Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Column

Sauna Strop: meer dan alleen zweten

TT19p 8 sauna strop
(foto: Nathalie Decoene )

Stad Gent heeft zijn eigen badhuis voorwaar! Al wie zijn luie namiddagen slijt in veel te dure sauna’s, schommelend tussen New Age zengedoe en Enya-begeleide softerotiek, is nog niet langs het Strop geweest. Toegegeven, het zal een schok zijn. Het bijgebouw van het zwembad staat er al sinds 1971 en werd enkel eens vernieuwd in 1993. Hoewel dat nà de val van de Muur is, krijg je hier een idee van hoe het eraan toe gaat in de publieke baden van een voormalig Oostblokland. Welcome to Gentovia.

Onvoltooid verleden stad

Monumenten bekijken is als wandelen door een stad waar je ooit een tijd hebt gewoond. De nostalgie ligt altijd op de loer. Voor je het weet, loop je rond in het decor van je herinnering. Je tast alles nauwkeurig met de ogen af en wil weten in hoeverre je herinneringen fysiek zijn weggesleten. In mijn Antwerpse stamkroeg heeft nu iemand anders mijn plaats ingenomen. Ik loop er langs en kijk terug naar een ander leven. Het is nu ‘herinnering’ geworden: ik maak er niet meer actief deel van uit. Dus kijk ik maar naar de gebouwen en de mensen die er als mieren tussen krioelen. Ik fiets er niet meer doorheen, ik stap. Dat doe ik niet meer linea recta maar in trage bogen. Opeens raak ik verveeld door het decor en voel me er lichtjes verloren. Tot mijn opluchting zie ik dan een bekend gezicht. Op een bankje zit nog steeds dezelfde zwerver met zijn plastic tassen. Een ontbrekende schakel tussen mijn herinnering en nu. Jaren geleden zat hij hier ook al voor zich uit te staren: een monument.

Monumenten

Monumenten bekijken is als wandelen door een stad waar je ooit een tijd hebt gewoond. De nostalgie ligt altijd op de loer. Voor je het weet, loop je rond in het decor van je herinnering. Je tast alles nauwkeurig met de ogen af en wil weten in hoeverre je herinneringen fysiek zijn weggesleten.

Ruby, ruby, ruby

Ruby
(foto: freddy Willems)

Ruby is niet meer onder ons. Het was in april vorig jaar dat Ruby uit het raam van haar groezelige flatje in de grauwe Twin Towers aan de rand van het Rabot is gesprongen.

Mijn eerste krot

p13_mijn eerste krot
(foto: freddy Willems)

Als er één domein is waarop ik mezelf als ervaringsdeskundige durf te etaleren, dan is het beslist het bewonen van panden in dubieuze staat. Zijn eerste krot, dat vergeet een mens nooit. Het was in mijn studententijd diep in de vorige eeuw, ik betrok een kelderkamertje in de Jozef Plateaustraat.

Column: De Tegel

Het eerste wat hij altijd naar buiten steekt is zijn hoofd. Met de rest van zijn lijf nog achter de voordeur scant hij onze buurt af. Het is niet de kust die veilig moet zijn, maar het trottoir voor zijn eigen huis.

Meer dan een kinderwagen met moederlijke duwer of een gekostumeerde werkmens met fles wijn onder de arm passeert er meestal niet. Maar hij is een voorzichtig man. Altijd op zijn hoede voor een puber die de snelheid van zijn bromfiets op het voetpad wil uittesten. Of een hondenuitlater die de controle over de leiband dreigt te verliezen.

 

p 30_de tegel
(foto: freddy Willems)

 

Ode aan de stedenbouwers

p 11_TT13_stedenbouw
(foto: freddy Willems)

