



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Universiteit Gent: van muurbloempje tot onderwijsmastodont
In de komende nummers van TiensTiens lichten we de onvermijdelijke impact van de Associatie Universiteit Gent (AUGent, zie kader) op de stad door. Verschillende domeinen zoals economie, architectuur en cultuur passeren de revue. We steken van wal met een doorlichting van de voor- en keerzijde aan de fenomenale groei van het hoger onderwijs in Gent.
Gent is een sterk merk geworden. En dat geldt ook voor haar universiteit. Van een “verwaarloosd muurbloempje” evolueerde de UGent naar een klantgerichte onderwijsgigant die zich zelfbewust profileert met haar ‘Durf Denken’ marketingcampagne. In haar zog volgden ook de hogescholen. Ziehier de rise and shine van één van de twee pijlers van onze ‘stad van kennis en cultuur’.
De kentering van 1987
“1987 was een mijlpaal in de geschiedenis van de Gentse universiteit, zij het geen erg positieve”, zo begint Geert Schacht, communicatieverantwoordelijke van de universiteit Gent, zijn verhaal over de wederopstanding van de Gentse universiteit. “Qua studentenaantal zaten we toen op een historisch dieptepunt. Maar 1987 markeerde ook een keerpunt, want sindsdien kende de universiteit een fenomenale groei.” Waar de groei van het aantal universiteitstudenten in heel Vlaanderen sinds eind de jaren 1980 ongeveer 20% bedraagt, verdubbelde de Gentse universiteit haar aantal studenten. “Voor het eerst in onze geschiedenis flirten we met de kaap van 30.000 studenten”, meldde rector Paul Van Cauwenberge vorig jaar trots in de brochure Blik Op UGent. Tel daar nog eens ruim 30.000 hogeschoolstudenten bij en je begrijpt waarom de website van de stad Gent vorig jaar kopte: “Gent is de grootste studentenstad van Vlaanderen”.
Met haar fenomenale groei haalde de UGent haar historische achterstand in op die andere grote Vlaamse universiteit, de K.U. Leuven. Maar waar komt die groei vandaan? Eind de jaren 1980 noemde de toenmalige rector Leon De Meyer de universiteit nog “een muurbloempje. Wel mooi, maar niemand kijkt ernaar.” Vandaag beschikt UGent over een marktaandeel van 36% en voert ze een zelfbewuste campagne die eerder op imago dan op het lokken van studenten speelt. Vanwaar die omslag?
Geert Schacht ziet een drietal verklaringen, te beginnen met de toegenomen aantrekkingskracht van de stad Gent. Voor hem hangt het toenemende succes van de Gentse universiteit onlosmakelijk samen met de toegenomen aantrekkingskracht van de stad Gent en haar culturele uitstraling. “Natuurlijk werd die culturele opgang van Gent gevoed door de aanwezige studenten”, voegt Schacht daar aan toe, “maar tegelijk blijft het evenwicht tussen studenten en Gentenaren veel evenwichtiger dan in Leuven. In Gent studeren creëert een band met de stad, een band die via mond aan mond reclame nieuwe bezoekers, inwoners en studenten aantrekt die de opgang van Gent en haar universiteit verder versterken.”
Maar ook dankzij een sociologische factor kreeg Gent de wind in de zeilen. Vanaf midden de jaren 1980 merken ze bij de UGent op dat de maatschappijvisie van ouders, familie en omgeving steeds minder de studiekeuze van studenten bepaalt. “Studiekeuze wordt meer een zaak van de individuele student. De overwegend katholieke West-Vlaamse studenten kozen dus niet meer automatisch voor het katholieke en historische imago van de K.U.Leuven”, aldus Schacht en hij laat de cijfers voor zich spreken: in 1985 koos 40% van de West-Vlamingen voor de UGent, in 2003 was dit maar liefst 70%.
