



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
" De overheid heeft afscheid genomen van het basiswerk "
Hans Bodyn & de microbe van het Straathoekwerk
De krant kopt vandaag dat het aantal mensen in België afhankelijk van voedselhulp opgelopen is tot 150 000. Eén op de zeven kinderen leeft onder de armoedegrens. Aan Hans Bodyn hoef je dat niet te vertellen. Ook zonder de cijfers heeft hij al vijftien jaar de vinger aan de pols bij hen die in de marges van de stad leven. TiensTiens sprak met de ervaren straathoekwerker naar aanleiding van de 15e verjaardag van het Gentse straathoekwerk.
> TT: Hoe ben je begonnen aan het straathoekwerk?
Hans Bodyn: Het is allemaal begonnen toen mijn gasten mijn jeugdhuis afgebroken hadden. In 1993 had ik een jeugdhuis in het Keizerspark op Ledeberg uitgebouwd. Ik was er in geslaagd om de gasten die rondhingen aan het kerkplein van Ledeberg naar het jeugdhuis te loodsen. Dat werd op veel applaus onthaald door de burgemeester, politie en buurtbewoners en we kregen massaal de pers over de vloer. Korte tijd later hebben – zo gaven ze later toe – diezelfde gasten het jeugdhuis afgebroken. Het was naakt: van de spots tot de bakken met drank, het kot was volledig leeg gehaald. Toen waren er twee vragen die ik me kon stellen. Heb ik hier gewoon met criminelen te maken of ben ik misschien met de foute methodiek bezig?
> TT: Het werd dat laatste?
Ja, die gasten vonden dat ik als maatschappelijk werker verkeerd met hen omging. Ik probeerde de jongeren van het plein weg te halen en mooi in mijn jeugdhuis te krijgen. Maar die gasten die hangen rond waar ze willen en wanneer ze willen. Het zijn lieve gasten maar ze hebben een dam opgebouwd tegenover de buitenwereld. De gasten worden mis begrepen, ook door goedbedoelende hulpverleners. Ze staan eigenlijk voor dezelfde waarden en normen als waar wij voorstaan, ze verlangen dezelfde dingen, maar ze hebben veel te vaak gehoord dat ze onhandelbaar zijn. Op den duur zijn ze zich ook rechteloos gaan gedragen. Die gasten maken een puberteit en adolescentie door zoals elk van ons. Ze maken lichamelijke en relationele veranderingen door, maar zijn daarin niet omringd door een liefdevolle omgeving. Ze worden constant geconfronteerd met een gebrek aan waardering.
> TT: Waarin is het straathoekwerk dan anders dan het jeugd-werk?
Straathoekwerk is werken met gasten. We zoeken de gasten op, op hun plekken en hun tijdstippen. We zijn in de buurt, proberen contact te maken en samen dingen te doen. We proberen groepen en individuen die zich uitgesloten voelen of zichzelf zijn gaan uitsluiten terug een identiteit te geven. We proberen in de eerste plaats de jongeren het gevoel te geven dat ze ergens kunnen thuis komen. Een klassiek jeugdhuis is zelden het middel voor die gasten. Als we eerlijk zijn, een jeugdhuis heeft weinig middelen, de jeugdwerkers moeten veel vergaderen, de infrastructuur is vaak onaantrekkelijk,… Het is normaal dat gasten dan geneigd zijn om aan het Zuid Shoppingcenter rond te hangen of de stad in te gaan. Jeugdwerkers moeten zich afvragen wat hun ambitie is met de gasten. Er lijkt soms bijna een dwang te bestaan om op elk moment van de jongere zijn leven aanwezig te zijn: op straat is er politie, op het speelplein zijn de jeugdwerkers, op de bus controleert de lijnwachter, op school komt de brugfiguur aanzetten,… Dit maakt dat die jongeren totaal geen ruimte meer hebben om te experimenteren. Misschien komen ze dus liever niet naar het jeugdhuis.
> TT: Heeft het jeugdwerk last van een burgerlijke moraal?
