



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
‘De torens van Pandora’
De torens van Pandora’ begon drie jaar geleden toen de torenflats aan het Rabot via een pop-poll in Zone 09 uitgeroepen werden tot het tweede lelijkste gebouw van Gent. Hoewel één blik omhoog voldoende is om te merken dat het hier niet om hoogstaande architectuur gaat, stond ik toch wel te kijken van zo’n uitspraak. Want, kan je over een dergelijke plek een uitspraak doen die enkel en alleen op de architectuur slaat? Kan je een woonomgeving zomaar uitroepen tot lelijk zonder impliciet ook een uitspraak te doen over de mensen die er wonen, of heb je meteen ook een oordeel geveld over wat de bewoners van die plek hebben gemaakt? Met andere woorden, kleeft de sfeer aan de plek, en stuurt die ons esthetisch oordeel?
Dat was aanleiding voor mij om ter plekke op zoek te gaan naar schoonheidservaringen: ‘Wat is schoonheid in het leven, en wat is schoonheid in de kunst, en hoe verhouden die zich tot elkaar?’ In de omgeving van deze woontorens, waar altijd wel iets aan de hand is, is de verstrengeling tussen mooi en lelijk heel nauw.
Ik vroeg aan de bewoners om een herinnering aan iets moois: een moment, een beeld, een reis, een persoon, ... om het even wat je als ‘mooi’ hebt opgeslagen in je herinnering. Tegelijk maakte ik een foto van het uitzicht dat de spreker heeft. Op die manier wou ik vatten hoe het is om in een (woon)toren te leven: naarmate je opstijgt, krijg je een ander zicht. De details over het leven op de grond maken plaats voor een panoramisch zicht op de omgeving. De schoonheidservaringen zijn hieraan parallel; het gaat van kleine, bescheiden ervaringen tot grootse beelden en herinneringen. Als je beide combineert, krijg je een beeld van het levensgevoel in een woontoren.
‘Wie beslist over schoonheid?’ werd tentoongesteld in een gerenoveerd industrieel pand in de wijk en werd later hernomen op de site van het gerechtsgebouw. Het resultaat vond ook neerslag in de cataloog bij de tentoonstelling.. Dergelijke presentaties geven enige tastbaarheid aan de geschiedenis van deze en gelijkaardige plekken. Terwijl in het centrum van de stad de sporen van de tijd bewaard en geëerd worden, wordt op plaatsen als deze alles voortdurend weggewist. De geschiedenis wordt hier als het ware voortdurend overschreven door nieuwe gebeurtenissen, bestemmingen en migratiegolven. Daardoor ontwikkelt zich weliswaar een eigenheid, maar die krijgt niet de tijd om zichtbaar te worden. Door deze eigenheid, in samenwerking met bewoners en gebruikers van de plek, te beschrijven willen we meewerken aan de karaktervorming van deze omgeving.
Bouwen aan een imaginaire stad
In de woontorens kreeg ik een gedetailleerd beeld van een bijzonder gevarieerde biotoop: je ontmoet er mensen van alle leeftijden, herkomst, kleur, gezindheid en gezondheid. Ik kwam er honden en katten tegen. En voor je het weet ben je aan een vervolg bezig: hoe reageren kinderen op deze omgeving? Zo merkte ik dat je vanuit het raam van klaslokaal 3b van basisschool ‘De Muze’ de torenflats ziet staan. Welk beeld hebben de kinderen van die woonomgeving? Vinden zij die gebouwen ook lelijk, lijkt het onaangenaam om er te wonen? Welke fantasieën, verlangens en oplossingen hebben kinderen als het op woontorens aankomt? Wat gebeurt er als we hen aan het werk zetten? Gaan ze de stad, de wereld hertekenen? Gaan ze m.a.w. een imaginaire stad, wereld creëren? Het resultaat werd samengevat in een boekje.
We besloten om ‘Wie beslist over schoonheid?‘ uit te breiden naar andere plekken.
