



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Het nieuwe marktdictaat van Berenschot! Waarom Gent meer dan een pak wafels is.
“The Spectacle is the chief product of the present day society”, zei Guy Debord in zijn “Society of the Spectacle” in 1967. Debord kreeg alleszins gelijk, gezien het mediaspektakel van “Het Groot Overleg” over de toekomst van Gent. “Gent moet af van jaren '70'-imago”, zo stelt het Managementbureau Berenschot dat werd ingehuurd door de Stedelijke overheid om Gent te verkopen. Op deze mediashow in het NTG stelt Berenschot dat feestende studenten, rommelige volksheid, gemakkelijk genieten en kermisachtige toestanden té veel het merk Gent bepalen. Het studiebureau vindt kennis, wonen en cultuur dé nieuwe speerpunten van het stadsimago. Wat een debat had moeten zijn over ‘de toekomst van Gent’, werd een schaamteloze marketingshow met stemmachientjes voorbereid door een stel Yuppie-marketeers die hun sloganeske dictaat over het toekomstige Gent opdringen. Toehoorders waren selectief uitgekozen om critici te vermijden die het leuke feestje over de toekomst hadden kunnen verstoren! Gent werd doorheen deze hele show zonder scrupules als een Merk op het winkelschap geplaatst naast het pak wafels en de eindeloze rij wasproducten.
Steden zijn zich in de loop der jaren steeds nadrukkelijker bezig gaan houden met het vergroten van hun naamsbekendheid. Tegen de achtergrond van voortschrijdende economische competitiviteit, maken steden een 180°-bocht van vroegere industriële centra naar postindustriële steden waar kennis, innovatie en creativiteit centraal staat. Zodoende hopen ze toeristen, studenten, bedrijven of andere doelgroepen aan te trekken. Steeds meer steden schakelen zich moeiteloos in, in deze Citymarketing. Een hip logo, holle slogans en oneliners, apolitieke beeldvorming en retorische frasen vieren hoogtij bij deze ‘City branding’. Het behoort tot de typische dwangmatige positieve ‘thuis in de stad’-cultuur waarbij steden niet meer vormen dan een letterlijk “aantrekkelijk beeld”; vooral voor de buitenwereld. “Aantrekkelijk” voor de niet-Gentenaren en consumenten van het omliggende groene Hinterland die ’s weekends uit hun suburbane droom worden gewekt om zich een Louis Vuitton-trois-pieceke te kopen, “beeldend” voor de talloze aangeslagen digitale toeristencamera’s die salvo’s beelden opslokken van de binnenstad. “Aantrekkelijk” voor investeerders die hier “jobs” creëren (en ergens anders weghalen zoals IKEA) en voor nieuwe middenklasse gezinnen en zogenaamde professionals die de negentiende-eeuwse gordel meer kunnen bieden dan haar huidige rommelige élan. Communicatieadviseurs, spin doctors, reclamejongens en citymarketing zijn centrale spelers in dit stedelijk citymarketingdiscours.
Met dit marktspektakel proberen dit studiebureau en de Stad een ‘eigenheid’ voor Gent binnen te brengen. De nadruk op innovatie, creatie en kennis is ironisch genoeg in de meest West-Europese steden aanwezig; ook in Kortrijk en Leuven. Juist de interlokale competitiestrategieën tussen steden, zorgen ironisch genoeg voor een seriële reproductie van hetzelfde. Ook sluit dit innovatie- en kennisdiscours naadloos aan bij de tekst van de Strategische Meerjarenplanning (Missie 2020). Het mag een open vraag heten waarom men geld verkwanselt aan deze studie van Berenschot. Niettegenstaande hun zogezegde originaliteit negeren de Stad en Berenschot, helaas alles waarvoor Gent in realiteit staat; namelijk dat deze stad dit soort citymarketingonzin geenszins nodig heeft. Gent is “Gent” net omdat we dergelijke holle frasen, eenzijdige beeldvorming en oppervlakkige logo’s kunnen missen. Als Gent nog enigszins trots wil behouden, in tegenstelling tot “A” (de Stad die zogezegd van iedereen is), houdt ze meteen op met dit soort citymarketing waarin de stad verpatst wordt alsof het om het eerste en beste pak wafels gaat.
