Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Dick van der Harst over zijn muziek: "Dit lijkt wel een politieke discussie!"

TT05_p26 Muziek Lod MichielHendryckx.jpg
(foto: Michiel Hendryckx)
Dick Van Der Harst

Met zijn lange grijze haardos en pretogen lijkt Dick van der Harst een beetje op een muzikale Einstein, en die vergelijking is zo gek nog niet als je zijn biografie bekijkt. Vooral bekend als componist bij het muziek Lod, blinkt van der Harst uit in veelzijdigheid. Door zijn inventieve vermenging van muzikale stijlen en tradities – van klassiek over flamenco tot Bretoense gezangen – creëert hij een alom geprezen soort ‘nieuwe wereldmuziek’. In 2001 kreeg hij naar aanleiding van Het Huis Der Verborgen Muziekjes de Louis Paul Boonprijs voor de maatschappelijke betrokkenheid van zijn oeuvre. Binnenkort trekt een nieuwe lading Verborgen Muziekjes door het land. Hoog tijd voor een gesprek.

 

> Onlangs hield auteur Erwin Mortier in De Standaard een pleidooi voor de ‘nutteloosheid’ van kunst. In diezelfde krant bekende ook Tom Naegels dat hij de vraag naar het engagement in zijn schrijverschap kotsbeu was. Ik durf het bijna niet meer te vragen, maar: hoe geëngageerd is jouw werk?

van der Harst: “In eerste instantie maak ik gewoon muziek, omdat ik het leuk vind en omdat ik het niet kan laten. Dat gaat heel natuurlijk, het heeft niet echt een doel. De volgende stap in het kunstenaarschap is als je stuk wordt uitgevoerd. Dan speel je het voor mensen. Niemand creëert iets zonder dat hij het wil opvoeren voor een publiek. Ik ben daar toch altijd mee bezig. En dan, onbewust, sijpelt een zeker engagement soms wel door, hoor je achteraf.”

 

> Ik heb wel twee mogelijke verklaringen voor het feit dat je zo op dat engagement wordt aangesproken: je tandemrol met theatermaker Eric De Volder, die maatschappelijke thema’s als de Dutroux-affaire (‘Diep in het bos’) of incest (‘Achter ’t eten’) bepaald niet schuwt, en in je andere composities de voorkeur om te werken met muzikanten en muzikale tradities uit heel verschillende culturen, zoals in Het Huis Der Verborgen Muziekjes en met Banda Azufaifo.

“Ja, maar dat gaat vanzelf, het is niet dat ik actief op zoek ga naar andere culturen. Weet je, tegenwoordig hebben we het grote geluk dat de culturen op ons afkomen. Je hoeft niet meer naar Turkije om een goeie Sasspeler aan het werk te zien.

In de jaren ’80 trok ik naar Spanje om de gitaristen daar bezig te zien. Hoe ze leven is immers de helft van hun muziekstijl. Als je echt klassieke muziek wil beleven, moet je een keer naar Wenen, dan snap je het beter: het gaat niet alleen om de muziek zelf, maar ook om de omgeving waarin muzikanten leven. Maar tegenwoordig, in Brussel of in Gent, zitten ook heel veel Spanjaarden, en ook goeie muzikanten. Ze leven hier net zoals in Spanje in gemeenschappen, met bodega’s, restaurants. Ik vind dat een grote verrijking.

Ik snap al die samenlevingsproblemen niet, het is gewoon een gift. Zonder vermenging is er geen cultuur.”

 

> Je leeft en werkt voor een groot deel in Gent. Op welke manier beïnvloedt de stad de muziek die je schrijft?

“Wel, als je in de Sleepstraat een Turkse pizza gaat eten bij Gülhan, je leert die kennen, je krijgt een bandje mee met muziek, je gaat samenspelen met muzikanten… dat beïnvloedt veel. En er is natuurlijk van alles te doen. In de Centrale kan je heel goeie niet-Belgische muziek horen. Er bestaat trouwens geen traditionele Belgische muziek. Dat is misschien ook een reden waarom men hier zo bang is van het vreemde: omdat er eigenlijk niets echt ‘eigens’ is dat ver teruggaat.”

 

> In sommige partijen zijn Vlaamse volksliederen toch nog steeds erg in zwang?

“Ach ja, maar dat is niet echt een levende cultuur meer. Folk is momenteel aan een enorme heropleving bezig, maar muzikanten moeten dat allemaal in boekjes gaan opzoeken van mensen die dat in 1800-en-zoveel eens hebben opgeschreven, dus dat is ook al niet echt een ‘traditie’. En de doedelzak van Breughel, uit het Pajottenland, evenmin. Nu spelen er weer veel mensen doedelzak, maar dat is ook geen doorlopende muzikale traditie, zoals je die bijvoorbeeld wel hebt in Galicië of Bretagne.”

