



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Mensen zonder papieren help je beter niet?
Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael opende het jaar met de bewering dat mensen die illegalen in België bijstand verlenen, zich schuldig maken aan een misdrijf. We legden de uitspraak voor aan Carla Ronkes, al jaren actief bezig met het ondersteunen van mensen zonder papieren.
Superillegaal
“Die man is zijn spierballen aan het opkloppen. Voor mij is dit niets anders dan een prélude voor de verkiezingscampagne. Hij moet de rechterzijde van zijn partij opvrijen, een knipoog geven naar het Vlaams Belang. Als je zo’n dingen zegt, dan creëer je een oorlogsveld. Ik doe blijkbaar ongelooflijk veel ‘illegale’ dingen, maar hij mag ons eerder dankbaar zijn. Wij zijn het die de ernstig zieke ‘illegalen’ opvangen, diegenen die niet terug kúnnen.”
Carla is verpleegster. Begin de jaren negentig was ze actief op de medische dienst van het Klein Kasteeltje in Brussel. Gent werd enkele jaren later haar werkgebied, maar de contacten die in Brussel werden opgebouwd, gingen niet verloren. “De mensen kennen me nog. Als ze in Gent zijn en ze komen in de problemen, dan contacteren ze me. Eigenlijk ken ik de meesten van toen hun asielprocedure nog lopende was. Inmiddels zijn sommigen al ‘mensen zonder papieren’ geworden. Ze bestaan niet meer.” Carla trekt zich vooral die mensen aan die dringende medische zorg nodig hebben. “Mensen hebben wereldwijd recht op gezondheidszorg. Waarom zou een mens mét papieren wel recht hebben op gezondheidszorg en een mens zonder papieren niet? In sommige landen, zoals in Frankrijk, is het verschaffen van medische hulp verboden. Artsen kunnen er zelfs voor bestraft worden! Ik ben er echt trots op dat België de dringende medische zorg aan mensen zonder papieren garandeert en dat ons land het oordeel van de artsen respecteert: zij alleen mogen immers oordelen wat dringend is.” Door het verstrekken van medische hulp komt Carla ook in aanraking met de gezinssituatie van de patiënten. In verschillende talen en vaak met handen, voeten en enkele ‘trefwoorden’ voert Carla gesprekken met de ‘mensen zonder papieren’. “Je raakt sowieso verweven met hun maatschappelijke en politieke problemen”, vertelt Carla. “De eerste keer dat ik ergens kom, zijn mensen wel wantrouwig. Maar meestal hebben ze al van iemand gehoord: ‘Carla, die kan je vertrouwen.’ Ik toon belangstelling voor hun problemen, ik bekijk hun papieren… Jawel, ze hebben wel bepaalde papieren hoor, die mensen zonder papieren! (lacht) Ze laten foto’s zien, ze vertellen over hun thuisland, over hun verwachtingen en over hun angsten. Luisteren is heel belangrijk, er wordt zo weinig naar elkaar geluisterd.”
De achtergrondsituatie van deze mensen en hun gezinnen is vaak erg complex. De groep is ook heel divers: Kosovaren, Albanezen, Somali’s, Palestijnen, Algerijnen, Roma,… “Sommige mensen worden uitgewezen, maar ze kunnen niet terug. Voor Somali’s bijvoorbeeld is het administratief onmogelijk, want Somalië heeft zelfs geen centrale overheid! Wie moet dan toestemming verlenen om het land binnen te mogen? Zo zijn er nog een aantal voorbeelden. Als iemand opgepakt wordt en in een gesloten centrum wordt opgesloten, maar na een aantal weken blijkt dat onze overheid hem niet naar zijn land van herkomst kan repatriëren, dan mag hij het gesloten centrum verlaten. Hij krijgt dan een treinkaartje tot aan de Belgische grens, met het bevel om België binnen de vijf dagen te verlaten. Eigenlijk wordt zo iemand dan als een ‘Untermensch’ de straat opgestuurd – zijn netwerk vernietigd, geen onderdak meer, zijn eigen land kan hij niet binnen en de landen die België omringen mag hij ook niet in. Zo creëer je een superillegaal!”
