Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De wereld op visite bij Verapa

TT05_p32 Katie Van Cauwenberge freddy Willems.JPG
(foto: Freddy Willems)
Katie Van Cauwenberge: “Over het algemeen is er een warm contact tussen de medewerkers en de bewoners en tussen de bewoners onderling. Af en toe is er wel eens een conflict, dat is onvermijdelijk. Ook onder vluchtelingen bestaat er jammer genoeg racisme.”

Jaarlijks stranden in België duizenden gelukzoekers op zoek naar een beter bestaan of op de vlucht voor politieke vervolging. Een deel daarvan komt naar Gent (momenteel ongeveer 3000). De opvang van zo’n grote stroom vluchtelingen heeft heel wat voeten in de aarde. Om aan dit probleem tegemoet te komen opende het stedelijk opvanginitiatief (SOI) Verapa eind 2004 haar deuren voor vluchtelingen. Sinds de volledige renovatie van het gebouw in november 2005 draait het op volle toeren. Het geschikte moment voor een stand van zaken dus.

 

Katie Van Cauwenberge, verantwoordelijke van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid, verwelkomt mij op haar bureau in de Doornzelestraat, waar het SOI gevestigd is. “Verapa is geen gewoon asielcentrum”, begint ze. “Naast de tien plaatsen die hier beschikbaar zijn voor nieuwe asielzoekers, houden we ons voornamelijk bezig met de tijdelijke opvang van dakloze vluchtelingen, waarvoor we de overige veertig plaatsen reserveren. Hun statuut doet er niet toe, alleen uitgeprocedeerden kunnen we niet opvangen. Veel van onze bewoners zijn het slachtoffer geworden van huisjesmelkerij. Wegens de slechte woonomstandigheden waarin die mensen vaak verkeren is een dienst als de onze zeker geen overbodige luxe.”

 

Leefbare buurten

De Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid van de stad Gent heeft een drieledige functie. Naast de coördinatie van het SOI doet ze ook veldwerk in een viertal wijken waar veel vluchtelingen wonen en zet ze de grote lijnen uit van het opvangbeleid in Gent. “Onze dienst is opgericht in 1999 toen er een grote instroom van asielzoekers was. Plots kwamen er enkele duizenden asielzoekers Gent binnen en de bestaande opvangplaatsen bleken al snel verzadigd. Dit had als gevolg dat alle vluchtelingen samenhokten in bepaalde buurten. Heel wat klachten bereikten toen de beleidsverantwoordelijken van de stad met de boodschap: ‘het kan zo niet verder’. Buurtbewoners klaagden over sluikstorten, lawaaihinder en andere vormen van overlast. Wij moesten daar oplossingen voor verzinnen, informatie verschaffen en sensibiliseren. Het veldwerk en het SOI zijn daar twee concrete gevolgen van”, vertelt Katie Van Cauwenberge. “Om de buurten opnieuw leefbaarder te maken hebben we vier veldwerkers ingeschakeld die elk een gebied voor hun rekening nemen. Aangezien de vluchtelingen geen stem hadden, hebben wij die taak op ons genomen. Maar zowel autochtonen als vluchtelingen kunnen bij ons terecht met vragen en klachten. Die bespreken we dan met de betrokkenen. We proberen de vluchtelingen ook wegwijs te maken in onze samenleving”, gaat ze verder. “Daardoor werden we vaak geconfronteerd met lamlendige toestanden op het gebied van huisvesting. Als een woning onbewoonbaar verklaard werd of gesloten na een actie tegen huisjesmelkerij hebben wij de taak de slachtoffers te begeleiden in de zoektocht naar een nieuw onderdak. Het bleek echter erg moeilijk om binnen een redelijke termijn van één à twee maanden iets nieuws te vinden. Vandaar dat we met het idee voor een SOI zijn gekomen. Als je ziet dat er in die huizen een grote kans is op CO-intoxicatie, elektrocutie, brand en zelfs ontploffingsgevaar bestaat, is het onverantwoord om vluchtelingen daar nog langer te huisvesten.”

 

De weg naar Gent


Een vluchteling die na een lange tocht aankomt in Gent en denkt hier het paradijs te hebben gevonden, moet zijn geduld nog even op de proef stellen. Hij moet namelijk eerst naar Brussel om een asielaanvraag in te dienen bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Dan wordt hij toegewezen aan een open opvangcentrum of aan een lokaal opvanginitiatief (LOI) waar hij materiële hulp krijgt, de zogenaamde ‘bed-bad-broodfunctie’.

De kans dat hij daarbij in Gent terechtkomt is niet groot, want in Gent zelf zijn er maar tien opvangplaatsen voorbehouden voor nieuwe vluchtelingen in het stedelijk opvanginitiatief Verapa.

Indien hij ooit in de tweede fase van de asielprocedure geraakt, kan hij rekenen op een levensminimum, hem aangeboden door het OCMW dat hem wordt toegewezen. De kans dat hij ditmaal aan Gent wordt toegewezen is nog kleiner dan de vorige keer, want Gent is een ‘zwarte gemeente’. Dat wil zeggen dat Gent geen extra asielzoekers hoeft op te vangen omdat er al voldoende vreemdelingen op Gents grondgebied verblijven. Dit verhindert hem echter niet om alsnog op eigen houtje naar Gent te trekken om er onderdak te zoeken. Het OCMW dat hem werd toegewezen blijft ondertussen zijn levensminimum betalen.

