancipatorisch is. Dit zelfbeschikkingsrecht van vrouwen is een belangrijke verworvenheid. Zowel het opleggen van een hoofddoek als het verbod op het dragen van diezelfde hoofddoek zijn in hetzelfde bedje ziek: beide zijn dwangmaatregelen die de vrouw in haar eigen keuze beknotten. De vrouw moet zelf kunnen beslissen; niet onder druk van haar omgeving, evenmin van haar overheid.

 velen zijn geschokt door de omvang van dit debat en de vele tijd en middelen die in een volgens velen overbodige en door de verkeerde redenen ingegeven discussie gestopt worden. We vragen ons af of het niet beter zou zijn op zoek te gaan naar daadwerkelijke maatregelen om de structurele achterstelling van de allochtone gemeenschap op het vlak van onderwijs, tewerkstelling, armoedebestrijding,…weg te werken. Tezelfdertijd moeten er meer inspanningen gedaan worden voor de maatschappelijke aanvaarding van de allochtone gemeenschap en moet er gestreefd worden naar een volwaardige participatie.

29 oktober - Gent,

Platform Hoofddoek Of Niet – De Vrouw Beslist
Onderteken deze tekst door een mailtje te sturen naar:
hoofddoek_of_niet@hotmail.com

Leuke reportage over dit

“Het platform hoofddoek of

“Het platform hoofddoek of niet – De vrouw beslist” (Baharak Bashar)

Terwijl ik in mijn mailbox snuffel vind ik de vraag om een platform te onderschrijven. Onderwerp: “Het platform hoofddoek of niet – De vrouw beslist”. De titel van het bericht deed me onmiddellijk denken aan de recent gewonnen strijd (vanaf 1990 gelegaliseerd) van “Abortus of niet –De vrouw beslist”, “Baas over eigen hoofd” versus “Baas over eigen buik”. Deze laatste zou ik met plezier hebben ondertekend, maar hoofddoeken, dat is toch écht niet aan mij besteed. Ben ik fanatiek? Neen, ik heb enkel een trauma opgelopen wat betreft hoofddoeken. Maar toch zal ik nooit iemand die er wel één draagt beledigen. Maar ook zij zijn aangeraden om mij met rust te laten en niet teveel promotie voor hun hoofddoek te maken in mijn aanwezigheid.

Op 5 november was er een uitzonderlijke zitting, in het Gentse stadhuis, onder gemeente- en OCMW raadsleden gedebatteerd worden over “het dragen van opvallende religieuze, levensbeschouwelijke of ideologische symbolen door stadsambtenaren”. Omdat een dergelijk kledingsrichtlijn er in Antwerpen zonder enige inspraak van, of overleg met, de burgers gekomen is, willen de initiatiefnemers een dergelijk incident in Gent vermijden. Daarom roepen de initiatiefnemers van het platform iedereen op om zich te kanten tegen HET VERBOD op de hoofddoek. Ze zijn ervan overtuigd dat dergelijk verbod fundamentele principes van onze “rechtsstaat” met de voeten zou treden, namelijk het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw, en het recht op godsdienstvrijheid. Ben ik daar tegen? Natuurlijk niet! Vind ik dat ze gelijk hebben? Natuurlijk wel! Maar er zit me iets heel erg dwars, namelijk dat ze een veel fundamentelere maatschappelijke discriminatie die álle “allochtone” treft, verengen tot het al dan niet dragen van de hoofddoek.

We hebben in België ongeveer 10% mensen met roots in het buitenland. Deze mensen vertegenwoordigen verschillende religies, talen en culturen. Wat ze allen gemeen hebben is dat ze hun moederland hebben moeten verlaten, om welke reden dan ook, en hun leven vanaf nul hier in een nieuwe maatschappelijke omgeving hebben moeten starten. Wat ze allen gemeen hebben is dat ze zich hebben moeten inspannen om de Nederlandse en/of Franse taal te leren. Ze hebben moeten kennismaken met het functioneren van de nieuwe maatschappelijke omgeving, werk proberen te zoeken, een netwerk proberen uit te bouwen en de sommige xenofobe Belgen proberen te trotseren.

