



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Circus Mahy: een evenwichtsoefening voor de actieve burger?
“Opnieuw heb ik als burger veel energie moeten investeren in het bekomen van informatie waar ik gewoon recht op heb. Het is, denk ik, al de tiende keer dat ik op dat vlak problemen heb met het Gentse stadsbestuur. Een ‘gewone burger’ zou het al lang geleden hebben opgegeven. De aanhouder wint.”
Aan het woord is Arthur De Decker, een ‘actieve burger’ die zijn bekommernis over de stad wil omzetten in actieve betrokkenheid. De Decker vroeg inzage in het bouwtechnische dossier van Circus-Garage Mahy in de Sint-Pietersnieuwstraat, om een onderbouwde mening te kunnen formuleren over de toekomst van het gebouw. Vreemd dat deze actieve burger de informatie, die noodzakelijk was voor zijn betrokkenheid, via de Beroepsinstantie inzake Openbaarheid van Bestuur moest afdwingen.
Geschrokken door de uitspraak van schepen Versnick ‘dat Circus Mahy gesloopt moet worden omdat het commentaar van het onderzoek duidelijk stelt dat ‘de boel rot is’’ (De Standaard, 7 oktober), vroeg De Decker op 21 december 2004 inzage in het onderzoeksdossier van de firma Arcadis Gedas NV. Een applaus van de stad voor deze actieve burger, denkt u? Dan toch niet van schepen Versnick, die bij brief van 30 december inzage weigerde. ‘Wegens concurrentiële redenen die in de toekomst de onderhandelingspositie van het Stadsontwikkelingsbedrijf zouden ondermijnen, is vrijgave van het Mahy-dossier onmogelijk’, zo klonk het. De Decker bleef niet bij de pakken zitten. Hij tekende op 5 januari 2005 beroep aan bij de Beroepsinstantie inzake Openbaarheid van Bestuur. Op 25 januari verkreeg De Decker dankzij een positieve uitspraak alsnog het gevraagde dossier met de noodzakelijke informatie.
De kwestie doet vragen rijzen over de interpretatie van het dossier Mahy door schepen Versnick, maar meer algemeen ook over de manier waarop het beleid ‘actieve burgers’ behandelt.
Renovatie van Mahy is inderdaad allerminst vanzelfsprekend. De conclusie van de schepen dat het circus gesloopt moet worden ‘omdat de boel rot is’, blijkt echter een beetje voorbarig. Er zijn minstens twee mogelijkheden: ofwel slopen, ofwel gedeeltelijk afbreken en renoveren. In dat laatste scenario zou Mahy verschillende invullingen kunnen krijgen. Uit het uiteindelijk vrijgegeven dossier blijkt onder meer dat “de meeste structurele elementen van het complex, mits herstelling, recupereerbaar zijn. De secundaire elementen zoals het schrijnwerk, alle afwerking, de technische installaties zijn volledig te vernieuwen” (pagina 12). Elders lezen we over het circus en het hoofdgebouw: “Het gebouw bestaat hoofdzakelijk uit een betonskelet met opvulmetselwerk. Het betonskelet en de wanden zijn in redelijk goede staat” (pagina 7). De renovatie van de koepel is volgens Arcadis Gedas NV niet zinvol. De conclusie van het onderzoek: “Renovatie kan, mits er architecturale en historische waarde aan het gebouw gehecht wordt”. Belangrijk is ook dat de historisch waardevolle delen zoals de kelders en de stallingen structureel nog in redelijk goede staat zijn en bijgevolg herstelbaar (pagina 8).
Over de architecturale en historische waarde van het gebouw zijn de meningen verdeeld. Terwijl een architect als Pieter ’t Jonck stelt dat ‘wie hoopte dat het circusgebouw ooit hersteld kan worden in al zijn glorie, eraan is voor de moeite’ (De Morgen, 11 oktober 2004), spreekt kunsthistorica Leen Meganck zich veeleer uit voor behoud van het Circus. Volgens haar bestaan er van dergelijke wintercircussen nog zeer weinig. Bovendien is Mahy volgens haar een opmerkelijk voorbeeld van het gebruik van gewapend beton in de interbellumarchitectuur (De Morgen, 6 september 2004). De uitspraak van schepen Versnick in dit dossier mocht dus iets genuanceerder.
Belangrijker zijn de vragen die deze kwestie oproept over ‘actief burgerschap’.
Woorden als verantwoordelijkheid, engagement en activering zijn kernbegrippen in het huidige beleidsjargon. Waar vroeger de verschillende zuilen moesten instaan voor de activering en vorming van hun leden tot betrokken militanten, staat de ‘moderne’ burger nu zélf in voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Het lijkt erop dat de huidige bestuurders, na vele decennia van vorming en begeleiding, opnieuw de touwtjes uit handen geven aan hun burgers. Referenda, stadsdebatten, hoorzittingen en wijkgesprekken zijn maar enkele van de concrete actiemiddelen om de ‘actieve burger’ opnieuw aan het woord te laten. Het vertrouwen in de stem van het volk is terug - of zo lijkt het toch in ieder geval!
Toch zit er een dubbelzinnigheid vervat in het gebruik van de term ‘actief burgerschap’, die te maken heeft met de begripsverwarring tussen emancipatie en disciplinering.
Waar het emanciperende spoor de burger aanzet tot kennisverwerving en informatiesprokkeling (savoir), om op basis van een onderbouwde opinie zélf het beleid mee te sturen (pouvoir), leidt het disciplinerende spoor veeleer tot het inpassen van burgers in de heersende visie van het beleid. Dat laatste zien we bijvoorbeeld gebeuren op de arbeidsmarkt, waar het recht op inspraak van werklozen vervangen is door een plicht zich actief in te schakelen in de economie. Het is betreurenswaardig dat men actief burgerschap steeds eenzijdiger vanuit dit disciplinerende perspectief interpreteert.
De zaak De Decker toont aan dat ook het Gentse stadsbestuur eerder het disciplinerende spoor bewandelt. Voor emanciperende acties, waar een burger echt beleidsacties onderneemt en zijn actieve bekommernis over de stad omzet in daden, is blijkbaar geen plaats. Als stedelingen het recht op participatie en inspraak in de praktijk willen brengen, moeten ze ten minste toegang krijgen tot de informatie.
Steeds luider protesteren diverse actieve burgerbewegingen in de steden tegen de manier waarop inspraak geketend wordt. De overheden tekenen de algemene krijtlijnen uit, de burger mag zich uitspreken over de laatste details. Een dergelijke invulling van het begrip ‘inspraak’ kan enkel leiden tot een groeiend cynisme en wantrouwen (zie bijvoorbeeld M. Claeys en P. Verstraete, ‘Een brug te ver’, De Standaard, 2 maart). Volgens Arthur De Decker zullen de Gentenaars die deelnemen aan de stadsenquête over Mahy zich inderdaad bedrogen voelen, als ze weten dat er in feite enkel nog discussie mogelijk is over wat er in plaats van het afgebroken circus mag komen.
De woorden die in het Gentse bestuursakkoord gegrift staan, “Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht”, blijken dan ook eerder retoriek dan realiteit. Diderick Baetens stelde ooit dat het boerenbedrog is ‘democratie te spelen’ met ongeïnformeerden. Mogen we daaruit afleiden dat enkel boeren de democratie bedotten?
Nu afwachten wie zich aangesproken voelt…
PASCAL DEBRUYNE
