



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
De ontelbaren
Het gastvrije westen volgens Elvis Peeters
Wat gebeurt er als alle kanslozen en uitgeslotenen in deze wereld gebruik maken van het enige wapen dat ze ter beschikking hebben: hun aantal? Elvis Peeters geeft in 'De ontelbaren' een fictief maar fascinerend antwoord op die vraag. Een gesprek over gastvrijheid, migratie en Patrick Dewael.
Oh shit, ik ben verliefd op Sandra Kim/ Lekker stuk van veertien jaar/ heel Europa viel voor haar/ Voor de beeldbuis kwam men klaar/ zelfs premier Martens deed het maar. De Elvis Peeters die in het station van Lier met uitgestrekte hand naar ons toe komt lopen, is lang niet meer de hemelbestormer die in de jaren '80 als leadzanger van De Bange Konijnen en het bekendere Aroma di Amore menig brave Vlaamse huisvader choqueerde. Maar in zijn ogen blinkt wel nog steeds dat vuur waarmee hij tot het einde van zijn dagen voor de afbraak van de muren van Fort Europa zal blijven strijden. Bewijs daarvan: zijn recentste boek en theatervoorstelling 'De ontelbaren', waarin hij en medeschrijfster Nicole Van Bael een niet te stoppen mensenvloed op de grenzen van het Europese vasteland afsturen. Zonder te vervallen in voor de hand liggende clichés of makkelijke morele oordelen, kijken ze toe wat er gebeurt. Hoe de overheid machteloos blijft, de economie wordt ontregeld, warenhuizen worden geplunderd en alles waar maar een dak aan zit wordt ingenomen... Maar ook: hoe het leven zich uiteindelijk gewoon verder zet en ieder zich noodgedwongen én op zijn eigen manier aan de veranderende omstandigheden aanpast.
> Verwacht u binnenkort werkelijk zo'n massale volksverhuizing naar het westen?
Elvis Peeters: "Nee, het boek is in de eerste plaats een denkoefening, gebaseerd op twee verhalen die in de voorbije jaren door mijn hoofd zijn blijven spoken.
Een tijdje geleden stootte ik op een universitaire studie die aantoonde dat onze levensstandaard zo hoog is dat het theoretisch onmogelijk is hem aan alle aardbewoners te garanderen. Om de welstand van de gemiddelde Belg naar alle mensen ter wereld uit te breiden, zouden er wel vier aardbollen nodig zijn. Eén aarde bevat simpelweg niet genoeg middelen. Dat verhaal, samen met de herinnering aan de beelden van een Turks dorpje dat ten tijde van de eerste golfoorlog (in 1991, TT)van de ene op de andere dag met tienduizenden Irakese vluchtelingen werd overspoeld, zette me aan het denken. Ik vroeg me af hoe het leven van die mensen veranderde. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als wij westerlingen rechtstreeks en op grote schaal met beide problemen zouden worden geconfronteerd.
Want de situaties die in het boek beschreven worden, zijn zeker niet uit de lucht gegrepen.Dorpen die door vluchtelingen worden overspoeld, hongersnood, armoede en overbevolking: dat bestaat allemaal, en minstens even massaal als in het boek. Alleen bestaat het niet hier, maar duizenden kilometers ver weg. Wat ik in het boek gedaan heb, is simpelweg die afstand weggehaald en het verhaal hier gesitueerd."
> En toch is het boek geschreven in een nuchtere, afstandelijke stijl waarmee u bewust alle morele oordelen over de situatie vermijdt. Vanwaar die 'koele' benadering?
"Die afstandelijke stijl is mijn gebruikelijke manier van schrijven. Ik schrijf eerder vanuit de taal dan vanuit de psychologie van het personage. In het boek laat ik zo'n zeventig verschillende personages aan het woord. Dat past bij het thema: 'de ontelbaren'. Hierdoor ontbreekt echter een hoofdpersonage waarmee de lezer zich kan identificeren. Op die manier verhinder ik dat er één waarheid primeert, namelijk die van de schrijver. Ik wou me als auteur niet opdringen. Ik wou gewoon een aantal personages tonen en vertellen wat zij zeggen en denken, zoals in een krantenverslag.