Wat ze allen gemeen hebben, of ze al dan niet een hoofddoek dragen, is dat ze allen op de arbeidmarkt gediscrimineerd worden. Hoeveel Congolezen ziet u in een apotheek staan en uw medicijnen bestellen? Hoeveel Marokkaanse rechters lopen rond op de nieuwe rechtbank in Gent? Hoeveel Senegalezen met gevlochten haren bedienen u aan het bankloket? Hoeveel BV’s van allochtone afkomst ziet u op het televisiescherm?

Dat noem ik pas discriminatie op sociaaleconomisch vlak. Eigenlijk zou dat een belangrijk strijdpunt moeten zijn waar een speciale zitting aan gewijd wordt, in plaats van of er al dan niet met een hoofddoek mag gewerkt worden. Want hoeveel percent van die 10% nieuwe “Belgen” zijn moslims en hoeveel percent van die moslims zijn fervente voorstander van het dragen van een hoofddoek? Hoe relevant is dan het hoofddoekdebat in licht van een brede maatschappelijke discriminatie en ongelijkheid?

De initiatiefnemers beweren dat het dragen van een hoofddoek de neutraliteit van het uitoefenen van een openbare dienstverlening niet in gedrang zal brengen binnen een actief pluralistische samenleving. Als ik dat lees, komt m’n haar recht. Leven we niet in een maatschappij die op dit moment naar rechts schuift? En een politiek die overweegt om de migratie nog meer aan de banden te leggen? Leven we niet in een land waar meer eisen worden gesteld aan de nieuwe Belgen betreffende “integratie”, maar hen lang niet dezelfde rechten worden gegeven? Leven we niet in een maatschappij waar een vierde van de Vlaamse bevolking Vlaams Belang stemt, waar intolerantie ten opzichte van alles en nog wat toeneemt? In zo’n land lijkt het me heel erg naïef om te denken dat de introductie van de hoofddoek in openbare diensten niet voor extra weerstand en problemen zou zorgen. Waarom is het zo nodig om olie op vuur te gieten? Stel dat een persoon voor een rechter met een hoofddoek moet verschijnen. Wat zou er dan niet allemaal door het hoofd van het slachtoffer, de advocaat en het publiek razen? Allemaal extra elementen die absoluut niet nodig, zelfs overbodig zijn, om de zaak te onderzoeken.

Een tweede argument dat wordt aangehaald is dat een dergelijk verbod streeft naar het onzichtbaar maken van de moslimvrouwen in de stedelijke dienstverlening. Ik vraag me dan af wat is er daar in “Xsnaam” mis mee? Als vrijzinnige loop ik ook niet te koop met een fakkelsymbool op mijn kledij. Van waar de drang om met een vlag rond te lopen? Is dat net juist niet fanatiek?

Tijdens de tweede wereldoorlog moesten de joden, homo’s en zigeuners verplicht gemarkeerd worden, nu willen sommige “geëmancipeerde” moslimadames zo nodig zichzelf vrijwillig markeren. Ik vraag me soms af of dat is omdat ze geen andere zorgen aan hun hoofd hebben dan hun hoofddoek, geen andere strijd te strijden. Is die reactie van die dames een teken van verveling, uit fanatisme of uit TERECHT protest tegen de achterstelling die zij, hun ouders en mogelijk hun voorouders al decennia in deze maatschappij meemaken? Indien dat laatste waar zou zijn, dan steun ik ze van harte en draag ik uit protest niet enkel een hoofddoek, maar doe zelfs een burka aan. Ik trek dan mijn Mohammedaans zwaard en ga samen met hen ten strijde tegen deze structurele onrechtvaardigheid. Bovendien, een bloot vrouwenlichaam voor reclame van voedingssupplementen of kauwgom vind ik ook zo’n vrouwonderdrukkend beeld.

Het derde argument is dat de stad een voorbeeldfunctie zou moeten geven als werkgever en de dames met hoofddoek niet weren via een verbod op het dragen van een hoofddoek. Want indien er een verbod op hoofddoek bestaat, dan zullen de dames met een hoofddoek niet deel willen nemen aan werk of studies en dat is niet goed voor hun emancipatie. Maar het leven gaat nu eenmaal over compromissen sluiten en keuzes maken. Mijns inziens is een dame die de kans krijgt om deel te nemen aan een maatschappelijke activiteit zoals werken, studeren, etc. maar dit weigert omdat er bepaalde algemene kledijrichtlijnen van kracht zijn, is een vrouw die haar geloof heel fanatiek beleeft. En toegeven aan fanatieke principes in een “seculiere” maatschappij zijn een erg gevaarlijke piste.

