



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Inspraak en de duale samenleving
Een objectief verslag of een evenwichtig essay over inspraak in al zijn facetten en door de eeuwen heen, hoeft u van mij niet te verwachten. Objectiviteit is, net als inspraak, een wollig woord dat sinds de jaren zestig is uitgehold tot een inhoudsloze slogan. Baas in eigen buik, amnestie nu, respect man.
Ik ben het volmondig eens met de onlangs uit het leven gestapte schrijver-journalist Hunter. J. Thompson: het is de objectieve journalistiek die Richard Nixon, Jorg Haider en George Bush groot heeft gemaakt. Wat is er mis met een tendentieus verslag? Een tendens is een stroming, een strekking die ergens in de maatschappij onderhuids smeult en die zich een weg zoekt naar de oppervlakte. Ik wil een persoonlijke en ervaringsgerichte - ik gruw van dit soort woorden - indruk geven van de betekenis van inspraak in kansarme buurten als het Rabot, de Muide en de Brugse Poort.
Mijn buurman D., een gepensioneerde arbeider die in het Rabot woont, riep me onlangs binnen. Er was een ambtenaar van de stad Gent bij hem langs geweest met een uitgebreide vragenlijst over zijn leefomstandigheden, zijn sociale contacten, de huurprijzen in de wijk, enzovoort. Een mooi initiatief - de deelname was vrijblijvend en anoniem - maar mijn buurman vertrouwde het hele zaakje niet. Waarom moest de stad dat allemaal weten? Wat wilden ze eigenlijk van hem? Ik probeerde hem gerust te stellen door te wijzen op de anonimiteit van het onderzoek, op de correcte vraagstelling. Er was geen praten aan. Hij wilde niet meewerken want hij geloofde niks van die zogezegde anonimiteit. Hij vermeldde de streepjescode die op de bruine omslag stond: daaraan konden ze aflezen wie hij was en waar hij woonde, zei hij. ‘Met hun computers weten ze tegenwoordig alles over ons’, waarschuwde hij me.
Als het niet zo alarmerend was, zou je smakelijk kunnen lachen om de paranoia van mijn buurman. Want hij begrijpt nog Nederlands, de meeste mensen in mijn buurt niet. Die schrikken zich een beroerte als er een brief van de stad Gent in de bus valt. Voor sommige minder mondige burgers, in sommige minder dynamische buurten hebben schriftelijke opiniepeilingen over inspraak evenveel zin als de Filosofische Traktaten van Ludwig Wittgenstein voor de vinkenzetterij. Die mensen zul je niet in het buurthuis kunnen verzamelen om een open discussie te houden over het belang van inspraak en burgerparticipatie op stedelijk niveau. Dat kunnen u en ik bijzonder betreurenswaardig vinden, maar het is zo en niet anders. Om hun vertrouwen te winnen, moet je met die mensen gaan praten in hun vertrouwde omgeving. Het Vlaams Belang heeft dat zeer goed begrepen en buit het optimaal uit, tot spijt van wie het benijdt. Het Belang spreekt de taal van de straat, de andere partijen niet.
Mijn buren hebben geen sociologie gestudeerd, die werkten op hun veertiende al in de fabriek. Klare taal, geen ambtenarenjargon, concrete problemen aanpakken, duidelijkheid, herhaling, open kaart spelen, geen verborgen agenda's: dat zou het begin kunnen zijn van een lange, moeizame weg naar minder achterdocht van de ‘onderklasse’ tegenover de overheid en bijgevolg naar meer inspraak.
We leven in een duale maatschappij die elke dag een stuk dualer wordt. De kenniskloof is net zo verontrustend als het gapende gat tussen de haves en de have nots. De armlastigen hebben in de meeste gevallen ook geen toegang tot het wereldwijde web. Ze kennen de kanalen niet, ze weten niet waarheen met hun cirkelvormige miserie. In het boek Leven aan de onderkant schetst de Britse psychiater Theodor Dalrymple het leven in bittere armoede van de ‘gesubsidieerde onderklasse’ zonder toekomst in de grootsteden. De dynamiek in de achtergestelde wijken komt uitsluitend van de allochtonen: zij hebben een doel. De blanke steuntrekkers, armoezaaiers en verworpenen der aarde zitten vastgeroest in een vicieuze cirkel van uitzichtloosheid en nihilisme. Ik herhaal, ik ben niet objectief, maar als ik voornamelijk blanke oudjes tussen het huisvuil zie scharrelen op zoek naar een fles waar ze 25 eurocent statiegeld voor krijgen, dan bloedt mijn hart. Dan is het niet meteen de inspraakproblematiek die me uit mijn slaap houdt.
Er zijn ruwweg twee visies op armoede. De politiek correcte visie poneert dat arme mensen het slachtoffer zijn van de prestatiemaatschappij, van hun opvoeding, van de omstandigheden. De neoliberale lijn stelt dat iedereen bij zijn geboorte gelijk is en dat iedereen gelijke kansen krijgt. Het is door hun eigen schuld en door hun zelfdestructieve natuur dat de armen zo diep gevallen zijn. De politiek correcte versie mag dan al een tikkeltje naïef zijn - er zijn inderdaad misbruiken - maar niemand is voor zijn plezier gehandicapt of werkloos, alleen al de verveling is dodelijk. Er zijn geen minderwaardige mensen, er zijn alleen mensen die om een of andere reden denken dat ze meer waard zijn dan de anderen. En als die mensen in de kansarmoede waren geboren, dan zouden ze nu niet over de vrijheid van meningsuiting palaveren, of over inspraak, of leuke sushi-adresjes, maar over primaire behoeften als onderdak en voedsel. De klassenloze maatschappij is alleen op papier verdwenen, de realiteit leert dat afkomst en kleur nog steeds voor een deel de levenswandel bepalen. Je kunt beter Jan heten dan Mohammed, je kunt beter in Sint-Martens-Latem geboren worden dan in de Brugse Poort om met soepele tred de maatschappelijke ladder te kunnen beklimmen.
Het gezellige Gent wordt tegenwoordig enorm gehypet in de media. Mijn Nederlandse kennissen doen allemaal euforisch over de Gentse binnenstad. Dan neem ik ze mee op een stadswandeling: over de Vrijdagsmarkt, het Patershol in, voorbij het Gravensteen, langs de Lieve naar de Torentjes van het Rabot. Enig vinden ze het, uniek in West-Europa. Tot we de Ring oversteken en in het Rabot belanden. ‘Hoort dit ook nog bij Gent?’ vragen ze aarzelend. Van historische pracht en praal naar grijze, gore ellende en doffe armoede in twee stappen. In het Rabot zie je zelden een toerist met een digitale camera om de nek lopen. Op het stadsplannetje is dat deel van Gent niet aangeduid. Niet gezellig genoeg.
Het is geen pretje om oppositie te voeren in Gent, want tegen de goednieuwsshow van het stadsbestuur valt niet op te tornen. Of maakt de terechte vrees voor het Vlaams Belang de democratische oppositie doof, stom en blind? De megalomane projecten waarin het stadsbestuur investeert, zijn in de eerste plaats bedoeld om het imago van Gent als gezelligste stad van Vlaanderen nog meer glans en luister te verlenen. Maar Gent is ook de armste stad van Vlaanderen, de leef- en woonsituatie in de negentiende-eeuwse gordel is in één woord schrijnend.
LIEVEN DEFLANDRE
