



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Huelva - Gent: pleidooi voor imperfectie
Elke Van Royen vertelt waarom een vuile, achtergestelde stad in Spanje een 'moderne' stad als Gent toch het nakijken geeft.
"Ik heb nu meer dan een half jaar verbleven in Huelva, een stad in de regio Andalusië op een tiental kilometer van de Middelandse Zee en dichtbij Portugal. Huelva heeft een 148.000-tal inwoners en baadt in een totaal andere sfeer dan het nabije Sevilla. Sevillanen hebben een hoge pet op van hun stad en zichzelf, zo vertelt men mij, terwijl de Onubensers (bewoners van Huelva) nederiger zijn over hun afkomst. Een beetje het Antwerpen-fenomeen...
Arm Huelva
Onubensers hebben natuurlijk minder om mee uit te pakken en bovendien zijn er een aantal zaken op de stad aan te merken. Zo is er de grote industriële site waarvan de chemische fabrieken haast dagelijks een wolk van stank over de hele stad leggen. Er wordt gezegd dat het verhoogde aantal kankerlijders en miskramen hier iets mee te maken heeft, maar het feit dat de industrie een economische pijler van de stad en de regio is, zorgt er waarschijnlijk voor dat er weinig diepgaand onderzoek of kritische stemmen hierover te bespeuren vallen. Nochtans ligt de werkeloosheid hoog in Huelva, zoals in heel Andalusië. Net buiten het centrum ligt een soort veredelde sloppenwijk, aan de rand van moerassen die de laatste jaren alarmerend droog zijn. Dieper in de stad zijn er plekken die jarenlang blijven verloederen.
Het culturele leven bestaat hier vooral uit roddelprogramma's op televisie en eindeloos lange Zuid-Amerikaanse soaps onderbroken door haast even lange reclameblokken. Je kan één klein museum bezoeken, over de economische geschiedenis van de regio. Een verhaal van mijnbouw met liters Spaans bloed aan Engelse handen, maar dat onsmakelijke gedeelte komt toevallig niet echt aan de orde in het museum. Er is hier verder één klein theater en een lelijke mastodont van een winkelcentrum met ingebouwde commerciële bioscoop. Het enige andere cultureel etablissement, Casa Colón, is weinig meer dan een prestigesymbool, hoewel het jaarlijkse Ibero-Amerikaanse filmfestival toch enkele pareltjes vertoont. Behalve dit filmfestival zijn de voetsporen van de heer Columbus in deze buurt ook iets waar de gemeente graag mee uitpakt. Nabij Huelva vond Columbus immers de nodige steun om zijn 'ontdekkingen' te gaan doen, maar alweer krijg je nauwelijks iets te horen over de desastreuze gevolgen. In de plaats van Duitsland-gewijs een nederige houding aan te nemen, doen ze hier liever aan een erg gekleurde en gekuiste vorm van geschiedkunde, gericht op gemakkelijk bezig te houden toeristen die men uit alle macht hierheen tracht te lokken.
Loop je in Huelva over straat, dan is obesitas erg zichtbaar in het straatbeeld. Je ziet tienermeisjes in een outfit die bij ons enkel prostituées dragen, jongens scheuren in van muziek bonzende auto's door kleine wegen, en wie in Vlaanderen klachten heeft over hondendrollen kan hier een poepje komen ruiken. Er wordt veel gerookt in Huelva, ook in de meeste restaurants en bars. In het weekend klinken in de snobistische danscafé's de hits van wel erg middelmatige Spaanse popgroepen en plegen de gegadigden zich ladderzat te drinken. Op zondag dost men alle familieleden in de naam van de Heer sjiek uit, tot de jongste baby in de buggy toe. Op de school waar ik werk, bekend in de provincie als een erg goede school, blijkt het onderwijs van het Engels nog steeds weinig voor te stellen, misschien omdat de leerkrachten zelf veel fouten maken. Na het werk hoor ik in onze flat de geluiden van de dronken buurman die zijn vrouw slaat, en de geluiden van een andere boulemische vrouw. Babygehuil klinkt dan eerder als muziek. Als ik een glas rode wijn ga drinken, valt de elektriciteit in de bar geregeld uit en hoor ik openlijke afkeuring voor Marokkanen en Oost-Europeanen.
Naast deze eigen observaties heb ik buitenlanders en Spanjaarden uit andere regio's horen zeggen dat het hier vuil en saai is, dat de mensen onopgevoed en onbeleefd zijn.
