Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De ene moskee is de andere niet

Over moslimgemeenschappen en moskeeën in Gent

TT11ons vlaanderen.JPG
(foto: Meryem Kanmaz)
Freddy Willems

Je hebt moskeeën en moskeeën. Voor een buitenstaander lijkt het een pot nat, maar een nauwere inspectie brengt heel wat verschillen aan de oppervlakte. We gingen te rade bij Meryem Kanmaz die de Gentse moskeeën en moslimgemeenschappen onder de loep nam.

 

Voor je doctoraatsthesis heb je onderzoek gedaan naar moskeeën in Gent. Hoe ziet het landschap van moskeeën in Gent eruit?

“Heel divers. Met de komst van de eerste arbeidsmigranten in de jaren zestig werden de eerste moskeeën uitgebouwd. Deze moskeeën waren vooral ‘etnisch’, je had een Turkse en een Marokkaanse moskee. De moskee vormde de kern van de religieuze gemeenschap. Er was binnen de moskeeën nog geen sprake van ‘ideologische fragmentatie’. Het ging nog om kleine gemeenschappen van migranten. Begin de jaren tachtig kreeg je binnen de Turkse moskeeën opsplitsingen. Dat had vooral te maken met wat in Turkije gaande was. Begin de jaren tachtig werd in Turkije een militaire staatsgreep gepleegd. Er werd bijzonder repressief opgetreden tegenover al te linkse en rechtse politieke stromingen. De Diyanet, het ministerie van religieuze zaken, trachtte alles wat met godsdienst te maken had zoveel mogelijk te reguleren. Belangrijke religieuze leiders die niet verbonden waren met de Diyanet, vluchtten in de jaren tachtig naar Europa en probeerden zich daar onder de gemeenschappen van Turkse gastarbeiders te organiseren. Zo werd de enige Turkse moskee in Gent opgesplitst in drie moskeeën, elk van een verschillende strekking. Als reactie daarop richtte de Diyanet twee nieuwe moskeeën op in Gent, in een poging om de Turkse moslims in België opnieuw voor zich te winnen.”

 

Ontstonden er, net als voor de Turkse gemeenschappen, ook verschillende moskeeën van de Maghrebijnse gemeenschappen in Gent?

“Bij de Maghrebijnse (of Noord-Afrikaanse) gemeenschappen verliep het anders. De opdeling tussen de moskeeën gebeurde op taalbasis. Je had de Maghrebijnse moskee, waar alle Arabisch sprekende moslims afkomstig uit Marokko, Algerije en Tunesië terecht konden. En daarnaast was er de moskee van de Berbers met hun eigen taal en cultuur. In de tweede helft van de jaren negentig tot 2000 kreeg je ook binnen deze moskeeën ideologische versplintering. Dat had vooral te maken met de generatiewissel. Jongeren konden zich vaak niet meer vinden in de oude moskeeën van de eerste generatie en sommigen richtten een eigen moskee op met nieuwe ideeën. Bij de Turkse gemeenschap verliep de generatiewissel veel geleidelijker. De ideologische omwentelingen hadden immers al plaats gevonden. De jongeren hadden dus minder redenen om nieuwe moskeeën op te richten. Nu zitten we in een nieuwe fase binnen de moskeeën in Gent, namelijk een fase met nieuwe migraties en dus ook nieuwe moskeeën zoals de Bosnische en de Pakistaanse moskee.”

 

Wat zijn de verschillende ideologische breuklijnen binnen de Maghrebijnse moskeeën?

“Je kan deze moskeeën niet in hokjes opdelen. Er zijn verschillende moskeeën en binnen elke moskee bestaan opnieuw verschillende ideologische strekkingen. De overgrote meerderheid van de moslims die uit de Maghreb afkomstig is, beleeft een traditionele culturele islam. Die leunt dicht aan bij de officiële, door de staat ondersteunde islam. De islam wordt gezien als het culturele erfgoed. De ideologische versnippering doet zich voor bij een eerder kleine groep, zo’n dertig procent van de bevolking. Het gaat niet zozeer om aparte groepen zoals bij de bij de Turkse moskeeën, maar om diverse invloedsferen die zich onderscheiden.

Het Wahhabisme is er een van. Dat is een islam die onder invloed van Saudi-Arabië verspreid wordt en verbonden is met de Islamitsiche Wereld Liga, in België vertegenwoordigd door de Grote Moskee aan het Brusselse Jubelpark. Een tweede netwerk of invloedssfeer bestaat uit het post-islamisme. Het islamisme was de politieke vertaling van religie in de jaren zestig en zeventig. Doel was de organisatie van de staat op basis van religieuze principes. Een voorbeeld daarvan zijn de Moslimbroeders. Deze groeperingen streven nu niet langer naar het in handen nemen van de staat. Zij zijn geëvolueerd naar een soort van ‘moslimdemocraten’, vandaar ‘post’-islamisme. Waarin de post-islamisten echter verschillen van andere stromingen is dat zij de islam uit de privé sfeer willen halen en binnenbrengen in de publieke sfeer. Wat centraal staat voor deze gelovigen is de praxis, aangevuld met een persoonlijke en sociale ethiek en een nadruk op de verantwoordelijkheid, op burgerzin. Deze moslims zullen vaak in termen van rechten en plichten spreken. Ze claimen de publieke ruimte als moslim omdat ze als moslims zichtbaar deel willen uitmaken van die publieke ruimte.”

