Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Amman... en de nieuwe minaretten van het kapitalisme

p 24_TT13_Amman
(foto: Emran Hassan)

Amman is de hoofdstad van Jordanië, een land in het hart van het Midden-Oosten. Veel van de steden in het Midden-Oosten worden beschreven als Islamitische en/of Arabische steden. Amman kan echter eerder een ‘globale stad’ genoemd worden, die meer op onze West-Europese steden lijkt dan we vermoeden. Met zijn enorme Palestijnse vluchtelingenpopulatie en ongeveer een miljoen Irakese vluchtelingen, en met de miljarden dollars uit globale investeringen uit Irak, Dubai en het Westen, is de hoofdstad van Jordanië op verschillende manieren verbonden met de globalisering.

 

Een korte geschiedenis van Amman

Amman ligt in een vallei omgeven door zeven heuvels of ‘jabals’ die de verschillende stadsdelen vormen. De naam ‘Amman’ is afkomstig van de centrale functie die de stad had in het Ammonitische koninkrijk (1200-322 voor Chr.). In 633 voor Chr. kwam de stad onder de naam Philadelphia onder Grieks bewind, waardoor ze een enorme uitbreiding kende. Enkele plaatsen zoals het Romeinse Amfitheater in het centrum van de stad zijn overblijfselen van die periode. In de eerste eeuw na Chr. werd Amman ook deel van de Deca-Polis, een Unie tussen tien steden. Onder het bestuur van de Ottomaanse sultan Abdul-Hamid II (1876-1909) kregen duizenden Circassiërs de toestemming zich te vestigen in Amman waardoor de stad verder groeide. Het was pas in 1918, na de Great Arab Revolution onder leiding van Al-Sheriff Hussein Bin Ali tegen het Ottomaanse Rijk, dat de staat Jordanië vorm kreeg via de vorming van een Syrisch-Arabische staat. Na 1920 viel deze staat uiteen door de claim van de Fransen op Syrië. (Trans)Jordanië kwam, nadat het San Remo-akkoord werd getekend in 1920, onder het bewind van de Britten vanaf 1923 (de Mandaatperiode).

Als stad ontwikkelde Amman zich pas echt vanaf 1921, toen prins Abdallah Bin Al-Hussein aan de macht kwam. Amman werd de hoofdzetel van de Hashemitische monarchie; weliswaar onder Brits Mandaat dat het land als een buffer zag tegen Palestina. In 1928 werd Amman officieel de hoofdstad van Jordanië. Abdallah Bin Al-Hussein wou er een plaats van rijkdom en welvaart van maken. Vanaf de jaren ’40-’50 ontstond er een meer gegoede klasse in de stad. Deze nieuwe rijken werden machtiger en wonnen aan invloed door de participatie van Jordanië aan de tweede wereldoorlog. Het gevolg van de toenemende rijkdom was dat deze nieuwe rijken wegtrokken uit het centrum. Amman breidde zich uit over de zeven heuvels, waar een nieuwe kapitaalkrachtige(re) klasse zich tegenover het arme centrum in het dal positioneerde.

 

p 25_TT13_Amman2
(foto: Emran Hassan)

 

De verschillende vluchtelingen- en migratiestromen

Door de conflicten in het Midden-Oosten werd de stad een toevluchtsoord voor vluchtelingen. Vooral de ‘gedwongen migratie’ van Palestijnse vluchtelingen in 1948 (onafhankelijkheidsoorlog van Israël) en in 1967 (Zesdaagse oorlog) ligt aan de basis hiervan. In Amman vestigde 87,4% van deze vluchtelingen zich in een straal van 40 kilometer rond de hoofdstad. De eerste twee vluchtelingenkampen, El-Wehdat kamp en El-Hussein kamp werden gebouwd midden in en naast het centrum van Amman. In twintig jaar trokken 129 000 Palestijnse vluchtelingen naar Amman, waardoor de bevolking aangroeide met 300%. Negen bijkomende kampen werden gebouwd. Slechts een minderheid van Palestijnen (16%) leeft in officieel door UNRWA (United Nations Relief and Work Agency) erkende vluchtelingenkampen. Doorgaans werd weinig zorg besteed aan deze kampen omdat vluchtelingen moesten terugkeren en niet gestimuleerd mochten worden om te blijven. De laatste jaren komt daar, ook vanuit veiligheidsoverwegingen, langzaam verandering in.

