



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Gastvrijheid
Een lang woord, eigenlijk twee aan elkaar tegengestelde woorden. Het eerste blijft op zichzelf staand dezelfde betekenis behouden, maar het tweede, vrijheid, ik weet het niet hoor … je geeft een gast geen vrijheid. Je ontvangt hem of haar en naar omstandigheden, in jouw volle vrijheid of als een soort verplichting, met de glimlach of een lang gezicht. In mijn opvoeding leerde ik zeker niet gastvrij te zijn. Vader was joviaal, aan hem lag het zeker niet, maar moeder moest met de inhoud van de geldbeugel toekomen. Gastvrij zijn kan nu wel met een kopje thee of koffie met een koekje, maar in haar opvoeding leerde ze: eten, dat doe je thuis. Mijn ouders waren Nederlanders en dat verklaart veel. Volgens de Belgen gierig, maar zij noemen zich zuinig. Vader fricandeerde al van jongsaf in België en de mentaliteit beviel hem hier reuze, zodat hij zich hier na zijn huwelijk vestigde. Wij, hun vier kinderen, werden hier in Gent geboren en voelden ons mossel noch vis. Thuis Nederlanders maar op school tussen de Belgen waren wij ‘de kaaskoppen’. Erg gastvrij kon je dat ook niet noemen. Na de oorlog vestigden we ons buiten Gent en toen drie schoolvriendinnen me onverwachts kwamen opzoeken, met het mooie weer was dat best fijn, hing er aan moeders gezicht een verre van gastvrije donderwolk. Er kwam later dan ook geen herhaling. In onze vrijersperiode ging het wat beter. De eerste keer dat mijn vriendje binnenkwam was op moeders verjaardag: ik was 16 jaar, hij 18, en mijn oudere zus met haar vriend waren er ook. Mijn vriend echter was reuze zenuwachtig en hield maar niet op met tateren, wat dan wel een spanning teweegbracht bij ons allemaal. Mijn moeder had van mijn zus een klein maar leuk en handig theezeefje gekregen. Het hing boven een 1 cm diep potje en als je de thee erdoor goot draaide je het potje weg, de bladeren werden in het zeefje opgevangen, je draaide het potje er weer onder en de druppels kwamen daarin terecht. Om mijn vriends onstuitbare woordenschat te onderbreken wou ze hem dat laten zien en zei: “Kijk, heb je mijn zemelaartje al gezien?” Bij deze verspreking schoot iedereen in een spanningbrekende lach maar mijn vriend kreeg er wel een rode kop van. Hij begreep gelukkig wel de situatie en kon er dan later ook om lachen. Ik kan je zo nog wel een paar histories vertellen maar vrees dat ons dat te ver gaat brengen en eindig dus maar met het typisch in Nederland gebruikte da-aa-ag!!!
CORRIE

