



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Doven dromen van eigen stad
In het boek ‘De stad der blinden’ van José Saramago worden alle bewoners plots blind. Wat volgt is een nachtmerrie: mensen worden beesten en het recht van de sterkste overheerst wanneer de chaos toeslaat. Onlangs doken in de kranten artikels op over een Amerikaanse stad waar niemand kan horen. Die stad bestaat nog niet, maar veel dove mensen dromen er wel van. Hun ideeën over die stad lijken in niets op de nachtmerrie van de stad der blinden. Hun stad is een stad waar gebarentaal wordt gesproken, waar ook ‘horende’ mensen wonen maar waar dove mensen Doof kunnen zijn.
Kathleen Vercruysse (27) werkt voor Fevlado-Diversus, een federatie van Dovenorganisaties in Vlaanderen. Ze is sinds zes maanden terug uit de Verenigde Staten, waar ze Deafstudies en sociologie studeerde aan een universiteit die lessen in Amerikaanse gebarentaal organiseert. Zelf is Kathleen Doof geboren in een gezin van ‘horende’ mensen.
Stad der doven
Kathleen: “De idee van een stad voor dove mensen komt voort uit frustratie. Het is frustrerend als je voortdurend met isolatie, onbegrip en vooroordelen geconfronteerd wordt. Maar dat is helaas de dagelijkse realiteit voor veel dove en slechthorende mensen. Gaan ze naar de bakker, naar de dienst bevolking, de politie, zelfs het ziekenhuis, dan kunnen ze moeilijk communiceren. Dove kinderen en studenten krijgen ook geen gelijke kansen in het horende onderwijs of aan de universiteit. En zelfs op speciale scholen voor dove mensen voelen leerlingen zich vaak niet begrepen, omdat zelfs daar niet alle leerkrachten Vlaamse Gebarentaal kennen. Daaruit is de idee ontstaan van een stad waar iedereen gebarentaal spreekt.
We willen de zaken omkeren. Nu leven wij erg afgezonderd omdat niemand onze taal spreekt. Enkel als we andere dove mensen ontmoeten of bij mensen zijn die gebarentaal kennen, kunnen we echt meedoen. Anders zijn wij altijd degenen die trager zijn, die er niets van begrijpen, die er gewoonweg buiten staan.
De Vlaamse Gebarentaal is in de gemeenschap van doven zelf ontstaan. Het is geen taal die ons van buitenaf is opgelegd. Net zoals andere talen is ze organisch gegroeid binnen een groep mensen. Linguïstisch onderzoek wijst uit dat het een volwaardige en zeer rijke taal is. Wist je dat er zelfs verschillende dialecten bestaan in de Vlaamse Gebarentaal? Je kunt het verschil ‘zien’ tussen een gebarentaalgebruiker uit Brugge en één uit Antwerpen of Gent, net als in het Nederlands. Wij pleiten voor de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal als officiële taal.
Concreet zou die erkenning betekenen dat meer mensen verplicht worden om Vlaamse Gebarentaal te kennen. Niet iedereen natuurlijk, maar in elk ziekenhuis bijvoorbeeld zou er wel iemand moeten zijn die de taal beheerst. Dat zou al een hele stap vooruit zijn. Daarnaast zou de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal ook een erkenning betekenen voor de Dovencultuur zelf.”
Dovencultuur
Kathleen: “Binnen de gemeenschap van de doven en slechthorenden is samen sporten, theater spelen, over politiek en filosofie praten, samen kaarten,… gewoonweg samen dingen doen heel belangrijk. Het zijn vaak de enige momenten waarop we ons echt verstaanbaar kunnen maken en ons begrepen voelen. In Vlaanderen heeft bijna elke stad zijn eigen dovenclub. Op die manier is dovencultuur, net als gebarentaal, erg organisch gegroeid.
