Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Het mondiale dorp: van stad tot wereld en terug

TT02_p15_attac.jpg
(foto: carmendevos)
Eric Goeman

De wereld is een dorp geworden. Dit proces heeft natuurlijk effecten op de stad. In het wereldwijde dorp spreekt men af hoe de economie georganiseerd wordt of wie men de oorlog verklaart. Die beslissingen, die zich boven ons hoofden afspelen, kunnen een rechtstreekse invloed hebben op de stad. Als er in Gent Irakese vluchtelingen toestromen, als de tarieven van De Lijn opslaan omdat het een privé-bedrijf wordt of als Sidmar uit de Gentse haven vertrekt, dan heeft dat allemaal met de geglobaliseerde economie en politiek te maken. TiensTiens zocht Eric Goeman op voor een gesprek over die verhoudingen tussen de wereld en de stad. Goeman is onder meer bekend van de andersglobalistische organisatie ATTAC en van de jaarlijkse debatten op de Gentse Feesten.

 

> Een stad is dynamisch. Ze zoekt onophoudelijk haar identiteit en moet daarom voortdurend in dialoog treden met haar bewoners. Dat is nochtans geen vanzelfsprekendheid. Manu Claeys zei bijvoorbeeld over de Staten-Generaal in Antwerpen: “De inspraak beperkt zich tot het aanpassen van details wanneer de grote lijnen van het beleid al vast liggen”. Hoe denkt u over inspraak en de organisatie ervan in Gent?

Goeman: “Ik herinner me de jaren zestig en zeventig nog, toen er helemaal geen inspraak mogelijk was. De stedelijke overheden bestuurden als echte regenten en potentaten. Ondertussen zijn we erop vooruitgegaan. Men kan veel inbrengen tegen het Gentse stadsbestuur, maar men moet ook de positieve zaken zien, zoals hun inspanningen op het vlak van inspraak. Momenteel probeert men bijvoorbeeld via openbare hoorzittingen mensen en wijkbewoners aan het beleid te laten participeren.

Toch kan het nog altijd beter. Wij propageren een actieve burgerparticipatie. Dit is een vorm van deelname aan het bestuur waarbij niet alleen de mening van de burger telt, maar ook een deel van het stedelijke budget in zijn handen ligt. Deze participatie vereist niet alleen een overheid die meer vertrouwen in de burger heeft, maar ook een burger die zich meer als citoyen gedraagt. Een stadsbewoner die minder apathisch en op zichzelf is, maar die bereid is op te komen voor anderen.”

 

> En wat heeft dit alles te maken met de globalisering, de evolutie waarbij onze levens en omgeving steeds meer onder invloed komen te staan van wereldwijde processen waarop we weinig vat hebben?

Goeman: “Ik denk dat in een tijd van globalisering de leuze think global, act local geldt. De steden ondervinden de gevolgen van mondiale ontwikkelingen: de groeiende kloof tussen rijk en arm, etnische vervolging, politieke onderdrukking, migratie enzovoort. Uiteindelijk komen al deze problemen ook in onze steden terecht. Met als gevolg dat er in onze achtergestelde wijken een permanente oorlog wordt uitgevochten tussen de autochtone zwaksten en de allochtone zwaksten om schaarse goederen zoals jobs, goede woningen, goed onderwijs, een toekomst voor de kinderen, … Mensen denken in de eerste plaats over die directe problemen in hun leefomgeving. Globale thema’s en analyses moet je bijgevolg via de weg van die lokale spanningen binnenbrengen en bespreekbaar maken. Op die manier verbind je fenomenen zoals migratie of de liberalisering van openbare diensten met hun effecten in steden en wijken.”

 

> U zegt dat steden knooppunten zijn in de dynamiek van de globalisering. De stad staat onder permanente invloed van wat van buiten, uit de wereld, komt. Hoe moeten we volgens u omgaan met die veranderingen?

Goeman: “Ik denk dat de stedelijke sociale bewegingen echt belangrijk zijn. Vooral het verbinden van verschillende bewegingen, over hun eigen grenzen heen, kan een stap in de goede richting zijn. De vereniging van politieke pressiegroepen, sociale bewegingen en sociaal-artistieke projecten bijvoorbeeld is volgens mij een positieve ontwikkeling. Zo een politiek is breder dan het werk in het parlement of de gemeenteraad. Het gaat over verandering bewerkstelligen van onderop. Een oplossing voor de globalisering kan je nooit enkel van bovenop organiseren.”

 

> In steden heb je een mix van private initiatieven en investeringen van overheden. Doordat bepaalde diensten zoals watervoorziening, sport of onderwijs publiek zijn, blijven ze betaalbaar voor alle stadsbewoners. Publieke diensten zijn laagdrempelig. Toch liggen deze publieke, openbare diensten steeds meer onder schot. Hoe staat u tegenover die bedreiging?