 

Kan je voorbeelden geven van hoe moslims zichtbaar aanwezig willen zijn in de publieke ruimte?

“Sommige moslims willen hun rechten opeisen als moslims. Ze doen dit bijvoorbeeld door een hoofddoek te dragen, door officiële erkenning te vragen van bepaalde islamitische feestdagen of door moslimbegraafplaatsen te vragen. Beleidsmakers reageren aanvankelijk vaak positief wanneer moslimmigranten zich willen engageren, maar wanneer ze oog in oog komen te staan met mondige jongeren die zich manifest zichtbaar als moslim tonen/uiten kunnen ze er vaak niet mee om.”

 

Er zijn jongeren die bijvoorbeeld niet sterk praktiserend zijn maar zichzelf wel als moslims zien en heftig kunnen reageren bij de minste aanleiding.

 

Er zijn jonge moslims die een plaats opeisen binnen de publieke ruimte, anderen trekken zich terug uit die ruimte?

“Er zijn ook stromingen die het omgekeerde propageren, namelijk geen openlijke deelname maar terugtrekking uit de publieke ruimte. Zo is er de Jama’at al-Tabligh, ook wel Da’wa genoemd. Deze stroming is apolitiek. Er worden geen standpunten ingenomen over maatschappelijke thema’s. Waar het mensen binnen deze stroming in de eerste plaats om gaat is moslimjongeren terug op het rechte pad te krijgen. De Da’wa is daarom vooral actief in de buitenwijken en de cafés waar veel jongeren komen. Ze nodigen jongeren uit tot het geloof en willen jongeren een nieuw levenspatroon aanleren, dat sterk gericht is op praxis en rituelen. Het is een vorm van persoonlijke zuivering. Jongeren die op die manier bekeerd worden, worden dan ingeschakeld om zelf te gaan prediken bij andere jongeren in andere steden en landen. Deze groeperingen hebben echter geen groot verhaal. Ze hebben geen maatschappelijk project. Jongeren die hier deel vanuit maken kunnen soms wel verschuiven naar de politieke islam, het salafisme, of in het slechtste geval jihadisme, wanneer ze aan deze vorm van islam niet genoeg hebben.”

 

Kan je uitleggen wat wordt begrepen onder ‘salafisme’?

“Het salafisme is een modern gegeven. Het is ontstaan aan het einde van de twintigste eeuw en het distantieert zich van het wahhabisme dat ontstaan is in de negentiende eeuw. Salafistische moslims sluiten zich af van de samenleving en leven op een eilandje. Ze gaan niet om met mensen met andere overtuigingen en ook niet met andere niet-salafistische moslims. De nadruk ligt op de praxis en de rituele vormelijkheden en doorgaans gepaard met een anti-westerse cultuuropvatting.”

 

Is er ook een salafistische moskee in Gent?

“Er is geen moskee met die specifieke ideologische strekking. Het salafisme is bovendien niet zozeer binnen maar vooral buiten moskeeën aanwezig, in bepaalde verenigingen of op het internet. Het salafisme is erg rigide en dat er moslims het salafisme aanhangen is op zich niet dramatisch, maar het is wel heel erg conservatief en theologisch erg rigide. Het maakt de aanhangers daarvan makkelijker vatbaar voor een radicale islam. De religie wordt binnen het salafisme verengd tot regels en zinloze discussies over vragen als ‘mag ik een niet-moslim een hand geven?’ of ‘mag ik mijn tanden poetsen met een tandenborstel?’ of ‘kan ik mijn dochter naar een verjaardagsfeestje laten gaan?’ Het zijn bijvoorbeeld salafi-moslims die hun baarden heel lang laten groeien en deze niet kunnen knippen, omdat er in de tijd van de profeet ook nog geen scharen bestonden. De discussies gaan vooral over wat niet mag, over wat ‘haram’ is. De spirituele en esotherische dimensies van het geloof, die net datgene zijn wat veel mensen een troost en steun kunnen bieden gaan binnen deze islam helemaal verloren en dat is jammer. Wat aangeboden wordt is een simpel en duidelijk verhaal en dus ook wel aantrekkelijk voor jongeren die zich verloren wanen. Of voor bekeerlingen, die bij hun zoektocht naar informatie over de islam vaak op salafistische websites terechtkomen en worden voorgespiegeld dat dat de ware islam is.”

 

Bereiken moskeeën dan nog wel een jong publiek? Of is hier ook sprake van vergrijzing?

