Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Column: Slangen rond de stad

Men graaft een put op 't Sint-Baafsplein. Wij turen gretig naar verleden structuren, terloops opgegraven en eens ze weer bedolven zijn flaneren we zomers op Gents nieuwe esplanade en paraderen we op de blinkende ramblas. Leve de stadsmarketeers! Een halletje hier, een standje daar, de Feesten en de commerce varen straks wel. De Kobra van Termont is een streling voor het oog maar snoert zijn geweldige greep onze Kuip niet verder van zijn wezenlijk bloed: inwoners met goesting maar daarom niet steeds in diezelfde consumpties? Opgetrokken wenkbrauwen natuurlijk bij de nakende tags of de komende daden van verveeld vandalisme. Oplossing: veiligheidsmensen? En natuurlijk ook bongobons.

 

Birgül stierf op haar zevende als een uitgesmeerd lichaam over het asfalt voor Dampoort. De zoveelste breinloze macho die vervoer verwarde met vervoering, autorijden met autonomie, met vrijheid, met mannelijkheid. Ook de Kasteellaan kan zijn, op haar dodelijk kruispunt, haar lugubere splitsing, een venijnige tweesprong. Op veel plaatsen lijkt de ring rond Gent slechts een gulzige slang die steeds meer levens opeist. Wat die idioten bezielt die vaak meer doen schrikken dan ze brokstukken maken, dat vraag ik me dagelijks af. Is het de lederbekleding binnenin hun smaakloze bakken? Of het strelen over de bolle knop van een opgerichte pook aan een ronkende motor? Ik vermoed dat wat persoonlijke ruimte en het uitzicht op een doorlopende baan zonder schijnbare obstakels al veel kan verklaren. Hedendaags escapisme: alleen kunnen zijn in een vervaarlijk hoop chroom.

 

Plastic zakjes vol vuil liggen naast verkeerd geparkeerde verkeersmonsters. Stiekem gedropt, tussendoor, sluikstorten als sport, uit verveling en uit luiheid. Eerder een smerig cultuurfenomeen. Want wat kost zo'n zak, zo'n gele? Of wat deert wat minder kunststof in de koelkast? Natuurlijk schort het al bij de winkel en het afval dat men daar koopt. En ook vuilbakken mankeren op straat. Intussen wemelt het hele jaar door een slang van vort in de wijken rond de stadskern.

 

Op de gordel kraakt het zoet. Van armoe en van kou. Van voze flatgebouwen die dringend neergehaald moeten worden. Terwijl buiten, onder andere, de gestrande Roma's mogen slapen. Lijn 5 naar Van Beveren sukkelt lang genoeg onderweg om zelfs klungelig en in 't zicht van eenieder een paar gram te verkopen. Met glazige ogen krabben de jongens hun eurootjes samen. Zodat het gif straks vlot zijn werk kan doen. Hoewel één onder hen meteen naar Start People moet om hetzelfde als gisteren te horen. Dat er geen werk voor hem is.

 

Maar morgen rijst rond Dok-Zuid en Dok-Noord een reeks nieuwbouwdozen. Op de maquettes zien ze er vooralsnog uit als kleurrijke brokjes snoepgoed. Goed zien eens ze er werkelijk staan... Een nieuw stadsdeel moet het worden -met wat geluk een streep groen- tussen de brug en de banen, tussen het water en de industrie. Maar reeds op de plannen weet de ring zich als een verstikkende slang tussen de blokken te wurmen. Gelukkig komen er voetgangersbruggen! Halleluja.

 

In een stad die zo lang worstelde met haar middeleeuws labyrint en maar net lijkt verlost door wat minder beluikjes, ziet men graag groene longen en pleinen ontstaan waar gelijk wie kan bijeenkomen en spelen zonder steeds naar de bar of de winkel te gaan. Stiekem hokken bouwen zonder veel inspraak of overleg, omdat het jeukt te ondernemen of aan andermans portefeuille en dat het straks alweer verkiezingen zijn... Gents ergste slang kruipt misschien rond in geaircoode zalen vol zandige hoofden. Oplossing: minder cava en minder champagne? En meer gele fietsen natuurlijk.

 

SEB C.