Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Nieuw ontwerp van gemeentedecreet lost democratische verwachtingen niet in

De Vlaamse regering wil tegen juli 2005 een nieuw ontwerp van gemeentedecreet goedgekeurd krijgen in het Vlaams Parlement. Zo zouden alle steden en gemeenten de nieuwe spelregels kennen vóór de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006. Wie een grondige reorganisatie van de stedelijke en gemeentelijke instellingen verwachtte, aangepast aan de nieuwe opvattingen over democratie en participatie op lokaal niveau, komt echter bedrogen uit.

 

Gemiste kans

Sinds 2001 is Vlaanderen als gevolg van de Lambermont-akkoorden bevoegd om de gemeentelijke instellingen op eigen leest te schoeien. De huidige minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen nam een advocatenkantoor onder de arm om een nieuw ontwerp van gemeentedecreet uit te werken. Het vorige ontwerp sneuvelde als gevolg van een gebrek aan politieke consensus over onder meer de rechtstreekse burgemeesterverkiezing, de decumul en de motie van wantrouwen.

Het nieuwe ontwerp is een dikke turf, maar blijkt qua inhoud een ontgoochelend werkstuk te zijn. Het gros van de bepalingen werd gewoon overgenomen uit de federale gemeentewet. Alle vernieuwende voorstellen die enige tegenkanting konden oproepen zijn (voorlopig?) geweerd. Nochtans is het hoog tijd voor een verbeterd wettelijk kader voor de lokale besturen dat in overeenstemming is met de nieuwe opvattingen over democratie, participatie, dienstverlening en management. Een dergelijke reglementering zou een weerspiegeling moeten zijn van de overtuiging dat de lokale democratie uiterst belangrijk is voor het versterken van de legitimiteit van de overheid en voor het herstel van het vertrouwen van de burger in de politiek. De strijd tegen de verzuring en het dichten van de kloof tussen de burger en de politiek zouden sinds de Zwarte Zondag van 1991 toch een speerpunt moeten zijn? Die strijd vereist een beleidsopvatting waarin het lokale niveau beschouwd wordt als de ideale proeftuin voor experimenten van directe democratie.

Ook de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur vindt het ontwerp “weinig vernieuwend, vooral op het niveau van de politieke organisatie” en helemaal “niet in overeenstemming met het belang van het lokale bestuursniveau en de mogelijkheden en uitdagingen die zich daar stellen”. Een breed maatschappelijk debat is er over dit ontwerp dan ook nooit gevoerd. Het hele voorbereidingsproces heeft plaatsgevonden binnen de vier muren van administraties, advocatenkantoor en kabinetten. Ook al hebben sommige volksvertegenwoordigers zich wel geroerd, toch zijn de gewone burgers, jij en ik, de mensen over wie het uiteindelijk zou moeten gaan, nooit geraadpleegd.

 

De participatieve burger blijft op zijn honger

Ondanks die kritieken zijn er in het ontwerpdecreet toch enkele vernieuwende passages te vinden die veel ruimte laten voor het stimuleren van de burgerparticipatie op het stedelijke en gemeentelijke niveau. Zo worden de lokale besturen aangespoord om “initiatieven te nemen om de betrokkenheid en de inspraak van de burgers te verzekeren, zowel bij de beleidsvoorbereiding en de uitwerking van de gemeentelijke dienstverlening als bij de evaluatie ervan”. De voorwaarde is uiteraard dat die algemene formuleringen uit het ontwerpdecreet door het lokale bestuur ook daadwerkelijk ter harte genomen worden.

Een andere nieuwigheid is het recht op de indiening van verzoekschriften, naar analogie met de regeling in het Vlaams Parlement. Dit recht vervangt het oorspronkelijke voorstel om burgers de mogelijkheid te geven een punt aan de agenda van de gemeenteraad toe te voegen (het zogenoemde burgerinitiatief). Ook het vragenuurtje van de burger, vóór het begin van de gemeenteraadszitting, werd hiermee afgevoerd. Wat de verzoekschriften betreft, is tot nu toe bepaald dat de indiener recht heeft op een gemotiveerd antwoord van de gemeenteraad of het schepencollege binnen de drie maanden. De verzoeker kan gehoord worden en zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Daarnaast mag de gemeenteraad bijkomende procedureregels vastleggen voor het indienen van een verzoekschrift. Laten we hopen dat de gekozenen daar geen misbruik van maken om dit recht uit te hollen.

De regeling voor de gemeentelijke volksraadpleging is jammer genoeg bijna volledig overgenomen uit de bestaande gemeentewet. De enige aanpassing is het terugbrengen van de sperperiode, waarin raadplegingen verboden zijn, van 18 tot 12 maanden vóór de gemeenteraadsverkiezingen. Gent is de enige grote stad in Vlaanderen waar al meerdere (pogingen tot) volksraadpleging plaatsvonden: in 1997 over de Belfortparking, in 1999 over het openbaar vervoer en in 2004 over de districtsbesturen. Uit die praktijk is voldoende gebleken dat de huidige reglementering dringend bijsturing nodig heeft: de handtekeningendrempel ligt te hoog, de lijst van onderwerpen waarover een referendum mogelijk is, zou uitgebreid moeten worden en de toezichtprocedure moet herzien worden. Als ervaringsdeskundige diende ik enkele voorstellen tot wijziging in bij het Vlaams Parlement (in de vorm van een verzoekschrift). Die werden op 4 mei 2004 unaniem aanvaard, maar zijn helaas niet opgenomen in het ontwerpdecreet.

Het oorspronkelijke idee om steden en gemeenten een participatief beleid te laten uitbouwen via het vrijmaken van wijkbudgetten voor wijken of stadsdelen, blijkt eveneens een dode mus: de mogelijkheid om aan een buurtcomité budgetbevoegdheid te geven is nergens in het ontwerpdecreet opgenomen.

Conclusie: er is nog veel werk aan de winkel voor de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Hopelijk zullen ze uitgebreid gebruik maken van hun amenderingrecht alvorens dit ontwerp goed te keuren.

 

ARTHUR DE DECKER