Vanaf de jaren ’90 kwamen ook veel Irakese vluchtelingen Jordanië binnen, gevlucht wegens opeenvolgende conflicten in hun land. In Jordanië verblijven volgens officiële cijfers ongeveer 700 000 Irakese vluchtelingen. Officieuze schattingen spreken over meer dan één miljoen vluchtelingen. Dat aantal is niet te onderschatten, gezien Jordanië slechts 5,5 miljoen inwoners telt. De Jordaanse overheid behandelt de vluchtelingen als tijdelijke bezoekers en in het slechtste geval als illegale immigranten. De populatie van Irakese vluchtelingen is zeer divers, zowel qua sociaal-economische status als qua religieuze strekking. Er is een aanzienlijke groep rijken uit de vroegere Irakese elites die er een gigantische vastgoedboom veroorzaken. Het gebouw dat hier bij uitstek een voorbeeld van is, is het luxehotel ‘Le Royal’, ironisch genoeg een van de bekendste plaatjes van Amman. Daarnaast zijn er de in het zwart geklede Irakese vrouwen die zitten te bedelen, een ondertussen bekend gezicht in het centrum. De meeste vluchtelingen wonen in de armoedegordel van Amman; in de Palestijnse vluchtelingenkampenen informele woongebieden als Jabal El-Nadheef. Deze Palestijnen en Irakezen vormen de meest achtergestelde groepen in Amman.

Ook de migratie van Jordaanse arbeiders die werkten in de Golfstaten beïnvloedt de stad. Het geld dat deze migranten naar hun thuisstad opstuurden had een ruimtelijke impact die vooral zichtbaar werd in de bouwwoede tussen 1972 en 1979. In West-Amman kreeg deze bouwwoede vorm door de groei van residentiële buurten langs twee grote straten: één van het stadscentrum naar Salt via Sweileh, de andere naar Wadi es-Sir doorheen Jabal Amman.
Na de eerste Golfoorlog keerden 300 000 Jordaanse en Palestijnse arbeiders met Jordaans burgerschap uit de Golfstaten terug. Dit zorgde voor een financiële instroom van 800 miljoen Jordaanse Dollar die vooral geïnvesteerd werd in vastgoed.

 

Het kapitalistische expansiemodel, dat een wig drijft tussen Oost en West in de stad, zou wel eens een betere uitleg kunnen zijn voor de groeiende Islamisering in de Arabische Wereld dan de religieuze verklaringen.

 

Diepe breuklijn tussen Oost en West

Amman beschrijven is geen makkelijke opdracht. Typeringen als Arabische en Islamitische stad schieten zeker tekort. Het stadscentrum beantwoordt nog min of meer aan de typering ‘Islamitische stad’ met plaatsen als de Al-Husseini Moskee in het centrum, de marktplaats errond en de begraafplaats in Ras al-'Ain. Amman lijkt echter geenszins op steden als Damascus, Caïro en Fez die nog steeds hét model vormen van urbaniseringtheorieën over de Arabische wereld. Toch is Amman ook niet zomaar een ‘moderne stad’, met brede lanen, boulevards en grote publieke pleinen. Als we Amman dan toch moeten typeren, dan kunnen we veeleer van een postmoderne stad spreken. De stad is een amalgaam van enclaves, die volledig naast elkaar bestaan.

Wanneer de taxi door de stad rijdt, wordt vooral de diepe ruimtelijke tweedeling tussen een arm Oostelijk deel en een rijk Westelijk deel zichtbaar. Het Oostelijke deel van de stad is sterk getekend door armoede en economische achterstelling, een beeld dat we kennen van de armoedegordels rond West-Europese steden. Oost-Amman onderscheidt zich van West-Amman door de densiteit van bebouwing. Geen enkele plaats blijft onbenut. Het is daar dat het Palestijnse kamp van El-wehdat werd opgetrokken. De voornaamste activiteiten zijn kleinhandel en ambachten. De gevaarlijke en verontreinigende industriële sectoren worden dichtbij armere gebieden ingeplant. In de meer afgelegen ‘Qualified Industrial Zones’, vrijhandelszones waar de industrie gevestigd is, wordt geproduceerd voor de export. De arbeiders zijn vooral Bengali, Pakistanen en Indiërs, aangetrokken om aan spotlonen hun handen uit de mouwen te steken. Ondertussen genieten investeerders er van belastingsvakantie.