Als tweede locatie kozen we voor de kust en meer bepaald Oostende. Hier heb je een gelijkaardige discussie als in Gent: het Europacentrum (34 verdiepingen hoog) is voor veel Oostendenaars het lelijkste gebouw van de stad. Ik volgde aanvankelijk dezelfde methode als in Gent, verdiepingsgewijs fotomateriaal en uitspraken verzamelen. Maar daar waar je in Gent, als je verschillende uitzichten combineert, tot een 360 graden panorama komt, heb je hier veel meer een voor- en een achterkant, een zee- en binnenlandkant. En het gaat om de private markt, je hebt eigenaars en huurders. Dat is erg bepalend: langs de binnenlandzijde van het gebouw vind je een aantal bescheiden studio’s, op de bovenste verdiepingen riante appartementen die beide kanten verbinden. En, helemaal on top, de ‘plaatselijke grootgrondbezitter’ met een persoonlijke lift naar het dakappartement. En, bijna iedereen weet dat hier 40 jaar geleden een theater stond. De toren blijft een doorn in het oog, hij is vreemd en onbekend, en bron van ‘urban legends’, gaande van een nakende instorting tot straffe misdaadverhalen. Het materiaal dat we over Oostende hebben, is dus anders, en vraagt om een andere presentatie. In een flatgebouw als dat in Gent, krijg je naarmate je opstijgt meer contact met de lucht en verwijderd van de drukte op de grond krijg je een gevoel van vrijheid, dat trouwens in de uitspraken vaak naar voor komt. In de Europatoren, die dubbel zo hoog is, en waarvan de bovenste verdiepingen vaak in de mist gehuld zijn, krijg je naarmate je stijgt, een gevoel van isolement, en van ongenaakbaarheid. Al die verschillende kenmerken en gevoelswaardes (vrijheid, isolement, bescherming, verdediging, uitkijkpost, cel) die ik in de woontorens vond, vind je ook terug in mythes, sprookjes, en teksten allerhande over torens..
Dieren en dierenafbeeldingen
De rol die dieren in deze woonomgeving spelen is onderschat. Honden blijken bijvoorbeeld prima netwerkers te zijn. Net zoals je op een volle bus of tram je medemens niet zomaar in de ogen kijkt, ga je in een flatgebouw niet zomaar aan de praat met een medebewoner. Ben je in het gezelschap van een huisdier dan ontstaat er automatisch een vorm van solidariteit. Ik raakte gefascineerd en wou het levensgevoel in een woontoren via de dieren te pakken krijgen. Hoe gaan mensen hier met dieren of met het gemis aan dieren om? Worden ze gekoesterd, geromantiseerd, getreiterd, gehaat? Of fantaseren we over hen, zoals de hardnekkige verhalen over de vos die in de Rabotwijk zou rondlopen? Ze worden tot symbolen getransformeerd, waardoor ze een leven in de verbeelding gaan leiden, en waarbij ze inspiratiebron worden voor kunstenaars maar ook voor wetenschappers, informatici. Als je bovendien merkt dat het aanknopen van menselijk contact in deze omgeving ofwel via dieren of via elektronica verloopt wordt het erg intrigerend om hun rol verder te onderzoeken. Meteen het thema van de reeks ‘de torens/de dieren’ ...
In dit traject stonden dierenafbeeldingen in kunst en wetenschap centraal. Er werd textiel ontworpen en uitgevoerd en tentoongesteld in het MIAT. In de cataloog is een knipselboek opgenomen. Het is een amalgaam van vrije associaties op het thema. Hier blijkt dat het dier niet alleen inspireert en blijft inspireren in de beeldende en de toegepaste kunst. Ook wetenschappers gaan op zoek naar inspiratie bij het dier, of eerder, ze gebruiken de omweg van het dier om menselijke capaciteiten na te bootsen. En dan is het vooral de verhouding mens - dier en intelligente machine die ter sprake komt. Het lijkt erop dat het dier ingeschakeld wordt om de toepassing van nieuwe technologieën mogelijk of aanvaardbaar te maken.
