Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Column: De Tegel

Het eerste wat hij altijd naar buiten steekt is zijn hoofd. Met de rest van zijn lijf nog achter de voordeur scant hij onze buurt af. Het is niet de kust die veilig moet zijn, maar het trottoir voor zijn eigen huis.

Meer dan een kinderwagen met moederlijke duwer of een gekostumeerde werkmens met fles wijn onder de arm passeert er meestal niet. Maar hij is een voorzichtig man. Altijd op zijn hoede voor een puber die de snelheid van zijn bromfiets op het voetpad wil uittesten. Of een hondenuitlater die de controle over de leiband dreigt te verliezen.

 

p 30_de tegel
(foto: freddy Willems)

 

Als het risico op aanrijding of dierlijke aanval tot een minimum herleid is, zet hij zijn voeten in geruite pantoffels buiten. Maar daarmee is de slecht passende witte sportkous nog niet af. Het ritueel vraagt dat hij zijn lichaam nog even uitschudt alvorens te vertrekken. Het laagje stof dat de voorgaande uren op hem en zijn zetel is neergedwarreld, moet weg. Zo meet hij meteen ook de temperatuur op van de dag.

Mijn buurman kent zijn wolken en winden. Hij fungeert sinds kort zelfs als mijn persoonlijke weerman. Het is waarschijnlijk onze enige gemeenschappelijke deler. Want ik weet niet wie er gelogen heeft tegen zijn vrouw in ‘Familie’. En hij kan me niet vertellen wat er de komende dagen in de stad te beleven valt. Maar we hebben elkaar gevonden in zowel lage als hoge luchtdrukgebieden.

De eerste maanden dat we samen een binnenmuur deelden, kwamen we niet veel verder dan een woordeloos knikje ter herkenning. Een automatisch gebaar met als enige boodschap: “Jij woont op nummer achttien. Mijn post komt toe op nummer twintig. Dat weten wij allebei.”

Tot ik op een dag met een stralende glimlach onder een gelijkgestemde zon naar huis kwam fietsen. Hij begon ons eerste gesprek over de regen die later nog zou vallen. Ik volgde zijn voorspelling en trok mijn regenjas aan. Een dankbare beslissing toen ik mijn vrienden het café zag binnendruppen. Na die kleine redding deed ik meer dan alleen maar knikken. Ik vroeg hem naar zijn kledingadvies voor de volgende dag.

Zijn wandelingen zijn veel voorspelbaarder dan ons grillig Belgisch wolkendek. Het is een kaartendek met alleen maar ruiten vier. Een stapel van 52 met hetzelfde plaatje. Elke dag wordt er minstens eentje omgedraaid. Voor mijn buurman, de enige speler die zich voor deze discipline interesseert.

Hij valt op tussen de andere wandelaars. Geen boodschappenlijstje in zijn hoofd. Geen afspraak die hem naar zijn horloge doet kijken. Geen prangende vragen of droge verhalen. Geen visie op de buitenwereld. Geen mening over de huiskamers. Zijn pantoffels verraden dat hij niet ver zal lopen. Zijn ogen laten uitschijnen dat hij nergens naartoe moet.

Behalve dan naar zijn tegel. Dat kleine vierkanten stukje grijs waarop hij elke keer zijn rechtsomgekeerde draai maakt. Een tegel waarvan er in onze stad meer dan duizend liggen die in een dozijn zouden passen. Maar mijn buurman herkent hem elke keer. En daar halveert hij zijn wandeling. Het is zijn rots in de branding. Al is hij nog steeds niet aan de kust.

Het is ergens tussen een zaterdagavond en zondagmorgen dat ik via zijn tegel naar huis loop. In een milde zigzag met een vrolijk tikje in mijn voet. Te oud voor een hinkelspel. Maar toch bijna aan het meisjeshuppelen.

De tegel van mijn buurman wordt bewaakt door een van de plaatselijke hangjongeren. “Hey, mooi meisje, waar ga je vannacht nog naartoe?” Ik ben niet in de stemming om ook nog een gemeenschappelijke deler met deze jongen te gaan zoeken. Dus maak ik een duidelijke boog rond hem en de tegel. Maar mijn grote nieuwsgierigheid is zoals gewoonlijk sterker dan mijn kleine angst. En zo vang ik toch nog een glimp op van zijn geile, zatte blik.

Aan mijn zelfzekere pas voorwaarts merkt hij dat zijn trieste versierpoging bot zal vangen. Het is bijzonder duidelijk. Ik breng mezelf wel naar mijn nummer twintig. En ik wil helemaal niet weten welk cijfertje hij nog moet gaan zoeken. Zijn rechterbeen staat eventjes zenuwachtig te wiebelen op de dagelijkse eindbestemming van mijn buurman. Dan maakt hij ook een rechtsomkeer.

Dit is nu eenmaal geen tegel om verder op te gaan. Behalve misschien als het keihard regent. Maar het zou nog minstens twee dagen droog blijven. Zo voorspelt mijn buurman het toch.

 

VANESSA DEBRUYNE