“De moskeeën zijn inderdaad vooral een zaak van de eerste generatie migranten. Het zijn vaak mannen van de eerste generatie die binnen de moskee rust zoeken, even proberen te ontsnappen aan de drukke wereld waarin ze leven. De Maghrebijnse-Arabofone moskeeën zijn in de eerste plaats een plaats van gebed en er worden zelden politieke discussies gevoerd. Dat heeft een stuk te maken met de controle die er binnen de Maghrebijnse landen bestaat van de staat over de moskeeën. Er wordt uit schrik en wantrouwen tegenover overheden liever niet over politiek gepraat. De wereld wordt op die manier buitengesloten uit de moskee, maar zo worden echter ook de jongeren buitengesloten. Turkse moskeeën halen daarentegen de wereld binnen in de moskee en proberen er eigen antwoorden op te formuleren. De mate waarin moskeeën jongeren bereiken hangt echter vooral af van de mate dat ze meer zijn dan een plaats van gebed, of ze hun activiteiten uitbreiden naar vrije tijdsactiviteiten, sport, cultuur en educatie,… Veel moskeeën hebben vandaag een veel groter aanbod dan vroeger en dat is vooral te wijten aan de generatiewissel die momenteel in alle moskeeën

gaande is. Als de ene moskee begint met sportactiviteiten volgt de andere al snel.”

 

Hoe zit het met de financiering van moskeeën en hun activiteiten?

“Er is geen overheidsfinanciering van moskeeën, imams of hun activiteiten. Op dat gebied is er grote onduidelijkheid vanwege de overheden. De moskeeën zijn vandaag afhankelijk van de giften van de gelovigen. De leden betalen ook voor de bouw van nieuwe moskeeën. Er wordt daartoe ook geld ingezameld in het buitenland. Zo kan er op vrijdag in de moskeeën van Duitsland, Nederland tot Scandinavië rond gegaan worden om bij te dragen voor de bouw van een moskee in Gent. Sommige gelovigen klagen ook wel dat ze teveel geld moeten afdragen aan allerlei initiatieven. Culturele en sportactiviteiten die vanuit moskeeën worden georganiseerd, zouden beter worden ondergebracht bij de culturele sector. Je kan activiteiten niet uitsluiten van overheidssteun omdat ze vanuit religieuze hoek georganiseerd worden. Dat wordt ook niet gedaan voor initiatieven die oorspronkelijk vanuit katholieke hoek ontstaan zijn. Waarom dan ook niet ten overstaan van initiatieven vanuit de moslimgemeenschappen?”

 

Als we vandaag iets horen, lezen of zien over moskeeën dan is dat heel vaak tegen de achtergrond van de berichtgeving over terreurorganisaties. Hoe gaan gelovigen en de mensen die binnen de moskee actief zijn om met deze nieuwe werkelijkheid? Welke initiatieven nemen zij eventueel om deze beelden te ontkrachten?

“Moslims worden vaak in het defensief gedrongen. Ze moeten reageren op de associaties met de beelden over het Midden-Oosten die onze huiskamers binnendringen. Daar wordt verschillend op gereageerd. Er zijn er die zich moedeloos voelen en zich terugtrekken. Deze mensen denken dat ze er niets kunnen aan veranderen. Anderen doen wel pogingen om actief te reageren. Zo zijn er veel moskeeën die de deuren openzetten voor het brede publiek en die uitleg willen geven over de islam en hun activiteiten. Zij willen begrip doen ontstaan en nemen bijvoorbeeld deel aan multiculturele fora. Nog anderen worden kwaad. Je hoeft geen diepgelovige te zijn om kwaad te worden over dergelijke kwetsende associaties. Er zijn jongeren die bijvoorbeeld niet sterk praktiserend zijn maar zichzelf wel als moslims zien en heftig kunnen reageren bij de minste aanleiding. Wat ik heb vastgesteld, over de jaren dat ik met deze onderwerpen bezig geweest ben, is dat de islam steeds opnieuw geassocieerd wordt met de Arabische wereld. Dit is eigenlijk vreemd, gezien de brandhaarden in het verleden elders lagen, denk maar aan Iran, Afghanistan en Pakistan. Ook de Turken worden niet sterk met de idee van een dreigende islam geassocieerd. De Arabieren zijn vandaag geworden wat de joden in de 19e eeuw waren.”

 

MARLIES CASIER

 

Wie is Meryem Kanmaz?
 
Meryem Kanmaz is doctor in de Politieke Wetenschappen. Kanmaz’ ouders zijn in de jaren zestig naar België gemigreerd om in de Limburgse steenkoolmijnen te werken. Kanmaz studeerde maatschappelijk werk en politieke wetenschappen. Ze is verbonden met het Centrum voor Islam in Europa aan de Universiteit Gent. In het voorjaar van 2008 verschijnt een publicatie van haar hand over de Gentse Moskeeën en moslimgemeenschappen.