Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Razzia’s in Gent

Strijd tegen huisjesmelkers keert zich tegen huurders

TT3_p21.jpg
(foto: freddy willems)

Begin juni vielen 120 agenten, vergezeld door de Vlaamse Wooninspectie en de Dienst Vreemdelingenzaken, een dertigtal Gentse woningen binnen. 95 bewoners werden uit hun bed gelicht, gearresteerd en overgebracht naar de politiekazerne. Vijf van hen kregen nadien begeleiding bij het zoeken van een nieuwe woonst. 48 anderen, die geen geldige verblijfspapieren konden voorleggen, werden enkele dagen later het land uit gezet.
Sinds 2002 zijn grootschalige razzia’s in de strijd tegen huisjesmelkers het standaardoptreden geworden. Gentenaars zonder papieren, de zwakste spelers op de huurmarkt, zijn daarvan de dupe.

 

Huisjesmelkerij en woonkwaliteit

Tot voor kort werd met ‘huisjesmelkers’ verwezen naar eigenaars die kamers of woningen van erbarmelijke kwaliteit verhuren, en daarmee bovendien hun brood verdienen. Sinds het midden van de jaren ’90 heeft de overheid een aantal instrumenten ontwikkeld om daar wat aan te doen. De Vlaamse Wooncode en het Kamerdecreet van 1997 hebben als uitgangspunt dat elke woning aan elementaire normen inzake veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit moet voldoen. Gewestelijke onderzoekers werden belast met de controle ervan. Stellen ze een opeenstapeling van ernstige gebreken vast, dan kan de burgemeester op hun advies de woning ongeschikt of onbewoonbaar verklaren. Zolang de eigenaar niet de nodige verbeteringswerken aanvat, betaalt hij dan jaarlijks een fikse taks. Woningen waarin teveel huurders zijn ondergebracht, worden via een gelijkaardige procedure als ‘overbewoond’ geklasseerd.

Doel van dit alles is eigenaars aan te moedigen hun verantwoordelijkheid te nemen in de opwaardering van het Vlaamse woonbestand. Volgens het stadsbestuur werpt de aanpak in Gent vruchten af. Tussen 1996 en 2002 daalde het aantal geïnventariseerde ongeschikte en onbewoonbare woningen met 36 procent.

Eigenaars die blijven weigeren iets aan de woonkwaliteit van hun panden te doen, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Voor het verhuren van ongeschikte, onbewoonbare of overbewoonde panden, voorziet de Wooncode geldboetes van 250 tot 2 000 euro. Bovendien kan het parket beslissen de panden (tijdelijk) in beslag te nemen en heeft de rechter de mogelijkheid huurinkomsten verbeurd te verklaren. Pas in 2002 ging de stad Gent - in samenwerking met de Vlaamse Wooninspectie - van start met deze strafrechtelijke aanpak en kondigde ze de ‘strijd tegen huisjesmelkers’ aan.

 

Van huisjesmelker naar mensenhandelaar?

In de loop van die ‘strijd tegen huisjesmelkers’ onderging het begrip ‘huisjesmelkers’ een opmerkelijke betekenisverschuiving. Steeds vaker werd het verengd tot eigenaars die slechte woningen tegen hoge prijzen verhuren aan vreemdelingen in een onzekere verblijfssituatie. Parallel daarmee kreeg het een criminele ondertoon. De ‘huisjesmelker’ verscheen als meedogenloze uitbuiter naast de andere criminele spilfiguren uit het hedendaagse migratiedebat: de mensensmokkelaar en de mensenhandelaar.

Deze verschuiving maakte al enige tijd opgang in politieke en gerechtelijke kringen en werd in 2001 verankerd door een wijziging van de vreemdelingenwetgeving. Wie misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie van een vreemdeling ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand door de verkoop, verhuur of ter beschikking stelling van kamers of enige andere ruimte met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, kan sindsdien gestraft worden met een gevangenisstraf tot 15 jaar en geldboetes tot 500 000 euro.

Om de woonomstandigheden van huurders te verbeteren, was deze wetswijziging in elk geval niet nodig. Hardnekkige huisjesmelkers konden immers al bestraft worden op basis van de Vlaamse Wooncode. Toch kende Gent de Vreemdelingenwet een fundamentele plaats toe in haar ‘strijd tegen huisjesmelkers’. Waarom? Ze wilde benadrukken dat misbruik maken van personen met een onzekere verblijfssituatie écht niet kan. Of de ‘misbruikte’ huurders zelf baat hebben bij de nieuwe aanpak, is nog maar de vraag.

 

Razzia’s

Voor het grote publiek is die nieuwe aanpak vooral zichtbaar in de vorm van grootschalige razzia’s, waarbij de politie met veel machtsvertoon panden van verdachte eigenaars binnenvalt... en er de huurders arresteert. Gentenaars met geldige verblijfspapieren kunnen rekenen op begeleiding bij hun zoektocht naar een nieuwe woonst. Gentenaars zonder geldige verblijfspapieren worden uitgeleverd aan de Dienst Vreemdelingenzaken, die hen eerst opsluit en vervolgens op straat zet of het land uitgooit.