Top of the bill is de zogezegde perverse democratische participatie die hiervoor wordt opgezet. “Het Groot Overleg” via de Q-Music mediashow en het bijbehorende klapvee met stemmachientjes in NTGent, doet het schaamrood op de wangen alleen maar toenemen. Dat de conclusie is dat er helaas van een echt debat geen sprake was, lijkt op het opentrappen van een open deur (De Gentenaar, 1 maart 2008). Studiebureau Berenschot heeft zijn conclusies al getrokken, zo klinkt het in de Gentenaar. “Het Groot Overleg, dat werd gepresenteerd door Wim Oosterlinck en rechtstreeks uitgezonden op radio City Music, was vooral een onderonsje van gelijkgestemden. Een aantal genodigden mocht voor en tijdens de uitzending de lof zingen van de stad Gent en zijn bestuur; de burgemeester - nochtans snipverkouden - maakte er in de hem typerende stijl een Daniël Termont-show van. Heikele thema's als onbetaalbare woningen en tolerantie werden al te vaak met een paar spitse oneliners afgedaan. Een kritische stem ontbrak.” (De Gentenaar, 1 maart 2008)
Wat dacht men? Dat er een studiebureau wordt ingehuurd tegen torenhoge prijzen om daarna democratische inspraak te vragen? De vraag is zelfs of het ooit anders is geweest? Gent kent al langer deze traditie van dubbelzinnige rebelsheid. Contestatie en kritiek op het beleid mag volgens het officiële discours van ‘de rebelse Gentenaar’ in het Rebelse Gent. De vraag is of er geen voetnoot staat in de annalen van het Rebelse Gent, die verwijst naar de rebellie die moet gebeuren ‘binnen de marges van ons bestuursakkoord, onze eigen overlegplatformen, onze eigen participatieshows, onze beschermde binnenkamerpolitiek en aan de staart van onze eigen officiële stoet’.
De concluderende antidemocratische platitude van het rapport stelt, wat omfloerst toegegeven, dat democratische keuzes eigenlijk geen plaats hebben in een tijd van globalisering die zogezegd noodzakelijke aanpassingen van de steden vraagt: “Dé globalisering en dé tijdgeest stellen andere eisen aan de concurrentiekracht van steden. Als je te veel wil zijn voor iedereen, loop je het gevaar dat je te weinig biedt voor enkelen.” Vooral wat betreft stedelijk wonen gaan de tenen krullen. In plaats van een pleidooi voor solidair wonen en een radicalisering van sociale rechtvaardigheid met aandacht voor kwaliteitsverhoging van de erbarmelijke woonsituatie in de negentiende-eeuwse gordel, steken deze Yuppies van Berenschot een discours op over de-nog-aan-te-trekken middenklasse; “om de professionals in de stad te houden - is er werk aan de winkel!” Het is dus beter je te focussen op één groep professionals die daarmee tevreden is, dan op alle Gentenaars die je dan minder ‘return on investment’ kunnen geven.
De aandacht voor de Gentenaars zelf wordt nog eens de vloer aangeveegd door te stellen dat “het beeld dat de Gentenaars zelf hebben van hun stad, veel uitgesprokener is dan het beeld dat buitenstaanders hebben.” So what? Als er iets belangrijk is, mag het toch wel de eigen lokale bevolking wezen? Het mag duidelijk zijn dat dit Groot Overleg als centrale focus in de SWOT-analyse ‘de- (nog)-niet-Gentenaars’ en kapitaalkrachtige consumentenklasse heeft. Deze propagandeske lifestyle politiek van Berenschot staat echter lijnrecht tegenover de reële “leefwereld” van de Gentse burger. De hele campagne doet denken aan het schip ‘Pantserkruiser Potemkin’ uit de film van Sergej Eisenstein in 1925; een mooie façade van vooruitgang die het alledaagse leven aan de basis negeert. De kwaliteit van het toekomstige Gent wordt in het Berenschotrapport eenzijdig afgemeten aan de marktwaarde. Het kan geenszins de bedoeling zijn een nostalgisch utopia voor te schotelen van het échte Gent waaruit verandering geweerd wordt. Er is zeker plaats voor verandering en een nieuw streefbeeld, gebaseerd op de maakbaarheid van de stad. Verandering is dan gebaseerd op de Gentse bevolking die het sociale cement vormt van een emancipatorisch streefbeeld. De vraag betreft niet voor of tegen verandering, maar welke toekomstige veranderingen je nastreeft en vooral voor “wie”?.
