Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Oog in de lucht

TT02_p13_Torens1.jpg
(foto: carmendevos)

Wie kent Gent?

Weet je de gezelligste stad te appreciëren? Of blijf je zoeken? Blijf je zoeken naar overzicht, naar inzicht in het stedelijke kluwen? Verlang je naar die verborgen en verboden plaats waar je midden in de stad alleen bent? Een plek zo exclusief dat, als je er al iemand tegen komt, je onmiddellijk een gevoel van verbondenheid deelt. Het tijdelijke geheim genootschap van mensen die zich niet storen aan bordjes van ‘verboden toegang’ of ‘gevaar’. Nooduitgang-misbruikers, mensen die aangetrokken worden door ontradende slogans als ‘betreden op eigen risico’. Hier is een tip voor de rusteloze: zoek het hoog.

 

Grote publieke gebouwen hebben dikwijls evacuatietrappen naar het plat dak. Kies bij voorkeur hoogbouw of zoek een gebouw dat op een heuvel ligt. Denk aan de K12- building op de site van het UZ. Denk aan de letterenfaculteit op de Blandijnberg of de torenkranen aan het nieuwe gerechtsgebouw.

Alles hangt af van het perspectief. Het is een vervelende donderdagnamiddag, vijf uur, volle avondspits. Je staat alleen, hoog boven de stad, in de zon. De afstand filtert de geluiden. De afstand idealiseert. De stad strekt zich voor je uit, als een Zwitsers alpenlandschap. Dit is het goddelijke standpunt. De rust is compleet en het mededogen met de wroetende, bumperschuivende medemens voelt echt. Je ziet de heerlijke absurditeit van de stad en het leven onder je. Als je een geschikte stok zou hebben, zou je erin poken als was het een mierennest. Gewoon om te zien hoe de beestjes reageren.

Gelijk waar je in Gent het hoofd boven de daken uitsteekt, zie je de drie torens. Aan hun voet bellende trams, horden toeristen en zwermen kooplustigen. Tussen de antiekegevels, sommige voor het gemak teruggebracht tot inpakpapier voor hypermoderne hotels, drumt de politie te lawaaierige mensen weg. De opgeblonken middeleeuwse gebouwen zijn herleid tot decorstukken voor de consument. Disney-Gent verwent. Er heerst vrolijke hoogmoed. Daar beneden amuseert men de bedorven primaten. Zie hoe ze zich onttrekken aan de wereld, hoe ze zich wentelen in hunzeepbel van valse veiligheid, hoe ze zingen en dansen om hun dodelijke verveling te maskeren.

Je staat nog altijd hoog op je gebouw, je zoekt een geschikte stok.

 

Welk soort val komt na deze hoogmoed?

Ongetwijfeld iets dat de mensheid zichzelf zal aandoen. Stel dat er een extreem hevig, maar uiterst kort nucleair conflict uitbreekt. Ergens in de Kaukasus of de Himalaya, geen mens weet waar of waarom het gebeurde, of hoeveel zielen er verloren gingen. Geweldige atoomexplosies stuwen stof tot hoog in de stratosfeer. Verpulverde aarde verduistert de hemel. Het gevolg is een aanhoudende winter en een bijna permanente duisternis over Europa. De mensheid is er net als in de vorige ijstijd met uitsterven bedreigd. Als je de nucleaire winter overleeft, doe je dat in kleine, geïsoleerde groepjes. Lees: in stamverband.

Stel je voor hoe ijsberen over de Noordzee hierheen wandelen. Een ijsbeer is het enige roofdier dat de mens als zijn natuurlijke prooi beschouwt. Om een volwassen ijsbeer met stokken en spiesen te doden heb je zeven gezonde manspersonen nodig. Het vlees is taai maar van de pels maak je kleren die tientallen jaren meegaan. Van het vet laat je lampen branden in de schuilkrochten waarin je leeft. Eet nooit de lever van een ijsbeer. De hoge dosissen vitamine A zullen je doden. Poolvossen zijn zo nieuwsgierig dat ze zich door eenvoudige vallen laten verschalken en in de zomer zijn er rendieren. Tijdens de extreme wintermaanden zoek je de warmte van de aarde. Je zal je diep in de kelders en ondergrondse parkings van Gent moeten terugtrekken.

 

De drie torens staan bevroren in het schemerduister. Onschatbaar werelderfgoed, eeuwen van cultuur, hebben nu enkel nog waarde als rechtstreeks hulpmiddel voor het overleven van enkele individuen. Je zoekt hout om je kinderen te verwarmen. Aan de nieuwere huizen heb je niet veel. Allemaal den en grenenhout, of erger: beton. Wat je wil, zijn de middeleeuwse dakgebinten en steunbalken. Massieve eik, uit een tijd dat het hele land met machtige bomen bedekt was. Het gebinte van de Sint-Baafskathedraal alleen al bevat een heel bos waaraan de groep zich jarenlang kan verwarmen. Elk jaar wordt het een beetje warmer, je kan het voelen. In afwachting staar je dromerig in het vuur,warmte is leven, en je ziet hoe de populierenhouten panelen van het Lam Gods hun laatste dienst aan de mensheid verlenen.

De olieverf stinkt in het vuur.

 

TYRON