Zorgenkindjes
Hoe gastvrij vindt Carla, als bevoorrechte getuige, een stad als Gent? “Gent is niet echt gastvrij! Helemaal niet, zelfs! Het mag dan wel de mooiste en gezelligste stad wezen, maar dat geldt alleen voor mensen met geld. Ikzelf bijvoorbeeld heb het hier heel goed. Mijn buurt is goed verlicht ’s avonds, net nog kwamen ze de afgevallen bladeren ruimen, … Maar voor arme inwoners is Gent een hypocriete stad. Sommige buurten en straten zijn allesbehalve aangenaam, en voor mensen zonder papieren is er, behalve in de nachtopvang van het CAW Artevelde en in Huize Triest, niet echt opvang voorzien. Als we dat aanklagen bij de stad klinkt het steevast: ‘Als ze geen papieren hebben, dan is er geen opvang mogelijk’. Zelfs de crisiscentra kunnen geen mensen zonder papieren herbergen. De particuliere centra evenmin, want daar krijgen ze geen subsidies voor. Ik zat eens met vijf minderjarige kinderen zonder papieren, van wie de moeder opgepakt was door de politie. Ik heb overal rondgebeld, maar ze konden nergens terecht. Ook vrouwen zonder papieren die mishandeld wordt door hun Belgische partner kunnen niet terecht in een vrouwenvluchthuis of -opvangcentrum. Ze kunnen zelfs niet tijdelijk opgevangen worden, bijvoorbeeld voor enkele dagen, om uit te kijken naar iets beters. Voor dergelijke mensen, die echt in een crisissituatie zitten, zou er toch opvang georganiseerd moeten worden door de stad… Enkele jaren terug was er een familie met twee kleine kinderen, kleuters nog. Ze waren uitgewezen naar Slowakije en ze wilden zelf ook teruggaan, maar ze zochten tijdelijk opvang. Ze konden slechts terecht in een centrum als ze de nodige papieren hadden van het OCMW, maar daar moest je na de aanvraag nog twee weken op wachten! Hoe moest het dan in tussentijd? We hebben die familie toen kunnen onderbrengen een huis. Voor dat huis lag een plas water. Eén van de kleintjes zag dit, vouwde zijn handjes in een kommetje en dronk van het water. Ze waren al twee dagen op zoek naar onderdak…”
En in Gent
Ik leg Carla de huidige aanpak in Antwerpen voor. Denkt zij dat we ook in Gent dergelijke deur-aan-deurcontroles mogen verwachten? Ze gelooft van niet, tenzij wanneer de stad instructies krijgt van bovenaf. “Maar,” stelt ze, “ er staat nergens in de wet dat je op illegalen moet jagen.” In Antwerpen hebben zich uit protest tegen de acties groepen gevormd die het beleid aanklagen. Hoe is dat in Gent? De steun die Gentenaars aan mensen zonder papieren bieden verloopt minder georganiseerd, maar dat verklaart Carla door de afwezigheid van de druk die men in Antwerpen wél voelt. Er is geen hoogdringende noodzaak om zich te organiseren. Hoe verloopt de ondersteuning hier dan wel? Gentse vrijwilligers spannen zich in om mensen zonder papieren te helpen met het zoeken naar een woonst, bijvoorbeeld door hen te laten inwonen bij lotgenoten of in kraakpanden, caravans of leegstaande tuinhuizen. Maar ze bezorgen hun ook kleine klusjes, opdat de sans papiers toch iets van inkomsten kunnen hebben; ze hebben immers geen recht op een uitkering. Sommigen trekken daarom weg naar Frankrijk of Engeland, om te kijken of daar werk is. Anderen verkopen zelfgemaakte spullen of trekken naar de grote steden op het moment dat er feesten zijn. Achter de schermen helpen ze met afwassen, lossen en laden, toiletten poetsen, of ze verkopen producten, lezen de kaart of de hand, … Ze zijn bijzonder creatief. Alleenstaanden hebben het echter gemakkelijker dan gezinnen. Voor wie kinderen heeft, ligt het veel moeilijker. “Als een familie met het hele gezin verhuist,” zegt Carla fel, “moet het water hen écht aan de lippen staan of lopen ze écht gevaar. Het is hun recht om te vluchten voor armoede, om op zoek te gaan naar een beter leven. Mensen gaan niet zomaar uit hun land weg.”