Een aantal kenmerken keert in die razzia’s telkens weer terug. Ten eerste gaan ze gepaard met een opvallende mobilisatie van de media - een uiting van de wens van politici om een boodschap naar het grote publiek te sturen. Ten tweede krijgen de huurders in die boodschap een prominente, maar dubbelzinnige rol. Enerzijds worden ze opgevoerd als ‘slachtoffers’ van gewetenloze handelaars. Een ordinaire razzia lijkt daardoor een humanitaire interventie, met de politie als nobele bevrijder. Anderzijds zijn ze het voorwerp van verdachtmaking en criminalisering. De razzia waarmee de ‘slachtoffers’ verrast worden, bevat op zichzelf al de suggestie van criminaliteit (zie kader). Verder stelt het veelvuldige gebruik van de term ‘illegalen’ mensen zonder geldige verblijfspapieren voor als ‘wetsovertreders’ die mogen en moeten gestraft worden. Zowel de toewijzing van een slachtofferrol als de verdachtmaking en criminalisering gaan voorbij aan de uiteenlopende persoonlijke redenen waarom bewoners van deze stad genoodzaakt zijn een slechte woning te huren.

Ten derde keert de ‘strijd tegen huisjesmelkers’ zich op spectaculaire wijze tégen de ‘slachtoffers’ die de overheid beweert te beschermen: kandidaat-vluchtelingen en mensen zonder geldige verblijfspapieren. Razzia’s zijn een extreem middel dat in een rechtsstaat is voorbehouden voor uitzonderlijke situaties. Vrijheidsberoving en uitwijzing zijn bovendien zeer ingrijpende maatregelen die normaal alleen kunnen volgens strikte procedures en met de tussenkomst van een rechter. In de omgang met nota bene de slachtoffers van huisjesmelkers zijn ze de laatste jaren uitgegroeid tot de standaardprocedure. Mensen die al jaren leven en werken in Gent, niet zelden met schoollopende kinderen, worden zo het land uitgegooid omdat ze administratief niet in orde zijn. Een voorzichtige schatting leert dat de voorbije jaren meer dan 100 stadgenoten een dergelijk lot beschoren was.

Hoe razzia’s en uitwijzingen te verzoenen vallen met de fundamentele rechten van slachtoffers van een misdrijf, is bovendien een groot raadsel. Hoe maak je bijvoorbeeld het recht om informatie te krijgen en te geven, het recht op hulp of het recht op financieel herstel waar, als je met de eerstvolgende vlucht wordt verwijderd uit de goed beschermde rechtsgemeenschap die België heet? Een gelijkaardige behandeling van slachtoffers van Belgische nationaliteit zou tot grote verontwaardiging leiden.

 

Wat zijn razzia’s?

Bij een razzia wordt een min of meer grote groep mensen onverwacht overvallen en ingesloten door een al even grote groep manschappen. De doelstellingen daarvan kunnen velerlei zijn: controle, arrestatie en wegvoering, executie,... Ondanks deze veelheid aan doelstellingen, vertonen de meeste razzia’s een aantal gelijkenissen. In hun opstelling en verloop suggereren ze dat iemand - al dan niet voorzien van bewijsmateriaal - die een misdrijf gepleegd heeft of de intentie heeft een misdrijf te plegen, zal willen ontsnappen. Wanneer ze worden uitgevoerd door vertegenwoordigers van instellingen met grote maatschappelijke legitimiteit, zoals het gerecht en de politie in België, wekken razzia’s tevens de indruk dat die eventuele ontsnappingspoging onrechtmatig is. Wie de razzia moet ondergaan, treedt bijgevolg voor het voetlicht als iemand die iets te verbergen heeft, iets dat het maatschappelijk belang (want dat is wat legitieme instellingen schijnen te garanderen) bedreigt. Vandaar dat de symbolische waarde van razzia’s hier te lande steevast ligt in hun criminaliserend effect. De praktische waarde daarentegen, ligt in het belemmeren van ontsnapping bij een poging tot arrestatie van criminelen. In de huidige strijd tegen huisjesmelkers zijn niet zozeer de verhuurders het voorwerp van razzia’s, als wel de huurders, die bij bosjes worden weggevoerd. Ofwel: het criminaliserende effect van de razzia treft hier de slachtoffers van het misdrijf dat men beweert te bekampen.

 

De rechten van kwetsbare huurders versterken

Een gebrekkig huisvestingsbeleid, discriminatie en rechtsongelijkheid vormen de basis voor een woekermarkt van ongezonde huizen en torenhoge huurprijzen. Om die basis weg te nemen, is het niet nodig om het woonbeleid en het vreemdelingenbeleid aan elkaar te koppelen.

Erger nog: de focus op de vreemdelingenwet perverteert het woonbeleid. In plaats van (potentiële) slachtoffers te beschermen, wordt hun vertrouwen in de overheid en het gerecht met razzia’s en uitwijzingen ondermijnd. De angst voor het verlies van hun woonst, ontmoedigt huurders om via de instrumenten van het woonbeleid verbetering af te dwingen. Met de ‘strijd tegen huisjesmelkers’ jaagt de stad Gent die mensen van de rechtsstaat weg, de onzichtbaarheid in. Hun behoefte aan een woning wordt er niet minder om, hun toegang tot de normale huurmarkt niet groter. Dat de afhankelijkheid van steeds professionelere woekercircuits blijft toenemen, is bijgevolg niet ondenkbaar.

De versterking van de rechten van huurders en het streven naar kwalitatieve huurwoningen heeft geen enkele nood aan een onderscheid tussen Gentenaars met en Gentenaars zonder papieren. Integendeel, Gent heeft baat bij goede woonomstandigheden voor iedereen.

 

JONAS HULSENS