



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Van haarbandje tot bungeetouw
Mijn ticket staat symbolisch op de schouw. Daar waar oma’s hun duurste porseleintjes zetten. Want het prikbord leek me toch te min. En ik vond het zonde om er een gaatje in te prikken. Het is niet meer dan een envelop met wat velletjes papier, die over een paar maanden niks meer waard zijn. Maar op dit moment overheerst het alles.
De planten vrezen het ergste. Krijgen ze binnenkort nog wel water? De voorraad in de keukenkasten slinkt en wordt niet meer aangevuld. Als er nu een oorlog uitbreekt, kan ik mezelf niet veel langer dan drie dagen voeden. En voor het slapengaan rol ik mezelf nog eens goed uit op mijn eigen, fijne matras. Want straks liggen we allebei ergens anders.
Mijn fameuze ticket vliegt me straks naar Buenos Aires. Mijn speelterrein verlegt zich voor een paar maanden naar Zuid-Amerika. Ik vertrek straks met vijftien klungelige Spaanse zinnen in mijn hoofd en de hoop dat die zich snel zullen vermenigvuldigen. Nu gewoon zoveel mogelijk wind door mijn hoofd laten waaien. Kwestie van alvast wat geheugencapaciteit vrij te maken.
Het is mijn eigen, kleine avontuurtje. Dat me zo gemakkelijk wordt gemaakt. Want velen zijn me voorgegaan op de platgetreden paden die ik straks bewandel. Ze hebben boeken voor me geschreven en alle onbekende steden in plannetjes gegoten. Ze hebben paaltjes uitgezet, bedden vrijgemaakt en bussen ingelegd die me van A naar B zullen brengen. Tot ik bij Z uitkom. Waar dat ook mag liggen.
Ik til mijn rok op en laat mijn schoen klakken op de vloer. Straks leer ik tango-dansen. Ik zie mijn buren de barbecue binnenhalen voor de winter. Met nieuwjaar zit ik misschien wel in een tuin met mijn bordje gegrild vlees op schoot. Ik slurp met mijn rietje aan een mojito. Zouden die in Argentinië ook zes euro kosten?
Mijn grootmoeder snapt er niets van. Wat ik daar toch verloren heb? Tja, nu nog niets. Maar dat komt straks wel. Het grapje wordt op lauw gemormel onthaald. Haar wereld is ook echt haar dorp. Die van mij is enorm rekbaar. De sprong van twee generaties. Van haarbandje tot bungeetouw. Zij kon er jaren haar krullen mee samenbinden. Ik neem een duik en ik gil. Maar mijn krullen hangen wel niet voor mijn ogen.
Ze wrijft met haar gerimpelde handen over het gebloemde tafelkleed van de keukentafel. Maar er valt niets glad te strijken. Behalve misschien de frons op haar gezicht. Ik voel dat ons gesprek nergens naartoe gaat. De sprong is te ver. Dus schakel ik over naar een verhaal uit de krant. De voedingsprijzen zijn aan het stijgen. Door een tekort aan graanproducten op de wereldmarkt. Ze heeft er ook al iets van gemerkt aan de kassa. Christa van de buurtwinkel zegt dat ze er niets kan aan doen. Ze moet de prijzen van haar leveranciers aan haar klanten doorrekenen. In Mexico zijn er tortilla-rellen uitgebroken. De Italianen zijn al in pasta-protest gegaan. Maar mijn oma eet liever aardappelen. En daarvan is de prijs gelukkig nog dezelfde gebleven.
VANESSA DEBRUYNE