 

> En de accordeonmuziek dan?

“Ja, maar de accordeontraditie die nu hier en daar nog leeft in cafés, die gaat ook maar terug tot de jaren twintig, dertig.”

 

> België bestaat ook nog maar sinds 1830, natuurlijk…

“Precies, en in Nederland is het net hetzelfde. Antwerpen, Amsterdam, dat zijn havensteden, die zijn ontstaan uit een mengelmoes. Contacten ontstonden in die tijd in het kader van zaken, handelaars moesten zich aanpassen om te overleven.”

 

> Begrijp je dan het nationalisme dat bij Spanjaarden leeft beter dan het nationalisme of flamingantisme dat in België leeft?

“Ja, want zowel muzikaal, cultureel als sociaal is de traditie daar veel langer ononderbroken gebleven. En dat merk je: kijk maar naar de Spanjaarden in Brussel. Die zijn Brussels, hé, de derde generatie, die spreken allemaal Frans of Vlaams, maar ze zijn wel nog veel meer ‘Spaans’ dan een Belgische gemeenschap in New York ‘Belgisch’ zou zijn.”

 

> We hebben een traditie om ons aan te passen en te assimileren?

“Ja, al leeft in België de zoektocht naar een eigen identiteit wel sterker dan bij volkeren met een stevige traditie op dat vlak. Die moeten zich die vraag niet eens stellen.”

 

> En dus kan één op vier Vlamingen blijkbaar maar niet wennen aan zijn allochtone buur. ‘Al wat geluid maakt, maakt muziek’, leerde ik ooit op school. Nochtans is het luide getoeter van wagens die bij feest in colonne door de straten rijden een vaak aangehaalde ergernis…

“Dat is gewoon kortzichtigheid. Als je zou meten welk geluid de gemiddelde Gentenaar systematisch produceert, zou je nog staan kijken. De mensen zien de eigen kant van de medaille gewoon niet. Hetzelfde met de hetze rond de publicatie van die Mohammed-cartoons: blijkbaar weigerden veel kranten ook spotprenten over Jezus. Het heeft dus niet noodzakelijk te maken met persvrijheid, er zijn gewoon bepaalde gevoeligheden in elke cultuur die automatisch omzeild worden, persvrijheid of democratie of niet. Als een andere cultuur daar dan een probleem mee heeft, en protesteert, komt dat toch niet uit de lucht gevallen? Er is ook veel dat wij niet in de krant zetten, omdat het onbewust óók heel gevoelig ligt. Als je die hele kwestie op zo’n manier bekijkt, sta je al een heel eind verder in de discussie. Je kan dan veel beter met die mensen praten dan als je het alleen maar over persvrijheid hebt. Daar gaat de discussie uiteindelijk niet over.”

 

> De discussie gaat ook over het gewelddadige protest dat volgde op de publicatie van de cartoons…

“Dat is iets anders. Ik ben gevoelsmatig tegen geweld, ook rationeel, maar dit geweld is een uiting van een onderdrukking die al heel lang aan de gang is. En dat is natuurlijk niet goed te keuren, elke agressie doet afbreuk aan het positieve, aan de hoop om overeen te komen, maar elke situatie heeft ook zijn oorzaken. Als je ziet hoe bijvoorbeeld de Palestijnen de laatste vijftig jaar hebben moeten leven … Het is een gegeven in de mensheid: als je je aan de top van de sociale piramide bevindt en je hebt genoeg te eten en te spenderen, dan kan je nadenken over het leven en keuzes maken, maar als je onderaan staat heb je helemaal geen keuze. Dan ontstaan agressie en hysterie veel makkelijker.”

 

> Het wordt ook als een mentale of psychologische agressie ervaren dat de Westerse cultuur zijn kennis tracht op te dringen aan de minder ontwikkelde landen…

