



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Ruilen met stropkes
Het werkwoord ‘letsen’ tref je niet aan in het woordenboek, maar een honderdtal Gentenaars letst er dagelijks op los. Lets is de Engelse afkorting voor wat in het Nederlands zoveel betekent als ‘lokaal uitwisselingssysteem’. Een Letsgroep bestaat uit mensen die onderling goederen en diensten uitwisselen, zonder dat daar geld bij te pas komt. De ‘vergoeding’ gebeurt in de lokale ruileenheid: stropkes.
“Lets maakt deel uit van mijn dagelijks leven”, vertelt Ilse Cieters van Lets Gent. “Ik doe een beroep op letsers voor de meest diverse kleine diensten. Zo vraag ik geregeld mensen om klusjes voor me te doen: iemand boorde hier onlangs nog gaten in de muur om een rek te installeren. Als mijn fiets een lekke band heeft, komt een letser uit de buurt die vaak de dag zelf nog repareren. In ruil draait hij af en toe een wasje in mijn wasmachine. Voor verstelwerk, het inkorten van een broek bijvoorbeeld, doe ik ook een beroep op Lets. Ikzelf ga soms babysitten en tuinieren, help wel eens bij de grote schoonmaak of sta aan het onthaal op de concerten die een letser organiseert. Ik bied ook Franse conversatie aan en leerde op die manier trouwens een van mijn beste vriendinnen kennen.”
Voor wat hoort wat Binnen Lets is geld taboe. Diensten worden gewaardeerd met stropkes. Euro’s mag je enkel vragen voor benodigdheden zoals naaigaren, ingrediënten (als iemand voor jou kookt) of benzine (als iemand spullen voor jou vervoert of je ergens naartoe brengt). Om de waarde van een dienst in stropkes te bepalen, is de kostprijs in de geldeconomie niet van belang. Het lets-systeem hanteert immers andere regels. Intellectuele en handenarbeid zijn er gelijkwaardig, diploma’s en schaarste van geen tel. Wel wordt doorgaans rekening gehouden met de hoeveelheid tijd en energie die een dienst vergt. Een uur babysitten bij een rustig slapend kind vraagt bijvoorbeeld minder energie dan een uur spitten. Gemiddeld ‘kost’ één uur activiteit 40 stropkes. Belangrijker is echter dat alle partijen zich goed voelen bij het aantal stropkes dat ze geven of krijgen en daarover vooraf goede afspraken maken.
De uitwisseling van stropkes en de stropkessaldi worden bijgehouden via de website of - voor wie geen Internet heeft - door de lets-administratie. Activiteit primeert boven het bezit van stropkes: alleen door lets-activiteiten te ondernemen, kan je stropkes verdienen. Daarmee kan je dan weer een beroep doen op de diensten van andere letsers. ‘Onder nul’ gaan is normaal: het lets-systeem is gebaseerd op het vertrouwen dat wie een beroep doet op iemand anders, vroeg of laat zijn of haar stropkessaldo in evenwicht brengt door zelf iets voor een andere letser te doen.
En hoe zit het met misbruik? “Het gebeurt wel eens dat mensen Lets verlaten met een negatief stropkessaldo”, verklaart Ilse Cieters. “Wij vragen hen dan eerst nog wat voor anderen te doen, maar afdwingen kunnen we dat niet. Het systeem berust nu eenmaal op vertrouwen. Om misbruiken tegen te gaan, mogen nieuwe letsers tijdens hun eerste jaar niet onder een stropkessaldo van -200 gaan. Gelukkig zijn de meeste van onze leden correct, anders zou het lets-systeem niet kunnen overleven.”
Een goed gevoel Lets is begin jaren tachtig ontstaan in Canada: de inwoners van het stadje Commox Valley bij Vancouver verloren hun werk en inkomen toen de industrie er plotseling vertrok. De plaatselijke handel droogde snel op. Om de onderlinge ruil weer op gang te brengen, werden een centrale boekhouding en een eigen ruileenheid in het leven geroepen. Het Lets-systeem was geboren. Nadien heeft Lets zich verspreid over de hele wereld. In Vlaanderen ging de eerste Letsgroep in 1994 van start in Leuven. De Gentse Letsgroep werd een jaar later opgericht door een groepje vrienden en kennissen uit Sint-Amandsberg en heeft zich intussen uitgebreid tot een honderdtal leden over heel Gent. Letsen gebeurt tegenwoordig niet meer uit economische noodzaak maar wordt door de deelnemers vooral geapprecieerd voor de sociale contacten, het goede gevoel dat je eraan overhoudt en –uiteraard – voor het praktische nut. Toch is het volgens Ilse Cieters in de praktijk niet altijd gemakkelijk om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. “Een paar extra handige klussers zijn zeker nog welkom, want kleine klusjes worden vaak gevraagd. Mensen die echt zwaar werk willen verrichten, zoals spitten, zijn ook moeilijk te vinden. Aan luisterende oren en mensen die je planten willen komen water geven tijdens je vakantie is er dan weer een overaanbod.”
Hoewel letsen vooral gaat om de uitwisseling van diensten, is ook het verletsen van goederen, zoals boeken, cd’s, vrijkaarten, groenten of fruit uit de eigen tuin, erg populair. “Daarbij stellen we ons de vraag: ‘hoe lang zou ik willen werken om dat product te kunnen krijgen?’. Maar meestal vragen mensen geen of weinig stropkes voor goederen,” weet Ilse Cieters. “Beter iemand anders een plezier doen met jouw spullen dan ze te laten terechtkomen op de afvalberg, niet?”
ANNEMIE CAUTAERTS