Boeken die lezen als pamfletten, daar hou ik niet van. Kunst moet vooral eerlijk zijn, eerder dan geëngageerd. Een songtekst of een boek gaat de wereld of iemands mening niet veranderen. Het kan wel iemand die al geëngageerd is of die mening deelt een hart onder de riem steken.
Als schrijver wil ik vooral literatuur maken. Ik voel zeker niet de behoefte mensen via mijn boeken de les te spellen. Zoals de Franse dichter Guillevic ooit zei: 'Je engageert je leven, niet je werk.' Het is te gemakkelijk om via je kunstwerk de mensen op te roepen iets te doen, en het daarbij te laten. Als je wilt dat er iets gebeurt, doé het dan zelf."
Gastvrij maar niet gek
> In het tweede deel van uw boek laat u heel wat verschillende personages aan het woord. Elk reageert op zijn eigen manier op de gebeurtenissen. De één sluit zich op, de ander onderhandelt. Is er geen enkel personage waarmee u zich, boven alle anderen, kan vereenzelvigen? Waarmee u de lezer toont hoe iemand volgens u het beste zou reageren?
"Eigenlijk is er geen enkel personage in het boek waarmee ik me volledig identificeer. Maar Nicole en ik hebben het er natuurlijk wel over gehad hoe we zelf zouden reageren in zo'n situatie. Ik denk dat wij zouden handelen zoals het koppel in het boek, dat een ander koppel uitnodigt om bij hen te komen wonen. Dat zijn degenen die op tijd beseffen dat de situatie zoals ze is, onhoudbaar is. Als de vluchtelingen dat willen, nemen ze de huizen toch gewoon met geweld in. Daarom besluiten ze het huis te delen met mensen die ze kennen, een ander koppel met twee kinderen. Het huis van het tweede koppel geven ze prijs aan de vluchtelingen. Die reactie leek ons het meest waarschijnlijk."
> Is dat dan wat gastvrijheid voor u betekent?
"Gastvrijheid betekent zoiets als: 'Je open opstellen tegenover de ander', veronderstel ik. Je gemoed openstellen voor wat een ander je kan bijbrengen, zonder veel terug te vragen. Ik zie mezelf als een gastvrij mens, al zijn er ook dagen dat ik gesloten ben. Op zo'n momenten moet je me met rust laten. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die niets van migranten moeten hebben, tegenover andere mensen wel gastvrij zijn. Bij het Vlaams Belang zullen er ook wel gastvrije mensen zijn, voor andere Vlamingen dan toch."
> In december hield Vlaams Belang een campagne in Marokko om Marokkanen te ontraden naar ons land te komen. Het motto van die campagne luidde: 'Gastvrij, maar niet gek'.
"Voor hen kan gastvrijheid blijkbaar gek zijn. Voor mij ben je gastvrij of je bent het niet. Net zoals je niet een beetje zwanger kan zijn. Dan ben je maar gek. Gastvrijheid met grenzen, dat begrijp ik niet. Ofwel staat het woord 'vrij' daar niets te doen, ofwel staan die grenzen daar niets te doen. Misschien ben je dan wel vriendelijk of tolerant, maar je bent niet gastvrij."
> De aanvankelijke reactie van de meeste inwoners van het dorp in uw boek is niet gewelddadig of afwijzend, maar ook niet echt gastvrij. Ze blijven onverschillig en proberen vooral hun gewone leven verder te leiden. Zou de gemiddelde Vlaming inderdaad zo onverschillig staan tegenover 'de anderen' of 'de onbekenden'?
"Ik zou dat geen onverschilligheid noemen. Ze proberen zich vooral aan de veranderende situatie aan te passen, ze bekijken het als iets waar niet veel tegen te beginnen is. Zo gaat het ook in oorlogssituaties. Mensen proberen altijd hun leven verder te zetten en nemen de omstandigheden erbij. Je kinderen en jijzelf moeten eten, je probeert het warm te hebben. Dat is wat in het boek ook gebeurt. Dat heeft niet zozeer met onverschilligheid te maken, maar met een poging datgene wat je kent te behouden. Slechts geleidelijk aan ga je op zoek naar alternatieven."
