



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Sociale huur: het recht op wonen onder druk!
Met het oog op de leefbaarheid in sociale woonwijken wil de Vlaamse minister van Wonen, Marino Keulen,‘nieuwe accenten’ voor het Vlaamse sociaal woonbeleid. Daartoe dient hij de geldende Vlaamse Wooncode en in een later stadium het sociale huurbesluit aan te passen (zie kader). Opbouwwerkersdieactief zijn in sociale woonwijken zijn bezorgd dat enkele geplande maatregelen de sociale huisvesting minder toegankelijk dreigen temaken voor gezinnen met lage inkomens en voor grote groepen allochtonen. Bovendien stellen zij dat het nieuwe sociale huurbesluit een maat voor niets wordt als het geen antwoord biedt op de échte problemen: het grote tekort aan sociale huurwoningen, hun betaalbaarheid voor lage inkomensgroepen en de druk op het financieringsstelsel. TiensTiens publiceert de opiniebijdrage waarmee opbouwwerkers de Vlaamse regering en parlementsleden willen waarschuwen voor de tekortkomingen en gevaren van de nieuwe beleidsintenties. (ac)
Nederlands
De Vlaamse regering wil het huren van een sociale woning koppelen aan de bereidheid om een taalcursus Nederlands te volgen. Niemand betwist dat Nederlands taalgebruik de communicatie tussen huurders onderling en het contact met de sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) bevordert. Daarom ondersteunt het opbouwwerk vrijwilligersinitiatieven, die erop gericht zijn om op een laagdrempelige wijze het Nederlands te oefenen in gemengde conversatiegroepjes. Die werkwijze werpt ook vruchten af. Maar voor ons kan het niet dat onvoldoende bereidheid Nederlands te leren een zodanig zwaarwichtige tekortkoming zou zijn, dat zij de beëindiging van een huurovereenkomst rechtvaardigt. Verplichte Nederlandse taallessen horen thuis in het inburgeringdecreet, niet in het sociaal huurbesluit. Wanneer de overheid het recht op wonen afhankelijk maakt van talenkennis, wat houdt ook private verhuurders dan nog tegen om op grond van dezelfde reden huurders te weigeren?
Proefperiode
De Vlaamse regering wil voor alle nieuwe sociale huurders een proefperiode. Op het einde ervan kan de SHM de huurovereenkomst opzeggen, als zou blijken dat de huurder de opgelegde voorwaarden niet of onvoldoende nakwam. Het zou hierbij kunnen gaan over: het niet tijdig betalen van de huur, het veroorzaken van overlast, enzovoort. Deze maatregel past in een evolutie waarbij steeds meer grondrechten afhankelijk worden gemaakt van tegenprestaties. Overlast, die het leven van medebewoners vergalt, wordt doorgaans veroorzaakt door identificeerbare individuen. Bestaande sanctiemechanismen volstaan om dit probleem aan te pakken. Kortsluiting tussen huurder en verhuurder kan voorkomen worden met goede woonbegeleiding. Daartoe is een betere afstemming tussen het Vlaamse woon - en welzijnsbeleid noodzakelijk. Uithuiszetting kan alleen wanneer alle middelen om dit te vermijden werden uitgeput. De invoering van een proefperiode zet de woonzekerheid van alle kandidaat-huurders op het spel en is een uitholling van het ‘recht op wonen’.