 

Huisjesmelkers en grootsteden

Een mens vraagt zich af waarom ze in de eerste plaats niet beter begeleid worden bij het zoeken naar een woning. Voorkomen is immers beter dan genezen. Volgens Katie Van Cauwenberge is dat de verantwoordelijkheid van het OCMW waaraan de asielzoekers worden toegewezen eens ze in de ‘gegrondheidsfase’ (de tweede fase van de asielprocedure) zijn beland. “Aangezien Gent een zwarte gemeente is, krijgt ze geen nieuwe asielzoekers toegewezen. Asielzoekers die aan andere gemeenten zijn toegewezen komen echter vaak in Gent terecht. De OCMW’s van bepaalde gemeenten trekken zich het lot van hun asielzoeker niet altijd aan. Ze maken er zich vanaf door het verplichte leefloon uit te keren en ze dan wandelen te sturen. Veel asielzoekers trekken dan naar de stad, waar het probleem zich concentreert. Op de huisvestingsmarkt zijn ze geen graag geziene gasten, waardoor ze zich vaak met het eerste het beste moeten tevreden stellen, vaak met de gekende schrijnende gevolgen.”

Steden lijken inderdaad als een magneet op asielzoekers te werken. Doorheen de geschiedenis zien we dat allerhande gelukzoekers steeds naar de stad trekken om een nieuw leven te beginnen. Straalt een stad dan hoop uit voor die mensen? Katie Van Cauwenberge ziet verschillende redenen voor de aantrekkingskracht van de stad. “Ten eerste treft men er land- en lotgenoten aan op wiens steun men kan rekenen. Om de verveling tegen te gaan spelen de vele sociale en culturele voorzieningen in de stad een belangrijke rol. Dan is er nog de anonimiteit waarin vluchtelingen zich graag terugtrekken en die in een dorp vaak ver te zoeken is. Toch worden asielzoekers meestal beter opgevangen in een dorp. Omdat ze er minder talrijk zijn, is er vaak een groep bewoners die zich over het lot van deze nieuwkomers ontfermt.”

 

Hotel Verapa

Het gebouw dat Verapa betrekt, deed voordien dienst als abdij en school. De vier muren geven uit op een binnenplaats waar ook de kantoren van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid gevestigd zijn. “Ik vind het een mooi gebouw en als het mooi weer is komt de binnenplaats helemaal tot leven”, zegt Katie Van Cauwenberge enthousiast terwijl ze me in het gebouw rondleidt. Ze toont me de kamers, het sanitair en de wasruimte die op elk verdiep aanwezig zijn. Even later zijn de keuken, de eetplaats en de speelkamer aan de beurt. Meteen valt op dat het gebouw nog maar net is opgeknapt want alles ziet er nog piekfijn uit. Voor Katie Van Cauwenberge, die al sinds de jaren tachtig met vluchtelingen werkt, is de realisatie van het SOI de kers op de taart. “Ik ben bijzonder tevreden en fier over wat we hier op poten hebben gezet. Het SOI is het enige in zijn soort, we konden dus niet zomaar bij de bevoegde instantie gaan aankloppen om de nodige financiële steun te krijgen. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost om de nodige subsidies bij elkaar te krijgen, maar na herhaaldelijk aandringen bij de stad Gent en bij Fedasil is het ons toch gelukt.”

Dakloze vluchtelingen worden hier gedurende maximum zes maanden opgevangen terwijl intensief naar een nieuw onderkomen gezocht wordt in menswaardige omstandigheden. “We bemiddelen met de eigenaars en vragen het OCMW bijvoorbeeld de huur rechtstreeks te storten. Via onze tussenkomst krijgen de asielzoekers dus gemakkelijker toegang tot de huisvestingsmarkt. De termijn van zes maanden is tot nu toe steeds voldoende gebleken.”

Daardoor is er hier wel een snelle rotatie van bewoners. Toch zorgen de voortdurend wisselende gezichten niet voor problemen. “Over het algemeen is er een warm contact tussen de medewerkers en de bewoners en tussen de bewoners onderling. Af en toe is er wel eens een conflict, dat is onvermijdelijk. Ook onder vluchtelingen bestaat er jammer genoeg racisme.” Om wat afwisseling te brengen in het leven van een asielzoeker - dat vooral bestaat uit administratieve verplichtingen afgewisseld met lange wachttijden - worden hier tal van activiteiten georganiseerd. “We plannen allerlei sportieve en culturele activiteiten, eigenlijk teveel om op te noemen. We bieden hun ook de mogelijkheid om cursussen te volgen, bijvoorbeeld Nederlands of technische cursussen zoals informatica waar ze ook nog iets mee kunnen doen als ze terug naar hun land van herkomst moeten. Ik vind het erg belangrijk dat die mensen tijdens het wachten toch op een zinvolle manier kunnen bezig zijn. Ze zijn uiteraard vrij om te kiezen of ze deelnemen aan deze activiteiten. Sommigen worden liever met rust gelaten omdat ze nog heel wat nare ervaringen te verwerken hebben, dat respecteren we dan ook”, legt Katie Van Cauwenberge uit.

Tot slot nog dit: klinkt de naam Verapa u misschien wat vreemd in de oren? Het is nochtans een goedgekozen naam met een hoge symboolwaarde. Verapa, een vergentsing van Verapaz, verwijst naar de plaats in Guatemala waar tijdens de negentiende eeuw heel wat Belgen heen trokken op zoek naar een betere toekomst. Onder hen ook heel wat Gentenaars die vanaf de Muide de boot namen naar betere oorden…

 

BERBER