Het Westen van de stad kent daarentegen een enorme economische expansie met bijbehorende gigantische torens, luxehotels, megalomane shoppingcentra, afgesloten themaparken, woonenclaves voor de bevoorrechten uit de rest van het Midden-Oosten en vooral voor de gevluchte Sjiïetische elite en Soennitische aanhangers van de Baathpartij. West-Amman huisvest vooral een middenklasse en artistieke minderheid, gehuisvest in villa’s met tuinen. Deze buurt beschikt ook over verschillende restaurants, bioscopen, enkele ambassades, kunstgalerijen en antiekwinkels.

 

Amman als Global City

Momenteel kunnen we Amman omschrijven als een globale stad met circa 3,3 miljoen inwoners. Sinds 1989 is het karakter van de Jordaanse staat radicaal gewijzigd door verschillende rondes van deregulering, liberalisering en privatisering. Vooral sinds het aantreden van de nieuwe trendy koning Abdullah II in 1999, is ook Amman sterk veranderd. CEO Abdullah II wil van Amman een toeristische hotspot maken, door de hoofdstad op de kaart te zetten als ‘Gateway to Jordan’. Als Amman wil ontwikkelen, dan moet het de concurrentie aangaan met steden zoals Dubai (VAE) en Beirut (Libanon). Het meest prestigieuze project is het Al-Abdali Urban Regeneration Project, op een oude legersite van 34ha in het centrum. Het project, via een PPS-constructie (Publiek-Private-Samenwerking) gesteund door de overheid, belichaamt de toekomstvisie van de Koning op Jordanië. De site wordt ontwikkeld tot “a new business centre and downtown for Amman. De site moet toeristen aantrekken vanuit het gehele Midden-Oosten.

Sinds 2007 is men onder leiding van de nieuwe burgemeester Maani, zelf ingenieur-architect en notoir investeerder, bezig aan een nieuw Masterplan in verschillende fases. Vooral de uitbreiding van torens en hoogbouw staat bovenaan de agenda. Samen met een geselecteerd team van internationale ruimtelijke planners wil Maani Amman veranderen in een “City of Towers and Open Spaces”. Hiervoor wijzigt niet alleen de economische strategie in een hypercompetitief stadsmodel, maar ook de manier van besturen. Investeerders en een amalgaam van politieke, semi-politieke, economische en informele actoren krijgen een enorme invloed via samenwerkingsmodellen als PPS-constructies en liberale vormen van ‘goed bestuur’. Dit impliceert de traditionele waterval aan hippe en trendy begrippen en praktijken zoals de uitbouw van financiële districten, gated communities, business improvement districten, regeneratieprojecten en luxe hotels op maat van buitenlandse toeristen en ten voordele van de Jordaanse elites. Tezelfdertijd vervallen inspraak en democratie en verdwijnt de stad als solidaire ruimte, die armoede bij de meest kwetsbare groepen tracht weg te werken. Hierdoor kunnen de ‘armen’ zich steeds meer vinden in de Islamistische partij (IAF).

Het kapitalistische expansiemodel, dat een wig drijft tussen Oost en West in de stad, zou wel eens een betere uitleg kunnen zijn voor de groeiende Islamisering in de Arabische Wereld dan de religieuze verklaringen. Met de woorden van de Jordaanse antropologe Seteney Shami is Amman een ‘hedendaagse postmoderne bouwsite voor de bevoorrechten’, waarbij economische investeerders en politieke elites torens uit de grond stampen als nieuwe minaretten van het kapitalisme. De armen en minder gepriviligieerden, die verhuizen wel, net zoals in de rest van de verstedelijkte wereld waar armoedebestrijding vooral neerkomt op het bestrijden van de armen.

 

PASCAL DEBRUYNE

 

Met dank aan Dr. Christopher Parker (MENARG- UGent) voor zijn steun en inhoudelijke input. Ook de uitdrukking “de nieuwe minaretten van het kapitalisme” werd aan hem ontleend.