Van een rector die durfde denken
Tot slot heeft de universiteit zelf misschien wel het belangrijk aandeel in haar exponentiële groei. Leon De Meyer, rector tussen 1985 en 1993, wordt gezien als de man die de kentering forceerde. "De Meyer vond dat de universiteit teveel een ivoren toren was, te zelfgenoegzaam over zichzelf dacht en te weinig rekening hield met de buitenwereld”, aldus Schacht. Voor hem waren studenten klanten en dus moest zwaar geïnvesteerd worden in onderwijscommunicatie. “Natuurlijk kreeg hij af te rekenen met weerstand binnen de universiteit, maar ondanks die weerstand slaagde hij erin de Gentse universiteit op dat spoor te krijgen”. De Gentse universiteit koos er van dan af bewust voor om zich als een commercieel product in de markt te zetten. “Maar ook intern werd de universiteit gestroomlijnd”, voegt Schacht eraan toe. “Professoren werkten vroeger een stuk geïsoleerder, waardoor er volgens De Meyer van de universiteit als ‘totaalbedrijf’ weinig dynamiek uitging. De professoren werden gehergroepeerd in verschillende vakgroepen, het lesaanbod aangepast aan de ‘vraag’ en aan een kwaliteitscontrole onderworpen.”
De Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool kennen eenzelfde evolutie. “De 25 hogescholen waaruit de Arteveldehogeschool is ontstaan, telden in 1984 circa 4.000 leerlingen. 25 jaar later zijn dat er 10.000 ofwel een groei van 250%”, aldus Guido Galle, directeur onderwijs en studentenbeleid aan de Arteveldehoogschool. Gelijkaardige redenen als bij de universiteit liggen aan de basis van die groei. De hogescholen moesten het stellen zonder rector De Meyer maar konden rekenen op Luc Van den Bossche, oud-minister van onderwijs en huidig associatievoorzitter van de AUGent. “De rationalisering die hij met het Hogescholendecreet (in 1994, nvdr.) voor ogen had kende als gevolg de sluiting van vele kleinere hogescholen in provinciesteden”, vertelt Galle. “De grote steden plukten hier vervolgens de vruchten van.” Verder heeft volgens Galle ook de BaMa-strucutur en de associatievorming een positief effect gehad op het studentenaantal van de hogescholen. “Door de flexibiliteit die die hervormingen tot gevolg had switchen studenten nu gemakkelijk tussen diverse opleidingen en instellingen. Zo beginnen ze na hun Bachelor op de hogeschool vaak nog een Master aan de universiteit.”
De bejubelde ‘Durf Denken’ campagne die de UGent sinds 2004 jaarlijks organiseert, ligt in de lijn van de omslag die Leon De Meyer in het bestuur van de universiteit wou realiseren. Volgens Schacht vond het universiteitsbestuur dat “de UGent een duidelijk profiel mankeerde. Ze stak grijs af tegen de katholieke K.U. Leuven en de vrijzinnige VUB.” UGent nam reclamebureau Saatchi & Saatchi onder de arm en die ontwikkelden de ‘Durf Denken’-campagne. “Het doel van die campagne,” aldus Schacht, “is om de UGent te profileren als een baken van zelfstandig kritisch denken”. Die campagne sloeg aan bij de studenten en het personeel, blijkt uit de enthousiaste reacties van ondervoorzitter van de Gentse Studentenraad Hans Plancke en oud-studentenvertegenwoordiger Pieter-Jan Van de Velde. Volgens Van de Velde heeft de campagne “de positieve sfeer rond Gent gevaloriseerd, door de groeiende aantrekkelijkheid van de stad en de UGent uit te dragen”. Plancke vult aan: “Vroeger waren we een ‘dutske’ in vergelijking met de K.U. Leuven, maar nu zijn studenten trots op de UGent. Kijk maar naar het succes van de UGent merchandising.”
Groeikrampen
De groei van de universiteit gaat wel gepaard met serieuze groeikrampen. Schacht wijst onmiddellijk op de hoofdoorzaak van deze groeikrampen: “de financiële middelen groeiden minder snel dan het aantal studenten”. Net toen de UGent opnieuw begon te groeien, werd de financiering meer en meer losgekoppeld van het aantal studenten. Onder VLD-minister Marleen Vanderpoorten (1999-2004) werden de middelen voor het hoger onderwijs zelfs bevroren. In de ‘outputfinanciering’, die sinds vorig academiejaar van kracht is, houdt de financiering meer rekening met geslaagde studenten dan met ingeschreven studenten (input) en met onderzoeksoutput. Voor de UGent betekent dat een serieuze streep door de rekening. “Gelukkig heeft de politiek dit probleem nu wel erkend, waardoor we gespreid over vier jaar een financiële inhaalbeweging aan het maken zijn, maar daarna moet de universiteit het jammer genoeg weer rooien met de normale middelen.”