> Naarmate het boek vordert, wordt de toon donkerder. Autochtonen trekken zich terug in streng bewaakte 'vreemdelingvrije' getto's. Het boek eindigt met de vernietiging van het dorp waar het verhaal zich afspeelt. Een weinig hoopvol einde.
"De wereld ziet er momenteel ook niet zo hoopvol uit. Als ik zie hoe men nu al met begrippen als democratie omspringt, wat zal dat dan worden als we het echt benauwd krijgen?"
> Op een bepaald moment worden de radicale reacties van de autochtonen zelfs expliciet aan het nazisme gelinkt. Hebben we dan niets geleerd uit de geschiedenis?
"Onlangs vroeg een Nederlandse schrijver, Harry Mullish denk ik: 'hoe zou de wereld er uitzien als Hitler de oorlog had gewonnen?' De schrijver Didi De Paris (ooit nog betrokken bij de opstart van Aroma di Amore, TT) antwoordde daarop: 'zoals hij er nu uitziet'. Als je Guantánamo ziet, de aanvallen van de CIA in Afghanistan, de schijnheiligheid over folteren ... Als je ziet hoe de VS binnen de Navo het gebruik van tactische en nucleaire wapens willen toelaten, stemt dat niet erg hoopvol. Men gaat altijd maar verder. Veel hebben we inderdaad niet bijgeleerd. Hoogstens wat technieken van de nazi's."
Zij of wij
> Eigenlijk kondigt dat donkere einde zich al aan bij de aanvang van het boek. Het verhaal begint wanneer het eigenlijk al te ver is gekomen. Is er een moment geweest waarop het nog niet te laat was?
"Dat moment is nu. Wat er moet gebeuren, is herverdelen. En dat zou nú moeten gebeuren. Dat klinkt natuurlijk banaal, want iedereen zegt het. Alleen doet niemand er wat aan. Al van in de jaren '70 hoor ik dat het ontwikkelingsbudget op 0,7% van het BNP gebracht moet worden, maar dat is nog altijd niet het geval. Wij mogen dan wel blij zijn met de korting op onze energiefactuur, maar waar komen die grondstoffen uiteindelijk vandaan? Eigenlijk moet er geen ontwikkelingshulp zijn, maar eerlijke wereldhandel. Uitbuiting is diefstal en diefstal mag niet. Als dat onder een andere term plots wel mag, moet je je ook niet onschuldig voordoen als de zaken uit de hand lopen."
> Een personage in uw boek zegt: 'De gastvrijheid ligt nu bij hen. Of ze die nemen of er nog mee wachten, dat bepalen zij. Ze hebben alle tijd.' Is gastvrijheid een luxe die we ons niet langer kunnen veroorloven? Is het te laat om nog gastvrij te kunnen zijn?
"In het boek is het inderdaad tot zo'n punt gekomen. Wij hebben de gastvrijheid laten voorbijgaan. Aangezien we slechts oog hadden voor economische grondslagen, hebben we onze kansen op gastvrijheid verprutst. De vluchtelingen weten dat ze van de Europeanen niet veel moeten verwachten en dat ze zichzelf zullen moeten manifesteren als ze iets gedaan willen krijgen. Zij hebben tijd, ze zijn al zo lang op tocht. Ze kunnen de gastvrijheid opeisen die wij hebben verkwanseld door er laks mee om te gaan."
> De Franse filosoof Jacques Derrida stelt dat gastvrijheid niet aan voorschriften kan worden gebonden. Maar is er, met de recente uitspraken van Patrick Dewael over de hulp aan illegalen in het achterhoofd, nog wel plaats voor gastvrijheid in een strikt gereglementeerd gebied als migratie en asiel?
