



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Pirlewiet bekampt stress van de armoede
Voor mensen in armoede is het niet evident om op vakantie te gaan. Daarom organiseert Pirlewiet vzw kampen voor kinderen en vakanties voor gezinnen die in armoede leven. Onder het motto 'Vakantie ook voor ons!' zetten meer dan honderd vrijwilligers zich jaarlijks in om mensen een leuke en zorgeloze vakantie te bieden.
Pirlewiet bereikt mensen over heel Vlaanderen, maar heeft een nauwe band met Gent. Het secretariaat ligt in de Sint-Salvatorstraat en de werkgroep kinderkampen komt maandelijks bijeen in een Gents café. We spraken met Lise Kieckens, een Gentse vrijwilliger.
> Waarom is op vakantie gaan voor mensen in armoede zo belangrijk?
Kieckens: “Veel mensen die in armoede leven kunnen zich geen dure vakanties veroorloven. Ze hebben het al moeilijk om er elke dag voor te zorgen dat er eten op tafel komt, dat de kinderen hun schoolreisjes en schoolgerief kunnen betalen, dat de energiefacturen en huishuur betaald zijn, enzovoort. Meestal blijft er niet veel budget over voor de vrije tijd. Mensen die in armoede leven krijgen soms ook te maken met deurwaarders, schulden, opvoedingsproblemen, gezondheidsproblemen... Leven in armoede is leven in een constante stresssituatie. Voor deze mensen kan het dan ook extra veel deugd doen om er eens uit te zijn, om eens ongedwongen te kunnen genieten van een uitstap, een atelier, een activiteit.
Armoede gaat vaak ook gepaard met eenzaamheid. Mensen sluiten zich op omdat ze hun armoede liever verborgen houden of omdat ze de middelen niet hebben om uit te gaan. Op een Pirlewietkamp zijn mensen eens ‘onder het volk’, wat op zich al een meerwaarde kan zijn.”
> Jullie organiseren vooral vakantiekampen buiten de stad. Waarom?
“De kinderen die meegaan op kamp hebben er deugd van om eens buiten te zijn en in de bossen te kunnen crossen. Ze kunnen ongestoord kampen bouwen, met stokken spelen, besjes plukken en fietsen in de natuur. Mensen in armoede wonen vaak in kleine huisjes zonder tuinen in de armere wijken van een stad. De kinderen zijn gedwongen om heel de dag binnen te zitten en TV te kijken of computerspelletjes te spelen. Of ze hangen rond op straat waar het niet altijd even veilig is omdat er te veel auto’s rijden. Je merkt ook dat veel kinderen die meegaan op kamp nogal hevig zijn, net omdat ze weinig mogelijkheden hebben om zich uit te leven. Het valt op dat veel van de kinderen die meegaan op kamp zogezegd ADHD hebben. In sommige gevallen is dat waarschijnlijk echt zo, maar in veel gevallen ook niet. Ik vrees dat veel kinderen onterecht pilletjes slikken.”
> Bieden steden niet genoeg mogelijkheden aan kinderen om er te spelen en zich te vermaken?
“Niet voor iedereen. Mensen die in armoede leven zijn vaak meer gebonden aan bepaalde wijken. Ze hebben vaak geen eigen vervoer of weinig middelen om het openbaar vervoer te betalen. In de tweede plaats zoeken mensen altijd plaatsen op waar ze ‘onder lotgenoten’ zijn. We voelen ons allemaal meer op ons gemak als we bij mensen zijn die een gelijkaardige levensstandaard hebben, een gelijkaardige visie op het leven. Mensen die in armoede leven worden ook een beetje gedwongen om ‘onder elkaar’ te blijven. Ze botsen op vooroordelen, uitsluiting en allerhande drempels die hen tegenhouden om naar bepaalde plaatsen te gaan. Zo zitten ook hun kinderen vaak een beetje ‘opgesloten’ in steeds dezelfde wijk.”
> Waarom gaan kinderen in armoede niet gewoon met de jeugdbeweging mee op kamp?
“Er zijn duidelijk gescheiden circuits in het jeugdwerk. De arme kinderen gaan naar jeugdwerk dat speciaal voor hen is opgericht, de andere kinderen gaan naar de jeugdbeweging ofop kamp met de mutualiteit. Veel ouders die in armoede leven zijn - vaak terecht - bang dat hun kinderen niet zullen aarden in de gewone jeugdbeweging, dat ze er gepest zullen worden, dat ze uit de boot zullen vallen of dat ze de middelen niet zullen hebben om mee te gaan op uitstap, om een uniform te kopen en dergelijke. Ouders vertellen me dat hun kind na de eerste dag bij de jeugdbeweging al terug naar huis gebracht wordt door de leiding met de boodschap ‘hij is te moeilijk, we zien het niet zitten’. Dat is natuurlijk pijnlijk voor ouders. Ze zijn ook bang dat het zal opvallen dat hun kinderen arm zijn. Ze hebben geen zin om hun hele verhaal te doen aan leiders van achttien jaar en hen te vertellen dat ze het lidgeld niet kunnen betalen. Toch zijn er ook voorbeelden van jeugdbewegingen die wel arme kinderen bereiken. Zo heb je Chiro Mengelmoesch in de Brugse Poort en de scoutsgroep De Klauwaards aan het Rabot. Ze verlagen de drempel voor kinderen in armoede door de kosten voor uniform, lidgeld en uitstappen zo laag mogelijk te houden. En door de kinderen graag te zien natuurlijk! Het is jammer dat kinderen in armoede ook in hun vrije tijd gescheiden zijn van kinderen die niet in armoede leven. Daaraan zie je dat de kloof tussen arme mensen en de rest van de maatschappij toch wel groot is. Dat maakt het voor mensen in armoede nog moeilijker om hun situatie te verbeteren. We zijn nu aan het nadenken over manieren om onze deelnemers meer te betrekken bij de werking. Zo willen we de kloof, alvast in onze eigen werking, een beetje overbruggen.”
MIEKE NOLF
