



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Dringend gezocht: centen voor huisvesting.
Als er één thema is dat de komende jaren alle aandacht moet krijgen van de politici dan is het huisvesting wel. Huur- en koopprijzen schieten de lucht in waardoor gezinnen met een laag inkomen het steeds moeilijker hebben om een geschikte woning te vinden. Gent pakt daarom uit met stadsvernieuwingsprojecten zoals Zuurstof voor de Brugse Poort. Wij vroegen aan Pascal De Decker, die onlangs aan de Universiteit Antwerpen afstudeerde met het proefschrift 'De ondraaglijke lichtheid van het stadsbeleid in Vlaanderen', wat de zin en onzin is van die projecten.
Pascal De Decker: “Als we het over stadsvernieuwingsprojecten hebben, moeten we eerst kijken naar wat de stedelijke problemen zijn. In Gent en Antwerpen valt meteen de woonproblematiek in de 19de-eeuwse, en vroege 20e-eeuwse gordelwijken op. De kwaliteit van de huizen is er zo slecht dat er dringend een oplossing nodig is. Maar om het probleem aan te pakken, heb je eerst ruimte nodig. Heel wat woningen uit de 19de-eeuwse gordel zouden in feite moeten afgebroken en vervangen worden. Veel van deze woningen voldoen immers niet aan de minimum wooneisen. Ze zijn gebouwd in de 19de eeuw, in een periode van plat kapitalisme waar de bouwheren niet stilstonden bij woonkwaliteit. In Gent woont een groot aantal mensen noodgedwongen in dergelijke woningen. Je moet dus eerst plaats maken vooraleer je met stadsvernieuwing kunt beginnen. Daarna kan je er nieuwe functies voorzien: een mix van sociale huisvesting, private woningen en dienstverlenende functies. Eens dit is gebeurd, kan je de mensen laten verhuizen. Je zou buurt per buurt, bouwblok per bouwlok heel de 19de-eeuwse gordel moeten rondgaan. We hebben in Gent dus heel wat meer stadsvernieuwingsprojecten nodig. “
> Wat vindt u van de stadsvernieuwingsprojecten ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ en het ‘Voorhavenproject’?
De Decker: “Ik denk niet dat deze projecten tot sociale verdringing zullen leiden, zoals wel eens wordt beweerd. Ze zijn daarvoor te klein en er zijn behoorlijk wat sociale woningen in de plannen voorzien. Alleen heeft Gent veel meer dergelijke projecten nodig die met elkaar verbonden moeten worden. De inplanting van het Justitiepaleis aan het Rabot vind ik wel ongelukkig, hoewel de stad zelf weinig inspraak over de locatie had. Het Rabot is de plek bij uitstek waar de sociale stadsvernieuwing had moeten starten. Een nieuwe wijk met een echt gemengde woonbuurt. Alleen dan kan je mensen uit andere buurten naar die plek lokken. Nu wordt er te veel geld geïnvesteerd in de elite, naast één van de meest erge krottenbuurten van de stad. In dit voorbeeld is er absoluut geen sprake van een totaalproject. Het Voorhavenproject is op zich geen slecht project, maar opnieuw: wat is de link met de rest van de stad en stadsvernieuwing? Het winkelcentrum had het er al lang moeten staan. Al minstens tien jaar geleden is dit project opgestart. De stad zou de stadsvernieuwingsprojecten nog meer moeten sturen: door bijvoorbeeld ook groen te voorzien, door sociale woningen te bouwen, door bepaalde dienstenfuncties mee in te bouwen. Het kan moeilijk ontkend worden dat de stad dit probeert. Maar helaas ontbreken de middelen vaak.”
> Wat met de door de stad beoogde sociale mix?
De Decker: ”Als we met sociale mix bedoelen dat we mensen aantrekken met een hoger inkomen dan de huidige bewoners, dan denk ik dat je onder de huidige condities geen sociale mix kunt realiseren. Omdat die doelgroep, de betere verdieners, niet geïnteresseerd is om in die wijken te wonen en bovendien betaalbare alternatieven heeft. Om een mix te doen slagen, heb je instanties nodig die permanent aan kwaliteitsbewaking doen. Middenklassers komen alleen maar naar zogenaamde achtergestelde buurten als hun investering opbrengt. De woonomgeving moet dus kwalitatief hoog zijn. Komt daarbij dat Gent een magere geschiedenis heeft op vlak van stadsvernieuwing. Mensen investeren pas als er vertrouwen is. Vooral de hogere overheden hebben in het verleden dat vertrouwen geschaad. Het herwaarderingsbesluit is daar een mooi voorbeeld van: buurtbewoners tekenden samen met mensen van de stad plannen en projecten uit om hun buurten te herwaarderen. Maar eens de plannen er waren, was het geld op. Natuurlijk voelden al die bewoners zich bekocht. Als je bewoners en instellingen wil binden, moet je vertrouwen geven, anders doen ze niet meer mee.”
