



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Roma eeuwig illegaal
Het verhaal van Belgische en Roemeense Roma loopt maar al te vaak gelijk: discriminatie en racisme, uitbuiting en huisvesting in mensonterende omstandigheden. Sinds augustus 2004 verlenen zo’n vijftig Vlaamse vrijwilligers ‘hulp’ aan een dertigtal Romagezinnen in het Roemeense dorp Vlădeni. Eli Vandecasteele - een van de initiatiefnemers van de feitelijke vereniging VLADROM - brengt het relaas van de vicieuze cirkel van armoede en uitsluiting in Vlădeni en houdt een pleidooi voor menselijkheid in de hulpverlening.
Bedreigend of bedreigd?
Roemenië, een smeltkroes van biotopen en culturen, werd ten tijde van Ceauçescu het gastland van vele Roma. Miljoenen nomaden schikten zich naar de eis van de dictator: sedentair worden om mee te kunnen genieten van het Roemeense burgerschap. Het resultaat van die inburgeringspraktijk laat zich vandaag voelen in de Roemeense banlieues. Een schat aan traditie werd vervangen door diepe marginaliteit. Zo ook in Vlădeni, een typisch Roemeens dorp van middenstanders. Een honderdtal Rudari - een Romagroep van houtbewerkers - woont er in lemen hutten bij de vuilnisbelt, gelegen in natuurlijk overstromingsgebied. Na de val van het communisme werd hen de slechtste grond toegekend. Ook vóór de dictatuur van Ceauçescu waren zij ‘immers’ geen landeigenaars geweest, zo luidde de redenering. De ondergrond is er niet geschikt voor groenteteelt en de bewoners drinken vervuild grondwater. Jaarlijks worden in Vlădeni de hutten en inboedel van de Rudari overspoeld. Hun traditionele kostwinning verdween definitief bij gebrek aan een afzetmarkt, toen ze het rondtrekken waren verleerd.
De biografie en complexe problematiek van deze Romagroep vormen een verhaal dat op één jaar tijd een vijftigtal Vlamingen op de been bracht. Op dringend verzoek van een Roemeense vrijwilliger brachten vier Vlamingen in augustus 2004 een verkennend bezoek aan de Rudari van Vlădeni. Het eerste contact met de burgemeester, de dokter en de inwoners van Vlădeni leverde informatie en beeldmateriaal op. Daarmee wordt sindsdien gezocht naar hulp en raad bij het voorzien in de basisbehoeften van deze dertig Roemeense Romagezinnen.
Begin 2005 vond een vergadering plaats in het gemeentehuis van Vlădeni ter voorbereiding van het eerste bouwkamp in samenwerking met Bouworde vzw. Ieder Rudari-gezin was er vertegenwoordigd en er werd besloten de wens van de Rudari uit te voeren: oplapwerk aan de daken en muren van iedere woning, in plaats van enkel de meest hulpbehoevenden ‘goed’ te helpen en hiermee spanningen te creëren onder de gezinnen. In de daaropvolgende zomer werden vijftien Vlamingen op bouwkamp in Vlădeni getuige van een humanitaire ramp. Wat gisteren nog een stroompje was van tien centimer diep, werd toen een razende, kolkende watermassa. Geen enkele hut bleef gespaard: een kniehoge modderbrij doorweekte provisiekasten, tapijten en matrassen.
De Vlaamse vrijwilligers hielpen bij het ruimen van de modder, muren werden gedicht en daken bedekt met golfplaten. De sfeer was vriendschappelijk, de medewerking van de Rudari was groot. Hun bescheiden deskundigheid en intense dankbaarheid brachten de ‘hulpverleners’ in verlegenheid.
‘Hulpeloos’ - Roma als slachtoffer
Marius Tacă (41) en zoon Costel (25) verrichten laag betaalde loonarbeid bij Roemeense landbouwers, houthakkers of marktkramers uit de omgeving. Costel, kostwinner voor zijn vrouw Camelia (22) en vier kinderen, is vaak ‘technisch’ werkloos. Regelmatige hongersnood dwong de ouders hun jongste kinderen twee jaar te plaatsen in een weeshuis. Nicoletta (22), zus van Costel, werd blind geboren. Polio verlamde later haar handen en voeten. “Dankzij de handicap van Nicoletta genieten wij een vaste uitkering van €25 per maand,” vertelt vader Marius. “De verzorging van haar zussen valt ons zwaarder.” Florica (17) lijdt al meerdere jaren aan TBC, net als vele andere Rudari. Maria (16) werd als kind verkracht en met een mes verwond aan hoofd en borst. De dader was niet in staat om schadevergoeding te betalen. Maria lijdt sindsdien aan hepatitis B en is psychisch getraumatiseerd. Geen van Marius’ kinderen of kleinkinderen maakte de lagere school af. “Geen geld,” aldus de Rudari.
Voor de familie Tibori is het schoolgaan van de kinderen prioritair. Vladimir (37) en Gieta (33) staan in voor de toekomst van vijf kinderen. Twee baby’s stierven kort na de geboorte, oorzaak onbekend. Nadat haar moeder ten tijde van Ceauçescu overleed na een illegale abortus, verbleef Gieta acht jaar in een weeshuis. Haar vooruitzicht: terugkeren naar Vlădeni. Ze bouwde er een hut van takken en leem met kleurrijke, raamloze muren. “De winter is hard,” zegt ze, “tot –25°C, zes maanden lang. En dan zijn er nog de ratten en slangen, het binnenregenen,…”. Om niet te sterven van honger of kou waagt Vladimir het geregeld hout en maïs te stelen, hoewel Roma én Roemenen hiervoor vaak meerdere jaren gevangen worden gezet. “Dat is prioriteiten stellen: niets stelen is niets overhouden voor nieuwe kleren, een stuk zeep of een boekentas.”