PASCAL DEBRUYNE
Beste, Excuseer, maar
Beste,
Excuseer, maar dergelijke reacties zijn echt kort door de bocht.
Ik kan er in komen dat u gelooft dat 1) Gent een goed armoedebeleid enz. heeft, 2) er geen conflict is tussen armoedebestrijding en het aantrekken van 'chiquer' volk, 3) dat de stad dit chique volk nodig heeft (cf. hetverhaaltje van het bakken en verdelen van de taart, toegepast op de stad). Vanuit dergelijk oogpunt kan onze kritiek voor u en sommige lezers gratuit en willekeurig lijken. Maar daarom is dat natuurlijk nog niet zo. En er zijn altijd, hopelijk veel, lezers die ons wel geloofwaardiger vinden. Ik kreeg enorm veel mails van lezers die blijkbaar wel akkoord gaan. Gelukkig maar denk ik dan!
Er staat trouwens niet dat de stad intolerant is, wel dat dit marketingbureau niks te zien heeft met de toekomst van Gent. Naar mijn mening had men beter de Missie 2O2O voorgelegd in een debat voorbereid door de gebiedsgerichte werking of zo...
De stad mag dan al de kaart trekken van armoedebestrijding, toch
LEVEN ER OOK ANDERE VISIES OP / BENADERINGEN VAN ARMOEDEBESTRIJDING IN GENT. Naast herverdeling is er altijd een sterke liberale benadering door de aantrek van investeerders en middenklasse. Ik heb hier op zich geen probleem mee. Mijn vraag is of dit de prioriteit moet zijn van een lokale overheid? Er zijn zeker sterke accentverschuiving zoals de armoedebestrijding (eindelijk) en sociale woningen (eindelijk) en aandacht voor sociale verdringing (eindelijk), die onder druk van politieke actoren en het middenveld zijn aangepakt zoals de woonbeleidsnota duidelijk maakt. Dat wij kritiek geven is dus een meerwaarde!
Dat dit alles "elitair" is, is goedkoop en kort door de bocht. Om even elitair terug te reageren: men noemt dit "ad hominem"; op de persoon spelen in plaats van op de inhoud. Trouwens vreemd dat u doet alsof u geen woord begrijpt door ons elitair zijn, maar toch goed weet wat in de tekst staat. Alle mails die ik krijg zijn ook mensen die deze kritiek blijkbaar ten volle delen. Dat dit wat makkelijker geschreven kan worden, heb ik geen probleem mee. Ik let erop.
Ik heb geen probleem met kritiek, wel met argumenten gewoon gericht op de persoon.
Nogmaals vriendelijke en gemeende groet,
Pascal
bijdrage jan beulinckx: Ik
bijdrage jan beulinckx:
Ik was aanwezig op dit 'groot overleg' en ik kan dit opiniestuk van Pascal volledig beamen. Het was inderdaad een prachtvoorbeeld van schijndemocratie. Van een echt tegenstrijdig debat was geen sprake en de hele format was zo opgezet dat dit ook niet de bedoeling was.
Neen, het was meer een ontspannend avondje uit met Termont als stand-up comedian, een handvol Gentse bv's als gezagsgetrouwe hielenlikkers en een sluwe Hollandse marketeer die met de opbrengst gaat lopen.
Het sterkste is nog dat
Het sterkste is nog dat Berenschot bijna absoluut geen ervaring heeft met marketing, maar in wezen een HR consultancy is.
Een HR (~ personeels) adviesbureau dat vooral goede contacten heeft met de bestuurders in de publieke sector. Ze hebben niet alleen hun klant goed 'ge-serviced', maar vooral ook hun toekomst in Gent en omstreken goed verzorgd.
Ik ben vooral nieuwsgierig naar de auteurs van deze studie; een korte blik op hun cv kan veel toelichting brengen.

U schrijft: De vraag betreft
U schrijft: De vraag betreft niet voor of tegen verandering, maar welke toekomstige veranderingen je nastreeft en vooral voor “wie”?
Het is u blijkbaar ontgaan dat de stad nadrukkelijk de sociale kaart wil blijven trekken: tolerantie, armoedebestrijding, toegankelijkheid voor mensen met een handicap...
Als er één Gentse speler is die zich wentelt in elitair gedoe en een al te hoogdravend discours, is het wel TiensTiens. Neem me niet kwalijk, hoor.