"Als je gastvrij wil zijn, hoef je je niet veel aan te trekken van de wetten. Als je Patrick Dewael bezig hoort, is gastvrijheid iets heel beperkts. Dan mag een Vlaming alleen gastvrij zijn voor een andere Vlaming of voor iemand waar we economisch wel bij varen. Onlangs zijn er in mijn tuin twee Poolse arbeiders verongelukt terwijl ze aan hoogspanningskabels werkten. Het onderhoud was in handen van een Nederlandse firma, maar blijkbaar kenden die arbeiders de taal- en de veiligheidsvoorschriften niet genoeg. Wat voor gastvrijheid is dat dan? Enkel economische drijfveren spelen nog, ook op het vlak van cultuur en sociale voorzieningen. Dat staat haaks op wat gastvrijheid zou moeten zijn."
> In zijn boekje De grote volksverhuizing vergelijkt H-M Enzensberger de reactie op migratie met de atmosfeer in een treincoupé. Hoewel er genoeg plaats is, is er steeds een duidelijke weerzin om plaats te ruimen voor nieuwe passagiers. Een treincoupé is nochtans niemands bezit. Als er vervolgens weer een nieuwe groep passagiers toekomt, vormt de al aanwezige groep opeens de groep van 'autochtonen'. In uw boek heet het: 'Zij, wij? Hoe lang gaat dat verschil nog op?' Is het idee 'autochtoon' te zijn, een soort erfrecht op de grond te hebben, dan een misplaatst idee?
"Ik probeer niet in termen van grondgebied te denken. Je hebt geen recht op een grondgebied. Oorspronkelijk zaten er in Amerika ook geen blanken, zwarten of Aziaten. Alleen al historisch gezien is het dus een vreemde opvatting. Van de ander wordt altijd integratie verwacht, maar wij plaatsen er niet veel tegenover. Als we allochtonen vragen voor hun arbeid, moeten we beseffen dat ze ook een cultuur meebrengen. Je kunt niet verwachten dat iemand die hier komt werken zijn persoonlijkheid thuislaat. Je haalt een andere cultuur in huis en daar moet je voor openstaan. Wie een inburgeringscursus voor vreemdelingen voorstelt, zou eigenlijk ook een ontvankelijksheidsexamen voor autochtonen moeten organiseren. Het mag geen eenrichtingsverkeer zijn."
> Een slotvraagje. 'De ontelbaren' is niet alleen een roman, het is ook een literair concert. Hoe vullen beide elkaar aan?
"Ik mag mezelf tegenwoordig dan wel in de eerste plaats schrijver voelen, als ik te lang achter mijn bureau zit, begint het te kriebelen. Dan moet ik terug het podium op, muziek maken. Net nog bracht ik een nieuwe plaat uit met de groep Schmoll: Spleen pour rire. Die titel is geleend van Paul Van Ostaijen. Er is niet echt een verband met het boek of mijn schrijverschap, maar er staat wel een nummer op over migratie en open grenzen: Doe Open. Dat sluit er dus wel bij aan. Met de voorstelling 'De ontelbaren' willen we ten dele een ander publiek bereiken dan met het boek. Maar ook mensen die het boek gelezen hebben, vinden de voorstelling anders. We brengen immers niet heel het verhaal, maar slechts een deeltje ervan. Dat wordt als een soort film noir gebracht. En dikwijls is het boek na de voorstelling ook te koop. Er zijn altijd mensen die willen weten hoe het verhaal afloopt."
> Slecht.
"Ja, maar dat verklappen we ze dan nog niet." (lacht)
KELLY GEVAERT & WOUTER BRAUNS
Het literair concert 'De ontelbaren' speelt nog op 24 maart '06 in het Kasteel Bel Air van Willebroek, op 27 maart '06 in CC De Bogaard van Sint-Truiden, op 19 april '06 in het Wagehuys in Leuven, op 04 mei '06 in CC Gasthuis van Aarschot, op 06 mei '06 in OC Marke in Marke (Kortrijk) en op 6 oktober '06 in het Cultureel Centrum van Lokeren.
Voor tickets en informatie: http://www.elvispeeters.be