Ik ben opgegroeid in Iran waar moslimvrouwen (aanhangers van de totalitaire Islamitische regime) de vrouwen die geen hoofddoek op hún fanatieke manier dragen, hard onderdrukken. Dit leidt daar zelfs tot wettelijk vervolgen, uitsluiting, etc. In Iran is er GEEN ruimte voor vrouwen zonder hoofddoek in openbare diensten, juist de omgekeerde versie van hier. Als kind van zeven MOEST ik met een sluier, lange mantel en broek naar school. Thuis kreeg ik een vrijzinnige opvoeding, maar op school kreeg ik een tik tegen mijn hoofd omdat ik niet in het Arabisch kon bidden. Het was zelfs zo absurd dat ik als een Perzisch sprekende in een vreemde taal met de “mijn god” zou moeten communiceren.

Recent hechten sommige feministen veel belang aan de “multiculturele” samenleving en de positie van moslimavrouwen met een hoofddoek binnen deze maatschappij. Maar ik vraag me af in hoeverre ze zich achter de ideologie om wel een hoofddoek te dragen, scharen? Past deze ideologie in hun feministisch emancipatorische ideologie? Ze roepen hard als de naakte vrouwenlichamen als verkoopmiddel worden ingezet. Beseffen ze dan niet dat het volledig bedekken van het vrouwenlichaam juist eenzelfde betekenis heeft als een naakt lichaam? Hebben ze het niet door dat in beiden gevallen de “zelfbeschikking” van de vrouw over haar lichaam maatschappelijk gestuurd wordt? Een maatschappij die nog veel werk aan de winkel heeft vooraleer die als vrouwvriendelijk/mensvriendelijk mag getiteld worden. Als westerse, soms “geëmancipeerde” vrouw aan de lijn staan en roepen dat het fanatiek willen dragen van een hoofddoek in gelijk welk maatschappelijk context, bij het uitoefenen van gelijk welk functie geen kwaad kan, vind ik dan nogal naïef en relativistisch.

En ten slotte hebben de initiatiefnemers het over de emancipatie van de vrouw die al dan niet een hoofddoek draagt. Ik citeer: “ Het al of niet dragen van een hoofddoek zegt op zich niets over de emancipatie van de vrouw in kwestie. Het is het feit zelf de keuze te kunnen maken die emancipatorisch is. Dit zelfbeschikkingsrecht van vrouwen is een belangrijke verworvenheid.”. Met die stelling ben ik volledig eens, maar dat zelfbeschikkingsrecht dient aangepast te worden aan verschillende socialen contexten. Ik heb zelf veel niet-geëmancipeerde westerse dames ZONDER een hoofddoek ervaren. Of “geëmancipeerde” westerse dames die beschaamd zijn om te zeggen dat ze de strijd erg van de vorige generatie vrouwen appreciëren, de strijd die ervoor gezorgd heeft dat de huidige generatie vrouwen niet meer als legkip moeten dienen.

Niemand verbiedt mij in België om in mijn bikinipak rond te lopen. Maar met dit pak in een moskee binnenstappen of naar de bakker gaan, zal me behalve negatieven reacties en uitlatingen niets opbrengen. Dat dwangmaatregelen een averechts effect hebben op betrokken individuen, daar geef ik de initiatiefnemer meer dan gelijk. Maar de betrokkenen moet ook wat gezond verstand aan de dag leggen en moeten bereid zijn om een compromis te sluiten en NIET pleiten voor uitzonderingsmaatregelen. Want Islam en de beleving ervan is NIET superieur aan een andere overtuiging of geloof. Dat de achterstelling van “allochtonen” structureel moet aangepakt worden, daar ben ik meer dan VOLLEDIG mee eens. Maar dan moeten we ons verantwoordelijkheid nemen om over de kern van de zaak te debatteren en ons aandacht niet laten afleiden naar wat ik in dit geval denk, een pietluttigheid.

Baharak Bashar