“Het is helemaal niet erg om een voorbeeld aan te reiken, maar wij hebben wel nog steeds dat missionarisgevoel van iemand als Pesaro. Toen die in Amerika binnenviel, dacht hij ook dat hij goed deed: elke dode indiaan was een overwinning op de duivel! Wij denken nog steeds dat ons systeem het beste is, en eigenlijk zien we helemaal niet dat er in andere culturen andere relaties gelden: man-vrouwverhoudingen, wel of geen democratie… Wij kunnen daar echt niets over zeggen. Kijk naar alle problemen die wij hebben: dat betekent dat ons systeem ook niet zo goed werkt, toch? En bovendien hebben wij wel een jaar of vijfhonderd lang goed kunnen leven van die gebieden die we nu onderontwikkeld noemen, en hebben we die gebieden ontwricht!Al die stammenoorlogen in Afrika, die waren er vroeger ook wel, maar op een kleinere schaal. En dan komen wij eraan, delen het land anders in, en we gebruiken één groep om tegen een andere te vechten… Tja, dan ontwricht je een systeem dat langzaam ontwikkelt, en dan komt het misschien wel nooit meer goed. En dan zeggen we: kom, we gaan helpen, we sturen een leger om de orde te houden. (Stilte) Goh, dit lijkt wel een politieke discussie!”

 

> Snel iets anders, dan, voor we nog over de rol van het koningshuis beginnen ook! Je was vroeger arrangeur voor oppercrooner Guido Belcanto, je maakt muziek voor theater, je trekt de baan op met een atypische fanfare… Is er iets wat je het liefst doet, of heb je net die verscheidenheid nodig om je helemaal te kunnen uitdrukken als muzikant?

Het is moeilijk. Dat gaat in fases. Dat is eigenlijk een beetje mijn probleem, dat ik al die dingen graag doe. Daardoor moet ik soms knopen doorhakken: nu doe ik alleen maar drie maanden dit, en dan blijft iets anders liggen.”

 

> Het is anders wel een goeie strategie om een groot en heel divers publiek te bereiken…

“Maar dat is ook niet zo bewust, hoor. Nu ben ik bijvoorbeeld weer hard aan het schrijven, maar als ik dan weer even ga spelen, doet dat heel erg deugd. Nu zit ik gewoon even thuis, maar ik heb het contrast met dat kluizenaarschap echt nodig.”

 

> Moet ik je even uit je kot lokken? Jij kreeg de Louis Paul Boonprijs, je collega-componist bij het muziek Lod, Kris Defoort, won de Vlaamse Cultuurprijs. Als je mocht kiezen: jouw prijs of de zijne?

“Dat weet ik echt niet. Het is nooit mijn expliciete bedoeling om iets maatschappelijk geëngageerds te doen met mijn muziek, maar als je dan die prijs krijgt is dat wel een leuke erkenning. Je vangt eigenlijk twee vliegen in één klap, terwijl de Vlaamse Cultuurprijs eerder een louter artistieke erkenning geeft. Al krijg je bij de Cultuurprijs wel een cheque, geloof ik, en bij de Louis Paul Boonprijs kreeg ik een ham. En ik eet geen vlees (lacht)!”

 

> Stel dat je van de stad Gent de opdracht zou krijgen om een stadssymfonie te schrijven, hoe zou die dan klinken?

“Dat weet ik nog niet. De teneur zou alleszins vrolijk zijn, maar wel met momenten van reflectie, over de geschiedenis en de hedendaagse problemen.”

 

> Ik wilde eigenlijk vragen: op welke manier zou de stad moeten veranderen om die symfonie mooier te laten klinken?

“Volgens mij moeten de mensen die ontevreden zijn iets meer geduld proberen opbrengen, en zien dat het uiteindelijk allemaal wel goed loopt. Als je even praat met de mensen die hier komen wonen zijn, merk je dat het eigenlijk net dezelfde mensen zijn als wij allemaal, met de gewone huiselijkheid. Als je dat beseft, is er toch niets aan de hand? Kom je bij Turkse mensen thuis, dan moet je je schoenen uitdoen. Er zijn heel veel Vlaamse huizen waar je ook niet met je schoenen binnen mag, waar een rij pantoffels in de gang staat. Dat zijn oude gewoontes die heel normaal zijn, als je in een klein huisje woont dat een beetje proper moet blijven… Een boer loopt ook niet met zijn klompen in huis, die laat ze ook buiten staan.”

 

> Zullen we afsluiten met een positieve noot? Wat vind je zelf het mooiste geluid als je door de stad wandelt?

“Het meest fascinerende geluid vind ik het schoolplein, als de kindjes spelen. Zeker in de stad, met al die muren, heeft dat iets ongelofelijks, iets niet te definiëren.

Ik was laatst bij iemand op bezoek en ik vroeg: “Wat is dat geluid toch?”, want dat kwam via een binnengang de trappen op naar boven, ik kon gewoon niet raden wat het was. Het waren spelende kindjes. (Stilte) Het is bijna een soort samenzang, hé. Het is de toekomst.”

 

SARAH KEYMEULEN

 

Meer info & speeldata op www.hetmuzieklod.be