(Oud-)studentenvertegenwoordigers Plancke en Van de Velde leggen uit hoe het toenemend aantal studenten problemen schept op het vlak van de infrastructuur. “De capaciteit van de auditoria, de huisvesting en restaurants hinkt serieus achterop bij het aantal studenten”, stellen ze. Door de financiële inhaalbeweging kon de UGent de voorbije jaren wel zwaar investeren in infrastructuur, maar dit blijft volgens Plancke ontoereikend. Hij legt de verantwoordelijkheid bij de Vlaamse overheid “die extra middelen voor infrastructuur moet voorzien”. Vooral huisvesting blijft een probleem. Er komt wel een nieuw home aan de Kantienberg, maar de prijszetting van studentenkamers op de private huurmarkt ondermijnt de betaalbaarheid. Huisvesting blijkt ook een probleem voor het technisch en administratief personeel. “De huisvesting van het groeiend aantal studenten leidt immers tot een lager aanbod van goedkopere woningen en genereert zo verdringingseffecten”, weet ABVV-vakbondsvertegenwoordiger Karl Bono. Daarnaast ervaart het universiteitspersoneel een capaciteitstekort in studentenrestaurants en kinderdagverblijven. “Dit laatste werkt vooral negatief door op de carrière van vrouwelijke werknemers”, benadrukt Bono.
Plancke en Van de Velde wijzen ook op de groeiproblemen op pedagogisch vlak. “Gelukkig wordt de impact daarvan op de onderwijskwaliteit wel wat gecounterd door de groeiende aandacht binnen de universiteit voor de kwaliteit van het onderwijs”, aarzelen ze niet eraan toe te voegen. “Na de investeringen in infrastructuur is er nu dus dringend nood aan investeringen in personeel”, meent ABVV- vakbondsvertegenwoordiger voor het academisch personeel Jan Dumolyn. “Maar de rector heeft beloofd dat daar werk van gemaakt zal worden”. Aangezien de loonkosten nu al bijna 60% van de totale uitgaven van de universiteit uitmaken, zal dit geen gemakkelijke klus worden.
BERBER VERPOEST EN STIJN OOSTERLYNCK
De Associatie
In 1999 ondertekenden 31 Europese onderwijsministers de zogenaamde Bolognaverklaring. In die verklaring beloofden de ministers de verschillende Europese nationale hoger onderwijssystemen beter op elkaar af te stellen, zodat studenten veel makkelijker een deel van hun opleiding in het buitenland kunnen volgen. Op die manier hoopten de Europese universiteiten een groter deel van de winstgevende internationale hoger onderwijsmarkt naar zich toe te halen. In ons land werd dit aangegrepen om het onderscheid tussen universiteiten en hogescholen te doen vervagen. Dit onderscheid maakte opleidingen in ons land immers minder vergelijkbaar. Daarom stelde de Vlaamse regering voor dat hogescholen en universiteiten associaties zouden gaan vormen om de samenwerking op het vlak van onderwijs, onderzoek, dienstverlening en studentenvoorzieningen te vergemakkelijken. Volgens Schacht ging het mis toen de bevoegde minister Vanderpoorten geen regionale verankering van de associaties voorzag. “Ze werd in snelheid gepakt door de K.U. Leuven”, zegt hij, “want op de dag van de bekendmaking stond er al meteen een katholieke associatie in de steigers die zich uitstrekte van Maastricht tot Oostende”. Zo liep Gent dus een regionale samenwerking mis. De Katholieke Hogeschool Sint-Lieven (KAHO) en Sint-Lucas traden toe tot de associatie rond de K.U.Leuven. Het delen van onderwijsinfrastructuur en studentenvoorzieningen wordt zo sterk bemoeilijkt. Uiteindelijk richtten de Universiteit Gent, de katholieke Artevelde Hogeschool, Hogeschool Gent en Hogeschool West-Vlaanderen de Associatie Universiteit Gent op. Vandaag telt de Gentse associatie meer dan 56.000 studenten en 10.000 personeelsleden.
