Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Rebel met een kopje koffie

column vanessa fw.JPG
(foto: freddy willems)

Ne smos, ne martino en ene met kip curry en ananas. Mijn collega's bestellen hun broodjes; een ritueel dat zich elke werkdag opnieuw herhaalt. De zomer is voorbij. We verliezen opnieuw ons recht om te klagen over een zon die er niet is. Vanavond ligt de worst weer in de pan en niet op de barbecue. We korten onze dagen in. En ook onze wegen. Het klokje tikt weer vaker thuis. De datums op de festivalfolders zijn verstreken en het nieuwe televisieseizoen is begonnen. Wat voor een distributieloze ziel als mezelf geen goede zaak is. Het aantal onderwerpen waarover ik tijdens lunchpauzes kan meepraten, slinkt zienderogen. Gelukkig worden er ook nog recensies geschreven over spraakmakende programma's.

De gesprekken springen van een taalvaardige peuter van twee die nu al op het juiste spoor zit om topadvocate te worden naar de muggenepidemie door een veel te warme winter. Van een nieuw kapsel dat veel beter past bij iemands gezicht naar een bril die vervangen is door lenzen waardoor een wereld weer open gaat. Banaal en gemakkelijk om te volgen, maar van zo weinig belang dat je gerust mag afdwalen. Kabbelend, met af en toe een klein hoogteverschil dat voor een opspattende verrassing kan zorgen. Maar nooit een waterval. En nooit overboord.

Maar vandaag peddel ik niet mee. Ik worstel met een opstandige kriebel die dateert van toen ik nog vóór honger in de wereld was en de boterhammen van mijn klasgenoten in de vuilnisbak kieperde. Toen ik nog grootvaders blauwe werkmansoverall aantrok om in de stad te gaan hangen en vreemde blikken te krijgen. Toen ik nog een hekel had aan vernederende gymlessen en alle turnzakken verwisselde van haakjes en verdieping. Kwestie van het uurtje turnen in chaos te laten beginnen en zoveel mogelijk bok- en handstanduren te verspillen. Het waren heerlijke tijden nu ik er met een volwassen knipoog op terugkijk. Maar ik liep gewoon verloren, schreef mijn dagboeken vol ongelukkig gemijmer en zocht op alle slechtst mogelijke manieren aandacht van mijn omgeving. Ik mag er dus absoluut niet aan denken dat ik herval in dit soort schoppend gedrag.

Maar toch. De rebel in mij wil vandaag de sfeer verpesten. Een scheur in mijn broek trekken en een scheut bleekwater op mijn T-shirt gooien. In de gordijnen hangen, de ketel soep omgooien, met alcoholstift op de muren schrijven, de printer met een meervoudige paperjam opzadelen, de man van de security bespringen en een tong draaien, met een waterpistool mijn baas verrassen, de stekker van een paar computers uittrekken en alle emmers van de kuisploeg verstoppen… Meteen een waslijst vol vandalenstreken. Maar ik snap niet waar ze vandaan komen. En ik wil ze dan ook zo snel mogelijk een afrit laten nemen naar Verweggistan.

Tegelijkertijd begint er links van mij een verslag van een vakantie dicht bij huis. De kinderen hebben snel vriendjes gemaakt op de camping. De bakkerij om de hoek verkocht de beste koffiekoeken van het hele land. Ze hebben gewandeld, terrasjes gedaan en 's avonds gezelschapspelletjes gespeeld bij het gaslampje. Een simpel relaas van een vriendelijke man uit een modaal Vlaams gezin. Ik zou kunnen lachen met zijn saaiheid. Maar zijn tevreden gezichtsuitdrukking steekt af bij mijn getormenteerde kronkel. En ik besef dat ik me alleen maar belachelijk zou maken. En gefrustreerd zou overkomen.

Want er is niemand die verwacht dat ik zijn tripje bejubel en met een twinkeling in de ogen naar zijn vakantiefoto’s vraag. Dit zijn nu eenmaal het soort mensen die respect hebben voor ieders verhaal. Al heb je tien dagen gezopen op de Gentse Feesten, ben je met de fiets door Mongolië getrokken of zat je de hele zomer aan je computer gekluisterd om de hoogste level van een spelletje te bereiken. We zijn allemaal anders maar gelijk voor de wet. En uitgerekend in die gezellige middagtuin van Eden wil ik anarchie creëren.

Na de broodjes volgt de koffie. Volledig in strijd met mijn opstandige gedachten, speel ik serveerster. Twee zwart, een koffie verkeerd en een wiener mélange. Ik ken de bestelling van buiten, maar het zou niet de eerste keer zijn dat iemand terugkeert uit Italië en plots alleen nog maar echte cappuccino wil. Met melkschuim in plaats van slagroom.

Hoofdschuddend loop ik als een mak schaap naar de automaat. Zou ik voor de lol iedereen eens iets anders geven? Of in elk kopje een klontje suiker laten vallen? Ze zouden het vreemd vinden. Maar natuurlijk wel opdrinken. We doen nu eenmaal niet aan verspilling. En een gegeven paard kijk je niet in de bek. En ik zou in geniepige huppelpas terugkeren naar mijn bureau. Met de gedachte dat ik nog steeds even wild en avontuurlijk ben als vroeger. Maar ik geef mezelf een spreekwoordelijke tik op de vingers en gooi een denkbeeldig glas water in mijn gezicht. Ik neem er voor ieder nog een chocolaatje bij. Ze lachen vriendelijk als ze me zien terugkeren met mijn plateau. Wat ben ik toch een fijne collega. A rebel without a cause, maar met een kopje koffie.

 

VANESSA DEBRUYNE