> Heerst er in Vlaanderen een anti-stedelijke houding?
De Decker: “We hebben inderdaad een geschiedenis van een op zijn minst een non-stedelijk beleid. Men maakt eigenlijk geen reflexen naar de stad toe. Velen dachten dat met het Sociaal Impulsfonds (SIF) er een echt stedelijk beleid werd ingeluid. Maar de voor de steden gereserveerde extra middelen bleken niet meer dan restjes. Huisvesting noch stedelijk beleid staan nog altijd niet in het middelpunt van de aandacht. Zeker vanuit de Vlaamse begroting moeten we ons weinig illusies maken wat betreft het oplossen van de huisvestingsproblematiek of het realiseren van een sterk stedenbeleid. Ook op federaal niveau loopt er heel wat mis. Vooral op fiscaal vlak kan er nog heel wat veranderen. Neem nu de fiscale aftrek voor hypothecaire leningen voor een eigen woning. In 1995 was die in totaal goed voor 2,5 miljard euro voor heel België. Schaf die fiscale aftrek af en stop de uitgespaarde centen direct in stadsvernieuwing of woningbouw. Voeg er een BTW-verlaging aan toe op bouwen en verbouwen en je kunt onnoemelijk veel doelmatiger werken.”
> Kan het Stedenbeleid meer evolueren in de richting van een sterk sociaal beleid?
De Decker: “Het Sociaal Impulsfonds was heel sterk gefocust op het sociaal beleid. Nu zie je een lichte verschuiving naar investeren in ‘bakstenen’. Maar de budgetten zijn in mijn ogen echter niet echt relevant. Vlaanderen heeft wat middelen en verdeelt die middelen over een 15-tal steden. Binnen de steden worden die nog eens verdeeld onder het OCMW en allerlei departementen en private partners. Tegen dat die middelen op het terrein komen, zijn die middelen ongelooflijk versnipperd, zodat ze nauwelijks nog effect genereren. Qua filosofie en uitpak was het SIF socialer dan het Stedenfonds. Maar het zijn eigenlijk discussies na de komma. Het SIF zal hier en daar wel hebben geholpen en het Stedenfonds zal dit ook wel doen, maar geen van beiden zijn structurele ingrepen in de stedelijke problematiek.”
> Vind je dat de steden zelf te weinig hun moeilijke positie in beeld brengen?
De Decker: “Zeker. Ik begrijp niet goed dat steden als Gent, Antwerpen en Mechelen, die met dezelfde sociale en samenlevingsproblemen kampen zich niet verenigen. Al is het maar om de overheden en de pers voortdurend met precieze data te bestoken. Want alle problemen komen geconcentreerd in de steden terecht: de huisvestingsproblematiek, de migranten- en vluchtelingenproblematiek, de onveiligheidsgevoelens. De steden moeten al die problemen opvangen en tegelijkertijd voorzien in alle diensten om de rest op te vangen. Dus de rekening wordt altijd betaald door de stad zelf en het blijft toch verwonderlijk hoe mak veel politici zich daarover opstellen.”
> De stad bedient vooral mensen die van buitenaf komen?
De Decker: “Om een gek voorbeeld te geven: wie een minderwaardige woning in de Muide of de Brugse Poort huurt, krijgt in principe geen subsidies. Wie daarentegen in Latem een kast van een villa met zwembad bouwt, krijgt via de fiscale aftrek van zijn lening een dikke subsidie. Zo zijn er waarschijnlijk nog heel wat foute verdelingsmechanismen. Die zijn in de loop der jaren ontstaan en men heeft onvoldoende nagedacht over de effecten ervan. Ze spelen immers ongelooflijk in het nadeel van de stad. Andere vraag: Moet een stad een nieuwe concertzaal helpen betalen als het overgrote deel van de bezoekers van buiten de stad zal komen? Voor de stad is het natuurlijk beter om een goed imago te hebben. Maar er wordt toch te vaak gekozen voor de ‘anderen’, dan voor de eigen bewoners. De aandacht gaat al te vaak naar de toerist en de shoppende randstadbewoner die met zijn auto naar de stad komt. De stad bouwt voor hem of haar zelfs parkeergarages en legt nieuwe wegen aan. Rol de rode loper maar uit!”
> Je stelt dat er vaak foute theorieën worden gehanteerd?