Carla klaagt vooral het gebrek aan structurele oplossingen voor mensen zonder papieren aan. “Liefdadigheidsorganisaties verzuchten wel dat ze al zoveel doen, maar eigenlijk is dat slechts een druppel. Waar zijn we mee bezig als we alleen maar wat voedsel bedelen voor een dag of twee? Sommige officiële organisaties gebruiken ons, vrijwilligers, zelfs om hun geweten te sussen. Illegalen in hoge nood die om wat materiële of financiële steun bij het OCMW aankloppen, worden naar de vrijwilligersorganisatie De Tinten verwezen, waardoor het geweten van de dienstdoende sociale assistenten wat gekalmeerd is.” Carla vindt dat de overheid moet durven nagaan waarom mensen zonder papieren naar hier komen, en wat daar aan gedaan kan worden. Tijdelijke opvang creëren voor mensen zonder papieren zou de stad de kans geven om een ernstige analyse te maken van de situatie van deze ‘voorbijgangers’. “Het is de plicht van politieke partijen om te luisteren naar die mensen en er een oplossing voor te proberen zoeken, en dat zowel op stedelijk, nationaal en internationaal niveau.”
Nieuw Europa
Carla betreurt ook de snelle uitbreiding van de Europese Unie met de Oost-Europese lidstaten. Aan Slowakije bijvoorbeeld zijn te weinig voorwaarden opgelegd over hun zigeunerbeleid. “Nu voert Slowakije zijn armoede gewoon uit, door het de zigeuners op zijn grondgebied onmogelijk te maken. Dat zorgt voor spanningen, omdat de armen afkomstig uit de nieuwe lidstaten in dezelfde buurten terechtkomen als onze armen en vragende partij zijn voor dezelfde precaire jobs (zoals krantjes bedelen en toiletten bewaken) en voor dezelfde steun. De mensen uit het nieuwe Europa hebben nu wel een visum, maar geen legale arbeidsmogelijkheden, waardoor ze op de illegale arbeidsmarkt terechtkomen. Daar komen ze samen met allerlei vluchtelingen en iedereen wordt onder dezelfde noemer van ‘illegalen’ geplaatst. Terwijl in feite vooral deze nieuwe Europeanen talrijk op de illegale arbeidsmarkt vertegenwoordigd zijn, op schandalige wijze worden uitgebuit en zo een echte bedreiging worden voor onze eigen arbeiders. België behandelt ze als tweederangs Europeanen. Maar we hebben die landen aanvaard, dus moeten we hun inwoners ook op de arbeidsmarkt toelaten en ze mee laten betalen voor sociale voorzieningen. Eigenlijk had Europa eerst sociaal verdiept moeten worden alvorens aan zijn uitbreiding te beginnen. Na de val van het IJzeren Gordijn is het allemaal veel te snel gegaan. Veel ambtenaren weten niet wat ze met die nieuwe Europeanen moeten doen, waaruit de regelgeving bestaat. En ook buiten Europa treft ons schuld, want was de situatie niet anders geweest als we niet jarenlang andere landen uitgebuit hadden?” Carla is desondanks geen voorstander van open grenzen, want “dat zou de samenleving hier kunnen destabiliseren en dan kan er helemaal geen herverdeling van de welvaart op wereldschaal meer plaatsgrijpen. Sociale rechtvaardigheid, wereldwijd, is volgens mij de belangrijkste peiler voor vrede. Want onrechtvaardig behandeld worden, dát is oorlog!”
MARLIES CASIER
Dewael versus de wet
> Is het strafbaar om mensen zonder papieren te helpen?
Volgens de wet is het strafbaar als je iemand die in (levens)gevaar verkeert niét helpt.
Artikel 418 en 422 bis van onze strafwet handelen over het zogenaamde ‘schuldig verzuim’.
Uit Art. 422: “(…) wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen.” Wie in de winter iemand buiten ziet slapen en geen enkele poging onderneemt om hulp te bieden, kan zich dus schuldig maken aan een misdrijf.
> Ben je verplicht om illegalen aan te geven?
Nee, ook hier gaat Dewael over de schreef. Meldingsplicht komt uit een heel andere context. Het is niet van toepassing voor het aanmelden van mensen zonder papieren.
> Hebben illegalen rechten?
Ja, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) heeft iedereen recht op gezondheidszorg, op onderwijs, op morele, fysieke en psychische integriteit, op een menswaardig bestaan (voeding, onderdak en bestaansmiddelen), op respect voor het gezinsleven en op sociale en juridische bijstand.
(MN, TL)
Meer info op www.medimmigrant.be/mm.doelgroep.basisrechten.nl.htm
