



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Zuiderbegraafplaats - Twee keer enkel (1)
Waar er mensen wonen, zijn er begraafplaatsen. Bezoek ze. Ze brengen rust en inkeer. En als je er oog voor hebt zie je hun verhaal van menselijkheid en ijdelheid, niets dan ijdelheid.
Want stof en as ben je, en tot stof en as keer je weer. Om tot dit inzicht te komen heb je geen prediker nodig. Kom onder de indruk van de duizenden en duizenden individuen die je voorafgaan. Mensen met hetzelfde lichaam als dat van jou. Mensen die - wat de grote lijnen betreft - hetzelfde nastreefden en min of meer hetzelfde dachten. Begraafplaatsen zijn geen lugubere plaatsen. Wie er begraven liggen, ademden dezelfde lucht als jij, dronken hetzelfde water. Ze gingen dansen met hun lief. Diomede Loorens en August De Bremacker deden het rond het jaar 1910. Hun foto is op porselein gedrukt. Hij draagt een strikje. Zij ziet er verrukkelijk uit. Ondanks het stijf deftig keurslijf van de vroege fotografie straalt ze van de energie. Ze zijn negentig jaar geleden jong begraven en rusten op de Zuiderbegraafplaats. Hun graf draagt het opschrift "concession à perpétuité" en ook "à notre chère nièce". Rijke lui.
Verderop rust Frederik de Pestel. Hij bleef in 1879 "getrouw aan zijnen eed". Hierom werd hij vervolgd door "de katholieke dweepzucht" en stierf hij "als martelaar voor het burgerlijke onderwijs des volks". Het staat er allemaal op, een heel leven.
Achillus Beauprez 1899-1921 : "Oorlogsverminkte '14 - '18". Reken even mee: hij was maar vijftien jaar toen de eerste oorlog uitbrak en op zijn tweeëntwintigste, drie jaar na de loopgraven, lag hij hier al. Misschien had hij van het gas geroken en was hij zo kort van adem dat hij geen trap meer op kon, want zo kwamen ze terug, als sukkelaars. Wie aan de IJzer gezeten had kon je er zo uitrapen. Als je grootouders hebt die zich uit hun vroege kindertijd de oud-strijders van de Groote Oorlog nog herinneren, moet je het ze maar eens vragen, er was er geen normale meer bij. Al wie in die oorlog gezeten had was naar de kloten. Op de graffoto draagt hij een uniform maar krijgshaftig ziet hij er niet uit. Op elke steen van een oud-strijder hangt een officieel schildje om de argeloze kerkhofbezoeker op één en ander te wijzen: "Hier rust een oud-strijder, voorbijganger gedenk hem". Fraai in rood, geel, zwart trekt het ding van ver de aandacht. Gedecoreerde graven. Bij Achillus hangt er niets. Ofwel is het eraf gevallen, ofwel had hij zodanig schijt aan de Belgische staat dat ze hun schildje mochten houden.
Een gang verder liggen kinderen begraven.
Hier rust Jens 2002... "rust zacht mijn engel"... De tolerantiedrempel voor sentimentaliteit zakt door de vloer op dit soort plaatsen en van kinderspeelgoed op grafstenen krijg je al helemaal de krop in de keel. Er liggen oude kinderen, gestorven in de tijd dat mijn grootouders geboren werden. Kinderen begraven op regenachtige zaterdagvoormiddagen in december of op zonnige woensdagnamiddagen in juli. Er is een hernieuwd graf van een jongetje dat stierf in 1930. Iemand denkt nog aan hem. Op deze plaats begraaft men geen oude mensen met een rijk gevuld leven, met een rist kinderen, kleinkinderen en joelende achterkleinkinderen achter de kist. Op deze grond stonden uitgeputte koppels, gebroken vaders, versteende moeders. Machteloos tegenover de ijskoude onverschilligheid van de natuur. Ver van rechtvaardigheid en ratio heerst hier de eeuwige stilte van het heelal. Plots is dit de meest droevige plaats van Gent. Het centrale kruis torent uit boven de kindergraven. Het is gemaakt uit beton dat door de tijd zo verbrokkeld en verrot is dat de bronzen Jezus elk moment naar beneden kan donderen. En dan begrijp je het ineens, de behoefte aan een eenzaamheid absorberend iets, een concept waartoe je je kunt wenden en verbeten kan vragen: "Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?". Het is beproefd en even oud als de mensheid zelf: de religieuze totaalovergave. Je met lijf en leden overleveren aan een goede oude godsdienst, met een persoonlijke god, engelen, heiligen en een onwrikbaar vertrouwen. "Allah is groot", en niets kan je nog raken. Het is een oerkracht die we verloren hebben, wij kinderen van het Westen. Trots en ontvoogd. Bevrijd van godsdienst en kwezelarij, maar wanhopig op zoek naar de zin van bestaan.
Vanaf het kerkhof is reclame te zien voor een auto. Snedig design, blinkend koetswerk. De perfecte combinatie tussen sportiviteit en verantwoordelijkheidszin. Stoer en toch ingetogen. Op maat van de jonge huisvader gesneden, op krediet vanaf zeshonderd vijftig euro per maand. Koop dit imago en wees gelukkig en voldaan.
Een mens zou het op de duur nog gaan geloven, dat slechts een god ons redden kan.
TYRON

Ik ben zondag 16 november
Ik ben zondag 16 november 2008 het graf van mijn overgrootouders gaan begroeten.
Het deed mij enorm plezier om te zien hoe mooi het kerkhof is onderhouden.
Ook vond ik het enorm tof om te zien dat er zoveel verschillende moderne begraafmogelijkheden waren en dat er zoveel respect is voor de oude graven . Ook de oude graven waar er waarschijnlijk al heel lang niemand meer komt. Er is blijkbaar in onze huidige maatschapij toch soms nog plaats voor waarde. TOP!