Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Jeugd in de hoek

TT1_p15.jpg
(foto: Freddy Willems)

Jongeren en justitie, ze willen wel eens botsen. Het is dan ook opmerkelijk dat in Gent het nieuwe gerechtsgebouw en een jongerenontmoetingscentrum volgend jaar buren worden. Maar dat is niet alles. Het is blijkbaar in de mode om jeugdcentra meer en meer buiten de woongebieden te vestigen, afgezonderd van het stadsleven. Moffelt de overheid de jongeren weg?

 

Het nieuwe Gentse gerechtsgebouw aan de Opgeëistenlaan staat in de steigers. In de zomer van 2006 moet het klaar zijn en neemt vrouwe Justitia er haar intrek. Een mastodont van een gerechtsgebouw voor je zien opdoemen, het is wellicht niet de grote droom van de omwonenden. De geschiedenis leert ons dat de paleizen van de dames en heren rechters meedogenloos kunnen zijn voor hun omgeving. Zo moesten de Brusselse Marollen rond het midden van de negentiende eeuw wijken voor het gerechtsgebouw dat vlakbij het Zuidstation werd neergepoot. Niet zo in Gent. In de Opgeëistenlaan gingen geen huizen tegen de vlakte. Meer nog, de komst van het gerechtsgebouw kan de buurt zelfs nieuw leven inblazen, meent de stad Gent. En dat wil ze doen door het te integreren in zijn omgeving. Naast het nieuwe justitiepaleis komt een buurtpark, een essentieel onderdeel van het geheel. En in dat geheel past ook een nieuw jongerenontmoetingscentrum. Drie jeugdorganisaties krijgen op een paar honderd meter van het gerechtsgebouw hun lokalen: Kadanz, Scouts Clauwaerts en de Turkse organisatie Özburun.

 

Absurd en erover

Een jongerencentrum op een paar honderd meter van een gerechtsgebouw: geef toe dat het niet zo'n voor de hand liggende locatie is. De Vlaamse Federatie Jeugdhuizen (VFJ) begeleidt jeugdhuizen en betwijfelt of dit project wel goed zal aflopen. Tom Willockx van VFJ Oost-Vlaanderen: "Een jeugdcentrum naast een gerechtsgebouw? Ik vind het toch een absurde locatie. Het is er een beetje over." De VFJ heeft wel begrip, omdat het zoeken naar nieuwe ruimte voor jeugdorganisaties natuurlijk altijd een beetje afwegen is, zeker in Gent waar er niet zoveel plaats meer is. "Maar we zien wel dat er een tendens is, ook in andere gemeenten, om jeugdhuizen meer en meer buiten de woongebieden te vestigen. We betreuren dat en zouden liever zien dat ze meer betrokken worden bij de wijken, het stadsleven. Want waar ze nu terechtkomen, is er niet veel maatschappelijk leven."

Marie-Andrée Vraam, architecte en coördinatrice van het project in de beginfase, werkte in het verleden al mee aan andere projecten over jeugdhuizen. Ze geeft toe dat er gezocht is naar een minder dichtbewoonde locatie: "We hebben ervaring met jeugdhuizen in woongebieden. Bij het jeugdhuis in Afsnee bijvoorbeeld hadden we een conflict met de jeugdbeweging en klachten van de omwonenden. Een jeugdhuis omringd door huizen vereist te veel sturing. Wij willen net de vrijheid geven aan de jeugd zelf en daarom is zo'n ontmoetingscentrum beter af buiten een woonkern."

De VFJ ziet het anders: "Het is natuurlijk niet gemakkelijk, je moet rekening houden met de buren, met lawaaihinder... Maar jongeren moeten jeugdhuizen ook kunnen zien, dat maakt de drempel lager om er binnen te stappen." Volgens Willockx moet je de jongeren juist zoveel mogelijk bij het gemeentelijke weefsel betrekken. "Je kunt het ook op een positieve manier bekijken. Zo'n jeugdcentrum kan een maatschappelijke functie hebben als je het integreert in een woongebied. Het kan zowel voor de jongeren zelf als voor de omwonenden, ook oudere mensen, leerrijk zijn en leven in de buurt brengen. Daarom zou de stad misschien beter investeren in geluidsisolatie en een dialoog op gang brengen met de omwonenden, in plaats van de jongeren wat weg te moffelen."

 

Keldergevoel

Maar niet alleen de locatie doet de wenkbrauwen fronsen. Wegens gebrek aan ruimte bovengronds moet de jeugd er dan maar onder. Goed gelezen? Jawel, het gebouw komt onder de grond. En daar heeft de stad naar eigen zeggen een goede reden voor: het park erboven moet behouden blijven. Het centrum bevat drie lokalen voor de vzw's en een fuifzaal. Elk lokaal geeft uit op een patio die daglicht binnenlaat. De patio's zelf hebben geen dak en geven dus toegang tot licht én lucht. "De jongeren zullen dus niet het gevoel hebben dat ze in een kelder zitten", zegt Marie-Andrée Vraam. "Door de patio's blijft er een band met het park boven het gebouw." Bovendien komen er enkele lokalen bovengronds, ruimte voor het secretariaat van de vzw's. Naast die lokalen en dus op het 'dak' van het centrum komen er sportterreinen en een speelplein. Het ondergrondse gedeelte is te bereiken met de lift en via trappen.

Onder de grond dus, maar zonder keldergevoel. Toch blijft het een bizar gegeven. De drie jeugdorganisaties stelden zich in het begin dan ook weigerachtig op. "We vonden het inderdaad een beetje raar en we waren er dan ook niet zo gelukkig mee", zegt Wim Taels van Kadanz, "maar de stad heeft ons toch kunnen overtuigen. We hadden het zelf natuurlijk liever boven de grond gezien, vooral omdat er dan meer contact is met het speelplein dat daar komt. Maar omdat we al zolang om ruimte voor onze jeugdwerking vragen, zijn we blij dat de stad serieus wil investeren. En dus hebben we ons kunnen verzoenen met het ondergrondse centrum."

 

Doodbloeden

De drie jeugdorganisaties hebben zich ermee verzoend, maar Willockx vindt een jeugdcentrum op die plaats toch een risico: "Het is zonder meer drempelverhogend, te weinig zichtbaar. Je moet als jongere al weten wat er te doen is vooraleer je binnenstapt. Het is niet zo dat je toevallig voorbijloopt en denkt: ik ga eens een kijkje nemen."

Bij het project in de Opgeëistenlaan is de VFJ niet betrokken. Als de stad Gent advies zou gevraagd hebben, zou de VFJ het dan afgeraden hebben? Willockx: "We zouden vooral gezegd hebben: bezint eer ge begint. Wil je het risico lopen om te investeren in een 'dood' centrum, waar over vijf jaar misschien geen kat meer over de vloer komt? Neem bijvoorbeeld de jeugdorganisatie Comma in Brugge. De stad deed hen verhuizen vanuit het centrum naar een oud industrieterrein, in een voormalig entrepot voor treinen, buiten de stad. Vroeger liepen ze daar de deur plat. De trieste balans is dat het eens zo succesvolle jeugdhuis nu aan het doodbloeden is..."

 

FREEK WILLEMS