Bouwvakkers. Mannen die met hun handen steden bouwen, die neerkijken op zij die dat met lijnen op papier proberen te doen en lachen met degenen die denken dat ze het met letters kunnen. Mannen van mortel en steen die de hele straat inpalmen met hun stopkreten, hun werfradio en hun slecht geparkeerde vrachtwagens. Ze noemen je “manneke” of “schoon madammeke”. Dokwerkers zitten in hun haven, metaalarbeiders verlaten hun bedrijven alleen om te staken en truckers blijven ten allen tijde in hun truck. Bouwvakkers doorwoelen de stad, ze fluiten naar onze vrouwen en wijzen belerend naar hun polshorloge wanneer je pas om negen uur met je aktetas het huis verlaat. Zij hebben al twee brooddozen leeggegeten op dat uur. Hoog op hun stelling informeren ze lacherig hoe het met het vrouwtje gaat en of ze nu geen kou heeft, alleen in bed? Je kan niet anders dan ze negeren, naar de grond kijken en wegfietsen. Ze lachen met je tas en gniffelen omdat je fietst. Het is geleden van op de speelplaats dat iemand je met dit stekende gevoel opzadelde. ’s Middags in de werfkeet gaan blote vrouwen van papier van hand tot hand en ze vragen aan de “kleine”, want er is altijd een kleine bij, of hij dat al eens in zijn handen heeft gehad, zo een boezem? Het joch kijkt verlegen in zijn brooddoos. “Kijk nu toch eens hier kleine, ze zijn verdorie bijna groter dan uw hoofd. Jongen toch, mocht je daar met je neus tussen geraken je zou versmachten.” Ze lachen zo hard dat ze er van beginnen te vloeken. Godverdomme toch. Geen tien seconden later is het stil en staren ze voor zich uit. Minuten lang, geen mens die weet wat op hun schouders weegt maar het is iets triestig en het weegt als beton. Dan is de pauze voorbij en zuchtend staan ze recht om er terug aan te beginnen. De slijpschijven jagen het stof tot in hun ondergoed en als de zon niet genadeloos brandt, regent het en verdragen ze gebukt dat ze langzaam nat gepist worden vanuit de hemel. Want het is een klotejob, altijd buiten, en het enige wat de baas goed kan is commanderen en rondrijden in zijn auto. Ze mikken hun venijnige slijm, die mix van stof en regen en nicotine, op het trottoir. Ze gorgelen lang en rochelen luid. Ze halen het van zo diep op dat het zorgen zouden kunnen zijn die recht uit hun hart komen. In aloude werkmanstraditie worden de fluimen hooghartig vermorzeld door een met stalen zolen gepantserde voet. Brandende sigaretten worden zo genadeloos niet gedoofd.

De vuile broek van Gent

p 23_TT13_vuile broek
(foto: freddy Willems)

Het gebeurde hoogst zelden dat we op familiebezoek gingen bij onze Tante Gaby die in Jette resideerde. Het was niet zozeer de lange autorit vanuit het diepe West-Vlaanderen die ons tegenstond - in de late jaren zestig waren files op de autostrade nog een zeldzaamheid - het was het naakte feit dat Jette tot het grondgebied Brussel behoorde dat de lage frequentie van onze bezoekjes verklaarde.
Mijn vader was een flamingant van de harde lijn, het francofone Brussel beschouwde hij als vijandig gebied. Zijn oplossing voor de Brusselse kwestie was even simpel als rechtlijnig: platbombarderen en er een reusachtige parking van maken. Het was dan ook met tegenzin dat hij één keer per jaar achter het stuur van onze Simca kroop voor het obligate nieuwjaarsbezoek op volksvreemd terrein.

Gent-Istanbul

Tussen colère en weemoed

foto 31.JPG
(foto: Freek Willems)

“Hoelang nog ga ik je zoeken van huis tot huis, van deur tot deur?
Hoelang nog van hoek tot hoek, van straat tot straat?”
Mevlâna

 

Vroeger op school dacht ik dat mijn eenzaamheid een tijdelijke situatie was. Pas jaren later, wanneer ik in het duister van de nacht spoorloos door de lege, desolate straten van Gent dwaalde wanneer mijn zelfhaat en onrust onhoudbaar werden, dat wil zeggen wanneer ik ongelukkig was, heb ik de eenzaamheid als mijn lot aanvaard.

Spiders on the wall

Er staat een klein Indisch meisje in het West-Vlaams tegen mij te roepen dat ze wc-papier nodig heeft. Dat kan wel zijn, maar ik ben alleen maar de dj, zeg ik tegen haar. 'Ken je mij dan niet meer?', tiert ze. 'Ik ben Ingeborg en we hebben hier vorig jaar gespeeld met de Pikdersers.'

Syndicate content