Je kunt dovencultuur ook historisch benaderen door te kijken naar het ontstaan van een dovengemeenschap, de evolutie in de manier van denken over dove mensen, de opkomst van de dovenscholen, de verschillende medische benaderingen, de eigen taal, de emancipatiebeweging …Nu lijkt het vanzelfsprekend dat doven en slechthorenden met elkaar communiceren via de Vlaamse gebarentaal. Maar dat was vroeger zeker niet het geval. Wist je dat op de speciale scholen voor dove en slechthorende kinderen gebarentaal verboden was? Wie betrapt werd, kreeg letterlijk een tik op de vingers. Dove en slechthorende kinderen moesten zoveel mogelijk ‘genormaliseerd’ worden. Dat wil zeggen dat ze via liplezen en via Nederlands met ondersteuning van gebaren moesten communiceren. Daarbij werd de eigen doventaal als iets abnormaals en negatiefs bestempeld. Maar via liplezen of Nederlands met ondersteuning van gebaren kunnen we niet evenwaardig communiceren. Liplezen heeft beperkingen: een gesprek volgen tussen verschillende mensen is bijvoorbeeld erg moeilijk. En Nederlands met ondersteuning van gebaren is eveneens ontoereikend. De Vlaamse gebarentaal heeft een eigen grammaticale structuur die vanuit de noden van Doven zelf is gegroeid. Het Nederlands met ondersteuning van gebaren ontleent daarentegen zijn grammaticale structuur aan de gesproken taal. Daardoor verloopt het communiceren aanzienlijk trager en krijgen mensen soms de indruk dat iemand die doof of slechthorend is ook verstandelijk achterop loopt, terwijl het eigenlijk om een taalprobleem gaat.”
Proud to be Deaf
Kathleen: “Een recente ontwikkeling binnen de Dovencultuur is het Dovenbewustzijn. Dat betekent dat het doof zijn een elementair deel uitmaakt van de identiteit van iemand die doof is. Doof zijn wordt niet langer als iets louter negatiefs bekeken. Mensen durven te zeggen dat ze trots zijn op zichzelf en op hun (doven)identiteit. Op betogingen zie je nu bijvoorbeeld spandoeken waarop ‘proud to be Deaf’ te lezen staat. Je kunt het vergelijken met de opkomst van het zelfbewustzijn en de strijd voor gelijke rechten van de Afro-Amerikanen, waarin zelfrespect, identiteit en gemeenschapsvorming ook sleutelwoorden waren.
Mensen gaan op verschillende manieren om met hun identiteit. Dat hangt vooral af van de context. Voor sommige vrouwen is hun ‘vrouw zijn’ bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Als je ‘vrouw zijn’ bepalend is voor je kansen in het onderwijs, je recht op werk en je positie in een relatie, is er veel kans dat je dat deel van je identiteit als erg bepalend ervaart. Anderen doen er alles aan om bepaalde delen van hun identiteit vooral niét in de verf te zetten. Wanneer bepaalde persoonskenmerken door de samenleving als negatief worden ervaren, zijn mensen geneigd om dat deel van hun identiteit te verbergen of er zich over te schamen. Bij Doof zijn is het net zo. Het komt erop aan het ‘Doof zijn’ als een belangrijk deel van je identiteit te aanvaarden, er op een positieve manier mee om te gaan en er zelfs trots op te zijn. Dat gaat in tegen de visie dat mensen met een handicap minderwaardig zijn of dat een handicap een soort straf is of het noodlot dat je moet ondergaan.
Iemand die ‘doofbewust’ is, noemen we een Dove persoon, met hoofdletter. Maar nog niet alle doven zijn Doof. De emancipatiebeweging is nog maar op gang gekomen. De ideeën verspreiden zich langzaam, zeker in Vlaanderen. De idee van een stad voor doven is een concreet voorbeeld dat mensen aan het denken zet over Dovencultuur, Dovenbewustzijn en de ontoegankelijkheid van onze samenleving.”
ELKE DECRUYNAERE