Goeman: “Het is belangrijk dat de openbare diensten niet aan de markt worden overgelaten. De dreiging gaat uit van internationale initiatieven zoals de GATS (akkoord over handel in diensten waarover men binnen de Wereldhandelsorganisatie onderhandelt, TT) of de Bolkestein-richtlijn (voorstel voor de handel in dienstverlening van de Europese Commissie). Die initiatieven brengen onder andere de stedelijke openbare dienstverlening in gevaar. Wanneer je die diensten aan de markt overlaat, ben je er niet alleen de democratische controle over kwijt, maar zullen ze ook minder toegankelijk en duurder worden voor alle burgers. Daarom verzet ATTAC zich tegen elke poging om publieke diensten privaat te maken. We zijn tegen de privatisering van essentiële diensten als onderwijs of gezondheidszorg, maar ook het openbaar vervoer, de bibliotheken, kinderopvang of zwembaden moeten in stedelijke handen blijven. Ik denk dat veel stedelijke overheden nog steeds niet echt beseffen wat voor effecten de akkoorden over de handel in diensten zullen hebben op hun eigen politiek.”

 

> Gelooft u nog in een soort van Bildung of volksopvoeding? Moeten we terug leren omgaan met de samenleving, of om het anders te zeggen, met de grenzen van de vrijheid en van het samenleven?

Goeman: “Als ik daar op zich al niet meer in geloof, dan kan ik er beter mee ophouden. Als alles aan de macht van de economie wordt overgelaten, dan stevenen we af op de ondergang. Stadsbesturen of zelfs bedrijven beginnen dat te beseffen. In Zuid-oost-Azië werd bijvoorbeeld de gehele bevolking in 1998 plots geconfronteerd met een gigantische werkloosheid en armoede. De financiële markten waren in elkaar gestort door een bandeloze financiële speculatie. Er was geen controle meer van de politiek op de economische gang van zaken.ATTAC ijvert ervoor om de politiek terug boven de economie te plaatsen en zo de economie terug te geven aan de mensen, aan de politieke democratie.

Daarom pleiten we ook voor de Tobintaks, een taks op financiële speculatie. Maar vandaag de dag is het moeilijk om te praten over taksen. Bij de overheden gaat het enkel over belastingsverlagingen. Daarom zal ATTAC ook naar de toekomst toe veel tijd steken in vorming over belastingen. Ik denk dat daarin een structurele oplossing ligt voor veel problemen. In plaats van de onzekerheid van hulp en liefdadigheid, willen wij met deze taksen zowel de financiële speculatie in de hand houden als een structurele sociale verbetering verwezenlijken. Op straat komen voor zulke thema’s en standpunten, duidelijk aanwezig zijn in de publieke ruimte, dat is Bildung. Je maakt mensen bewust van deze onderwerpen, zelfs al heb je het klimaat grotendeels tegen.”

 

> Maar naast bewustmaking moet je ook nog altijd ‘de harten’ van de mensen kunnen raken. Om het provocatief te stellen: rechts heeft een ideologisch kader dat rationeel en op lange termijn misschien niet werkt, maar ze raken wél de harten van mensen met hun ideologie. Sterker zelfs, links ligt op zijn gat! Moet links geen nieuw project zoeken, één dat niet enkel een rationele verklaring biedt, maar ook de harten raakt?

Goeman: “Om te beginnen wil ik zeggen dat ik het niet erg vind dat sommige linkse bewegingen op hun gat liggen. Ten tweede is het ook zo dat diegenen die nog steeds dromen van één groot verhaal gedragen door één voorhoedepartij, mogen blijven dromen. Dat is niet meer mogelijk. De grote andersglobalistische bijeenkomsten van Porto Alegre en Mumbai maar ook de Europese sociale fora in Florence, Parijs en Londen tonen een dynamische beweging met een grote verscheidenheid. De beweging zal nooit aanvaarden dat een of andere groep de koepel komt spelen. Maar in al deze verscheidenheid moet men ook op zoek gaan naar gemeenschappelijke verhalen en bepaalde prioriteiten voor de politieke en sociale actie.

Met respect voor de verscheidenheid is er de mogelijkheid om een nieuw links verhaal te creëren van solidariteit en betrokkenheid. Maar ook een verhaal dat kwetsbaarheid toelaat. Ik zeg al jaren zonder schroom: laten we met zijn allen de rede heroveren, maar vooral de harten betoveren. Indien we daar niet in slagen, en het mondiale niet kunnen verbinden aan het stedelijke, en het persoonlijke belang niet aan het algemene belang, zullen het Vlaams Belang en andere vormen van fundamentalisme en conservatisme terrein blijven winnen.”

 

> Om af te sluiten: in Gent zie je een proces op gang komen dat verschillende bewegingen bij elkaar brengt. Het is ‘beweging van bewegingen’ op stadsniveau. Zie je hierin een positieve trend?

Goeman: “Ik denk dat we dat verhaal echt goed moeten brengen. We zullen nog beter ons best moeten doen om de mensen actief te betrekken bij stedelijke ontwikkelingen, die ook mondiale ontwikkelingen zijn. Positief en sterk naar buiten treden als een geheel staat hierbij centraal. Daarom zal ik me blijven inzetten om zoveel mogelijk sociale en culturele bewegingen op stedelijk niveau te organiseren in een permanent sociaal forum. We hebben echter meer nodig dan goede analyses. We moeten de mensen ook een blik op een veiligere toekomst kunnen bieden met duurzame jobs, beter onderwijs, meer echte openbare ruimte en goedkopere maar toch betere woningen. Dat betekent niet alleen een verdediging van de stedelijke democratie, maat ook een democratisering van de stedelijke politiek. Dat is meer dan multiculturele verdraagzaamheid of het organiseren van het grootste culturele volksfeest van Europa. Dat is een lange en harde politieke strijd met elkaar en voor elkaar.”

 

PASCAL DEBRUYNE