



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Er was eens
Er was eens
maar toen niet meer.
Vandaar dat alles
opnieuw begon.
Vanaf nul.
NUL
Eerst was alles zwart
en zwart was alles.
Zwart vond dat best leuk
zoveel ruimte
voor zichzelf.
ZWART
Toen kwam wit.
Zwart was niet tegen
maar ook niet voor.
Het was gewoon anders
en dat was dat.
WIT
Toen kwamen olifanten
en nijlpaarden.
Olifanten op het zwart
nijlpaarden op het wit.
‘Raar’ zei zwart tegen wit.
‘Ja’ zei wit tegen zwart.
RAAR
De olifanten trouwden
met de nijlpaarden
en kregen kleine
Nijlipanten en Oflipaardjes.
‘Schattig’ zei wit tegen zwart.
‘Hmm’ zei zwart,
vooral tegen zichzelf.
HMM
Toen kwamen de giraffen.
Wit vond het geweldig,
zwart vond het maar niets.
Met hun lange nekken.
En ze waren geel!
GEEL
’s Nachts droomde zwart
van geel, hoewel hij dat
’s morgens niet meer wist.
Eén ding wist hij nog wel:
er is iets mis met geel.
MIS
Hij sprak met wit
maar die vond van niet.
Hij sprak met de olifanten
en nijlpaarden, en met
Nijlipanten en Oflipaardjes.
Die wisten het niet zeker.
ZEKER
Niemand was zeker,
maar het was niet hetzelfde.
Er was iets veranderd.
Niemand wist wat.
Misschien lag het toch
aan de giraffen.
TOCH
De giraffen voelden
dat er iets mis was
en verzetten zich.
Tegen niets in het bijzonder
en tegen alles.
Maar niet in het bijzonder.
ALLES
Niemand vertrouwde elkaar nog.
De olifanten niet en de nijlpaarden niet.
De nijlipanten niet en ook de Oflipaardjes niet.
Alleen wit zei dat het zo niet kon
maar niemand luisterde naar wit.
Wit vonden ze nogal vreemd.
NIEMAND
Toen stak iemand
een vuur aan een lont.
Wie weet niemand
want daarna was er niets meer.
Niemand wist nog iets.
Alles was weg.
WEG
Er was eens
maar toen niet meer.
Vandaar dat alles
opnieuw begon.
Vanaf nul.