Ode aan de rechte hoek
De woontorens in Gent en Oostende zijn ondermaats, uit geen van beide spreekt inspiratie, durf of visie. Toch zijn torens archetypische plaatsen die allerhande associaties aan vooruitgang oproepen, en dat moet ook in sommige woontorens terug te vinden zijn: ik zocht een gebouw, of woonomgeving die vanuit een geïnspireerde visie opgericht werd.
Die vond ik in Brussel waar in 1956 werd beslist om een modernistische wijk aan te leggen naar aanleiding van Expo ‘58: de modelwijk of cité modèle in Laken die een radicaal voorbeeld van sociale huisvesting wou zijn, gebaseerd op de utopische idealen van het modernisme. Stedelijke chaos moest plaats maken voor doorzichtigheid en rechtlijnigheid, uitgedrukt via het ideaal van de rechte hoek. Er is trouwens een bas reliëf als monument voor de rechte hoek. De oorspronkelijke plannen werden afgezwakt, maar het blijft toch iets bijzonders. Tegenwoordig kan je er op zondagnamiddag een architectuurrondleiding volgen. Daarbij wordt steevast de vraag gesteld of het aangename leefklimaat te maken heeft met de architectuur en de parkachtige omgeving. De hoogste gebouwen hebben 14 verdiepingen, door hun ligging op een heuvel heb je zowel een mooi panoramisch zicht op het centrum van Brussel en als op een deel van de periferie.
Mijn kennismaking met de modelwijk in Brussel gebeurde op een warme zomeravond en het leek erop dat de oudjes allemaal naar buiten gekomen waren om de hond uit te laten. Ze leken niet angstig en waren toeschietelijk voor een gesprekje. Wat ze vertelden, is enigszins anders dan in Gent, maar blijft herkenbaar: er is een zekere trots over de omgeving, een fierheid hier te wonen, en er is minder angst. Wat me hier ook frappeerde is de huurdersvereniging: ze werd door de eerste bewoners opgericht, eigenlijk als verzet tegen de paternalistische houding van de eerste beheerders. Maar de verhalen over samenwonen met mensen van verschillende afkomst lijken sterk op wat je in Gent en andere plaatsen hoort.
Bernadette Vandecatsije
rocsa
rocsa trekt als Gentse sociaal-artistieke organisatie resoluut de kaart van de stedelijkheid en focust op al wat in en rondom een stad leeft, beweegt en beleefd wordt. Deze keuze impliceert dat we op zoek gaan naar dwarsverbindingen metandere beleidsdomeinen dan louter kunsten en cultuur.
Met kunstenares én buurtbewoonster Bernadette Vandecatsije werkten we de laatste drie jaar intens samen. Bernadette koppelt dromen, verlangens en fantasmes aan utopieën, virtuele werelden en innerlijke landschappen. Ze nodigt deelnemers uit om mee te stappen in een creatief proces: mee te denken, te beleven en te doen. Uit haar fascinatie voor woontorens ontstond het idee voor ‘De torens van Pandora’, een reeks sociaal-artistieke projecten die zich afspelen in een microkosmos rijk aan nationaliteiten, religies, culturen, leeftijden, achtergronden, ...
‘De torens van Pandora’ doorliep een merkwaardig en boeiend traject dat tevens de werking van rocsa typeert. De inbreng van verschillende betrokkenen en het steeds opnieuw zoeken naar manieren om ‘wat is en wat beleefd wordt’ artistiek te verbeelden leidt bij al onze projecten naar verrassende perspectieven en resultaten.
Evelyne Deceur

DE TORENS VAN PANDORA/
DE TORENS VAN PANDORA/ GEBARENCATALOOG
“Soms is het onmogelijk of niet wenselijk om te spreken. Of het kan boeiender, mooier of duidelijker zijn om iets met een gebaar uit te drukken”
Concept en fotografie: Bernadette Vandecatsije. I.s.m Rocsa vzw en gesteund de dienst Kunsten van de stad Gent.
Nu zondag 25 april wordt de eerste versie van de gebarencataloog voorgesteld. Dat gebeurt op het meeting point van de erfgoeddag, Minardschouwburg - Walpoortstraat 15, 9000 Gent, doorlopend tussen 10 en 18 uur.
voor meer info omtrent de gebarencataloog: www.doubleface.be