



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Column Jamila Amadou
In tegenstelling tot de vorige generatie allochtonen, die onder andere omwille van haar analfabetisme slechts passief betrokken was bij maatschappelijke problemen, willen de jongeren van mijn leeftijd zich betrokken voelen bij Vlaanderen, België en Europa. De eerste generatie van immigranten had in haar geboortedorp haar koffers volgeladen met haar vertrouwde cultuur en koesterde hier vol heimwee gedachten aan een terugkeer. Mijn generatie bestaat uit zelfbewuste, gealfabetiseerde vrouwen en mannen, met verschillende roots, die elkaar treffen op de universiteiten, op de hoeken van straten en pleintjes en in cafés, lekker nippend aan een glas muntthee of cola, en hun gedachten laten gaan over de golf van leed in onze samenleving. Zoals over de beeldvorming over ons geloof in de media. Ons geloof, dat soms op zeer mooie wijze een houvast biedt in moeilijke tijden, lijkt enkel nog omschreven te worden als een daad van terreur, terwijl ondertussen de Vlaams-extremistische retoriek over terugkeercontracten - een terugkeer, naar waar? - zijn psychologische terreur uitoefent en angst werpt over een massa gesluierde vrouwen.
Dertig oktober, niet de dag van de aanslagen in Madrid noch de dag van de dood van Theo Van Gogh, maar de dag dat Tom Lanoye in een volle zaal in het Zuiderspershuis verkondigde dat hij, indien hij een moslimmeisje was, “overal” doeken zou dragen. Wel vijf uit verzet! Vandaag durf ik dit symbool nog steeds niet op mijn hoofd dragen. De onderdrukkende factor is hier niet de islam, maar de blik van een groot deel Vlaamse burgers. Terwijl ik zelf weinig gesluierde vrouwen ken die uitschreeuwen dat ze zich door hun sluier onderdrukt voelen, verkondigen talloze politici in televisieprogramma’s dat ze hen willen bevrijden. Programma’s waar ook vele moslim(a’)s naar kijken. Maar waarvan moeten Fatima of Karima bevrijd worden? Van een onderdrukking die niet bestaat? Zelfs ik ben nu al over de hoofddoek bezig alsof alles erom draait.
Ernstiger is de situatie in Nederland. De moord op Theo Van Gogh was een verschrikkelijke daad. De intellectuele stem die moslims provoceerde, bezat ook het recht op vrije meningsuiting. Maar was er maar wat meer intelligentie aan de dag gelegd in de media om te zorgen voor constructieve gesprekken naar aanleiding van Theo’s provocaties, in plaats van het aanwakkeren van de haat in het andere kamp. Dat men nu in Nederland, op een tendentieuze manier, spreekt over de terugkeer van jongeren die in Nederland zelf geboren zijn, is een pure schande.
Op de dag dat mijn computer mij het bericht meldde dat Theo Van Gogh vermoord was, ben ik bang in een hoekje weggekropen. Ik, Jamila, 25 jaar, dochter van een islamitisch geleerde en liefdevolle huisvrouw met doek op haar hoofd, heb tot zeven uur na het vernemen van het nieuws in dat hoekje voor mij uitgestaard, in het gezelschap van een autochtone vriendin. Ze stelde voor om reeds schuilkelders te bouwen, want niet enkel de blanke burgers zijn bang, maar ook de moslims en zelfs hun lightversies.
Als een katholieke extremist een aanslag pleegt in Ierland, zouden hier in Vlaanderen dan alle katholieken beschuldigd en ter verantwoording worden geroepen? De toon, de houding en het discours die vele politici nu aannemen is, volgens mij, de ideale voedingsbodem om de angst, de haat en het extremisme - zowel binnen het Vlaamse als islamitische gedachtegoed - verder aan te wakkeren.
Ik wil mijn angsten, zoals na de moord op Theo, overboord kunnen gooien. Ik wil, samen met mijn medemensen, bevrijd en vrij kunnen ademen in een niet door angst geregeerd Europa. Ik wil participeren aan gesprekken die over ons gaan.
JAMILA AMADOU
