Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Arm Zuiden meets arm Noorden

TT21p25 arm zuiden
(foto: Ann Vanhoof)

Het is een koude winterdag wanneer ik kom aanwaaien in het huis van het Vindcentje, vereniging waar armen het woord nemen op Sint-Amandsberg. In de keuken zijn vrijwilligers druk in de weer met de voorbereidingen: de mensen uit het Zuiden komen!

 

Met een uur vertraging komen Carla, Jesus, Marcia en Sonia aan. Enkele dagen eerder zijn ze vanuit Honduras en Guatemala (Centraal-Amerika) naar België gevlogen, onderweg nog een dag vast gehouden door de Madrileense luchthavenpolitie. Papieren niet in orde en dus verdacht van illegale migratie naar Europa. Het viertal is echter deel van die mensen die in hun thuisland een lokale strijd leveren om de levenscondities van de Hondurezen en Guatemalteken te verbeteren. Marcia, zelf blind, is voorzitter van een organisatie van mensen met een handicap. Jesus is actief bij de boerenvakbond in Honduras, Sonia werkt voor Unicef en de Hondurese overheid om de rechten van kinderen en jongeren te verbeteren. Carla coördineert een vrijwilligersorganisatie die met armen werkt in Guatemala.

 

‘Lekker kontje!’

Met Sonia’s eerste Nederlandse woordjes is het ijs gebroken: ‘lekker kontje’ floept er uit haar mond. De vrijwilligers van het Vindcentje kunnen het lachen nauwelijks bedaren. Algauw echter worden moeilijker onderwerpen aangeboord. De vrijwilligers van ’t Vindcentje hebben de komst van het viertal uit het Zuiden lang voorbereid. Ze willen leren wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen het leven in armoede hier en daar. Ze willen vooral ook laten horen aan de mensen uit het Zuiden dat ook in het rijke Noorden er mensen in armoede leven. Het duurt niet lang of de eerste vragen komen. “In België, zo leest een vrijwilliger voor, beschouwt de overheid iemand als arm wanneer die slechts de helft van het loon heeft van de gemiddelde Belg…. Voor België betekent dit dat 17% van de bevolking onder de armoedegrens leeft.” “In Honduras”, zo legt Sonia uit,” leeft 70% van de bevolking in armoede en 40% daarvan in extreme armoede. Arm zijn betekent moeten leven van minder dan 2 dollar per dag, extreme armoede is leven met minder dan 1 dollar per dag.” Iedereen rond de tafel schrikt van de hoge cijfers en verwonderde blikken worden uitgewisseld. Carla vult aan: “In Guatemala leeft 85% van de bevolking in armoede en is 15% goed af, armoede is voor ons ook analfabetisme, het levenspeil, de gezondheid, geen eigendom, werk of eten hebben. Iemand die één maal per week vlees eet, die is als het ware miljonair. Wie arm is staat op een dieet van bonen, maïskoek en tomaat. We produceren heel veel groeten en fruit, maar alles wordt uitgevoerd naar het buitenland. “Waarom mogen jullie er zelf niets van eten?” klinkt het verbaasd. “Het is bestemd voor export naar Amerika en Europa”. Sonia maakt het plaatje rond wanneer ze wijst op het gebrek aan belastingscontrole en de hoge corruptie van de overheden waardoor er geen geld is voor investeringen in publieke voorzieningen zoals wegen, gezondheidszorg en onderwijs.

 

Er was een man die naar de dokter ging en een voorschrift kreeg. Hij keek er naar en zei: wat moet ik hier mee doen? Zal ik het in een glas water steken tot het opgelost is en dan leegdrinken?

 

Armen hier, middenklasse daar?

 “Is het voor hen dan begrijpbaar dat hier iemand met 1800 euro in de maand en vier kinderen beschouwd wordt als iemand in armoede, wanneer zij met één familie van één dollar per dag moet leven?” vraagt één van de vrijwilligers. “Tja”, zegt Sonia, “wat jullie armoede noemen is voor ons eigenlijk de middenklasse”. Er wordt verder doorgevraagd in een poging om te kunnen vergelijken. Het gemiddelde arbeidersloon in Honduras ligt rond de 150 dollar per dag, voor wie in de stad leeft. Wie op het platteland boert, moet het met minder doen. En wat moet er dan allemaal van die 150 dollar betaald worden? De vrijwilligers zijn vooral geïnteresseerd in de huurprijzen in het Zuiden, omdat in het Noorden voor een arme soms tweederden van het inkomen besteed wordt aan huur. Tot ieders verwondering blijkt het net zo te zijn in het Zuiden. Ongeveer de helft van het loon wordt daar uitgegeven aan huur en energiekosten. Veel alleenstaande moeders met kinderen leven in armoede en de vrijwilligers geven aan dat ook in België armoede vaak vrouwelijk is.

