



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Column: Portus Ganda – Portus Ledebergensis
Het is alweer van begin mei geleden dat onze stedelijke jachthaven de sluizen heeft mogen openen. Met veel plezier en poeha was dat. Eerst een heus feest en vuurwerk, en daarna dat frisse idee om de mensen over het water te laten lopen. De natte droom van vele ouders en kinderen uit de buurt.
Spijtig genoeg kan een heus volksfeest nooit zonder zuurpruimen en criticasters. Toch niet in Gent, de stad waar mensen al sinds jaar en dag meningen hebben, stroppen dragen en het niet zullen laten om de luis in de pels te zijn van eender wie het voor het zeggen heeft. Maar soms kunnen we toch wat té enthousiast zitten vitten.
Het is altijd iets. Zo zijn er mensen die vinden dat de jachthaven – feest incluis – teveel gekost heeft en dat de stad wel wat beters te doen heeft dan het de rijke jachteigenaars naar hun zin maken. Sommigen zijn zelfs zo negatief – cynisch in feite! – dat ze stellen dat de organisatie van het feest en het waterlopen gewoon een manier was van het stadsbestuur om de buurt voor de jachthaven te winnen. Alsof burgemeester en schepenen niets beters te doen hebben dan hun inwoners loeren te draaien!
Het is trouwens typisch voor dat soort mensen om niet verder te kijken dan hun neus lang is. Wat ze vergeten, is dat er achter een project als Portus Ganda meer zit dan het vertroetelen van gegoede vrijetijdskapiteins en rijke stinkerds. Hoe je het ook draait of keert, Gent moet het in deze tijden niet langer hebben van textielindustrie, maar van toerisme en cultuur. Dat is dé manier om veel geld in het laatje van de winkeliers te brengen, en genoeg prestige op te bouwen om hooggeschoolde gezinnen met goede weddes aan te trekken. Die dragen dan op hun beurt een centje bij om de stad nog verder te vernieuwen en verbeteren. Dat is nodig, want in sommige wijken in de rand rond Gent is er nog veel werk aan de winkel.
Neem nu Ledeberg. Toeval of niet, in dezelfde week dat de jachthaven geopend werd, hadden ze er weer eens te kampen met wateroverlast. Het zou mij niet verbazen – maar de critici des te meer – als het stadsbestuur deze achtergestelde buurt er met een paar gerichte ingrepen bovenop zou kunnen helpen. De oplossing hoeft ze daar niet eens zo ver voor te zoeken. Wat met Portus Ganda gelukt is voor de buurt rond de Dampoortstraat, kan immers evengoed lukken in Ledeberg. Want waar wateroverlast is, zal er ook wel water zijn. Mijn voorstel is: laten we een kanaal graven van de Schelde naar de achterkanten van Ledeberg. Het is daar waar de waterproblemen zijn en waar ook de meest armetierige huisjes staan. Onteigenen geblazen dus! Gentenaars zijn dat toch al gewend, en de ervaring in de Brugse Poort en de Muide leert dat laaggeschoolden toch niet op de hoogte zijn van de correcte prijzen voor hun huisje. Veel moet het dus niet kosten.
Het is daar dat Portus Ledebergensis komt. Het kan een perfecte aanvulling worden op het koninklijke Portus Ganda. Geen luxetoiletten in de Van Eyck, maar sanitaire thuisstops bij de inboorlingen. Geen uitstapje naar de Veldstraat, maar flaneren in de plaatselijke Aldi. Misschien kunnen de jachteigenaars ondertussen her en der ook wat sollicitatietips kwijt. En we kunnen nog verder gaan. Als het weer eens enorm geregend heeft en de Portus dus massaal veel ramptoeristen lokt, kan de stad achteraf de sluizen sluiten en hen verplichten daar te blijven. Zo bekomt men een betere sociale mix, die op zijn beurt nieuwe jonge gezinnen met serieuze inkomens aantrekt. Minder gegoede, oorspronkelijke bewoners kunnen dan geleidelijk aan worden overgebracht naar andere plekken. In Gentbrugge bijvoorbeeld is er een groot industrieterrein waar sociale woningen kunnen gebouwd worden. Dat is gewoon de Brusselse Steenweg over. Wie meehelpt de grond te saneren kan met diezelfde kruiwagen meteen ook verhuizen. Wie beweert nu nog dat in de aanpak van het stadsbestuur geen blauwdruk vervat zit voor structurele oplossingen?
NATAN H.