Toch woon ik hier graag
..., misschien zelfs liever dan in Gent of Antwerpen.
Waar ik vandaan kom – Vlaanderen - zijn meer mensen aan het werk. Als ze dat niet zijn, worden ze door overheidsorganisaties gestimuleerd met oproepen, gratis opleidingen en bedreigingen. In Vlaanderen is er een haast onoverzichtelijk groot aanbod van theaters, bioscopen, musea en andere kunstencentra. Mensen zijn er veel stiller, beleefder en meer teruggetrokken: de cijfers over misbruik, depressie en zelfmoord zijn er hoog, maar het blijft comfortabel onzichtbaar.
Vanaf mijn eerste dagen hier heb ik van Huelva gehouden, omdat het een plek is van mensen. Niet van veel te hoge normen en krampachtig hooggehouden waarden zoals in Vlaanderen. Wereldwijd weet men dat in het rijke Westen openheid en tolerantie in de praktijk toch niet worden beleden. Er is vooral veel lippendienst.
In armer Huelva wordt angst voor terroristische Arabieren openlijk geuit en niet verdoken. Er wordt hier lawaai gemaakt, luid gebabbeld over niets, zonder pretentie. Er wordt gescholden en gevloekt, maar ook hartelijk gegroet, gezoend en gecomplimenteerd. Kinderen spelen in de vuile en gevaarlijke straten, maar ze spelen er. Ze doen wat één van de basisnoden en -rechten van alle kinderen is, ze nemen hier hun plaats in de openbare ruimte in. Kinderen mogen hier ook meer roepen, maar gek genoeg (of juist niet) hoor ik hen minder huilen en jammeren dan in Vlaanderen. Ook veel te dikke vrouwen en oude mensen nemen hier hun plaats in in de openbare ruimte, ze sluiten zichzelf niet op of worden niet opgesloten.
Ze zeggen dat dit een achterlijke plek is: “Het leven is hier als het onze dertig jaar geleden.” Ik denk niet dat dat klopt. Ik denk wel dat wij er in ons “moderne land” (sic een Onubenser) op bepaalde sociale vlakken erg op achteruit zijn gegaan in de laatste tientallen jaren. We zijn de autoritaire, zelfs fascistische toer opgegaan. We zijn doordrenkt van idealen die onmogelijk te bereiken zijn: een materiële welstand die de aarde niet kan dragen, gladde, slanke, gezonde lichamen waaraan we in fitness salons en wellness centers veel geld opofferen, de integratie in een wurgend economisch bestel van elk individu, of het nu gezond is of ziek, gehandicapt, aan de alcohol of drugs, zwart, blank, ambitieus of achtergesteld, rijk of arm, gestresseerd, depressief, homo of hetero of transgender. Alsof een samenleving dat allemaal kan bereiken. De mensheid kan dat allemaal niet bereiken. Wij zijn per definitie niet perfect, en dat is ook een vorm van 'diversiteit' waar we tolerant over zouden kunnen zijn.
Maar in Vlaanderen en elders lijkt men zoiets niet te beseffen of onder ogen te willen zien. Als er iets mis is, wordt dat meestal weggemoffeld. Bejaarden en gehandicapten in tehuizen, getroebleerde jongeren in gesloten centra, vluchtelingen en illegalen in andere gesloten centra, geïnterneerden in gevangenissen, depressieven en andere psychisch zieken in een bad van medicatie, ouders in de stress-rush van elke dag, zieken en slachtoffers van misbruik in het zwijgen en de onzichtbaarheid van de schaamte.
Natuurlijk gaat niet alles goed in Huelva. De reden waarom ik het hier aangenaam wonen vind, is dat imperfectie hier meer wordt aanvaard. Iedereen kan op straat komen, transseksuele buurvrouw incluis, en frustraties worden minder vaak verborgen gehouden. De politie wordt niet onmiddellijk gebeld als er hondenpoep aan de voordeur ligt. Een Vlaanderen waar alles en iedereen perfect wordt geacht te zijn of te worden, wordt het tegenovergestelde daarvan. Ze wordt onmenselijk.
In Huelva zegt men onjuiste dingen over Marokkanen en zigeuners, maar als een getaande man met een zwaar accent op straat iets vraagt aan een Spanjaard, kijken de twee elkaar in de ogen. Ze praten zelfs met elkaar. Het lijkt evident. Waarom grijpt men in Gent, de open en tolerante stad van Vlaanderen, zijn handtas vast en glipt angstig weg?"
ELKE VAN ROYEN