 

Oplossen in water

Armoede heeft veel gezichten, zo klinkt het en het gaat dus ook om bepaalde dingen die je je kind niet kan aanbieden. “In Honduras”, zo vertelt Sonia “hebben we wel voorzieningen. Bijvoorbeeld gratis gezondheidszorg en gratis onderwijs, maar in de hospitalen zijn vaak geen dokters of verplegers en in de scholen geen leraars”. Carla lanceert een anekdote: “Er was een man die naar de dokter ging en een voorschrift kreeg. Hij keek er naar en zei: wat moet ik hier mee doen? Zal ik het in een glas water steken tot het opgelost is en dan leegdrinken?” Wat ben je met een voorschrift als er geen geld is voor de medicatie? Groot animo rond de tafel: veel van de vrijwilligers hebben zelf ook al met heel wat gezondheidsproblemen te kampen gehad. Het uitstellen van doktersbezoeken omdat ze de kosten niet kunnen dragen, is ook voor hen een dagdagelijkse realiteit. De vraag wat te doen bij zware en dure operaties blijft dan ook niet uit. Het viertal uit het Zuiden haalt de schouders op. Wie geopereerd moet worden en bij een publiek ziekenhuis aanklopt beland op een lange wachtlijst. Wie het zich kan permitteren gaat daarom naar de privé, maar eigenlijk is dat onbetaalbaar.

 

In België, zo leggen de vrijwilligers uit, is de eenzaamheid heel groot en weegt die heel zwaar, zowel bij arm als rijk.

 

Over mensenrechten geen woord

Of er dan niet veel zelfmoorden zijn? “Ja”, klinkt het vanuit de hoek van de Hondurezen, “maar dat heeft dan weer met de politieke situatie te maken”. Vragende blikken. Er wordt uitgelegd dat na de staatsgreep door het leger in juni van vorig jaar nog slechts heel weinig overheidsgeld naar de organisaties vloeit. Alles zit geblokkeerd. Of er dan geen verkiezingen zijn om de corrupte leiders in die landen af te straffen? Ook hier weinig vooruitzichten. Het viertal legt uit dat enkel de rijken deelnemen aan de verkiezingen en er eigenlijk geen partijen zijn die opkomen voor de rechten van de armen. In Guatemala is de oprichting van een volkspartij wel in de maak. En wat met de mensenrechten? “De regering houdt de mensen dom over hun mensenrechten. Jesus werkt voor een vakbond en door zijn werk en dat van anderen hebben al veel mensen de ogen geopend maar daardoor heeft José ook al veel in de gevangenis gezeten. Het woord van het volk bestaat niet”, legt Sonia uit. Zijn er dan niet veel mensen die migreren naar het buitenland? Het viertal knikt en herinnert lachend aan hun tijdelijke gevangenschap op de luchthaven van Madrid. Ze hebben meer angst om in Madrid vast gehouden te worden dan naar hun land terug te keren, zo leggen ze uit. Het is tijd voor een koffie pauze en de vrijwilligers van de groep stoten elkaar aan, “amai, dat is toch nog wat anders”. Iedereen is duidelijk onder de indruk.

 

Rijk aan eenzaamheid

Mensen in armoede leven vaak in een sociaal isolement omdat het contact met de familie en de omgeving moeilijker wordt. Dat blijkt een groot verschil met de situatie van de armen in het Zuiden. Sonia zegt: “Dat is het enige mooie aan armoede, de kameraadschap en de solidariteit onder mensen. Iedereen staat elkaar bij. Maar dat heeft ook te maken met het feit dat de armen allemaal samen leven en met zo velen zijn. Rijk en arm leven niet naast elkaar, zoals hier, maar in armenbuurten.” Het is de overtuiging van het viertal dat het net de rijken zijn die in hun landen meest vatbaar zijn voor eenzaamheid. Zij zijn meer op zichzelf aangewezen dan de armen. Het ontbreekt ook de kinderen van rijke families aan affectie en warmte. In België, zo leggen de vrijwilligers uit, is de eenzaamheid heel groot en weegt die heel zwaar, zowel bij arm als rijk. Carla vertelt dat ze elke dag enkele uren onderweg is om met de bus op het werk te raken. Iedere ochtend komen vijf of zes mensen hun verhaal aan haar doen. Het zijn wildvreemden maar ze hebben nood aan iemand die luistert. De vrijwilligers reageren onmiddellijk: hier is dat niet zo. Mensen praten niet met je aan de bushalte. Als je dat wel zou doen zou er wellicht raar opgekeken worden. Sonia wijst er bemoedigend op dat ze, ondanks dat mensen hier geen contact hebben op de bus en er op de bus geen muziek speelt, ze wel het gevoel hebben dat ze overal heel goed en hartelijk ontvangen worden.”

 

MARLIES CASIER

 

(De namen van de deelnemers aan de ontmoeting werden onherkenbaar gemaakt om de privacy te respecteren. Met dank aan hun gastvrijheid en openhartigheid om me hieraan te laten deelnemen.)