Inkomensgrens
In het recente verleden werd een proefballonnetje opgelaten om de inkomensgrenzen die toegang geven tot de sociale huisvesting te verhogen. De overheid wil op die manier de financiële leefbaarheid van de sociale huisvestingsmaatschappijen verbeteren en een ‘gezonde’ sociale mix bewerkstelligen. Wij hopen dat dit voorstel definitief in de ijskast blijft. Het optrekken van de inkomensgrenzen zal ontegensprekelijk de wachtlijsten vergroten en de wachttijden verlengen. Vandaag wachten 74 000 kandidaat-huurders op een woning. Volgens onderzoek zijn er 185 000 bijkomende sociale huurwoningen nodig om iedere private huurder die beantwoordt aan de huidige inkomensgrenzen te bedienen. Door instroom te geven aan een grotere doelgroep zullen nog minder sociale woningen beschikbaar blijven voor lage inkomensgroepen. Die mensen worden overgeleverd aan de harde wetten van vraag en aanbod op een steeds kleiner wordende private huurmarkt. Zij moeten het stellen met woningen van lage kwaliteit tegen onverantwoord hoge huurprijzen of komen terecht in het grijze wooncircuit van de huisjesmelkerij, op kamers en op campings …
Een alternatief financieringsmechanisme
De huidige financieringswijze van de sociale huisvesting is een solidair stelsel waarbij verondersteld wordt dat hogere inkomens mee de huur betalen van de lage inkomens. Als gevolg van de groeiende dualisering in onze samenleving is de instroom van vervangingsinkomens de voorbije jaren exponentieel toegenomen. Dit zorgt ervoor dat SHM’s die een groot percentage kansarmen huisvesten zelf in financiële moeilijkheden geraken. Dit is op termijn onhoudbaar en dreigt een rem te zetten op de noodzakelijke uitbreiding van het sociale huurpatrimonium (slechts 6% van het Vlaamse woningbestand). SHM’s verhogen bovendien stelselmatig de basishuurprijzen om hun rekeningen sluitend te houden en treffen hierdoor vooral de huurders met lage inkomens. Wij vragen dan ook met aandrang dat het nieuwe sociaal huurbesluit gekoppeld wordt aan de herziening van het financieringsmechanisme, met een stelsel van brede maatschappelijke solidariteit waardoor de last op SHM's wordt afgenomen.
Inspraak
De intentie van de Vlaamse regering om sociale huurders meer inspraak en participatiete geven in het woonbeleid juichen wij alleen maar toe. Vanuit dezelfde overtuiging willen wij aandacht vragen voor een echt ‘sociaal’ woonbeleid. Het invoeren van proefperiodes, het opleggen van taalvoorwaarden, het stelselmatig verhogen van de basishuurprijzen, de lange wachttijden, het chronische tekort aan betaalbare huurwoningen en de verkoop van sociaal patrimonium maken ons echter ongerust over het sociale karakter van het woonbeleid.
Wanneer de Vlaamse regering de leefbaarheid van onze sociale woonwijken voor ogen heeft, dan willen wij haar graag een alternatief bieden voor de overdreven sanctioneringdrang die het recht op wonen aantast. Wij vragen waardering en (financiële) steun voor talloze vrijwilligersinitiatieven in de wijken, gedragen door bewoners zelf en daarom zoveel meer duurzaam. Wij vragen middelen voor leefbaarheidprojecten in die probleembuurten waar het vrijwilligerswerk ontoereikend is. Wij vragen meer individuele en gezinsbegeleiding die leefbaarheidproblemen voorkomt en aanpakt. Kortom, wij vragen ‘andere accenten’.
FILIP LOOBUYCK (OPBOUWWERKER SAMENLEVINGSOPBOUW)
Ondertekenaars: Veerle Beernaert, Pieter Santens, Magda Remans, Gunter Van Avondt, Miriam Beck, Kris Dom (Opbouwwerkers Samenlevingsopbouw) en Herman Raus (Directeur Samenlevingsopbouw Vlaanderen)
Achtergrond: Vlaamse Wooncode en sociaal huurbesluit
Het sociaal huurbesluit regelt de voorwaarden waaronder sociale woningen verhuurd kunnen worden. Het decreet Vlaamse Wooncode vormt de grondslag van het sociaal huurbesluit. Omdat de Vlaamse Regering het sociaal huurbesluit zo ingrijpend wil veranderen, zal ze eerst de Vlaamse Wooncode (decreet) moeten wijzigen.De Vlaamse Wooncode moet worden goedgekeurd in het Vlaams parlement. De uitwerking ervan in een sociaal huurbesluit is een bevoegdheid van de Vlaamse Regering.
Op 2 december 2005 heeft de Vlaamse regering het voorontwerp van decreet dat de Wooncode wijzigt, goedgekeurd. Het kreeg intussen een positief advies van de Raad van State en moet nu nog aan het parlement voorgelegd worden.
In het goedgekeurde ontwerpdecreet staan onder meer de voorwaarden van de Nederlandse taalcursus en de proefperiode van twee jaar vermeld. Ook het positieve punt over inspraak en participatie van sociale huurders komt erin voor. In het voorontwerp van de nieuwe Wooncode zijn echter nog heel wat zaken onduidelijk. Daarover zal later beslist moeten worden in het sociaal huurbesluit. Dit geeft dus veel macht aan de Vlaamse regering.
Het voorstel over de stijging van de inkomensgrenzen staat bijvoorbeeld niet in de nieuwe Wooncode. De nieuwe huurprijsbepaling zal dus door Vlaamse Regering beslist worden. (ac, fl)