Het jeugdwerk en het straathoekwerk in 1992 was bijlange niet zo afgemeten. Ik denk dat een deel van het failliet te wijten is aan teveel management technieken in het jeugdwerk. Er is geen tijd meer om op een natuurlijke manier met de gasten om te gaan. Bovendien is het makkelijker om de jeugdhuizen vol te steken met gemakkelijke gasten, in plaats van met bijvoorbeeld Roma-kinderen. Bovendien is de drempel van het jeugdwerk vaak veel te hoog. Neem de grabbelpas, die moet je maanden op voorhand reserveren. Voor Roma-ouders is dat moeilijk haalbaar.Vorige winter bijvoorbeeld ontmoette ik een gezin dat zich op kerstavond in een pand allemaal rond een strijkijzer zat te verwarmen, met elektriciteit die afgetapt was van de buren. Hoe kan je verwachten dat die mensen bezig zijn met de vrije tijd van hun kinderen? Zij zijn in de eerste plaats bezig met overleven.
> TT: De Roma is een groep geworden waar het straathoekwerk nu ook specifieke aandacht aan schenkt. Breidt het aantal groepen waartoe jullie zich richten uit?
Mijn indruk is dat we vroeger met duidelijk afgelijnde groepen werkten. Je had de daklozen, je had de drugsverslaafden,… vandaag is dat onderscheid niet meer zo gemakkelijk te maken. Sinds de jaren negentig zijn de prijzen van heroïne en cocaïne gekelderd en meer en meer mensen kunnen vandaag vrij goedkoop aan drugs geraken. Er is ook meer gemengd gebruik op straat. Verder zijn er ook de nieuwe migratiegolven die nieuwe groepen met zich meebrachten, zoals de Bulgaren, de Kosovaren en de Roma. In Gent leven circa 3 500 Roma, waarvan er 200 tot 400 echt zeer slecht aan toe zijn. Deze groep heeft een opeenstapeling van problemen en is ook nog eens heel moeilijk toegankelijk. Daarnaast is er algemeen de stijgende armoede en de huisvestingsproblematiek. Dit alles maakt dat er vandaag meer mensen op straat leven. Vanuit het straathoekwerk hebben we moeten lobbyen voor meer overnachtingsplaatsen voor die mensen.
> TT: Er is een opvangprobleem?
Er is echt een opvangprobleem want met mensen die een combinatie van problemen hebben, bijvoorbeeld verslaafd en dakloos en met enkele stoornissen die zich ontwikkeld hebben door het leven op straat, die mensen zijn nergens welkom. Bij de daklozenopvang vragen ze dat deze mensen eerst afkicken en in het afkickcentrum zegt men ‘dit is een dakloze’,… De bedden van de geestelijke gezondheidszorg raken trouwens ook opgevuld met minder moeilijke klanten, zoals de kinderen van de rijke luizen bij wie de kans op recuperatie meestal ook veel hoger ligt doordat zij wel nog weten dat ze een plek hebben naar waar ze kunnen terugkeren en meer sociaal ondersteund worden. Er is een heel hoge druk op de welzijnsorganisaties om te presteren, om resultaten te boeken. Tegelijkertijd is er weinig capaciteit. Dit maakt dat er eigenlijk geen tijd rest om echt te werken met de mensen zelf, om bottom-up te werken, organisch te werken, te luisteren naar mensen. De overheid heeft afscheid genomen van het basiswerk.
> TT: Jullie zien als straathoekwerkers een deel van Gent dat andere mensen zelden te zien krijgen. Wat doen jullie met die kennis en ervaring?
Het straathoekwerk dat zijn de voelsprieten van de stad. Wij kunnen aan de burgemeester en schepenen zeggen: ‘Dit gebeurt ook in uw stad!’. We doen dat ook. We geven door wat leeft in de stad, vertellen de persoonlijke verhalen van mensen, de toestand van de huizen waarin sommigen leven,… De stad is als bestuur verplicht om zorg te dragen voor zijn burgers.
> TT: Jullie zijn als straathoekwerk ook een stadsdienst, toch hebben jullie, zo lijkt het, meer bewegingsvrijheid dan het straathoekwerk in andere steden. Hoe komt dat?
We zitten minder in een keurslijf. Misschien omdat we altijd al beseft hebben dat we flirten met veiligheid en welzijn. Het straathoekwerk werd binnen gehaald na de verkiezingen van 1994 waarbij het Vlaams Blok hoge scores haalde. De vrees dat op elke hoek van de straat jongeren met baseballknuppels rondlopen werd gecultiveerd. Wij hebben ons onmiddellijk geprofileerd als mensen die werken voor het welzijn van de gasten. We zijn geen pompiers, ook al willen we wel nadenken over problemen van onveiligheid. Het verschil met andere steden heeft te maken met de houding van het stadsbestuur, met de houding van de straathoekwerkers zelf, … Beetje bij beetje hebben de politici in Gent de meerwaarde van het straathoekwerk in gezien.