De Decker: “Inderdaad. Maar helaas merk je dat vaak pas achteraf. De modernistische visie op wonen en op sociale huisvesting met grootschalige woningbouw, vaak in hoogbouw, is hiervan een mooi voorbeeld. In de jaren ’60 zou ik ook Nieuw Gent hebben verdedigd. Maar nu is het een mislukt woonconcept. Het kwam in feite neer op het ‘ontmenselijken van de woonbehoeften’, kazerneren bijna. De mensen voelden dat ook zo aan en vertrokken zodra hun budget het toeliet naar een woning op de begane grond. Een eigen huis met tuin was toen en is nu nog altijd voor velen immers de norm.”
> De sociale woontorens zijn ondertussen op veel plekken een soort ‘getto’s’ aan het worden .
“In de jaren zestig en zeventig waren de sociale woningen bestemd voor het doorsnee gezin: werkende man, thuiswerkende vrouw en kindjes. De mensen die in die woningen terecht kwamen, waren afkomstig uit krottenbuurten en zetten toen een stap vooruit. Wat is er ondertussen gebeurd? Op het moment dat ze die woningen bouwden, werd onze samenleving rijker en welvarender: de economie draaide goed, de inkomens stegen, de auto werd betaalbaar en de bouwgronden waren goedkoop. Gevolg: de ‘beteren’ trokken weg en kochten of bouwden een eigen huis. Mensen die nu een sociale woning willen, zijn mensen met ‘vlekken’ op hun C.V.: ex-psychiatrische patiënten, migranten, alleenstaande moeders,politieke vluchtelingen. De nieuwe ‘klant’ is bijna per definitie heel arm.”
> Met de nodige problemen tot gevolg.
De Decker: “In een hoogbouw heb je veel meer last van elkaar: vooral de isolatie laat te wensen over. Je hebt buren naast je, onder en boven je die je allemaal kunt horen. De kans op irritatie is dus groot. En het valt niet te ontkennen, in dergelijke woontorens is er altijd wel iemand die niet kan samenleven. En dit zijn zeker niet de migranten zoals nogal gemakkelijk in de media wordt rondgestrooid. Rondvraag leert dat vooral ex-psychiatrische patiënten voor overlast zorgen. Ze worden doorgestuurd maar kunnen eigenlijk niet alleen leven. Die zouden eigenlijk permanent begeleid moeten worden. Maar als liberale, welvarende samenleving hebben we het blijkbaar moeilijk om toe te geven dat een aantal mensen in feite niet in staat is om alleen te wonen. Dus moet je eigenlijk begeleide woonvormen veel breder uitbouwen.Wanneer je mensen aan hun lot overlaat, lopen ze alleen maar met hun kop tegen de muur.”
> Hebben de huidige politici wel nog invloed en macht ?
De Decker: “Je krijgt de indruk van niet als er zich nog maar eens een Renault-Vilvoorde of Ford-Genk voordoet. Maar de DHL’s van nu bestonden vroeger ook al, denk maar aan UCO in Gent. Maar ik blijf geloven dat politiek ook vandaag nog altijd heel belangrijk is. In België wordt ongeveer de helft van het inkomen via belastingen en sociale bijdragen afgeroomd om dat geld te herverdelen. Als je als overheid de helft van al de inkomens beheert, dan kan je ook in tijden van hyperkapitalisme nog steeds het verschil maken. Daarbovenop heb je via regelgeving ook nog invloed. Ik zou dus niet te vroeg over de verminderende rol van de staat spreken. Het is veeleer de overheid die gevangen zit in een veelheid van opties. Wat doe je: onderwijs? Pensioenen? Sociale Huisvesting? Of bouwen we een concertzaal? De klassiekedepartementen winnen dat pleit, de nieuwe moeten het met de restjes doen. Feit is wel datde limiet van het beslag op de inkomens is bereikt. Dat zal het debat over prioriteiten alleen maar aanscherpen. En dan betwijfel ik of de woonproblematiek of de stedelijke problemen hoog zullen scoren. Mocht men alle middelen voor huisvesting, dus die van de federale en regionale overheid, beter gebruiken, dan zou je het politiek vertrouwen voor een groot stuk kunnen terugwinnen. Als je aan serieuze en perspectiefvolle stadsvernieuwing doet, stuur je het Vlaams Belang zo naar huis. Het gaat hem namelijk over basisbehoeften: over een woning, een huis, over een betere plek kunnen beschikken. De wijken zouden zo moeten verbeteren dat de bewoners zeggen: ‘Ze doen iets voor ons’. Terwijl de inplanting van een gerechtsgebouw in één van de armste buurten van Vlaanderen een miljardenproject is. Nu zeggen veel burgers wellicht: ‘Daar hebben ze geld voor, maar voor ons niet’.”
DOMINIQUE WILLAERT