Een werkloosheidsuitkering vereist in Roemenië vijf tot negen dagen gemeenschapsdienst per maand. Wegens het illegaal aftappen van elektriciteit krijgen de Rudari slechts het halve uitkeringsbedrag (€15). Politie en burgemeester noemen dit een gedoogbeleid. Vele Roma - vaak onbeschermde, ongeletterde (zwart)werkers - ondertekenen voor akkoord. De cirkel sluit zich. Armoede, ziekte en werkloosheid bestendigen elkaar.Vele Roma zijn niet in staat een uitweg te vinden. Hulporganisaties zoeken steun bij de autoriteiten, op hun beurt ‘afhankelijk van Europese fondsen’. Roemenië komt sinds 1994 niet meer in aanmerking voor Europese humanitaire hulp.
(On)macht van de autoriteiten - Roma als ‘uitschot’
“Helaas komt het alternatieve terrein voor de Rudari door een wetswijziging niet meer in aanmerking voor gemeentelijke aankoop,” zegt de burgemeester van Vlădeni. “En voor de verharding van de aardewegel ontbreekt het geld.” Deze wegel naar de Roma-nederzetting wordt ook door de sneeuwruimers overgeslaan. Dat de Rudari dagelijks tot hun knieën door het slijk ploeteren en dat de burgemeester vijf procent van zijn dorpsbewoners geen degelijk woonterrein biedt, brengt hem echter niet in verlegenheid. Trots vertelt hij over de nieuwe weg tussen het naburige dorp en zijn privé-grindfabriek. “Zo vlot het vrachtverkeer en ontplooit het dorp zich op economisch vlak.”
“Ze hebben niet de juiste mentaliteit”, aldus de schooldirectrice. “Onderwijs is gratis én men heeft recht op kinderbijslag als de kinderen schoolgaan.”
Het halen van de hiertoe vereiste stempels - in de stad - is voor velen echter een te grote financiële drempel. Bij een dokters- of ziekenhuisbezoek worden ze uitgescholden, soms geweigerd. “Ze slaan de hulp van maatschappelijk werkers in de wind en weigeren zelfs medicatie tegen TBC omdat ze de alcohol ervoor moeten laten,” beweert de dokter van Vlădeni. Dokter en burgemeester zien hun standpunt bevestigd: met dit soort mensen valt niet te praten. “Ze leveren geen inspanningen om de situatie te verbeteren, hun motivatie om de geboden kansen te grijpen is te klein.” Met dergelijke dooddoeners worden de Rudari definitief ten dode opgeschreven. “Ten tijde van Ceauçescu hadden we het hoe dan ook beter”, beweren de Roma. “We werden tenminste net zo behandeld als alle andere Roemenen.”
Menselijkheid als professionele troef
Er wordt veel heil verwacht van de toetreding van Roemenië tot de EU in 2007. Modernisering zou stagnatie en aftakeling moeten vervangen. Het is maar de vraag of de Roma er beter van zullen worden. Geen van hen is in staat om te snoepen van de welvaartsmaatschappij. Ze mislopen met hun eerder anarchistische gedachtegoed elke deelname aan de dominante democratie, een gezagsstructuur die nooit de belangen van deze kleurrijke, eigenzinnige bevolkingsgroep behartigde.
In een maatschappij die drijft op materialisme, status en winstbejag is het voor de gemarginaliseerde laag van de bevolking misschien wel noodzakelijk om heil te zoeken in de roes en in ander kwaad dat ‘criminaliteit’ wordt genoemd. Biedt het Europese gelijke kansenbeleid een doeltreffend antwoord? Het recht op een sociale woning of een uitkering moet nog steeds aantoonbaar bewezen worden. Wie daar niet in slaagt, krijgt hoogstens budgetbegeleiding en kleding van Spullenhulp. “Het uniform van de kansarmen,” noemt een ervaringsdeskundige het. “Is het vreemd dat ook wij streven naar de statussymbolen van onze medemens, en dat wij hiervoor desnoods ons eigen graf delven?”
De ‘hulpbehoevende’ is immers onderworpen aan de goedbedoelde duurzaamheid van de hulpverlening en aan de verwachtingen van de ‘hulpverlener’. Menselijke steun waarin iedereen creatief zijn gang kan gaan, behoort niet tot het professionele kader. Ook in de hulpverlening is men erop uit te scoren, ook hier overheerst een drang naar productiviteit.
Van mens tot mens geven wat gevraagd wordt, is nochtans van enorm belang. Dit is wat de Rudari ons hebben geleerd. De gemeenschappelijke machteloosheid en wanhoop hebben een basis van respect en gelijkwaardigheid gecreëerd. Afgelopen zomer werd heel wat hoop gezaaid tussen de grenzen van de zo beperkte, tastbare materiële hulp. Hoop die gevoed moet blijven. De nood aan duurzame hulp die meegroeit met de noden en mogelijkheden van de Roma blijft bestaan.
ELI VANDECASTEELE
Rekeningnummer: 001 - 4455677 – 58
