Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Zand erover

foto 8.jpg
(foto: Evy Menschaert, Victoria Deluxe)

Met de uitbreiding van de Gentse Haven wordt de Evergemse wijk Zandeken onherroepelijk van de kaart geveegd. Heel wat families hebben hun woon- en werkplek de afgelopen jaren noodgedwongen moeten verlaten. Andere bewoners moeten de komende maanden nog verhuizen. Victoria Deluxe en CC Evergem werkten samen met de inwoners van Zandeken aan een herinneringsdocument dat in beeld breng hoe de bewoners afscheid moesten nemen van hun wijkt. Hun herinneringen aan Zandeken als woonplek en leefgemeenschap, maar ook hun toekomstperspectieven en de herhuisvesting namen in dit sociaalartistieke project een centrale plaats in.

 

Het verdwijnen van de wijk

De Vlaamse Regering heeft op 6 juli 1994 het project Kluizendok voor de uitbouw van een nieuw dok op de linker kanaaloever, dat volledig op Gents grondgebied zal liggen, principieel goedgekeurd. Het Gentse Havenbedrijf werd aangeduid als bouwheer voor alle werken. Op vrijdag 4 oktober 1996 werd de eerste paal geheid, tussen 2005 en begin 2008 werden de bewoners van de wijk Zandeken in Evergem onteigend. Het gaat om 237 inwoners, 13 land- en tuinbouwbedrijven en 11 KMO’s.

Het Cultuurcentrum Evergem greep deze pijnlijke en bijzondere gebeurtenis aan om met de bewoners van Zandeken een sociaalartistiek project op te zetten. Cineast Koenraad Deblauwe en fotografe Evy Menschaert brengen via een documentaire en tentoonstelling het verhaal van de wijk. De bewoners hebben heel uiteenlopende manieren van omgaan met de onteigeningen en het gedwongen vertrek. Door al die verschillende meningen te laten horen, kwamen de makers tot een genuanceerde kijk en een gelaagd verhaal. Ze legden portretten vast van heel wat bewoners, hun huizen en de omgeving. Daarnaast werden talloze interviews afgenomen die inzicht verschaffen in de geschiedenis, de ‘petites-histoires’, de notoire figuren van de wijk, familieverhalen enzovoort. Onvermijdelijk viel hun oog daarbij ook op de verlaten straten, de leegstaande huizen, de huizen in afbraak… Zo maakten ze een ruimtelijke en menselijke inventaris op, waarbij de nadruk ligt op herinneringen en getuigenissen over de kracht en de rijkdom van deze lokale gemeenschap.

 

Zoveel inwoners, zoveel herinneringen

“Eén van de grootste gebeurtenissen van het jaar was rond 1 mei, wanneer het jonge vee voor een ganse zomer vertrok. Voor ons leek het alsof ze heel ver verbleven, maar in feite was dat maar op de Lage Avrije. Die beesten werden in meute naar daar gebracht onder begeleiding van buren, kinderen, mensen op de fiets,… Overal waar de beesten konden verkeerd lopen, ging er iemand staan zodanig dat die beesten zonder koord heel die weg konden lopen. Je moest ervoor zorgen dat ze niet op het ‘mennengat’ van een ander zijn land kwamen – dat is een opgang van een stuk land, waar ze vroeger de paarden in menden. Nu kan zoiets niet meer met al dat verkeer.”

 

“Links van de Gavers en ingesloten door het Molenvaardeken en de zandrug van het Hultjen en het Zandeken liggen ‘de Puienmeersen’. Sinds 1970 is dit gebied drooggelegd, maar vroeger stonden de lage meersen iedere winter onder water, bij de minste vorst zat gans de gebuurte op het ijs.

De Puienmeersen waren ingedeeld in lange smalle weiden afgelijnd met wilgentronken. Die wilgentronken hadden vier functies. Drie daarvan waren door de boeren zeer goed gekend. Ze bakenden ieders meers af, leverden houtopbrengsten en om de zeven jaar werden de tronken gekapt om het gebied droog houden. Ze slorpten het overtollige water op en in een recordtijd waren de meersen droog. De vierde rol van die tronken was de geneeskracht van hun bladeren. Als een koe niet honderd percent in orde was werd ze in de Puienmeersen gestoken. Ze zou er wel doorkomen. Men wist niet waarom, maar het dier at wilgenbladeren en deze bevatten salicinezuur, hetzelfde product dat we nu in onze aspirientjes vinden. En inderdaad: de koe kwam er door. De boer wist niet waarom, maar hij wist wel dat het aan de Puienmeersen lag.”

 

“De hooitijd in de meersen was feest voor het jonge volk. Het gemaaide gras moest ‘s morgens open geschud worden, ‘s namiddags werd het dan gekeerd en ‘s avonds werd het terug in hopen gezet. De boeren met hun volk zaten bijna de hele dag in de meersen met grote tussenpozen waarin weinig gewerkt werd. Het leven was toen nog zo druk niet.

In de tijd voor en enkele jaren na de oorlog was er bij de boeren jong volk in overschot en in feite ging alles zeer rustig zijn gang. Dat wil zeggen dat er na de middag ‘genoenspeeld’ werd, dat de koffie rustig en uitgebreid werd gedronken op het land of in de meersen. Als het goed weer was gebeurde het wel dat het genoenspeel en de koffiepauzes stoei- en vrijpartijen werden. Het was dan ook niet vreemd dat geburen met elkaar trouwden, of tenminste met elkaar gevreeën hadden. Veel jonge gasten van t’Hultjen en t’Zandeken hebben in de hooioppers hun eerste liefdesles geleerd.”

 

“Je moet leren relativeren. Alles een plaats geven en doorgaan. Dat is net hetzelfde als met verdriet, als je iemand verliest. Als je het geen plaats kan geven, blijf je erin stikken.”

 

KOENRAAD DEBLAUWE

 

De tentoonstelling en documentaire worden vertoond in december 2007 in de vroegere toonzaal van Noël Caboor in de Hoogstraat. In april 2008 verschijnen de publicatie en de DVD en wordt tevens de website www.zandeken.be gelanceerd.