> TT: Wat doen jullie dan concreet als er bijvoorbeeld een klacht komt over overlast?
Als er klachten komen van buren over rondhangende jongeren op een bepaalde plek bijvoorbeeld dan zullen we als straathoekwerkers aan die mensen proberen uit te leggen waarom die gasten daar zijn. We proberen het te kaderen, zonder het beroepsgeheim te schenden. We proberen te luisteren naar de verschillende kanten.
> TT: Doen jullie dan aan bemiddeling?
Soms bemiddelen we, maar als bemiddeling er enkel opgericht is om overlast weg te werken dan doen we daar niet aan mee. We geven vooral informatie. We proberen ook te wegen op het beleid. Ook andere organisaties die werken met armen in Gent proberen dat te doen, maar dat vraagt veel communicatie. Aan politiek doen is niet evident. Soms worden signalen gebundeld, zoals bij ‘Welzijnsraad Gent’, dat is goed, maar het probleem daar is dan weer dat zaken als algemene noden worden vastgesteld: ‘er is een huisvestingsprobleem’. Ja, dat weten we al lang! Wat wij kunnen is dit heel concreet maken. Zo treft de problematiek in Gent bijvoorbeeld in de eerste plaats alleenstaanden die geen gepaste en betaalbare woning kunnen vinden.
> TT: Welke andere initiatieven nemen straathoekwerkers?
We proberen altijd het individu te bereiken, maar soms doen we dat door in groep te werken. We gaan bijvoorbeeld op weekend met de gasten, zodat we hen beter leren kennen, zij elkaar beter leren kennen en hun passies met elkaar kunnen delen. We proberen 60% van onze tijd, dus dat is zo’n 25 uren per week, op die plaatsen en tijdstippen aanwezig te zijn waar de gasten zijn. Maar we organiseren bijvoorbeeld ook ontbijten in de blokken op Nieuw Gent of gaan als Sinterklaas aanbellen bij de mensen. Soms zijn we de eersten die mensen op bezoek krijgen in drie maanden tijd. Het betekent voor mensen veel als er eens iemand langs komt met een positieve boodschap, in plaats van met de zoveelste rekening die niet kan afbetaald worden. We hebben ook gewerkt rond de prostitutie in het Citadelpark. We hebben de gasten die daar werken meer weerbaar gemaakt door hun onderlinge solidariteit te vergroten, door een website met ‘tips and tricks’ over parkprostitutie uit te werken,… In vergelijking met de raamprostitutie staan dit soort jongeren aan veel meer gevaren bloot want er is veel minder sociale controle en bescherming.
> TT: In Gent ervaren jullie positief gehoor van het lokale bestuur. Maar is het denkbaar dat straathoekwerk evolueert tot een zaak van 'overlast' aanpakken, ook in Gent?
Met het huidige bestuur vrezen we daar niet zo voor, maar het kan natuurlijk zo evolueren in de toekomst. Neem bijvoorbeeld de gemeentelijk administratieve sancties (GAS). Wie zijn afval niet selecteert, wie op straat plast, … krijgt een boete uitgeschreven. In Mechelen, Lokeren en Antwerpen krijgen ambtenaren de opdracht om mensen op straat te verbaliseren om ze nadien te straffen met een Gemeentelijke Administratieve Sanctie. Welnu, het zijn net die mensen waar wij het meest mee werken die door een dergelijke aanpak het hardst geraakt worden. Het GAS werkt in die steden als een armoedetaks. Het komt er op neer dat als je arm bent je er ook nog eens voor moeten betalen. Aan de basis daarvan ligt een individueel schuldmodel dat steeds sterker doordringt, zelfs in de hoofden van mensen in mijn eigen omgeving. We moeten ons hoeden dat, wanneer in Gent de GAS in voege treden, we niet hetzelfde plaatje krijgen als in die andere steden.Straf de armen niet, dat moet de boodschap zijn.
MARLIES CASIER
